§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs en de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat betreft taalmaatregelen

Vlaamse Regering #799 Staatsblad 29 juni 2026 NUMAC 2026004895
21 artikels gewijzigd
+10 −10 decreet-2009-05-08/art. 9
11§1. De Vlaamse Gemeenschap stelt elk jaar nascholingsmiddelen ter beschikking van de instellingen om het nascholingsplan uit te voeren.
2−§2. De volgende bedragen worden per begrotingsjaar en met ingang vanaf begrotingsjaar 2023 toegekend, met uitzondering van de leersteuncentra waar- voor het toe te kennen bedrag vanaf het begrotingsjaar 2024 wordt vermeld:
2+§2. De volgende bedragen worden per begrotingsjaar en met ingang van begrotingsjaar 2027 toegekend:
3−1° voor het basisonderwijs: 5.342.667 euro in begrotingsjaar 2023 en 7.931.000 euro vanaf begrotingsjaar 2024;
4−2° voor het secundair onderwijs: 7.307.000 euro in begrotingsjaar 2023 en 9.419.000 euro vanaf begrotingsjaar 2024;
3+1° voor het basisonderwijs: 21.111.000 euro;
4+2° voor het secundair onderwijs: 17.458.000 euro;
5−3° voor het volwassenenonderwijs, met uitzondering van de basiseducatie: 354.000 euro;
5+3° voor het volwassenenonderwijs, met uitzondering van de basiseducatie:
6−4° voor het deeltijds kunstonderwijs: 255.000 euro;
6+358.000 euro;
7−5° voor de CLB’s: 178.000 euro;
7+4° voor het deeltijds kunstonderwijs: 256.000 euro; 5° voor de CLB’s: 180.000 euro;
8−6° voor de basiseducatie: 77.500 euro;
8+6° voor de basiseducatie: 79.000 euro;
9−7° voor de leersteuncentra: 167.000 euro.
9+7° voor de leersteuncentra: 169.000 euro.
10−Vanaf het begrotingsjaar 2025 worden die bedragen aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.
10+Vanaf het begrotingsjaar 2028 worden die bedragen aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex.
1111§3. Het aandeel in de middelen waarop elke instelling recht heeft, wordt pro rata berekend op basis van het aantal organieke betrekkingen in de instelling op 1 februari van het voorafgaande begrotingsjaar, rekening houdend met het niveau waarvoor de middelen, vermeld in § 2, bestemd zijn.
12−§4. In afwijking van paragraaf 3 worden voor de telling op 1 februari 2023 de ondersteuners die zijn aangesteld in scholen voor buitengewoon onderwijs, niet meegeteld, en wordt voor de leersteuncentra in het jaar 2024 het aandeel in de middelen, bepaald in paragraaf 2, 7°, waarop elk leersteuncentrum recht heeft, pro rata berekend op basis van het aantal organieke betrekkingen in het leersteuncentrum op 1 oktober 2023.
12+§4. ...
+7 −9 decreet-1997-02-25/art. 3
994° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
10104° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten;
11−4° quater anderstalige nieuwkomer :
12−a) een leerling die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is en die op de dag van de voorziene instap in de school gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :
13−1) hij is een nieuwkomer, dit wil zeggen dat hij maximaal één jaar ononderbroken in België verblijft;
14−2) hij heeft niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal;
11+4° quater anderstalige nieuwkomer: een regelmatige leerling die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
12+a) de leerling is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar;
13+b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c);
14+c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid gefinancierde of gesubsidieerde school ingeschreven op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar of het daaraan voorafgaande schooljaar;
15−3) hij beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;
15+d) de leerling beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;
16−4) hij is maximaal negen maanden ingeschreven, vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen, in een school met het Nederlands als onderwijstaal;
17−b) een leerling die officieel verblijft in een open asielcentrum, zijnde een collectieve opvangstructuur zoals bedoeld in artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde categorieën van vreemdelingen en die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is.
18−Dat de leerling voldoet aan de voorwaarden, vermeld in punt a), 1) en 2), wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer van de ouders. Met die verklaring op eer wordt voor het beantwoorden aan de voorwaarde vermeld in punt 1) echter geen rekening gehouden, als in het inschrijvings- of leerlingendossier documenten aanwezig zijn die deze verklaring tegenspreken. Dat de leerling voldoet aan de voorwaarde vermeld in punt b) wordt bewezen aan de hand van een attest, uitgereikt door het open asielcentrum waar hij officieel verblijft. De verklaringen die aantonen dat anderstalige nieuwkomers voldoen aan de voorwaarden, worden ten minste vijf jaar in de school bewaard en moeten eventueel ter verificatie worden voorgelegd.
