Decreet tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges en het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten, wat betreft het optimaliseren van de regelgeving inzake complexe projecten
15 artikels gewijzigd
| 1 | De kamer waarbij de zaak aanhangig is, spreekt een arrest uit binnen een ordetermijn van zes maanden na de neerlegging van het verzoekschrift tot vernietiging, als het beroep een definitief vastgesteld voorkeursbesluit als vermeld in artikel 45 van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten tot voorwerp heeft. |
| 1 | § 1. De volgende principes staan centraal in de procesaanpak van de besluitvormingsprocedure : | ||
| 2 | 1° het participatiebeginsel; | ||
| 3 | 2° open communicatie en transparantie; | ||
| 4 | 3° maatwerk inzake de concrete invulling van het proces; | ||
| 5 | 4° geïntegreerde en oplossingsgerichte samenwerking; | ||
| 6 | 5° gelijktijdige en geïntegreerde aanpak van de onderzoeken en de inspraak; | ||
| 7 | 6° procesregie die door de actoren wordt gedragen. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering stelt een methodiek ter beschikking in de vorm van een routeplanner die de procesaanpak van de geïntegreerde besluitvormingsprocedure voor complexe projecten verduidelijkt. | ||
| 9 | § 2. Een evolutieve en indicatieve procesnota geeft aan welke procesaanpak wordt gevolgd om invulling te geven aan de principes vermeld in paragraaf 1. | ||
| 10 | De procesnota wordt openbaar gemaakt |
| 3 | 2° de op strategisch niveau redelijkerwijs te onderzoeken alternatieven; | 3 | 2° de op strategisch niveau redelijkerwijs te onderzoeken alternatieven; |
| 4 | 3° de wijze waarop de effecten van de redelijke alternatieven zullen worden onderzocht en beoordeeld in het licht van het te nemen voorkeursbesluit. | 4 | 3° de wijze waarop de effecten van de redelijke alternatieven zullen worden onderzocht en beoordeeld in het licht van het te nemen voorkeursbesluit. |
| 5 | Om overlapping van beoordeling te voorkomen, wordt er in de alternatievenon-derzoeksnota, vermeld in het eerste lid, rekening mee gehouden dat het te nemen voorkeursbesluit zich bevindt in de onderzoeksfase op strategisch niveau en dat aspecten die qua detailleringsniveau redelijkerwijze niet relevant zijn voor het te nemen voorkeursbesluit, beter in de uitwerkingsfase kunnen worden onderzocht en beoordeeld. | ||
| 6 | In de alternatievenonderzoeksnota, vermeld in het eerste lid, wordt de reikwijdte en het detailleringsniveau van het MER afgestemd op de inhoud en het detailleringsniveau van het te nemen voorkeursbesluit. | ||
| 5 | § 2. De procesverantwoordelijke bezorgt de alternatievenonderzoeksnota aan de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage en aan de door de Vlaamse Regering bepaalde adviesinstanties. | 7 | § 2. De procesverantwoordelijke bezorgt de alternatievenonderzoeksnota aan de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage en aan de door de Vlaamse Regering bepaalde adviesinstanties. |
| 6 | Het publiek wordt over de alternatievenonderzoeksnota geraadpleegd. | 8 | Het publiek wordt over de alternatievenonderzoeksnota geraadpleegd. |
| 1 | Op grond van de alternatievenonderzoeksnota, de adviezen en de opmerkingen van het publiek, vermeld in artikel 8, § 2, en de beslissing van de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage, vermeld in artikel 8, § 3, wordt een geïntegreerd effectenonderzoek uitgevoerd. | 1 | Op grond van de alternatievenonderzoeksnota, de adviezen en de opmerkingen van het publiek, vermeld in artikel 8, § 2, en de beslissing van de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage, vermeld in artikel 8, § 3, wordt een geïntegreerd effectenonderzoek uitgevoerd. |
| 2 | Het geïntegreerde effectenonderzoek omvat ten minste het ruimtelijke en het milieugerelateerde effectenonderzoek op strategisch niveau. | 2 | Het geïntegreerde effectenonderzoek omvat ten minste het ruimtelijke en het milieugerelateerde effectenonderzoek op strategisch niveau. |
