Tot wijziging van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid #1123
Gemerged Vlaamse Regering voegde 24 artikels samen in decreet-2009-04-30 · 2 februari 2022 Alle checks geslaagd
24 artikels gewijzigd
| 19 | 18° interface-activiteiten: de bevordering van de samenwerking tussen de associatie en het bedrijfsleven, de economische valorisatie van het onderzoek dat de associatie uitvoert, of de oprichting van spin-offbedrijven; | 19 | 18° interface-activiteiten: de bevordering van de samenwerking tussen de associatie en het bedrijfsleven, de economische valorisatie van het onderzoek dat de associatie uitvoert, of de oprichting van spin-offbedrijven; |
| 20 | 19° steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek: een entiteit van één initiërende associatie, universiteit, hogeschool of instelling voor postinitieel onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap; | 20 | 19° steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek: een entiteit van één initiërende associatie, universiteit, hogeschool of instelling voor postinitieel onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap; |
| 21 | 20° onderzoekscentrum : een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als vermeld in artikel 2, punt 83, van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard. | 21 | 20° onderzoekscentrum : een organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als vermeld in artikel 2, punt 83, van verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, gevestigd in het Vlaamse Gewest en of dienstverlenend aan de Vlaamse Gemeenschap. |
| 1 | In dit artikel wordt verstaan onder: | 1 | In dit artikel wordt verstaan onder: |
| 2 | 1° instelling: de universiteiten, hogescholen en de instellingen vermeld in dit decreet; | ||
| 3 | 2° Flanders Research Information Space, afgekort FRIS: de informatieruimte waarin onderzoeksinformatie kan doorstromen op een transparante en geautomatiseerde manier, en kan worden uitgewisseld en ontsloten op een open en herbruikbare manier; | 2 | 1° Flanders Research Information Space, afgekort FRIS: de informatieruimte van en in beheer bij het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie, waarin onderzoeksinformatie kan doorstromen op een transparante en geautomatiseerde manier, en kan worden uitgewisseld en ontsloten op een open en herbruikbare manier; |
| 3 | 2° onderzoeksinformatie: de volgende informatie: | ||
| 4 | 3° onderzoeksinformatie: informatie over elke wetenschappelijke activiteit die tot doel heeft wetenschappelijke kennis te ontwikkelen (fundamenteel onderzoek), wetenschappelijke of technologische capaciteit uit te bouwen (strategisch basis-onderzoek), kennis toepasbaar te maken (toepassingsgericht onderzoek) en ze toe te passen (ontwikkeling), over de medewerkers betrokken bij het onderzoek, over de (disseminatie van de) resultaten van deze wetenschappelijke activiteiten, samen met de onderlinge samenhang tussen deze informatie. | 4 | a) informatie over elke wetenschappelijke activiteit die tot doel heeft wetenschappelijke kennis te ontwikkelen, wetenschappelijke of technologische capaciteit uit te bouwen, kennis toepasbaar te maken en ze toe te passen; |
| 5 | b) informatie over de medewerkers en de onderzoeksgroepen die bij het onderzoek zijn betrokken; | ||
| 6 | c) informatie over de resultaten en de disseminatie van de resultaten van die wetenschappelijke activiteiten, met minimaal informatie over de publicaties, projecten, patenten, datasets, en over onderzoeksinfrastructuur, samen met de onderlinge samenhang tussen die informatie. | ||
| 5 | Er wordt een overzicht bijgehouden en publiek gemaakt van onderzoeksinformatie uit onderzoek dat gefinancierd is met publieke middelen om de volgende doelstellingen te bereiken: | 7 | Er wordt een overzicht bijgehouden van onderzoeksinformatie uit onderzoek dat gefinancierd is met publieke middelen om de volgende doelstellingen te bereiken: |
| 6 | 1° de bevordering van innovatie; | ||