19165° het Gemeenschapsonderwijs: een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
20176° basisschool: school waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt;
625924° huisonderwijs :
6360- het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school;
64−- onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan;
61+- onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra die ressorteren onder de bijzondere jeugdbijstand;
656224°/1 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 15;
666324° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen;
12912652° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
13012752° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands;
128+52° bis/3 taalheldklas: klas als vermeld in artikel 139vicies semel;
13112952° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;
13213053° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft;
+5 −3 decreet-1997-02-25/art. 11quater
11§ 1. Vanaf het schooljaar 2021-2022 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.
2+Vanaf het schooljaar 2027-2028 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit,
3+die nagaat wat het niveau van de leerling inzake onderwijstaal en getalbegrip is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.
24De regering bepaalt met welk instrument de screening bij het begin van de leerplicht gebeurt, alsook het moment en de manier van afname.
3−Een school voor buitengewoon basisonderwijs kan in overleg met de ouders beslissen een of meerdere leerlingen te laten deelnemen aan de screening, vermeld in het eerste lid.
5+Een school voor buitengewoon basisonderwijs kan in overleg met de ouders beslissen een of meerdere leerlingen te laten deelnemen aan de screening, vermeld in het eerste en tweede lid.
4−§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4°quater. Deze leerlingen krijgen vanaf het schooljaar 2021-2022 in elk geval een actief taalintegratietraject Nederlands, met in beginsel een taalbad zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die na de periode van afname van de taalscreening in het basisonderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.
6+§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4°quater, met uitzondering van de leeftijdsvereisten, vermeld in die definitie. Deze leerlingen krijgen vanaf het schooljaar 2021-2022 in elk geval een actief taalintegratietraject Nederlands, met in beginsel een taalbad zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die na de periode van afname van de taalscreening in het basisonderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.
57§2/1. In afwijking van paragraaf 1 hoeft geen screening te worden uitgevoerd voor een leerling die doof of slechthorend is als vermeld in artikel 37/8, §5, of 37/45, §5, en die ingeschreven is in de taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal of voor een leerling die speciale onderwijsmiddelen in de vorm van tolken ter beschikking krijgt als vermeld in artikel 91, §1 en §2.
6−§2/2. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, kan de school in overleg met de ouders beslissen om een leerling met een IAC-verslag niet te laten deelnemen aan de screening.
8+§2/2. In afwijking van paragraaf 1, eerste en tweede lid, kan de school in overleg met de ouders beslissen om een leerling met een IAC-verslag niet te laten deelnemen aan de screening.
79§2/3. Leerlingen die recht hebben op redelijke aanpassingen of speciale onderwijsleermiddelen gedurende het schooljaar waarin de screening, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt afgenomen, hebben recht op het behoud en het gebruik van die aanpassingen en leermiddelen als ze die screening afleggen.
810§ 3. Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands volgen met in beginsel een taalbad, zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. De resultaten van de screening kunnen voor leerlingen met een IAC-verslag niet leiden tot een verplichting voor het volgen van een actief taalintegratietraject Nederlands.
+2 −1 decreet-1997-02-25/art. 20/1
1−§1. Leerlingen die ingeschreven zijn in een school voor basisonderwijs, kunnen deeltijds lessen en activiteiten volgen in een andere school voor basisonderwijs dan de school waar ze ingeschreven zijn of in een school voor voltijds secundair onderwijs. Lesbijwoning in een school voor buitengewoon onderwijs is alleen mogelijk voor leerlingen met een IAC-verslag die ingeschreven zijn in een school voor gewoon onderwijs.
1+§1. Leerlingen die ingeschreven zijn in een school voor basisonderwijs, kunnen deeltijds lessen en activiteiten volgen in een andere school voor basisonderwijs dan de school waar ze ingeschreven zijn of in een school voor voltijds secundair onderwijs. Lesbijwoning in een school voor buitengewoon onderwijs is alleen mogelijk voor leerlingen met een IAC-verslag.
2+§1/1. In afwijking van paragraaf 1 is voor het volgen van de taalheldklassen, vermeld in artikel 139vicies semel, §2, voltijdse lesbijwoning in een andere school mogelijk.
23§2. Als de lesbijwoning, vermeld in paragraaf 1, kadert in de organisatie van een taalintegratietraject als vermeld in artikel 11quater, §3, werken de scholen samen voor de organisatie van het vervoer van de ingeschreven leerling van en naar de school die het taalintegratietraject organiseert.