| 3 | Als het complexe project, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, betekenisvolle effecten kan hebben op een speciale beschermingszone, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor dat gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen ervan. Die passende beoordeling maakt een als dusdanig herkenbaar onderdeel uit van het milieugerelateerde effectenonderzoek. | 3 | Als het voorkeursbesluit, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, betekenisvolle effecten kan hebben op een speciale beschermingszone, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor dat gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen ervan. Die passende beoordeling maakt een als dusdanig herkenbaar onderdeel uit van het milieugerelateerde effectenonderzoek. |
| 4 | Op grond van toepasselijke regelgeving van andere beleidssectoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project, kunnen andere onderzoeken, dan vermeld in het tweede en derde lid, in het onderzoek op strategisch niveau betrokken worden. | 4 | Op grond van toepasselijke regelgeving van andere beleidssectoren die relevant zijn bij de beoordeling van een complex project, kunnen andere onderzoeken, dan vermeld in het tweede en derde lid, in het onderzoek op strategisch niveau betrokken worden. |
| 5 | De resultaten van het milieugerelateerde effectenonderzoek worden vastgelegd in een ontwerp van MER. | 5 | De resultaten van het milieugerelateerde effectenonderzoek worden vastgelegd in een ontwerp van MER. |
| 1 | De inhoud van het ontwerp van MER wordt gebaseerd op de inhoudsvereisten, vermeld in artikel 4.2.8, § 1bis, en artikel 4.3.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. | 1 | De inhoud van het ontwerp van MER wordt gebaseerd op de inhoudsvereisten, vermeld in artikel 4.2.8, § 1bis, en artikel 4.3.7 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Bij het bepalen van de inhoud van het ontwerp van MER wordt rekening gehouden met de alternatievenonderzoeksnota, de adviezen en de opmerkingen van het publiek, vermeld in artikel 8, §2, en de beslissing van de dienst, bevoegd voor milieueffectrapportage, vermeld in artikel 8, §3. |
| 2 | Het ontwerp van MER houdt rekening met het detailleringsniveau van het te nemen voorkeursbesluit en met de doelstellingen en de geografische werkingssfeer van het geplande complexe project. | 2 | Het ontwerp van MER houdt rekening met het detailleringsniveau van het te nemen voorkeursbesluit en met de doelstellingen en de geografische werkingssfeer van het geplande complexe project. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels om te verzekeren dat de kwaliteit van het ontwerp van MER en het definitieve MER toereikend is. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels om te verzekeren dat de kwaliteit van het ontwerp van MER en het definitieve MER toereikend is. |
| 1 | § 1. De resultaten van het geïntegreerde effectenonderzoek worden vastgelegd in effectenonderzoeksrapporten, waaronder het ontwerp van MER. | 1 | § 1. De resultaten van het geïntegreerde effectenonderzoek worden vastgelegd in effectenonderzoeksrapporten, waaronder het ontwerp van MER. |
| 2 | Op basis van de conclusies van de effectenonderzoeksrapporten worden een synthesenota en een voorontwerp van voorkeursbesluit opgemaakt. | 2 | Op basis van de conclusies van de effectenonderzoeksrapporten worden een synthesenota en een voorontwerp van voorkeursbesluit opgemaakt. |
| 3 | § 2. De procesverantwoordelijke bezorgt de synthesenotaen het voorontwerp van voorkeursbesluit aan de adviesinstanties, vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, die uitgenodigd worden op een adviesvergadering. | 3 | § 2. De procesverantwoordelijke bezorgt de synthesenota, de effectenonderzoeksrapporten en het voorontwerp van voorkeursbesluit aan de adviesinstanties, vermeld in artikel 8, §2, die uitgenodigd worden op een adviesvergadering. |
| 4 | Alle adviesinstanties geven uiterlijk op het moment van de adviesvergadering hun advies. Als de adviesinstanties geen advies uitbrengen uiterlijk op de adviesvergadering, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. | 4 | Alle adviesinstanties geven uiterlijk op het moment van de adviesvergadering hun advies. Als de adviesinstanties geen advies uitbrengen uiterlijk op de adviesvergadering, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. |