| 7 | 2° effectievere en efficiëntere beleidsvoering; | ||
| 8 | 3° administratieve vereenvoudiging; | ||
| 8 | 1° een eenvoudige en open toegang tot onderzoeksinformatie garanderen in het kader van het Open Wetenschapsbeleid volgens de principes van open data en maximaal hergebruik van informatie; | ||
| 9 | 2° innovatie bevorderen door: | ||
| 10 | a) de visibiliteit van onderzoek en wetenschappelijke expertise te vergroten; | ||
| 11 | b) informatie sneller te laten doorstromen tussen onderzoeksinstellingen en innoverende bedrijven en hun respectievelijke onderzoekers; | ||
| 12 | 3° een effectievere en efficiëntere beleidsvoering op alle beleidsniveaus, inclusief beleidsvoorbereiding, beleidsmonitoring en monitoring van de inzet van en de controle op de correcte aanwending van de publieke middelen, beleidsrapportering en beleidsevaluatie; | ||
| 13 | 4° de administratieve vereenvoudiging volgens het principe van de eenmalige bevraging; | ||
| 9 | 4° transparantie voor de burger. | 14 | 5° transparantie voor de burger; |
| 15 | 6° in het tweede lid wordt verstaan onder publieke middelen: middelen afkomstig uit de Vlaamse, federale en/of Europese begroting. | ||
| 10 | Alle instellingendie beschikken over onderzoeksinformatie over publiek gefinancierd onderzoek, leveren die onderzoeksinformatie aan FRIS om de doelstellingen, vermeld in het tweede lid, te bereiken. | 16 | De universiteiten, hogescholen en alle instellingen, vermeld in dit decreet, die beschikken over onderzoeksinformatie over publiek gefinancierd onderzoek, bezorgen die onderzoeksinformatie aan FRIS om de doelstellingen, vermeld in het tweede lid, te bereiken. |
| 11 | Een deel van de overeenkomstig lid 3 aan te leveren onderzoeksinformatie zal persoonsgegevens bevatten die beschermd zijn door de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens. Deze persoonsgegevens zullen enkel verwerkt worden voor het bereiken van de doelstellingen, vermeld in het tweede lid, en enkel opgevraagd en verwerkt worden indien noodzakelijk voor het bereiken van deze doelstellingen. | 17 | De volgende categorieën van persoonsgegevens als vermeld in artikel 4, 1), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), in de onderzoeksinformatie, vermeld in het vierde lid, worden alleen verwerkt voor de doelstellingen, vermeld in het tweede lid: |
| 18 | 1° persoonlijke identificatiegegevens; | ||
| 19 | 2° professionele contactgegevens; | ||
| 20 | 3° persoonlijke kenmerken met minimaal informatie over geslacht, nationaliteit, gegevens over de wetenschappelijke expertise, de wetenschappelijke projecten (inclusief datasets en onderzoeksinfrastructuur) en de resultaten ervan. | ||
| 21 | De onderzoeksinformatie, vermeld in het vierde lid, wordt publiek gemaakt via het FRIS-portaal en als open data, met uitzondering van: | ||
| 22 | 1° de informatie over de nationaliteit en het geslacht van de onderzoekers; | ||
| 23 | 2° de informatie over de financiële middelen. | ||
| 24 | De bevoegde dienst bezorgt periodieke rapporteringen en ad-hocstatistieken op basis van de onderzoeksinformatie, vermeld in het vierde lid, aan federale en Europese overheden, financieringsorganisaties, instellingen en burgers. Die gegevens worden, waar mogelijk, op een geaggregeerd niveau verschaft. | ||
| 25 | Onderzoeksinformatie, vermeld in het vierde lid, wordt bewaard voor onbepaalde termijn, met uitzondering van: | ||
| 26 | 1° professionele contactgegevens en gerelateerde expertise-opsommingen, die worden bewaard tot twee jaar na de uitdiensttreding van de onderzoeker; | ||
| 27 | 2° gegevens over de nationaliteit en het geslacht van de onderzoeker, die worden bewaard tot 25 jaar nadat de instellingen, vermeld in het vierde lid, ze aan de bevoegde dienst, vermeld in het vijfde lid, hebben bezorgd. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering sluit met de instellingen een overeenkomst af die nadere afspraken vastlegt voor de aanlevering van die onderzoeksinformatie. | 28 | De Vlaamse Regering sluit met de instellingen overeenkomsten af die nadere afspraken vastleggen voor de aanlevering van die onderzoeksinformatie. |
