Scheepvaartdecreet #1007
Gemerged Vlaamse Regering voegde 18 artikels samen in decreet-1990-12-21decreet-1999-03-02decreet-2004-04-02 · 15 november 2021 Alle checks geslaagd
34 artikels gewijzigd
| 1 | § 1. Het bedrag verschuldigd voor het bekomen van een vergunning van een watervang, wordt bepaald door het totale volume water dat door middel van pompen, hevels of andere goedgekeurde installaties uit de waterweg gecapteerd wordt. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels. | ||
| 2 | § 2. Het bedrag verschuldigd voor het capteren van water wordt vastgesteld als volgt : | ||
| 3 | water afname in m3/jaar : EUR/m3 | ||
| 4 | 1. voor de schijf van minder dan 1.000.000 m3 : | ||
| 5 | 0,043381 | ||
| 6 | 2. voor de schijf van 1.000.000 tot 9.999.999 m3 : | ||
| 7 | 0,025161 | ||
| 8 | 3. voor de schijf van 10.000.000 tot 99.999.999 m3 : | ||
| 9 | 0,013283 | ||
| 10 | 4. voor de schijf boven 99.999.999 m3 : 0,002624 | ||
| 11 | De captatie van minder dan 500 m3 per jaar is gratis. | ||
| 12 | § 3. ... | ||
| 13 | § 4. Aan de vergunninghouders die het gecapteerde water na gebruik terugstorten in de waterweg waar het gecapteerd werd kan een vermindering van het verschuldigde bedrag worden toegekend in functie van het volume dat effectief teruggestort wordt. | ||
| 14 | Het verschuldigde bedrag is in dit geval gelijk aan het bedrag conform § 2, vermenigvuldigd met een correctiefactor gelijk aan: | ||
| 15 | 1 - T/2, | ||
| 16 | waarin T= de verhouding tussen het volume teruggestort water en het totaal volume gecapteerd water. | ||
| 17 | Het bewijs van de hoeveelheid teruggestort gecapteerd water dient geleverd te worden door de vergunninghouder conform artikel 85, § 2. | ||
| 18 | De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels. | ||
| 19 | § 5. Onverminderd de bepalingen van § 2 en 4 wordt het minimum verschuldigd bedrag vastgesteld op 125 EUR per jaar. | ||
| 20 | § 6. Voor het aftappen van water door de vergunninghouders die onder de toepassing van de wet van 20 juni 1855 inzake de irrigaties in de Kempen vallen, wordt het verschuldigde bedrag vastgesteld op 5000 frank per jaar. |
| 1 | De in artikel 83, § 2, vermelde bedragen zijn gekoppeld aan de schommelingen van het indexcijfer van consumptieprijzen en worden berekend aan de hand van de volgende formule : | ||
| 2 | verschuldigd bedrag x nieuw indexcijfer/basisindexcijfer | ||
| 3 | Het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarop de heffing slaat. | ||
| 4 | Het basisindexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand december 1990. |
| 1 | § 1. De beheerder van de waterweg is belast met de inning en de invordering van de verschuldigde bedragen en met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de watervang. | ||
| 2 | § 2. De vergunninghouder is verplicht aan de ambtenaren belast met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de watervang, alsmede aan de in artikel 87 bedoelde ambtenaren en deskundigen, toegang te verschaffen tot de debietmetingssystemen bedoeld in artikel 85. | ||
| 3 | § 3. De vergunninghouder moet jaarlijks en binnen de dertig dagen na ontvangst van de rekening het te betalen bedrag storten op het rekeningnummer van de beheerder van de waterweg. | ||
| 4 | § 4. De wettelijke verwijlintrest is van rechtswege verschuldigd wanneer het verschuldigde bedrag niet werd betaald binnen de termijn van twee maanden na de verzending van de rekening. | ||
| 5 | § 5. Voor iedere overtreding van de verplichtingen van de vergunninghouder wordt een administratieve geldboete opgelegd gelijk aan het dubbel van de ontdoken of niet betaalde bedragen. De vordering tot voldoening van de verschuldigde bedragen, van de intresten en van de administratieve geldboete verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop zij is ontstaan. | ||
| 6 | § 6. Bij niet betaling van het verschuldigd bedrag vermeerderd met de opgelegde geldboete wordt de vergunning voor een watervang binnen de twee maanden na ingebrekestelling bij ter post aangetekende brief ingetrokken. De indiening van een beroep overeenkomstig § 7 schorst evenwel de uitvoering hiervan. | ||
| 7 | § 7. Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van de verzending van de rekening, kan de vergunninghouder per aangetekend schrijven beroep doen instellen bij de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister die uitspraak doet binnen drie maanden vanaf de datum van verzending van dit beroepschrift. Bij met redenen omkleed aangetekend schrijven, gericht aan de vergunninghouder, kan de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister deze termijn eenmalig verlengen met een periode van drie maanden. | ||
| 8 | Bij gebrek aan een uitspraak van de door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister binnen de in het eerste lid gestelde termijn, wordt het beroep van de vergunningsplichtige als ingewilligd beschouwd. | ||
| 9 | De door de Vlaamse regering aangewezen Vlaamse minister beslist over de gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de administratieve geldboete. | ||
| 10 | § 8. De Vlaamse regering regelt de uitvoering van dit artikel. Zij bepaalt de vergoeding die aan de in § 1 van dit artikel genoemde beheerders toekomt, onverminderd de bevoegdheid terzake van het Agentschap De Scheepvaart en het Agentschap Waterwegen en Zeekanaal om die inningen en vorderingen in de door hen beheerde kanalen en waterwegen voor eigen rekening uit te voeren. |
