§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Veldwetboek van 7 oktober 1886, het Bosdecreet van 13 juni 1990, het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu en het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wat betreft het beschermen van de bossen en het natuurbeheer van openbare terreinen

Vlaamse Regering #1292 Staatsblad 29 juli 2022 NUMAC 2022032818
9 artikels gewijzigd
+2 −0 decreet-1997-10-21/art. 12octies
11113° een aanvraag voor de opmaak van een toegankelijkheidsregeling wordt onderworpen aan een advies van het agentschap.
1212De Vlaamse Regering of haar gemachtigde beslist over de aanvragen van de goedkeuring van een toegankelijkheidsregeling, vermeld in het tweede lid.
13+§ 2bis. De beheerder van een terrein kan in een toegankelijkheidsregeling vastleggen onder welke voorwaarden gerookt mag worden en vuur gemaakt mag worden op het terrein. Als ter uitvoering van artikel 13, § 9, tweede lid, de Vlaamse Regering een regeling treft, krijgt die regeling voorrang ten opzichte van wat in de toegankelijkheidsregeling voor het terrein vermeld staat.
14+De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen voor de aanduiding van de wijze waarop kan worden bekendgemaakt hoe roken en vuur maken geregeld zijn op het terrein.
1315§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels over de inhoud en de procedure voor de goedkeuring van een toegankelijkheidsregeling.
+21 −0 decreet-1997-10-21/art. 12decies nieuw
1+§ 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder besturen:
2+1. een gemeente;
3+2. een gemeentebedrijf;
4+3. een vereniging van gemeenten;
5+4. een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
6+5. een intercommunaal centrum voor maatschappelijk welzijn;
7+6. een vereniging van openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
8+7. een provincie;
9+8. een provinciebedrijf;
10+9. een polder;
11+10. een watering;
12+11. een vereniging van polders en wateringen;
13+12. een kerkfabriek en elke andere rechtspersoon die voor de uitoefening van een openbare eredienst of voor verenigingen van vrijzinnigen onroerende goederen beheert.
14+De besturen die eigenaar zijn van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kunnen het agentschap verzoeken om het technische beheer van dat terrein uit te voeren. De besturen geven in een schriftelijke mededeling aan dat ze de intentie hebben om een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16bis, op te maken. De Vlaamse Regering bepaalt de taken die vallen onder het technische beheer wat slaat op uitvoerende en coördinerende taken die nodig zijn om het beheer van het terrein binnen gestelde doelstellingen uit te voeren. Het technische beheer wordt stopgezet nadat het voormelde natuurbeheerplan is goedgekeurd conform artikel 16octies.
15+De besturen die eigenaar zijn van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kunnen met een overeenkomst het volledige beheer aan het agentschap overdragen op voorwaarde dat er een goedgekeurd natuurbeheerplan is als vermeld in artikel 16octies, of dat het bestuur de intentie heeft om een natuurbeheerplan als vermeld in artikel 16bis op te maken. Bij de beslissing tot overname van het beheer verleent het agentschap geen subsidies meer als vermeld in artikel 16sedecies. Dit volledige beheer onderscheidt zich van het technische beheer door ook het stellen van de doelstellingen voor het natuurtechnische beheer en de volledige financiële verantwoordelijkheid voor het beheer te omvatten.
16+§ 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen de eigenaars van alle andere openbare terreinen die beheerd worden of zullen worden in het kader van natuurbehoud schriftelijk laten weten aan het agentschap om het technische beheer te laten uitvoeren door het agentschap.
17+§ 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan een publiekrechtelijke rechtspersoon die eigenaar is van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, een derde het technische beheer laten uitvoeren. Als van die mogelijkheid wordt gebruikgemaakt, voert de derde in kwestie het volledige takenpakket uit dat wordt bepaald krachtens paragraaf 1, tweede lid. Het is niet mogelijk om alleen bepaalde taken van het voormelde takenpakket door de derde te laten uitvoeren terwijl het agentschap nog andere taken van het voormelde takenpakket uitvoert.