| 3 | 2° het strategisch basisonderzoek (projecten/mandaten); | 3 | 2° het strategisch basisonderzoek (projecten/mandaten); |
| 4 | 3° het klinisch-wetenschappelijk onderzoek; | 4 | 3° het klinisch-wetenschappelijk onderzoek; |
| 5 | 4° de investeringen in zware, middelzware en bijzondere onderzoeksinfrastructuur. | 5 | 4° de investeringen in zware, middelzware en internationale onderzoeksinfrastructuur. |
| 4 | 3° het klinisch-wetenschappelijk onderzoek; | 4 | 3° het klinisch-wetenschappelijk onderzoek; |
| 5 | 4° de aanschaf en inzet van middelzware onderzoeksinfrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek in de universiteiten; | 5 | 4° de aanschaf en inzet van middelzware onderzoeksinfrastructuur voor wetenschappelijk onderzoek in de universiteiten; |
| 6 | 5° de aanschaf en inzet van zware onderzoeksinfrastructuur voor de Vlaamse universiteiten, de hogeronderwijsinstellingen die door de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 worden belast met wetenschappelijk onderzoek, en de strategische onderzoekscentra; | 6 | 5° de aanschaf en inzet van zware of internationale onderzoeksinfrastructuur voor de Vlaamse universiteiten, de hogeronderwijsinstellingen die door de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013 worden belast met wetenschappelijk onderzoek, en de strategische onderzoekscentra; |
| 7 | 6° het beheer van grote rekencapaciteit. | 7 | 6° het beheer van grote rekencapaciteit. |
| 8 | § 2. Het FWO kan eigen activiteiten ontwikkelen die verenigbaar zijn met zijn maatschappelijk doel. De raad van bestuur van het FWO beslist vrij en, in voorkomend geval, overeenkomstig de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst, over de marktconforme tariefstructuren voor die activiteiten. | 8 | § 2. Het FWO kan eigen activiteiten ontwikkelen die verenigbaar zijn met zijn maatschappelijk doel. De raad van bestuur van het FWO beslist vrij en, in voorkomend geval, overeenkomstig de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst, over de marktconforme tariefstructuren voor die activiteiten. |
| 6 | 5° het aantrekken van excellente onderzoekers die actief zijn in het buitenland; | 6 | 5° het aantrekken van excellente onderzoekers die actief zijn in het buitenland; |
| 7 | 6° het verlenen van wetenschappelijke prijzen; | 7 | 6° het verlenen van wetenschappelijke prijzen; |
| 8 | 7° de subsidiëring van middelzware en zware onderzoeksinfrastructuur, met inbegrip van cofinanciering in geval van europese en internationale investerings|Upprogramma's; | 8 | 7° de subsidiëring van middelzware, zware en internationale onderzoeksinfrastructuur, met inbegrip van cofinanciering in geval van europese en internationale investerings|Upprogramma's; |
| 9 | 8° het beheer en de cofinanciering van de technische installatie en de technische exploitatie van TIER1-computerinfrastructuur aan een universiteit; | 9 | 8° het beheer en de cofinanciering van de technische installatie en de technische exploitatie van TIER1-computerinfrastructuur aan een universiteit; |
| 10 | 9° de cofinanciering van TIER2-computerinfrastructuur in universiteiten of asso|Upciaties. | 10 | 9° de cofinanciering van TIER2-computerinfrastructuur in universiteiten of asso|Upciaties. |
| 9 | Ten hoogste vijf van de leden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°, mogen van hetzelfde geslacht zijn. Als aan die voorwaarde niet voldaan is, dragen de universiteiten die geen kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht hadden voorgedragen, een bijkomende kandidaat van dat geslacht voor. | 9 | Ten hoogste vijf van de leden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 5°, mogen van hetzelfde geslacht zijn. Als aan die voorwaarde niet voldaan is, dragen de universiteiten die geen kandidaat van het ondervertegenwoordigde geslacht hadden voorgedragen, een bijkomende kandidaat van dat geslacht voor. |