| 4 | § 2. Een voorstel van de verordening als vermeld in paragraaf 1, wordt door het havenbedrijf aan de Vlaamse Regering bezorgd. | 4 | § 2. Een voorstel van de verordening als vermeld in paragraaf 1, wordt door het havenbedrijf aan de Vlaamse Regering bezorgd. |
| 5 | De Vlaamse Regering stelt de verordening vast na voorafgaand advies van elke gemeente op het grondgebied waarvan de gemeentewegen liggen waarop de verordening betrekking heeft, en van de Maatschappij voor het Haven-, Grond- en Industrialiseringsbeleid op de Linkerscheldeoever als de wegen waarop de verordening betrekking heeft, liggen binnen het Linkerscheldeoevergebied, vermeld in artikel 1 van de wet van 19 juni 1978 betreffende het beheer van het Linkerscheldeoevergebied ter hoogte van Antwerpen en houdende maatregelen voor het beheer en de exploitatie van de haven van Antwerpen, die een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het voorstel van de verordening. Als ze niet tijdig advies uitbrengen, beslist de Vlaamse Regering zonder dat advies. De uitgebrachte adviezen zijn niet bindend. | 5 | De Vlaamse Regering stelt de verordening vast na voorafgaand advies van elke gemeente op het grondgebied waarvan de gemeentewegen liggen waarop de verordening betrekking heeft, en van de Maatschappij voor het Haven-, Grond- en Industrialiseringsbeleid op de Linkerscheldeoever als de wegen waarop de verordening betrekking heeft, liggen binnen het Linkerscheldeoevergebied, vermeld in artikel 1 van de wet van 19 juni 1978 betreffende het beheer van het Linkerscheldeoevergebied ter hoogte van Antwerpen en houdende maatregelen voor het beheer en de exploitatie van de haven van Antwerpen, die een met redenen omkleed advies uitbrengen binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het voorstel van de verordening. Als ze niet tijdig advies uitbrengen, beslist de Vlaamse Regering zonder dat advies. De uitgebrachte adviezen zijn niet bindend. |
| 6 | Het besluit van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring of weigering van de havenverkeersverordeningen wordt genomen binnen 180 dagen na ontvangst van het voorstel van het havenbedrijf. | ||
| 6 | § 3. De havenbedrijven nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de weggebruikers op de hoogte worden gebracht van het bestaan van de verordening, vermeld in paragraaf 1. | 7 | § 3. De havenbedrijven nemen de nodige maatregelen om te garanderen dat de weggebruikers op de hoogte worden gebracht van het bestaan van de verordening, vermeld in paragraaf 1. |
| 7 | De bijzondere verkeersregels van de verordening gelden vanaf de plaats waar een aanwijzingsbord met als opschrift "Havengebied" is aangebracht. Het einde van het gebied waarin de bijzondere verkeersregels van de verordening gelden, wordt aangeduid met een aanwijzingsbord voorzien van een rode diagonale streep met als opschrift "Havengebied". | 8 | De bijzondere verkeersregels van de verordening gelden vanaf de plaats waar een aanwijzingsbord met als opschrift "Havengebied" is aangebracht. Het einde van het gebied waarin de bijzondere verkeersregels van de verordening gelden, wordt aangeduid met een aanwijzingsbord voorzien van een rode diagonale streep met als opschrift "Havengebied". |
| 8 | § 4. Inbreuken op de verordening, vermeld in paragraaf 1, worden, onverminderd een eventuele schadevergoeding, bestraft als volgt: | ||
| 9 | 1° met een geldboete van 50 euro tot 5000 euro als er, ten gevolge van de inbreuk, geen schade ontstaan is aan de openbare weg, zijn aanhorigheden en de kunstwerken die erin liggen; | ||
| 10 | 2° met een geldboete van 200 euro tot 20.000 euro als er, ten gevolge van de inbreuk, schade ontstaan is aan de openbare weg, zijn aanhorigheden en de kunstwerken die erin liggen. | ||
| 11 | De opdrachtgever en de verlader worden met toepassing van de strafbepalingen, vermeld in het eerste lid, gestraft als ze instructies hebben gegeven of daden hebben gesteld die hebben geleid tot een inbreuk op de verordening. | ||
| 12 | Inbreuken op de verordening, vermeld in paragraaf 1, behoren tot de bevoegdheid van de havenkapiteinsdienst. | ||
| 9 | § 4. .... | ||
| 1 | De aanwezigheid van voorwerpen en afwijkingen van de vastgestelde of gangbare vaarmogelijkheden in de haven als gevolg van natuurlijke processen vormt voor de toepassing van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek geen gebrek of abnormaal kenmerk van de haven. |
| 1 | Het havenbedrijf is niet aansprakelijk op grond van artikel 1384, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek voor de niet uit een natuurlijk proces volgende aanwezigheid van voorwerpen en afwijkingen van de vastgestelde of gangbare vaarmogelijkheden in de haven die van boven de waterspiegel niet met het blote oog waarneembaar zijn. |
| 1 | Het havenbedrijf is niet aansprakelijk voor de volgende vormen van schade: | ||
| 2 | 1° schade die te wijten is aan maatregelen die in het algemeen belang worden genomen; | ||
| 3 | 2° averij of scheepvaartstremming veroorzaakt door een aanvaring of een raak met kunstwerken in hoofde van derde partijen. |