18+Een publiekrechtelijk rechtspersoon die gebruik maakt van de mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, sluit daarvoor een overeenkomst met de derde. De publiekrechtelijke rechtspersoon deelt het agentschap schriftelijk mee welke derde het technische beheer uitvoert, binnen dertig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst.
19+In voorkomend geval worden tussen enerzijds het agentschap en anderzijds de publiekrechtelijke rechtspersoon en de derde die de beheertaken op zich zal nemen, afspraken gemaakt over het tijdstip waarop de derde de taken overneemt die het agentschap voorheen uitvoerde. De taken worden uiterlijk negentig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst, vermeld in het tweede lid, overgedragen. Het agentschap zal de taken die het voorheen uitvoerde in elk geval niet meer uitvoeren nadat de voormelde termijn van negentig dagen is verstreken.
20+§ 4. Het beheer van een openbaar terrein dat beheerd wordt of zal worden in het kader van natuurbehoud, kan met een overeenkomst tussen de partijen in kwestie worden overgedragen aan een derde.
21+De publiekrechtelijke rechtspersoon bezorgt een afschrift van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap binnen dertig dagen na de dag van de ondertekening van de overeenkomst. De terreinen in kwestie behouden de status van openbaar terrein.
+4 −0 decreet-1997-10-21/art. 13
2828De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de informatie die moet worden aangeleverd door de aanvrager van een vergunning met betrekking tot de termijn, de frequentie en de aard van de activiteiten.
2929§ 8. Het zonder voorafgaandelijke omgevingsvergunning of in strijd met deze omgevingsvergunning uitvoeren van vergunningsplichtige handelingen inzake wijziging van de vegetatie of van kleine landschapselementen of van de vegetatie ervan of van handelingen die verboden zijn op basis van of in uitvoering van artikel 13, § 3, is verboden.
30+§ 9. Op terreinen waarvoor een natuurbeheerplan is goedgekeurd, en binnen een afstand van 25 meter tot die terreinen is het met uitzondering van wettelijk verplichte verbrandingen verboden te roken en vuur te maken in de openlucht om welk motief dan ook, behalve in de volgende gevallen:
31+1° ter uitvoering van het goedgekeurde beheersplan;
32+2° ter uitvoering van een goedgekeurde toegankelijkheidsregeling als vermeld in artikel 12octies.
33+De Vlaamse Regering kan ook voor de terreinen, vermeld in het eerste lid, en andere terreinen in de vrije natuur een verbod op roken en het maken van vuur instellen door dat verbod te koppelen aan de toestand over de brandgevoeligheid van de natuurelementen op de terreinen.
+0 −7 decreet-1990-06-13/art. 45 opgeheven
1−§ 1. Onverminderd artikel 34, § 2, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, worden alle openbare bossen beheerd door het Agentschap.
2−In de openbare bossen, andere dan de domeinbossen, omvat dat beheer enkel de technische aspecten van het bosbeheer, die de praktische uitvoering van het beheersplan betreffen. De Vlaamse regering bepaalt wat onder die technische aspecten moet worden verstaan.
3−De eigenaar van een openbaar bos kan het volledige of gedeeltelijke beheer door een overeenkomst aan het Agentschap overdragen.
4−§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, kan de eigenaar van een openbaar bos het uitvoeren van beheersmaatregelen, in uitvoering van een goedgekeurd beheersplan of wanneer ze gemachtigd zijn door het Agentschap, toevertrouwen aan een natuurvereniging of een bosgroep, door middel van een overeenkomst. De eigenaar zendt onverwijld een afschrift van de overeenkomst naar het Agentschap.
5−In afwijking van paragraaf 1 kan de eigenaar van een openbaar bos het beheer aan een natuurvereniging overdragen. De eigenaar zendt onverwijld een afschrift van de overeenkomst aan het agentschap. De bossen in kwestie behouden in dat geval de status van openbaar bos. Het beheer wordt gevoerd conform de bepalingen van dit decreet en, voor wat het beheersplan betreft, overeenkomstig de bepalingen vermeld in hoofdstuk 4, afdeling 2, van het decreet Natuurbehoud.
