| 1 | §1. De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de beschikbare begrotingskredieten, voorzien in bijkomende financiering om de kost voor leerlingen te verminderen. De maatregel geldt voor de tweede en derde graad tso, bso en kso in het gewoon secundair onderwijs, de tweede en derde graad tso, bso en kso in opleidingsvorm 4 in het buitengewoon onderwijs alsook voor de integratie- en kwalificatiefase in opleidingsvorm 3 in het buitengewoon onderwijs. |
| 2 | De toekenning gebeurt op basis van een indeling in clusters. Voor elke cluster wordt een basisbedrag per gewogen leerling bepaald. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de clusters van structuuronderdelen of opleidingen die voor deze bijkomende financiering in aanmerking komen en het eraan verbonden gewicht, en houdt daarbij rekening met de kostprijs, de doorstroomkansen naar de arbeidsmarkt of naar het hoger onderwijs en hun maatschappelijke relevantie. |
| 4 | De Vlaamse Regering kan bijkomende randvoorwaarden opleggen om de kosten in betrokken structuuronderdelen en opleidingen van de tweede en derde graad in het gewoon secundair onderwijs, in opleidingsvorm 4 in het buitengewoon onderwijs alsook voor de integratie- en kwalificatiefase in opleidingsvorm 3 in het buitengewoon onderwijs te doen dalen. |
| 5 | §2. Onverminderd artikel 35 kan de Vlaamse Regering bijkomende maatregelen vaststellen die ertoe strekken de transparantie van de bijdrageregeling te verhogen. |