| 5 | De Vlaamse Regering kan de nadere procedurele regels voor de adviesvergadering vastleggen. | 5 | De Vlaamse Regering kan de nadere procedurele regels voor de adviesvergadering vastleggen. |
| 7 | 5° een verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het voorkeursbesluit worden geïntegreerd en op welke wijze rekening is gehouden met de gevoerde onderzoeken, waaronder het ontwerp van MER en met de in het kader van die onderzoeken uitgebrachte opmerkingen, adviezen en overwegingen; | 7 | 5° een verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het voorkeursbesluit worden geïntegreerd en op welke wijze rekening is gehouden met de gevoerde onderzoeken, waaronder het ontwerp van MER en met de in het kader van die onderzoeken uitgebrachte opmerkingen, adviezen en overwegingen; |
| 8 | 6° de relatie met de relevante beleidsplannen; | 8 | 6° de relatie met de relevante beleidsplannen; |
| 9 | 7° in voorkomend geval, de wijze waarop zal worden afgeweken van : | 9 | 7° in voorkomend geval, de wijze waarop met toepassing van artikel 13 zal worden afgeweken van : |
| 10 | a) de ruimtelijke beleidsplannen of het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen; | 10 | a) de ruimtelijke beleidsplannen of het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen; |
| 11 | b) de voorschriften van plannen van aanleg en van ruimtelijke uitvoeringsplannen; | 11 | b) de voorschriften van plannen van aanleg en van ruimtelijke uitvoeringsplannen; |
| 1 | § 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, onderwerpt het ontwerp van voorkeursbesluit en het ontwerp van MER aan een openbaar onderzoek. | 1 | § 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, onderwerpt het ontwerp van voorkeursbesluit en het ontwerp van MER aan een openbaar onderzoek. |
| 2 | Tijdens het openbaar onderzoek worden de volgende documenten ter inzage gelegd : | 2 | Tijdens het openbaar onderzoek worden de volgende documenten analoog of digitaal ter inzage gelegd : |
| 3 | 1° het ontwerp van voorkeursbesluit; | 3 | 1° het ontwerp van voorkeursbesluit; |
| 4 | 2° de synthesenota; | 4 | 2° de synthesenota; |
| 5 | 3° de effectenonderzoeksrapporten waarop de synthesenota gebaseerd is, waaronder het ontwerp van MER; | 5 | 3° de effectenonderzoeksrapporten waarop de synthesenota gebaseerd is, waaronder het ontwerp van MER; |
| 6 | 4° de beslissing, vermeld in artikel 8, § 3, en artikel 12. | 6 | 4° de beslissing, vermeld in artikel 8, § 3. |
| 7 | De terinzagelegging vindt plaats in het gemeentehuis van elke gemeente waarvan het gebied door het ontwerp van voorkeursbesluit geheel of ten dele wordt bestreken. | 7 | De terinzagelegging vindt plaats in het gemeentehuis van elke gemeente waarvan het gebied door het ontwerp van voorkeursbesluit geheel of ten dele wordt bestreken. |
| 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het openbaar onderzoek. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het openbaar onderzoek. Als de terinzagelegging digitaal verloopt, kan de persoon die het dossier raadpleegt, hierbij beroep doen op technische ondersteuning van de over-heid, waarbij het dossier ter inzage ligt. | ||
| 9 | § 2. Als het ontwerp van voorkeursbesluit aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, in verdragspartijen bij het Verdrag van Espoo of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, bezorgt de procesverantwoordelijke de documenten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, voor advies aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen of gewesten, wat betreft de aanzienlijke effecten voor mens of milieu. | 9 | § 2. Als het ontwerp van voorkeursbesluit aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, in verdragspartijen bij het Verdrag van Espoo of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, bezorgt de procesverantwoordelijke de documenten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, voor advies aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen of gewesten, wat betreft de aanzienlijke effecten voor mens of milieu. |