34§3. In afwijking van paragraaf 1 kunnen leerlingen die ingeschreven zijn in het buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van leerlingen van type 5, voltijds lessen of activiteiten volgen in een school voor gewoon basisonderwijs voor een periode van maximaal twee schooljaren, met het oog op een overstap naar het gewoon onderwijs. In overleg met de ouders, met betrokkenheid van de leerling en in overleg met het CLB ondersteunt de school voor buitengewoon onderwijs de school voor gewoon onderwijs.
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 67
442° een werkingsbudget;
553° investeringsmiddelen.
6−§ 2. De regering kan jaarlijks een toelage toekennen voor anderstalige nieuwkomers. Ze bepaalt de toekennings-voorwaarden, alsook de berekeningswijze van de toelage.
7−§ 3. [... (opgeh. decr. 13 juli 2001, art. XI. 5, I: 1 maart 2001) ]
6+§ 2. ...
7+§ 3. ...
+0 −7 decreet-1997-02-25/art. 87quinquies opgeheven
1−Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 20TT-1–20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van februari van 20TT-4 of 20TT-3 of 20TT-2 meer dan 50 procent regelmatige leerlingen lager onderwijs telden die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), van dit decreet.
2−Voor de maatregel, vermeld in het eerste lid en in artikel 48/2 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wordt voor het basis- en secundair onderwijs samen vanaf 2024 jaarlijks een bedrag van 20 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 79, §3, derde lid, 2°, van dit decreet.
3−Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt over het basis- en secundair onderwijs verdeeld op basis van het aandeel van het onderwijsniveau in het totale aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het jaar 20TT-2 die voldoen aan het leerlingenkenmerk 3, vermeld in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en in artikel 78, §1, 1°, c), van dit decreet, en voor zover zij ingeschreven zijn in de scholen of centra die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid of in artikel 48/2, eerste lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
4−Het extra werkingsbudget per school voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs dat beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), van dit decreet, op de eerste schooldag van februari van jaar 20TT-2 in de school met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, voor het basisonderwijs voor dat schooljaar gedeeld door het totale aantal regelmatige leerlingen gewoon lager onderwijs in de scholen die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, dat op de eerste schooldag van februari van jaar 20TT-2 beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), van dit decreet.
5−Het extra werkingsbudget wordt aangewend om leerlingen met een te beperkte kennis van het Nederlands extra te ondersteunen.
6−Het extra werkingsbudget voor het betrokken schooljaar wordt aan de schoolbesturen in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50% van het extra werkingsbudget van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.
7−De regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel, verhogen.
+62 −0 decreet-1997-02-25/art. 87septies nieuw
1+§1. Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2027, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 20TT-1–20TT, startende in 2026-2027, met het oog op remediëring Nederlands in het gewoon basisonderwijs. De middelen kunnen ook het daaropvolgende schooljaar voor deze doelstelling gebruikt worden.
2+§2. Het werkingsbudget waarop de school recht heeft, is de som van A, B, C, D, E, F, G, H en I, waarbij:
3+1° A: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal A1, waarbij:
4+a) A1: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
5+b) de coëfficiënt TNN: 6.835.881 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
6+c) A1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
7+2° B: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal B1, waarbij:
8+a) B1: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
9+b) de coëfficiënt OPL: 4.604.075 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
10+c) B1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
11+3° C: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal C1, waarbij:
12+a) C1: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
13+b) de coëfficiënt ST: 4.167.078 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
14+c) C1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
15+4° D: 46 euro vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
16+5° E: 31 euro vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
17+6° F: 28 euro vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
18+7° G: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal G1, waarbij:
19+a) G1: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
20+b) de coëfficiënt TNN: 6.193.097 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
21+c) G1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
22+8° H: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal H1, waarbij:
23+a) H1: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
24+b) de coëfficiënt OPL: 4.171.150 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
25+c) H1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
26+9° I: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal I1, waarbij:
27+a) I1: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
28+b) de coëfficiënt ST: 3.775.244 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
29+c) I1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal.
30+§3. De bedragen die gegenereerd zijn conform paragraaf 2, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, en 6°, worden uitsluitend aangewend om kleuters en leerlingen lager onderwijs in het gewoon onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar individueel of in kleine groepen te remediëren tijdens de lestijden. De remediëring focust op de Nederlandse taalkennis nodig voor het behalen van de minimumdoelen. De school bepaalt welke leerlingen die remediëring krijgen. Deze middelen kunnen uitzonderlijk ook aangewend worden voor leerlingen die zeven jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.
