Bij de begroting 2020 #152
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in circusdecreet-van-1-maart-2019decreet-2016-05-20decreet-2003-07-18 · 15 november 2019 10 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BEG
10 december 2019 (2019-2020)
Verslag
namens de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening
en Energie
uitgebracht door Inez De Coninck en Johan Danen
over het ontwerp van programmadecreet
bij de begroting 2020
Hoofdstuk 4. Omgeving
Hoofdstuk 10. Inwerkingtreding
ingediend op
— 1011 Brussel — 02/552.11.11 — www.vlaamsparlement.be
Samenstelling van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie:
Voorzitter: Carina Van Cauter.
Vaste leden:
Piet De Bruyn, Inez De Coninck, Andries Gryffroy, Freya Perdaens, Wilfried Vandaele;
Bart Claes, Leo Pieters, Sam Van Rooy;
Tinne Rombouts, Koen Van den Heuvel;
Gwenny De Vroe, Carina Van Cauter;
Johan Danen, Mieke Schauvliege;
Bruno Tobback.
Plaatsvervangers:
Annick De Ridder, Marius Meremans, Joris Nachtergaele, Axel Ronse, Nadia Sminate;
Carmen Ryheul, Stefaan Sintobin, Wim Verheyden;
Robrecht Bothuyne, Lode Ceyssens;
Willem-Frederik Schiltz, Bart Tommelein;
Chris Steenwegen, Tine Van den Brande;
Hannes Anaf.
Toegevoegde leden:
Jos D’Haese.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van programmadecreet
– Nr. 2 tot en met 5: Amendementen
– Nr. 6 tot en met 9: Verslagen
: Verslag van het Rekenhof over het onderzoek van
de Vlaamse begroting
De Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie besprak
op 26 en 27 november 2019 hoofdstuk 4 en hoofdstuk 10 van het ontwerp van
programmadecreet bij de begroting 2020 (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 152/1).
Het ontwerp van decreet werd samen geagendeerd met het aan de commissie toegewezen deel van de uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het
begrotingsjaar 2020 (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 15/1) en de beleidsnota Omgeving, de beleidsnota Klimaat en de beleidsnota Energie (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20,
nr. 135/1, 134/1 en 133/1) waarover een afzonderlijk verslag wordt uitgebracht
(Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 15/5-F).
1. Toelichting
1.1. Toelichting door de minister
Minister Zuhal Demir stelt dat het ontwerp van programmadecreet 2020 een aantal
belangrijke maatregelen omvat. De Vlaamse Regering heeft ervoor gekozen om het
belang van de open ruimte te vrijwaren, te versterken en te onderstrepen. Daarom
werd het Openruimtefonds gecreëerd als bijkomende financiering voor lokale overheden. Deze regeerperiode trekt de Vlaamse Regering 417 miljoen euro extra uit
voor gemeenten en steden, met uitzondering van de centrumsteden. De Vlaamse
Regering is daarbij vertrokken van het principe van de lokale autonomie. Het is de
lokale overheid die beslist wat er met de middelen van het Openruimtefonds moet
gebeuren. Artikel 18 van het decreet bepaalt ook dat vanaf 2020 op de begroting
een algemene werkingssubsidie voor de gemeenten van het Vlaamse Gewest is
ingeschreven als gedeeltelijke compensatie van de kosten en minderontvangsten
door de vrijwaring van de open ruimte en om het behoud en de inrichting van de
open ruimte te stimuleren. Ook de planlast voor de gemeenten wordt beperkt. Het
is niet de bedoeling om gemeentebesturen nieuwe administratieve lasten op te
leggen. Minister Demir kijkt als minister van Omgeving met belangstelling uit naar
de manier waarop deze middelen zullen worden ingezet. Bovendien wordt nagegaan of deze extra algemene financieringslijn ook daadwerkelijk wijzigingen op het
terrein brengt.
Het ontwerp van programmadecreet voorziet ook een aantal technische bepalingen. Een eerste aanpassing heeft tot doel om te verduidelijken wie onderhevig is
aan grondwaterheffing. Met deze bepaling wordt de rechtsbasis versterkt voor de
Vlaamse Milieumaatschappij om te vermijden dat de belastingplichtige het grondwaterverbruik zou betwisten in het geval hij of zij niet over de verplichte debietmeter zou beschikken. Met deze bepaling wordt de incentive om de verplichte debietmeter niet te installeren, en dus geen grondwaterheffing te betalen, tenietgedaan.
1.2. Toelichting van amendement
Freya Perdaens stelt dat het amendement nr. 1 (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr.
152/2) een toevoeging van een tweede afdeling vormt aan hoofdstuk 4 van het
ontwerp van programmadecreet. Het gaat over het toegelaten residu van gipsrecyclage, over details over PST-installaties (post-shreddertechnologie) en over
papierrecyclage. Zij stelt dat alles duidelijk in het amendement wordt omschreven.
2. Bespreking
Bruno Tobback wil graag een echte toelichting krijgen omdat het ontwerp van programmadecreet toch op drie punten wordt gewijzigd.
Zo gaat men ten eerste inzake slibresidu’s van een formeel criterium van ‘niet-brandbaarheid’ naar een subjectief criterium van ‘onredelijk hoge kosten voor recyclage’.
In de motivatie staat dat vandaag de niet-brandbaarheid wordt bepaald aan de
hand van de concrete parameters van gloeiverlies beneden 10 procent en TOC-gehalte (totaal organische koolstof) beneden 6 procent. De indieners zeggen dat
die waarden licht kunnen worden overschreden zonder grote gevolgen en laten
de criteria vallen. Voortaan mag de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij
(OVAM) het subjectief criterium van ‘onredelijk hoge kosten’ hanteren en een afwijking toelaten waardoor er toch mag worden gestort. Wat zijn onredelijk hoge
kosten?
Zo staat in een tweede punt dat gipsresidu’s blijvend nog voor 5 procent kunnen
worden gestort. Ze zijn dus reeds gevoelig gedaald en Bruno Tobback vraagt zich
af of er nu nog enige druk wordt gezet om ze effectief naar nul te brengen.
Freya Perdaens licht verder toe dat het amendement enkele aanpassingen op het
Materialendecreet betreft, meer bepaald over de afvalheffingen.
Het eerste wat wordt aangepast, heeft te maken met PST. De omschrijving zoals
tot nu toe opgenomen, was moeilijk omdat de toetsing van de parameters voor
‘niet brandbaar’ soms niet werkbaar was in de praktijk. Dat is ook aangehaald in
de toelichting. De voorgestelde aanpassing is om enkel te toetsen aan het element
‘niet recycleerbaar’. De spreker komt dan terug op het criterium ‘onredelijk hoge
kosten’ in het voorstel en hoe de OVAM wordt verondersteld …