Houdende diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, het algemeen mobiliteitsbeleid, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid #380
Gemerged Vlaamse Regering voegde 61 artikels samen in decreet-1992-12-18decreet-1995-04-19-1003968decreet-2001-04-20 · 22 juni 2020 45 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: OPE
8 juli 2020 (2019-2020)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
houdende diverse bepalingen
over het gemeenschappelijk vervoer,
het algemeen mobiliteitsbeleid,
de weginfrastructuur en het wegenbeleid,
en de waterinfrastructuur en het waterbeleid
ingediend op
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
— 1011 B russel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Marino Keulen, Bert Maertens, Lode Ceyssens,
Marius Meremans, Martine Fournier en Jos Lantmeeters
Artikel 4
Een punt 2°/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“2°/1 in paragraaf 4 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
“De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt, stelt de
wijze vast waarop die gegevens worden verwerkt, wijst de verantwoordelijke voor de verwerking aan, bepaalt, onverminderd de in het eerste lid
vermelde doeleinden, de bijkomende doeleinden van de verwerking en stelt
de maximale bewaartermijn van de gegevens vast. De persoonsgegevens
worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden
waarvoor zij worden verwerkt.”.”.
VERANTWOORDING
Artikel 23, §4, van de Wegverkeerswet vormt de grondslag voor de verwerking van gegevens met het
oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken inzake de reglementering over de scholing
en de examens over de kennis en de vaardigheid die nodig zijn om voertuigen van elke categorie te
besturen, en inzake de reglementering over de vakbekwaamheid, vermeld in of ter uitvoering van
de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan. Tot die gegevens kunnen ook gegevens met
betrekking tot de gezondheid en gerechtelijke gegevens behoren, als bedoeld in de artikelen 9, lid 1, en
10 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende
de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en
betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.
In het derde lid van artikel 23, §4, van de Wegverkeerswet wordt de Vlaamse Regering gemachtigd om
te bepalen welke gegevens worden verwerkt en op welke wijze die gegevens worden verwerkt, evenals
om een verwerkingsverantwoordelijke aan te wijzen.
In advies nr. 67.548/3 van 7 juli 2020 over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering tot
wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de
vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C,
C+E, D1, D1+E, D, D+E oordeelt de Raad van State dat het ontworpen artikel 55/5 van het koninklijk
besluit van 4 mei 2007, waarin de bewaartermijn van de te verwerken gegevens wordt bepaald, en
55/4, 3°, waarin wordt bepaald dat de gegevens verzameld en verwerkt worden voor de opmaak van
algemene en naamloze statistieken door het departement om de beleidsmaatregel te onderzoeken en
evalueren, een decretale basis missen.
Hoewel het bepalen van de bewaartermijn en van de bijkomende doeleinden van de verwerking een
uitvoering vormen van “de wijze (…) waarop die gegevens worden verwerkt” en, voor wat betreft de
opmaak van algemene en naamloze statistieken door het departement, de departementen op grond
van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de
Vlaamse administratie, in elk geval al aan beleidsondersteuning doen, wat ook de evaluatie van een
beleidsmaatregel inhoudt, wordt met voorliggend amendement bijkomend in een expliciete rechtsgrond
voorzien, dit om ieder mogelijk risico op twijfel uit te sluiten.
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Marino Keulen, Bert Maertens, Lode Ceyssens,
Marius Meremans, Martine Fournier en Jos Lantmeeters
Afdeling 2/1 (nieuw)
Een afdeling 2/1, die bestaat uit een artikel 6/1, invoegen, die luidt als
volgt:
“Afdeling 2/1. Wijziging van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische
eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen
ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen
Art. 6/1. Aan artikel 1, §1, van de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische
eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het
veiligheidstoebehoren moeten voldoen, gewijzigd bij de wetten van 18 juli 1990 en
27 november 1996, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“De instelling belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen
draagt bij tot de financiering van de uitgaven voor de werking, de subsidies en de
investeringen ten bate van de verkeersveiligheid. Die bijdrage bedraagt 6 procent
van de netto-ontvangsten, zijnde de geïnde vergoedingen na aftrek van de btw en
de bijdragen, vermeld in artikel 8 van het decreet van 8 juli 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016.”.”.
VERANTWOORDING
Ter financiering van de gewestbevoegdheid betreffende de bevordering, de sensibilisering en de
informatie inzake verkeersveiligheid (artikel 6, §1, XII, 7°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980)
beoogde de zesde staatshervorming de bijdrage van 6 procent die bij de keuringsinstellingen geïnd
werd ten behoeve van de financiering van het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV)
in toepassing van artikel 22 van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de
erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met
de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen, voortaan te laten regelen en innen door de
gewesten.
Deze bijdrage vindt zijn rechtsgrond in artikel 1, §1, tweede lid, van de wet van 21 juni 1985 betreffende
de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het
veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
Het Grondwettelijk Hof en de Raad van State (afdeling Bestuursrechtspraak en de afdeling Wetgeving)
kwalificeren de in artikel 1, §1, tweede lid, van de wet van 21 juni 1985 en artikel 22 van het koninklijk
besluit van …