| 10 | De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop de bevoegde autoriteiten en de burgers van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten hun mening over het ontwerp van voorkeursbesluit en het MER kunnen meedelen, alsook voor de wijze waarop daarover overleg wordt gepleegd. | 10 | De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop de bevoegde autoriteiten en de burgers van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten hun mening over het ontwerp van voorkeursbesluit en het MER kunnen meedelen, alsook voor de wijze waarop daarover overleg wordt gepleegd. |
| 1 | § 1. Het voorkeursbesluit wordt minstens bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad na de definitieve vaststelling. | 1 | § 1. Het voorkeursbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad na de definitieve vaststelling. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan andere wijzen bepalen waarop het publiek op de hoogte wordt gebracht van het definitief vastgestelde voorkeursbesluit. | 2 | De Vlaamse Regering kan andere wijzen bepalen waarop het publiek op de hoogte wordt gebracht van het definitief vastgestelde voorkeursbesluit. |
| 3 | § 2. Een afschrift van het definitief vastgestelde voorkeursbesluit wordt gestuurd naar : | 3 | § 2. Een afschrift van het definitief vastgestelde voorkeursbesluit wordt gestuurd naar : |
| 1 | § 1. Bij de start van de uitwerkingsfase wordt een projectonderzoeksnota opgesteld. Die bevat een beschrijving van : | 1 | § 1. Bij de start van de uitwerkingsfase wordt een projectonderzoeksnota opgesteld. Die bevat een beschrijving van : |
| 2 | 1° het project en de flankerende maatregelen die opgenomen zijn in het voorkeursbesluit; | 2 | 1° het project en de flankerende maatregelen die opgenomen zijn in het voorkeursbesluit; |
| 3 | 2° de op uitvoeringsniveau redelijkerwijs te onderzoeken alternatieven; | ||
| 3 | 2° in voorkomend geval, een afweging over andere op inrichtings- en uit-voeringsniveau redelijkerwijs te onderzoeken alternatieven en varianten; | ||
| 4 | 3° de wijze waarop de effecten van het project, de flankerende maatregelen en de redelijke alternatieven zullen worden onderzocht en beoordeeld in het licht van het te nemen projectbesluit. | 4 | 3° de wijze waarop de effecten van het project, de flankerende maatregelen en de redelijke alternatieven zullen worden onderzocht en beoordeeld in het licht van het te nemen projectbesluit. |
| 5 | Een projectonderzoeksnota als vermeld in het eerste lid, kan gelden voor verschillende projectbesluiten als het alternatief dat in het voorkeursbesluit op strategisch niveau gekozen is, resulteert in verschillende concrete pro-jecten. | ||
| 5 | § 2. De procesverantwoordelijke bezorgt de projectonderzoeksnota aan de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage en aan de door de Vlaamse Regering bepaalde adviesinstanties. | 6 | § 2. De procesverantwoordelijke bezorgt de projectonderzoeksnota aan de dienst bevoegd voor milieueffectrapportage en aan de door de Vlaamse Regering bepaalde adviesinstanties. |
| 6 | Als uit de projectonderzoeksnota blijkt dat er aanzienlijke effecten kunnen zijn voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, in verdragspartijen bij het Verdrag van Espoo of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, legt de procesverantwoordelijke de projectonderzoeksnota, samen met alle beschikbare informatie over de mogelijke (gewest)grensoverschrijdende effecten, voor advies voor aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie, wat betreft de aanzienlijke effecten voor mens of milieu. | 7 | Als uit de projectonderzoeksnota blijkt dat er aanzienlijke effecten kunnen zijn voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, in verdragspartijen bij het Verdrag van Espoo of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, legt de procesverantwoordelijke de projectonderzoeksnota, samen met alle beschikbare informatie over de mogelijke (gewest)grensoverschrijdende effecten, voor advies voor aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie, wat betreft de aanzienlijke effecten voor mens of milieu. |