| 10 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de voordrachtenregelingen, vermeld in het eerste lid, 1° tot 6°. | 10 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de voordrachtenregelingen, vermeld in het eerste lid, 1° tot 6°. |
| 11 | § 2. De onafhankelijke bestuurders, vermeld in paragraaf 1, 7°, beschikken over deskundigheid op het vlak van het algemeen bestuur van het agentschap en over specifieke deskundigheid met betrekking tot de missie en de taken van het agentschap, vermeld in artikel 17 en 18. De onafhankelijke bestuurders zijn bovendien afkomstig uit het bedrijfsleven en zijn vertrouwd met het wetenschaps- en innovatiebeleid. | 11 | § 2. De onafhankelijke bestuurders, vermeld in paragraaf 1, 7°, beschikken over deskundigheid op het vlak van het algemeen bestuur van het agentschap en over specifieke deskundigheid met betrekking tot de missie en de taken van het agentschap, vermeld in artikel 17 en 18. De onafhankelijke bestuurders zijn bovendien afkomstig uit het bedrijfsleven of de socialprofitsector en zijn vertrouwd met het wetenschaps- en innovatiebeleid. |
| 12 | Ze zijn onafhankelijk ten aanzien van het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de universiteiten, de strategische onderzoekscentra en de secretaris-generaal. Om die onafhankelijkheid te bepalen, zijn de criteria uit de corporate- governancecode voor beursgenoteerde bedrijven richtinggevend. | 12 | Ze zijn onafhankelijk ten aanzien van het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de universiteiten, de strategische onderzoekscentra en de secretaris-generaal. Om die onafhankelijkheid te bepalen, zijn de criteria uit de corporate- governancecode voor beursgenoteerde bedrijven richtinggevend. |
| 13 | De raad van bestuur stelt de vereisten vast waaraan kandidaten voor het mandaat van onafhankelijk bestuurder moeten voldoen op het vlak van bekwaamheden, kennis en ervaring en doet een open oproep tot kandidaatstelling voor een mandaat van onafhankelijk bestuurder. Die oproep bevat een weergave van de vereisten waaraan kandidaten moeten voldoen en regelt de wijze van kandidaatstelling, waarbij minstens een curriculum vitae wordt voorgelegd. | 13 | De raad van bestuur stelt de vereisten vast waaraan kandidaten voor het mandaat van onafhankelijk bestuurder moeten voldoen op het vlak van bekwaamheden, kennis en ervaring en doet een open oproep tot kandidaatstelling voor een mandaat van onafhankelijk bestuurder. Die oproep bevat een weergave van de vereisten waaraan kandidaten moeten voldoen en regelt de wijze van kandidaatstelling, waarbij minstens een curriculum vitae wordt voorgelegd. |
| 14 | De raad van bestuur vergelijkt de respectieve verdiensten van de kandidaten. | 14 | De raad van bestuur vergelijkt de respectieve verdiensten van de kandidaten. Maximum één onafhankelijke bestuurder afkomstig uit de socialprofitsector kan worden aangesteld. |
| 15 | De onafhankelijke bestuurders worden uit lijsten van twee kandidaten per vacant mandaat door de Vlaamse Regering aangesteld, op voordracht van de raad van bestuur. | 15 | De onafhankelijke bestuurders worden uit lijsten van twee kandidaten per vacant mandaat door de Vlaamse Regering aangesteld, op voordracht van de raad van bestuur. |
| 16 | § 3. De raad van bestuur verkiest onder zijn leden een voorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, en een ondervoorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 7°. | 16 | § 3. De raad van bestuur verkiest onder zijn leden een voorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, en een ondervoorzitter, behorend tot de categorie, vermeld in § 1, eerste lid, 7°. |
| 1 | De Vlaamse Regering is onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, gemachtigd om deel te nemen aan de strategische onderzoekscentra. | 1 | De Vlaamse Regering is onder de voorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, gemachtigd om deel te nemen aan de strategische onderzoekscentra. |