6−§ 3. ...
7−§ 4. De bossen die, overeenkomstig het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, door de Vlaamse regering werden aangewezen als Vlaams natuurreservaat, worden in overeenstemming met de bepalingen van artikel 34, § 2, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu beheerd.
+0 −0 decreet-1990-06-13/art. 49 opgeheven
+1 −1 decreet-1990-06-13/art. 49bis
1−Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden die eigendom zijn van publiekrechtelijke rechtspersonen en die gelegen zijn in agrarisch gebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
1+Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden die eigendom zijn van publiekrechtelijke rechtspersonen en die gelegen zijn in agrarisch gebied verleent het agentschap en het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
+1 −1 decreet-1990-06-13/art. 87
442° op percelen gelegen in een speciale beschermingszone zoals vermeld in artikel 2, 43°, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, voor zover de bebossing nodig is voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen.
55Indien de voorwaarden, die aan de subsidies verbonden werden, niet werden nageleefd, kan de subsidie teruggevorderd worden en toegewezen aan het Fonds voor Prevente en Sanering inzake Leefmilieu en Natuur dat is ingeschreven in de begroting van het Vlaamse Gewest overeenkomstig de bepalingen van artikel 13. Wanneer de teruggevorderde subsidie afkomstig is uit het Fonds voor Compenserende Bebossing zoals bedoeld in artikel 17 van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt zij toegewezen aan dat Fonds.
6−Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied verleent het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
6+Voor de beplanting met houtachtige gewassen van gronden gelegen in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied verleent het agentschap en het daartoe aangestelde personeelslid van het departement Landbouw en Visserij een advies in het kader van de in artikel 35bis, § 5, van het Veldwetboek vereiste vergunning van het College van Burgemeester en Schepenen. Het advies wordt verleend binnen een termijn van 20 dagen. De termijn begint te lopen op de datum van verzending. Bij gebrek aan advies binnen deze termijn, wordt het advies geacht gunstig te zijn.
77Voor de rooiing binnen een termijn van 22 jaar na de aanplanting of na spontane bebossing met als bedoeling terug te keren naar gebruik als landbouwgrond als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwer, exploitatie en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid, is in afwijking van de stedenbouwkundige vergunningsplicht voor ontbossing, zoals bepaald in artikel 4.2.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, enkel een voorafgaande eenvoudige melding van de rooiing aan de landbouwkundig ingenieur van de Dienst Landbouw en de ambtenaar vereist. In het geval van exploitatie van de houtachtige gewassen, vermeld in het vierde lid, bedraagt deze termijn evenwel drie jaar na de laatste exploitatie. Van deze melding stelt de ambtenaar onverwijld het college van burgemeester en schepenen en het Departement Omgeving in kennis. De hiervoor bedoelde termijnen kunnen door de Vlaamse Regering worden aangepast.
88De Vlaamse regering bepaalt criteria voor ecologisch verantwoorde bebossing en bosuitbreiding.
+5 −5 decreet-1990-06-13/art. 90bis
665° ontbossing in functie van vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen, op voorwaarde dat die ontbossing opgenomen is in een beheerplan dat is goedgekeurd op grond van artikel 25, 43, § 1, 43, § 2, of 43, § 3, van dit decreet, van artikel 34, § 1, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu of opgenomen is in een natuurbeheerplan dat is goedgekeurd conform artikel 16octies van het voormelde decreet.
77De omgevingsvergunning voor ontbossing of voor het verkavelen van gronden voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen wordt verleend na voorafgaand advies van het Agentschap. Het advies wordt verleend op verzoek van de vergunningverlenende overheid. Als het advies niet wordt verleend binnen dertig dagen, wordt het geacht gunstig te zijn.
8−Voor andere ontbossingen of voor andere verkavelingen in geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, dan deze genoemd in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering, op individueel en op gemotiveerd verzoek van diegene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning tot ontbossen of een verkavelingsvergunning, de ontheffing toestaan van het verbod tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor ontbossing of voor het verkavelen van gronden voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, met inachtneming van de wetgeving inzake de ruimtelijke ordening en na advies van het Agentschap. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regelen inzake de ontheffing van dit verbod.