| 1 | § 1. De resultaten van het geïntegreerde effectenonderzoek worden vastgelegd in effectenonderzoeksrapporten, waaronder het ontwerp van MER. | 1 | § 1. De resultaten van het geïntegreerde effectenonderzoek worden vastgelegd in effectenonderzoeksrapporten, waaronder het ontwerp van MER. |
| 2 | Op basis van de conclusies van de effectenonderzoeksrapporten worden een synthesenota en een voorontwerp van projectbesluit opgemaakt. | 2 | Op basis van de conclusies van de effectenonderzoeksrapporten worden een synthesenota en een voorontwerp van projectbesluit opgemaakt. |
| 3 | § 2. De procesverantwoordelijke bezorgt de synthesenotaen het voorontwerp van projectbesluit aan de adviesinstanties, vermeld in artikel 18, §2, eerste lid, die uitgenodigd worden op een adviesvergadering. | 3 | § 2. De procesverantwoordelijke bezorgt de synthesenota, de effectenonderzoeksrapporten en het voorontwerp van projectbesluit aan de adviesinstanties, vermeld in artikel 18, §2, die uitgenodigd worden op een adviesvergadering. |
| 4 | De bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die gemachtigd zijn om in voorkomend geval de beslissingen, vermeld in artikel 40 en artikel 41 te nemen behoren in elk geval ook tot de adviesinstanties, vermeld in het eerste lid. | 4 | De bestuursorganen, entiteiten of ambtenaren die gemachtigd zijn om in voorkomend geval de beslissingen, vermeld in artikel 40 en artikel 41 te nemen behoren in elk geval ook tot de adviesinstanties, vermeld in het eerste lid. |
| 5 | Alle adviesinstanties geven uiterlijk op het moment van de adviesvergadering hun advies. Als de adviesinstanties geen advies uitbrengen uiterlijk op de adviesvergadering, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. | 5 | Alle adviesinstanties geven uiterlijk op het moment van de adviesvergadering hun advies. Als de adviesinstanties geen advies uitbrengen uiterlijk op de adviesvergadering, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. |
| 2 | Het ontwerp van projectbesluit geeft invulling aan het definitief vastgestelde voorkeursbesluit. | 2 | Het ontwerp van projectbesluit geeft invulling aan het definitief vastgestelde voorkeursbesluit. |
| 3 | Een ontwerp van projectbesluit bevat : | 3 | Een ontwerp van projectbesluit bevat : |
| 4 | 1° het op uitvoeringsniveau gekozen alternatief, weergegeven op grafische plannen of tekstueel omschreven; | 4 | 1° het op uitvoeringsniveau gekozen alternatief; |
| 5 | 2° een motivering voor de keuze van dat alternatief, in het licht van de andere redelijke alternatieven die zijn onderzocht; | 5 | 2° een motivering voor de keuze van dat alternatief, in het licht van de andere redelijke alternatieven die zijn onderzocht; |
| 6 | 3° een motivering van de aanwijzing van de bevoegde overheid conform artikel 6; | 6 | 3° een motivering van de aanwijzing van de bevoegde overheid conform artikel 6; |
| 7 | 4° een verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het projectbesluit worden geïntegreerd en op welke wijze rekening is gehouden met de gevoerde onderzoeken, waaronder het ontwerp van MER, en met de opmerkingen, adviezen en overwegingen die in het kader van die onderzoeken zijn uitgebracht met inbegrip van een samenvatting van deze opmerkingen, adviezen en overwegingen; | 7 | 4° een verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het projectbesluit worden geïntegreerd en op welke wijze rekening is gehouden met de gevoerde onderzoeken, waaronder het ontwerp van MER, en met de opmerkingen, adviezen en overwegingen die in het kader van die onderzoeken zijn uitgebracht met inbegrip van een samenvatting van deze opmerkingen, adviezen en overwegingen; |
| 8 | 5° de relatie met de relevante beleidsplannen; | 8 | 5° de relatie met de relevante beleidsplannen; |
| 9 | 6° in voorkomend geval, de wijze waarop zal worden afgeweken van : | 9 | 6° in voorkomend geval, de wijze waarop met toepassing van artikel 22 zal worden afgeweken van : |
| 10 | a) de ruimtelijke beleidsplannen of het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen; | 10 | a) de ruimtelijke beleidsplannen of het richtinggevende en bindende gedeelte van de ruimtelijke structuurplannen; |
| 11 | b) de voorschriften van plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen; | 11 | b) de voorschriften van plannen van aanleg en ruimtelijke uitvoeringsplannen; |
| 12 | 7° de opgave als welke beslissingen vermeld in artikel 40 en 41het projectbesluit geldt en, in voorkomend geval, de wijze waarop toepassing gemaakt wordt van artikel 41; | 12 | 7° de opgave als welke beslissingen vermeld in artikel 38, 39, 40 en 41, het projectbesluit geldt en, in voorkomend geval, de wijze waarop toepassing gemaakt wordt van artikel 41; |
| 13 | 8° in voorkomend geval, een herkenbaar onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 2.2.5. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, en dat de gegevens, vermeld in artikel 2.2.5, § 1, van de voormelde codex, bevat; | 13 | 8° in voorkomend geval, een herkenbaar onderdeel dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 2.2.5. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, en dat de gegevens, vermeld in artikel 2.2.5, § 1, van de voormelde codex, bevat; |
| 14 | 8/1° in voorkomend geval, stedenbouwkundige verordeningen of overeenkomsten als vermeld in artikel 2.2.5, §2, van de Vlaamse Co-dex Ruimtelijke Ordening; | ||
| 14 | 9° in voorkomend geval, de acties, maatregelen, voorwaarden, lasten of instrumenten bij het alternatief dat gekozen is op uitvoeringsniveau met inbegrip van een beschrijving van alle kenmerken van het ontwerp van projectbesluit en/of de geplande maatregelen om aanzienlijke nadelige effecten op het milieu te vermijden, te voorkomen of te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren; | 15 | 9° in voorkomend geval, de acties, maatregelen, voorwaarden, lasten of instrumenten bij het alternatief dat gekozen is op uitvoeringsniveau met inbegrip van een beschrijving van alle kenmerken van het ontwerp van projectbesluit en/of de geplande maatregelen om aanzienlijke nadelige effecten op het milieu te vermijden, te voorkomen of te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren; |
| 15 | 10° de monitoringsmaatregelen en, in voorkomend geval, de flankerende maatregelen op het detailleringsniveau van het ontwerp van projectbesluit; | 16 | 10° de monitoringsmaatregelen en, in voorkomend geval, de flankerende maatregelen op het detailleringsniveau van het ontwerp van projectbesluit; |
| 1 | § 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, onderwerpt het ontwerp van projectbesluit en het ontwerp van MER aan een openbaar onderzoek. | 1 | § 1. De bevoegde overheid, vermeld in artikel 6, onderwerpt het ontwerp van projectbesluit en het ontwerp van MER aan een openbaar onderzoek. |
| 2 | Tijdens het openbaar onderzoek worden de volgende documenten ter inzage gelegd : | 2 | Tijdens het openbaar onderzoek worden de volgende documenten analoog of digitaal ter inzage gelegd : |
| 3 | 1° het ontwerp van projectbesluit; | 3 | 1° het ontwerp van projectbesluit; |
| 4 | 2° de synthesenota; | 4 | 2° de synthesenota; |
| 5 | 3° de effectenonderzoeksrapporten waarop de synthesenota gebaseerd is, waaronder het ontwerp van MER; | 5 | 3° de effectenonderzoeksrapporten waarop de synthesenota gebaseerd is, waaronder het ontwerp van MER; |
| 6 | 4° de beslissing, vermeld in artikel 18, § 3. | 6 | 4° de beslissing, vermeld in artikel 18, § 3. |
| 7 | Deze terinzagelegging vindt plaats in het gemeentehuis van elke gemeente waarvan het gebied door het ontwerp van projectbesluit geheel of ten dele wordt bestreken. | 7 | Deze terinzagelegging vindt plaats in het gemeentehuis van elke gemeente waarvan het gebied door het ontwerp van projectbesluit geheel of ten dele wordt bestreken. Als de terinzagelegging digitaal verloopt, kan de persoon die het dossier raadpleegt, hierbij beroep doen op technische ondersteuning van de over-heid, waarbij het dossier ter inzage ligt. |
| 8 | Inspraakreacties die vragen om terug te komen op het voorkeursbesluit, zijn onontvankelijk. | 8 | Inspraakreacties die vragen om terug te komen op het voorkeursbesluit, zijn onontvankelijk. |