| 2 | Een strategisch onderzoekscentrum is één van de hiernavolgende organisaties : | 2 | Een strategisch onderzoekscentrum is één van de hiernavolgende organisaties : |
| 3 | 1° de naamloze vennootschap Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, opgericht bij de notariële akte van 12 juni 1991, waarvan het maatschappelijk doel gericht is op het verrichten van strategisch basisonderzoek in de domeinen energie, leefmilieu, materialen en aardobservatie met het oog op het stimuleren van duurzame ontwikkeling en het versterken van het economische en maatschappelijke weefsel in Vlaanderen; | 3 | 1° de naamloze vennootschap Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, opgericht bij de notariële akte van 12 juni 1991, waarvan het voorwerp gericht is op het verrichten van strategisch basisonderzoek in de domeinen energie, leefmilieu, materialen en aardobservatie met het oog op het stimuleren van duurzame ontwikkeling en het versterken van het economische en maatschappelijke weefsel in Vlaanderen; |
| 4 | 2° de vereniging zonder winstoogmerk Flanders Make, ontstaan door integrale statutenwijziging op de buitengewone algemene vergadering van Flanders Mechatronics Technology Centre vzw van 8 mei 2014, waarvan het maatschappelijk doel is gericht op de langetermijnversterking van de internationale competitiviteitspositie van de Vlaamse maakindustrie door het uitvoeren van industriegedreven, precompetitief, excellent, strategisch en toegepast onderzoek met het oog op valorisatie, in de domeinen mechatronica, productontwikkelingsmethodes en geavanceerde productietechnologieën; | 4 | 2° de vereniging zonder winstoogmerk Flanders Make, ontstaan door integrale statutenwijziging op de buitengewone algemene vergadering van Flanders Mechatronics Technology Centre vzw van 8 mei 2014, waarvan het voorwerp is gericht op de langetermijnversterking van de internationale competitiviteitspositie van de Vlaamse maakindustrie door het uitvoeren van industriegedreven, precompetitief, excellent, strategisch en toegepast onderzoek met het oog op valorisatie, in de domeinen mechatronica, productontwikkelingsmethodes en geavanceerde productietechnologieën; |
| 5 | 3° de vereniging zonder winstoogmerk Interuniversitair Micro-elektronicacentrum, opgericht bij de notariële akte van 16 januari 1984, waarvan het maatschappelijk doel gericht is op het verrichten van strategisch onderzoek op het gebied van micro-elektronica, nanotechnologie, ontwerpmethodes en technologieën voor ICT-systemen; | 5 | 3° de vereniging zonder winstoogmerk Interuniversitair Micro-elektronicacentrum, opgericht bij de notariële akte van 16 januari 1984, waarvan het voorwerp gericht is op het verrichten van strategisch onderzoek op het gebied van micro-elektronica, nanotechnologie, ontwerpmethodes en technologieën voor ICT-systemen; |
| 6 | 4° de vereniging zonder winstoogmerk Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, opgericht bij de notariële akte van 6 juli 1995, waarvan het maatschappelijk doel gericht is op het verrichten van biomoleculair strategisch basisonderzoek in de levenswetenschappen, met als oogmerk het verhogen van de kennis van de levensprocessen en -systemen en het vertalen van die kennis in economische groei en wetenschappelijke vooruitgang. | 6 | 4° de vereniging zonder winstoogmerk Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie, opgericht bij de notariële akte van 6 juli 1995, waarvan het voorwerp gericht is op het verrichten van biomoleculair strategisch basisonderzoek in de levenswetenschappen, met als oogmerk het verhogen van de kennis van de levensprocessen en -systemen en het vertalen van die kennis in economische groei en wetenschappelijke vooruitgang. |
| 7 | De Vlaamse Regering kan bijkomende verenigingen zonder winstoogmerk, stichtingen of vennootschappen met sociaal oogmerk als strategisch onderzoekscentrum erkennen. | 7 | De Vlaamse Regering kan bijkomende verenigingen zonder winstoogmerk, stichtingen of vennootschappen met sociaal oogmerk als strategisch onderzoekscentrum erkennen. |