8+Voor andere ontbossingen of voor andere verkavelingen in geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, dan deze genoemd in het eerste lid, kan de Vlaamse Regering, op individueel en op gemotiveerd verzoek van diegene die in aanmerking wenst te komen voor een vergunning tot ontbossen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, de ontheffing toestaan van het verbod tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor ontbossing of voor het verkavelen van gronden voor geheel of gedeeltelijk beboste terreinen, met inachtneming van de wetgeving inzake de ruimtelijke ordening en na advies van het Agentschap. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regelen inzake de ontheffing van dit verbod.
99Het is voor eenieder, met behoud van de toepassing van artikel 91, § 1 en § 2, van dit decreet, verboden om een onwettige ontbossing in stand te houden in ruimtelijk kwetsbare gebieden als vermeld in artikel 1.1.2, 10°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.
1010§ 2. Met het oog op het behoud van een gelijkwaardig bosareaal,
11111° wordt door de houder van de omgevingsvergunning voor ontbossing compensatie gegeven voor de in § 1 eerste lid, 1° tot en met 4°, of het derde lid bedoelde ontbossing;
12−2° wordt door de houder van de verkavelingsvergunning compensatie gegeven voor de beboste delen van de verkaveling waarvoor de verkavelingsvergunning wordt aangevraagd na de inwerkingtreding van het decreet van 17 juli 2000 houdende wijziging van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
12+2° wordt door de houder van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden compensatie gegeven voor de beboste delen van de verkaveling waarvoor de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden wordt aangevraagd na de inwerkingtreding van het decreet van 17 juli 2000 houdende wijziging van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
13−§ 3. Voor de in § 2, 2°, bedoelde verkaveling wordt compensatie gegeven voor de gezamenlijke oppervlakte, voorzover die bebost is, van de kavels en van de in de aanvraag vermelde of als last aan de verkavelaar opgelegde werken, met uitzondering van de oppervlakte van de in de aanvraag vermelde of als last aan de verkavelaar opgelegde groene ruimten. Het behoud van deze als bos te behouden groene ruimten wordt door de vergunningverlenende instantie expliciet in de verkavelingsvoorschriften opgenomen. De aanvrager van de verkavelingsvergunning kan zowel openbare als niet-openbare beboste groene ruimten aanduiden.
13+§ 3. Voor de in § 2, 2°, bedoelde verkaveling wordt compensatie gegeven voor de gezamenlijke oppervlakte, voorzover die bebost is, van de kavels en van de in de aanvraag vermelde of als last aan de verkavelaar opgelegde werken, met uitzondering van de oppervlakte van de in de aanvraag vermelde of als last aan de verkavelaar opgelegde groene ruimten. Het behoud van deze als bos te behouden groene ruimten wordt door de vergunningverlenende instantie expliciet in de verkavelingsvoorschriften opgenomen. De aanvrager van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan zowel openbare als niet-openbare beboste groene ruimten aanduiden.
1414De verkaveling wordt vergund na voorafgaand advies van het Agentschap, dat wordt verleend volgens de bepalingen van § 1, tweede lid.
1515De vergunning tot ontbossing van een grond in een in § 2,2°, bedoelde verkaveling is niet onderworpen aan het in § 1, tweede lid, bedoelde advies en aan de compensatie. Bijkomende ontbossing van de in het eerste lid bedoelde groene ruimten kan enkel vergund worden na aanpassing van de verkavelingsvoorschriften via een verkavelingswijziging en na compensatie door de aanvrager van de verkavelingswijziging.
23231° gedurende 20 jaar na de melding indien de grond gelegen is in agrarisch gebied of een daarmee gelijkgesteld bestemmingsgebied;
24242° tot aan de datum van inwerkingtreding van de bestemmingswijziging van de grond naar een bestemming die ressorteert onder de categorie van gebiedsaanduiding `bos', `overig groen' of `reservaat en natuur' of tot aan de datum van inwerkingtreding van de aanduiding van de grond als `watergevoelig openruimtegebied' conform artikel 5.6.8, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
25−§ 5. De aanvrager van de vergunning tot ontbossing of van de in § 2, 2°, bedoelde verkavelingsvergunning stelt de compensatie voor overeenkomstig de eisen van het in § 4, derde lid, bedoelde besluit en dient het voorstel in bij de vergunningverlenende overheid, die het ter goedkeuring voorlegt aan het Agentschap.