| 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het openbaar onderzoek. | 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het openbaar onderzoek. |
| 1 | § 1. Het projectbesluit wordt minstens bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad na de definitieve vaststelling. | 1 | § 1. Het projectbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad na de definitieve vaststelling. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan andere wijzen bepalen waarop het publiek op de hoogte wordt gebracht van het definitief vastgestelde projectbesluit. | 2 | De Vlaamse Regering kan andere wijzen bepalen waarop het publiek op de hoogte wordt gebracht van het definitief vastgestelde projectbesluit. |
| 3 | § 2. Een afschrift van het definitief vastgestelde projectbesluit wordt gestuurd naar : | 3 | § 2. Een afschrift van het definitief vastgestelde projectbesluit wordt gestuurd naar : |
| 1 | Het definitief vastgestelde projectbesluit geldt in voorkomend geval als volgende beslissingen : | 1 | Het definitief vastgestelde projectbesluit geldt in voorkomend geval als volgende beslissingen : |
| 2 | 1° de vergunningen, ontheffingen of afwijkingen, verleend bij of krachtens het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu; | 2 | 1° de vergunningen, ontheffingen of afwijkingen, verleend bij of krachtens het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu; |
| 3 | 2° de beslissing over de zaak van de wegen, vermeld in artikel 42 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 en artikel 31 en 65 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning; | 3 | 2° de beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, vermeld in artikel 8 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en artikel 31 en 65 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning; |
| 4 | 3° de beslissing tot aanleg, wijziging of opheffing van een buurtweg, vermeld in de wet van 10 april 1841 op de buurtwegen; | ||
| 4 | 3° ... | ||
| 5 | 4° de vergunningen, de machtigingen en toelatingen, vermeld in de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013; | 5 | 4° de vergunningen, de machtigingen en toelatingen, vermeld in de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013; |
| 6 | 5° de conformiteitsattesten, vermeld in artikel 50 en 58 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; | 6 | 5° de conformiteitsattesten, vermeld in artikel 50 en 58 van het decreet van 27 oktober 2006 betreffende de bodemsanering en de bodembescherming; |
| 9 | 8° de vergunningen, machtigingen of afwijkingen, verleend bij of krachtens het Bosdecreet van 13 juni 1990, behoudens die vermeld in artikel 90bis, § 1, laatste lid; | 9 | 8° de vergunningen, machtigingen of afwijkingen, verleend bij of krachtens het Bosdecreet van 13 juni 1990, behoudens die vermeld in artikel 90bis, § 1, laatste lid; |
| 10 | 9° de machtiging, vermeld in artikel 89 van het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende Algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk; | 10 | 9° de machtiging, vermeld in artikel 89 van het koninklijk besluit van 15 oktober 1935 houdende Algemeen reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk; |
| 11 | 10° de afwijkingen, vermeld in artikel 7 van de koninklijke besluiten van 20 augustus 1934, 12 september 1934 en 17 oktober 1934 aangaande de bouwvrije stroken langs de rijkswegen, en vermeld in artikel 2 en 7 van het koninklijk besluit van 4 juni 1958 betreffende de vrije stroken langs de autosnelwegen; | ||
| 11 | 10° de afwijkingen, vermeld in artikel 4 en 5 van het besluit van de Vlaam-se Regering van 25 januari 2019 betreffende de vrije stroken langs au-tosnelwegen;; | ||
| 12 | 11° de toestemmingen of machtigingen, verleend bij of krachtens het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen. | 12 | 11° de toestemmingen of machtigingen, verleend bij of krachtens het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen. |
| 13 | Het definitief vastgestelde projectbesluit geeft aan als welk van die beslissingen het geldt. | 13 | Het definitief vastgestelde projectbesluit geeft aan als welk van die beslissingen het geldt. |