| 1 | Voor de niet-geregelde aangelegenheden bij dit decreet of bij de statuten van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, afgekort de VITO, zijn de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen die betrekking hebben op de naamloze vennootschappen, van toepassing. | 1 | Voor de niet-geregelde aangelegenheden bij dit decreet of bij de statuten van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek, afgekort de VITO, zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen die betrekking hebben op de naamloze vennootschappen, van toepassing. |
| 1 | Teneinde haar maatschappelijke doel te realiseren, vermeld in artikel 29, tweede lid, 1°, heeft de VITO de volgende taken : | 1 | Teneinde haar voorwerp te realiseren, vermeld in artikel 29, tweede lid, 1°, heeft de VITO de volgende taken : |
| 2 | 1° de noodzakelijke kennis en ervaring op een structurele wijze uitbouwen, onder meer door het uitvoeren van eigen onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, al dan niet met medefinanciering door derden; | 2 | 1° de noodzakelijke kennis en ervaring op een structurele wijze uitbouwen, onder meer door het uitvoeren van eigen onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, al dan niet met medefinanciering door derden; |
| 3 | 2° het uitvoeren van de door de overheid vastgestelde referentietaken, waarvan de precieze aard, de doelstelling en de wijze van vergoeding bij beheersreglement, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering, worden bepaald; | 3 | 2° het uitvoeren van de door de overheid vastgestelde referentietaken, waarvan de precieze aard, de doelstelling en de wijze van vergoeding bij beheersreglement, vastgesteld bij besluit van de Vlaamse Regering, worden bepaald; |
| 1 | VITO kan binnen de perken van haar doel instellingen, verenigingen en ondernemingen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen. | 1 | VITO kan binnen de perken van haar voorwerp instellingen, verenigingen en ondernemingen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen. |
| 2 | VITO kan binnen de perken van haar doel eveneens deelnemen aan tijdelijke ondernemingsvormen, zoals verenigingen, groepen of vakbonden. | 2 | VITO kan binnen de perken van haar voorwerp eveneens deelnemen aan tijdelijke ondernemingsvormen, zoals verenigingen, groepen of vakbonden. |
| 4 | 3° schenkingen en legaten; | 4 | 3° schenkingen en legaten; |
| 5 | 4° opbrengsten van eigen vermogen, toevallige ontvangsten en overige inkomsten. | 5 | 4° opbrengsten van eigen vermogen, toevallige ontvangsten en overige inkomsten. |
| 6 | De VITO organiseert zich zodat op elk moment voldaan wordt aan de vereisten, vermeld in richtlijn 80/723/EEG van 25 juni 1980 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen, zoals tot op heden gewijzigd. | 6 | De VITO organiseert zich zodat op elk moment voldaan wordt aan de vereisten, vermeld in richtlijn 2006/111/EG van 16 november 2006 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen, zoals tot op heden gewijzigd. |
| 1 | De algemene vergadering bestaat uit de aandeelhouders. | 1 | De algemene vergadering bestaat uit de aandeelhouders. |
| 2 | Tenzij met toepassing van artikel 36, anders is bepaald, geeft elk aan-deel recht op één stem. | 2 | Tenzij met toepassing van artikel 36, anders is bepaald, geeft elk aan-deel recht op één stem. |
| 3 | De stemrechtbeperking, vermeld in artikel 76 van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, is niet van toepassing. | 3 | De stemrechtbeperking, vermeld in artikel 7:55 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, is niet van toepassing. |
| 4 | De rechtspersonen-aandeelhouders worden ieder vertegenwoordigd door één daartoe aangestelde gevolmachtigde. | 4 | De rechtspersonen-aandeelhouders worden ieder vertegenwoordigd door één daartoe aangestelde gevolmachtigde. |