Over de programmatische aanpak stikstof #1801
Gemerged 


N-VA, Open Vld voegde 16 artikels samen in decreet-1988-12-21decreet-1997-10-21mestdecreet · 27 juli 2023 2 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op1801 (2022-2023) – Nr. 9
23 januari 2024 (2023-2024)
verzendcode: LEE
Amendementen
op het voorstel van decreet
van Wilfried Vandaele, Willem-Frederik Schiltz,
Bart De Wever en Tom Ongena
over de programmatische aanpak stikstof
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit
– Nr. 3: Advies van de Raad van State
– Nr. 4: Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie
voor de verwerking van persoonsgegevens
– Nr. 5: Amendement
– Nr. 6: Advies van de Raad van State
– Nr. 7: Amendementen
– Nr. 8: Advies van de Raad van State
AMENDEMENT Nr. 11
Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege, Chris Steenwegen,
Staf Aerts en Jeremie Vaneeckhout
op amendement nr. 1
Artikel 2
Een punt 3°/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“3°/1 A-habitats: voor dit (sub)habitattype is de impact van stikstofdeposities zo
groot, dat de mogelijkheden tot kwaliteitsverbetering door herstelbeheer
zeer beperkt zijn zolang de stikstofdepositie de kritische depositiewaarde
van het (sub)habitattype overschrijdt. Dit betreft over het algemeen habitattypes waarvoor stikstofdepositie de bepalende milieudruk is. Stikstofgericht
herstelbeheer is bij deze A-habitattypes veelal ineffectief of slechts tijdelijk
effectief, hetzij omdat het intensieve herstelbeheer dat vereist is, aanzienlijke ongewenste neveneffecten heeft; hetzij omdat het herstelbeheer niet
tegelijk de verzurende en vermestende effecten kan aanpakken, waardoor
verdere degradatie onvermijdelijk is; hetzij omdat het positieve effect van
herstelbeheer zeer snel uitgewerkt is zolang de stikstofdepositie hoger blijft
dan de kritische depositiewaarde van het habitattype. Tabel 2.3 bij de definitieve PAS specificeert de A-habitats;”.
VERANTWOORDING
Overeenkomstig het advies van de Raad van State met nummer 75.177/16, 12.3.1, van 22 januari
2024, zorgt de toevoeging van deze definitie, die overgenomen is uit de definitieve PAS, voor verheldering over welk type habitats het precies gaat.
**
AMENDEMENT Nr. 12
Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege, Chris Steenwegen,
Staf Aerts en Jeremie Vaneeckhout
op amendement nr. 1
Artikel 2
Een punt 7°/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“7°/1 B-habitats. Voor dit (sub)habitattype mag ook bij habitats in overschrijding
(stikstofdepositie > KDW) een duurzame kwaliteitsverbetering verwacht
worden door toepassing van gerichte herstelmaatregelen. Het gaat over het
algemeen over habitattypes waarvoor stikstofdepositie niet de enige belangrijke milieudruk is. Daarom kan er aanzienlijke vooruitgang in habitatkwaliteit
geboekt worden als het herstelbeheer zich richt op een verbetering van de
globale milieukwaliteit, d.i. met inbegrip van andere milieudrukken dan stikstofdepositie. In veel gevallen zijn B-habitattypes voor het bereiken van een
gunstige staat afhankelijk van een goede kwaliteit, kwantiteit en dynamiek
van het grondwater. Door hydrologisch herstel kunnen grondwaterkenmerken in een gunstig bereik worden gebracht, zodat de beschikbaarheid van
stikstof beperkt wordt en het bufferende vermogen van de bodem tegen
verzuring verhoogt. Omgekeerd geldt dat hydrologisch herstel als een
belangrijke randvoorwaarde geldt vooraleer er kwaliteitsverbetering kan
optreden in deze habitat(sub)types. Tabel 2.3 bij de definitieve PAS specificeert de B-habitats;”.
Vlaams Parlement1801 (2022-2023) – Nr. 9 3
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 11.
**
AMENDEMENT Nr. 13
Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege, Chris Steenwegen,
Staf Aerts en Jeremie Vaneeckhout
op amendement nr. 1
Artikel 2
Een punt 26°/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“26°/1 natuurinclusieve landbouw: bij natuurinclusieve landbouw produceren
agrariërs voedsel en gewassen in harmonie met milieu, natuur en landschap door natuurlijke processen in de bedrijfsvoering te integreren, te
zorgen voor een gezond bodem- en watersysteem, een aantrekkelijk landschap en meer biodiversiteit, passend binnen een economisch rendabele
bedrijfsvoering. Een natuurinclusieve veehouderij voldoet aan al deze
voorwaarden:
a) de stallen zijn onderdeel van een natuurinclusieve bedrijfsvoering;
b) de veehouderij beschikt blijvend over voldoende grond voor een veebezetting van twee GVE per hectare grond of minder;
c) door het treffen van aanvullende maatregelen die ervoor zorgen dat
de gemiddelde emissie op bedrijfslocatieniveau gelijk is aan de toepassing van AEA-stallen;
d) uit monitoring blijkt dat het bedrijf gemiddeld op jaarniveau aan de
voorwaarde onder c) voldoet;”.
VERANTWOORDING
Overeenkomstig het advies van de Raad van State met nummer 75.177/16, 14.2.3, van 22 januari
2024, wordt een definitie voor natuurinclusieve landbouw toegevoegd aan artikel 2 van het voorstel
van decreet.
**
AMENDEMENT Nr. 14
Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege, Chris Steenwegen,
Staf Aerts en Jeremie Vaneeckhout
op amendement nr. 1
Artikel 89
Dit artikel schrappen.
VERANTWOORDING
Overeenkomstig het advies van de Raad van State met nummer 75.177/16, 47.1 tot en met 47.5, van
22 januari 2024, stellen de indieners van voorliggend subamendement voor om artikel 89 te schrappen.
De Raad oordeelt dat dit artikel in strijd is met zowel de Habitatrichtlijn, het Verdrag betreffende de
Europese Unie (VEU) als de Belgische Grondwet. De Raad stelt dan ook dat het artikel geen doorgang
kan vinden.
**
AMENDEMENT Nr. 15
Subamendement voorgesteld door Mieke Schauvliege, Chris Steenwegen,
Staf Aerts en Jeremie Vaneeckhout
op amendement nr. 1
Artikel 91/1 (nieuw)
Een artikel 91/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 91/1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten en overeenkomstig de Europese regels inzake staatssteun wordt er een transitiefonds voor
landbouwbedrijven opgericht als onderdeel van de programmatische aanpak stikstof.
Het transitiefonds voor landbouwbedrijven, vermeld in het eerste lid, bestaat
uit:
1° een integraal aanbod voor intensieve en multidisciplinaire begeleiding voor
alle landbouwers, volgens de …