25+§ 5. De aanvrager van de vergunning tot ontbossing of van de in § 2, 2°, bedoelde omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden stelt de compensatie voor overeenkomstig de eisen van het in § 4, derde lid, bedoelde besluit en dient het voorstel in bij de vergunningverlenende overheid, die het ter goedkeuring voorlegt aan het Agentschap.
2626Indien het voorstel niet voldoet aan de eisen van het in § 4, derde lid, bedoelde besluit of wanneer het voorstel om bosbouwkundige redenen niet aanvaardbaar is, past het Agentschap het voorstel aan aan de eisen van dat besluit of, wanneer het een compensatie in natura betreft, aan de eisen van wat bosbouwkundig aanvaardbaar is.
2727Het Agentschap stelt de aanvrager schriftelijk in kennis van de aanpassing, met vermelding van de redenen. Een kopie van deze kennisgeving wordt aan de vergunningverlenende overheid bezorgd. De aanvrager kan binnen de 14 dagen na ontvangst bezwaren tegen deze aanpassing of een alternatief compensatievoorstel aan het Agentschap overmaken. De adviestermijn, vermeld in artikel 26 en 43 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wordt gedurende de periode vanaf de kennisgeving van de aanpassing voor maximaal 14 dagen opgeschort. Na ontvangst van de bezwaren of het alternatief compensatievoorstel of, indien de aanvrager niet reageert op de kennisgeving van de aanpassing, na 14 dagen vanaf deze kennisgeving, neemt het Agentschap een definitieve beslissing met betrekking tot het compensatievoorstel.
2828Het goedgekeurde of aangepaste voorstel geldt als voorwaarde bij de in § 2, 1° of 2°, bedoelde vergunning.
29−De in § 2, 2°, bedoelde verkavelingsvergunning laat slechts vervreemding van een kavel toe nadat volledige compensatie werd gegeven.
29+De in § 2, 2°, bedoelde omgevingsvergunning voor het verkavelen van grondenlaat slechts vervreemding van een kavel toe nadat volledige compensatie werd gegeven.
3030§ 6. De vergunningverlenende overheid bezorgt een afschrift van haar beslissing inzake de aanvraag tot de in § 2, 1° en 2°, bedoelde vergunning aan het Agentschap.
3131§ 7. De in § 2 bedoelde compensatieplicht geldt niet voor gronden die spontaan bebost zijn na het in werking treden van dit decreet, voorzover deze spontane bebossing de leeftijd van tweeëntwintig jaar niet heeft bereikt.
+3 −1 decreet-2001-12-21/art. 17
11§ 1. Er wordt een Fonds voor de compenserende bebossing, in de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, opgericht.
2+§ 2. Aan het Fonds voor de compenserende bebossing worden de volgende ontvangsten toegewezen:
3+1° alle ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990, als de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de vergunning tot ontbossing of de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, vermeld in artikel 90bis, § 2, 2°, van het voormelde decreet, aflevert;
2−§ 2. Aan het Fonds voor de compenserende bebossing worden toegewezen alle ontvangsten voortvloeiend uit de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990 en ontvangsten van nietaangewende middelen toegekend vanuit het Fonds voor de compenserende bebossing aan de Vlaamse Landmaatschappij of aan openbare besturen, natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die bebossen.
4+2° de ontvangsten van niet-aangewende middelen die vanuit het Fonds voor de compenserende bebossing toegekend zijn aan de Vlaamse Landmaatschappij of aan openbare besturen, natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die bebossen.
35§ 3. De middelen van het Fonds voor Compenserende Bebossing kunnen aangewend worden voor :
461° het uitvoeren van bebossing door het Vlaamse Gewest;
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd