Houdende diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, het algemeen mobiliteitsbeleid, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid en houdende een subsidieregeling ter bevordering van een modal shift in het goederenvervoer #980
Gemerged Vlaamse Regering voegde 32 artikels samen in decreet-1990-07-31decreet-1992-12-18decreet-2013-05-03 · 25 oktober 2021 10 checks vragen aandacht
32 artikels gewijzigd
| 7 | 6° de lijncontroleur: het personeelslid dat gemachtigd is om de overtredingen, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, vast te stellen; | 7 | 6° de lijncontroleur: het personeelslid dat gemachtigd is om de overtredingen, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, vast te stellen; |
| 8 | 7° het sanctionerend personeelslid: het personeelslid dat de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, oplegt; | 8 | 7° het sanctionerend personeelslid: het personeelslid dat de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 44ter, § 1, eerste lid, oplegt; |
| 9 | 8° werkdagen: elke dag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen. | 9 | 8° werkdagen: elke dag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen; |
| 10 | 9° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). | ||
| 1 | § 1. Aan elke persoon die | 1 | § 1. Aan elke persoon die |
| 2 | 1° een overtreding begaat die is vastgesteld in de reisvoorwaarden als bedoeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid en die op het ogenblik waarop de feiten worden gepleegd veertien jaar is, of; | 2 | 1° een overtreding begaat die is vastgesteld in de reisvoorwaarden als bedoeld in artikel 2, 20°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid en die op het ogenblik waarop de feiten worden gepleegd veertien jaar is, of; |
| 3 | 2° niet beschikt over een geldig vervoerbewijs en die op het ogenblik van de feiten twaalf jaar is; | 3 | 2° niet beschikt over een geldig vervoerbewijs en die op het ogenblik van de feiten twaalf jaar is; |
| 4 | kan een administratieve geldboete van maximum 300 of 500 euro worden opgelegd naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is. | 4 | kan een administratieve geldboete van maximum 300 of 500 euro worden opgelegd naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is. |
| 5 | De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast over de administratieve kosten van de administratieve sanctieprocedure, de wijze van inning en invordering van de administratieve geldboetes en over de termijnen waarover de overtreder beschikt. | 5 | De Vlaamse Regering legt de nadere regels vast over de administratieve kosten van de administratieve sanctieprocedure, de wijze van inning en invordering van de administratieve geldboetes en over de termijnen waarover de overtreder beschikt. |
| 6 | De Vlaamse Regering kan het niet bijhebben van een geldig vervoerbewijs alsmede de feiten en handelingen die overlast veroorzaken op en rond het voertuig, de dienstverlening verstoren of kunnen verstoren, of gevaar veroorzaken aanduiden als overtredingen op de reisvoorwaarden. Hiertoe duidt de Vlaamse Regering de reisvoorwaarden aan waarvan de overtreding aanleiding geeft tot het opleggen van een administratieve geldboete. | 6 | De Vlaamse Regering kan het niet bijhebben van een geldig en in voorkomend geval, gevalideerd vervoerbewijs alsmede de feiten en handelingen die overlast veroorzaken op en rond het voertuig, de dienstverlening verstoren of kunnen verstoren, of gevaar veroorzaken aanduiden als overtredingen op de reisvoorwaarden. Hiertoe duidt de Vlaamse Regering de reisvoorwaarden aan waarvan de overtreding aanleiding geeft tot het opleggen van een administratieve geldboete. |
| 7 | De ouders of andere personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige worden weerlegbaar vermoed een overtreding te begaan, wanneer minderjarigen, vanaf de leeftijd van zes jaar en tot twaalf jaar, niet beschikken over een geldig vervoerbewijs. | 7 | De ouders of andere personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige worden weerlegbaar vermoed een overtreding te begaan, wanneer minderjarigen, vanaf de leeftijd van zes jaar en tot twaalf jaar, niet beschikken over een geldig en in voorkomend geval, gevalideerd vervoerbewijs. |
| 8 | De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om, binnen de grenzen, vermeld in het eerste lid, het boetebedrag te bepalen. | 8 | De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om, binnen de grenzen, vermeld in het eerste lid, het boetebedrag te bepalen. |
| 9 | § 2. Als de overtreding, vermeld in de reisvoorwaarden, plaatsvindt door middel van een voertuig, wordt de houder van de nummerplaat weerlegbaar vermoed de overtreder van de reisvoorwaarden te zijn. | 9 | § 2. Als de overtreding, vermeld in de reisvoorwaarden, plaatsvindt door middel van een voertuig, wordt de houder van de nummerplaat weerlegbaar vermoed de overtreder van de reisvoorwaarden te zijn. |
| 5 | 2° zij mogen inlichtingen inwinnen en controle uitoefenen door het ondervragen van personen en het inzage nemen van documenten en andere informatiedragers; | 5 | 2° zij mogen inlichtingen inwinnen en controle uitoefenen door het ondervragen van personen en het inzage nemen van documenten en andere informatiedragers; |
| 6 | 3° zij mogen de betrokkenen om hun identiteitskaart vragen. Zij mogen degene die weigert zijn identiteitskaart te tonen of die er geen in zijn bezit heeft, tegenhouden tot de komst van de politie. | 6 | 3° zij mogen de betrokkenen om hun identiteitskaart vragen. Zij mogen degene die weigert zijn identiteitskaart te tonen of die er geen in zijn bezit heeft, tegenhouden tot de komst van de politie. |
| 7 | De lijncontroleurs kunnen de bijstand vorderen van de lokale en federale politie. | ||
| 7 | De Vlaamse Regering kan bijkomende maatregelen bepalen die de lijncontroleurs ten aanzien van het publiek en de reizigers mogen nemen met het oog op de vaststelling van inbreuken op de reisvoorwaarden. | 8 | De Vlaamse Regering kan bijkomende maatregelen bepalen die de lijncontroleurs ten aanzien van het publiek en de reizigers mogen nemen met het oog op de vaststelling van inbreuken op de reisvoorwaarden. |
| 8 | Het sanctionerend personeelslid vervult zijn ambt in onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hij kan niet tegelijkertijd de hoedanigheid van lijncontroleur hebben. De Vlaamse Regering kan de vereiste garanties voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid preciseren. | 9 | Het sanctionerend personeelslid vervult zijn ambt in onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Hij kan niet tegelijkertijd de hoedanigheid van lijncontroleur hebben. De Vlaamse Regering kan de vereiste garanties voor onafhankelijkheid en onpartijdigheid preciseren. |
| 17 | 5° de vervoerleiding voor de aansluiting van de elektriciteitskast, vermeld in punt 1°. | 17 | 5° de vervoerleiding voor de aansluiting van de elektriciteitskast, vermeld in punt 1°. |
| 18 | De Vlaamse Regering kan de laadinfrastructuur, vermeld in het zesde en zevende lid, vrijstellen vanaf 1 januari 2025. | 18 | De Vlaamse Regering kan de laadinfrastructuur, vermeld in het zesde en zevende lid, vrijstellen vanaf 1 januari 2025. |
| 19 | De deelsystemen die mobipunten als vermeld in artikel 42 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid gebruiken, worden vrijgesteld van vaste en variabele retributie. | ||
| 20 | Met behoud van de toepassing van de vrijstellingen, vermeld in het zesde tot en met achtste lid, worden de voorzieningen die horen bij de deelsystemen, vermeld in het negende lid, vrijgesteld van vaste en variabele retributie. | ||
| 21 | In het negende lid wordt verstaan onder deelsystemen: vervoersoplossingen voor het vervoer van personen, zoals deelauto's, deelfietsen en deelsteps, die in de publieke ruimte worden aangeboden voor gemeenschappelijk gebruik. | ||
| 1 | De Vlaamse Regering kan het uitzonderlijk vervoer verbieden op bepaalde tijdstippen, plaatsen of in bepaalde omstandigheden, of het onderwerpen aan bepaalde voorwaarden. | 1 | De Vlaamse Regering kan het uitzonderlijk vervoer verbieden op bepaalde tijdstippen, plaatsen of in bepaalde omstandigheden, of het onderwerpen aan bepaalde voorwaarden. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de toekenning, weigering, verlenging, schorsing en intrekking van de erkenning van de bestuurder van het uitzonderlijk voertuig, alsook van de verkeerscoördinator en de begeleiders die het uitzonderlijk vervoer begeleiden. | 2 | De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de toekenning, weigering, verlenging, schorsing en intrekking van de erkenning van de bestuurder van het uitzonderlijk voertuig, alsook van de begeleidingsonderneming, de verkeerscoördinator en de begeleiders die het uitzonderlijk vervoer begeleiden. |
| 3 | Aan elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die een erkenningsaanvraag indient, kan voor de behandeling van de erkenningsaanvraag een retributie worden gevraagd. Dezelfde retributie kan worden gevraagd voor de uitoefening van het toezicht op de erkenningsvoorwaarden. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke erkenningsaanvragen of toezichtverplichtingen een retributie is verschuldigd en stelt de bedragen vast, alsook de wijze waarop de retributie moet worden voldaan. | 3 | Aan elke rechtspersoon of natuurlijke persoon die een erkenningsaanvraag indient, kan voor de behandeling van de erkenningsaanvraag een retributie worden gevraagd. Dezelfde retributie kan worden gevraagd voor de uitoefening van het toezicht op de erkenningsvoorwaarden. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke erkenningsaanvragen of toezichtverplichtingen een retributie is verschuldigd en stelt de bedragen vast, alsook de wijze waarop de retributie moet worden voldaan. |
| 1 | Het vervoer met fietsen met een breedte van meer dan 0,75 meter of fietsaanhangwagens met een breedte van meer dan 1 meter is alleen mogelijk in het kader van een pilootproject voor het goederenvervoer met brede fietsen en brede fietsaanhangwagens. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de volgende aspecten van het pilootproject, vermeld in artikel 13/1: | ||
| 2 | 1° de start- en einddatum; | ||
| 3 | 2° de toegelaten fietsen en fietsaanhangwagens; | ||
| 4 | 3° de technische voorwaarden van de fietsen en de fietsaanhangwagens; | ||
| 5 | 4° de aard en de afmetingen van de lading die met de fietsen of fietsaanhangwagens vervoerd mogen worden. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan het maximum aantal vergunningen bepalen dat in het kader van het pilootproject kan worden uitgereikt. |
| 1 | De Vlaamse Regering kan in het kader van een pilootproject als vermeld in artikel 13/1 het vervoer met een fiets met een breedte van meer dan 0,75 meter of met een fietsaanhangwagen met een breedte van meer dan 1 meter beperken tot de trajecten die ze bepaalt. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan in het kader van een pilootproject als vermeld in artikel 13/1 het vervoer met een fiets met een breedte van meer dan 0,75 meter of met een fietsaanhangwagen met een breedte van meer dan 1 meter verbieden op bepaalde tijdstippen, plaatsen of in bepaalde omstandigheden, of het onderwerpen aan bepaalde voorwaarden. |
| 1 | Met het oog op het uitreiken van een vergunning in het kader van een pilootproject als vermeld in artikel 13/1 bepaalt de Vlaamse Regering de volgende elementen: | ||
| 2 | 1° de inhoud van de vergunning. De vergunning vermeldt minstens de maatregelen om schade aan de verkeersinfrastructuur te voorkomen en om het vervoer veilig te laten verlopen; | ||
| 3 | 2° de procedure voor de aanvraag en de afgifte van de vergunning. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan voor het uitreiken van de vergunning, vermeld in het eerste lid, en het gebruik van de verkeersinfrastructuur voor vervoer met fietsen met een breedte van meer dan 0,75 meter of met fietsaanhangwagens met een breedte van meer dan 1 meter een vergoeding bepalen. |
| 1 | In het kader van een pilootproject als vermeld in artikel 13/1 kan de Vlaamse Regering bepalen dat het Departement Mobiliteit en Openbare Werken op de hoogte gebracht wordt van het tijdstip en de gevolgde reisweg en de voertuigen van het vervoer. De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval ook de wijze waarop dat gebeurt en de eventuele uitzonderingen. | ||
| 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder Departement Mobiliteit en Openbare Werken: het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 1 | Elk pilootproject als vermeld in artikel 13/1 wordt geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de frequentie van evaluatie en de procedure voor de evaluatie van het project. |
Art. 21. In artikel 2 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid, gewijzigd bij het decreet van 9 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 2°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“2°/1 algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);”;
2° er wordt een punt 28° toegevoegd, dat luidt als volgt:
“28° werkdagen: elke dag met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (plaats van invoeging niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.