31+De bedragen die gegenereerd zijn conform paragraaf 2, 7°, 8°, en 9°, worden uitsluitend aangewend om remediëring te voorzien voor leerlingen gewoon onderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die niet in aanmerking komen voor deelname aan de taalheldklassen, maar wel nood hebben aan bijkomende remediëring van hun taalachterstand. De remediëring focust op de Nederlands taalverwerving nodig voor het behalen van de minimumdoelen. De uren remediering kunnen ook aangewend worden voor onderwijsactiviteiten buiten de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen.
32+§4. De bedragen, vermeld in paragraaf 2, worden vanaf het begrotingsjaar 2028 geïndexeerd volgens artikel 79, §3, derde lid, 2°.
33+De bedragen worden elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 procent van de bedragen van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.
34+§5. Voor het begrotingsjaar 2026, wordt er een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2026-2027 met het oog op remediëring Nederlands in het gewoon basisonderwijs.
35+Het werkingsbudget waarop de school recht heeft, is de som van A, B, C, D, E, en F, waarbij:
36+1° A: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal A1, waarbij:
37+a) A1: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
38+b) de coëfficiënt TNN: 3.684.359 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
39+c) A1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
40+2° B: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal B1, waarbij:
41+a) B1: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
42+b) de coëfficiënt OPL: 2.481.475 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
43+c) B1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
44+3° C: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal C1, waarbij:
45+a) C1: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met de som van het aantal regelmatige kleuters die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
46+b) de coëfficiënt ST: 2.245.945 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige kleuters in het gewoon basisonderwijs die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), en het totale aantal regelmatige leerlingen lager onderwijs in het gewoon basisonderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
47+c) C1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
48+4° D: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal D1, waarbij:
49+a) D1: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
50+b) de coëfficiënt TNN: 2.064.366 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
51+c) D1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
52+5° E: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal E1, waarbij:
53+a) E1: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
54+b) de coëfficiënt OPL: 1.390.383 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, a), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
55+c) E1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal;
56+6° F: de som van het voor elke school voor gewoon basisonderwijs afgeronde getal F1, waarbij:
57+a) F1: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar in de school;
58+b) de coëfficiënt ST: 1.258.415 euro gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon basisonderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, b), op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar;
59+c) F1 wordt als volgt afgerond: indien het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen geheel getal.
60+Het bedrag wordt uitbetaald voor december 2026.
61+§6. De bedragen gegenereerd door paragraaf 5, tweede lid, 1°, 2° en 3°, worden uitsluitend aangewend om kleuters en leerlingen lager onderwijs in het gewoon onderwijs die zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar individueel of in kleine groepen te remediëren tijdens de lestijden. De remediëring focust op de Nederlandse taalkennis nodig voor het behalen van de minimumdoelen. De school bepaalt welke leerlingen deze remediëring krijgen. Deze middelen kunnen uitzonderlijk ook aangewend worden voor leerlingen die zeven jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.
62+De bedragen gegenereerd door paragraaf 5, tweede lid, 4°, 5° en 6°, worden uitsluitend aangewend om remediëring te voorzien voor leerlingen gewoon onderwijs die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar die niet in aanmerking komen voor deelname aan de taalheldklassen, maar wel nood hebben aan bijkomende remediëring van hun taalachterstand. De remediëring focust op de Nederlands taalverwerving nodig voor het behalen van de minimumdoelen. De uren remediering kunnen ook aangewend worden voor onderwijsactiviteiten buiten de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen.
+2 −0 decreet-1997-02-25/art. 125novies
11117° maakt algemene afspraken inzake functiebeschrijvingen en evaluaties;
12128° maakt algemene afspraken over de interne afstemming van het personeelsbeleid binnen de scholengemeenschap en over de aanvangsbegeleiding van personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor bepaalde duur;
13+9° maakt afspraken over de aanwendingen van de aanvullende lestijden voor de organisatie van taalheldklassen;
14+10° maakt afspraken over de verdeling over haar scholen van de eenheden inductie, vermeld in artikel 153tricies, en over de organisatie van de inductie. Over de criteria voor die verdeling wordt onderhandeld in het bevoegde lokale onderhandelingscomité van de scholengemeenschap.
1315§ 2. Het schoolbestuur/de schoolbesturen kan/kunnen de beslissingsbevoegdheid inzake de in § 1 bedoelde aan-gelegenheden overdragen naar het niveau van de scholengemeenschap.
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 138
44- in het buitengewoon lager onderwijs zijn dit aanvullende lestijden voor de minder gevolgde cursussen in de gods-dienst of niet-confessionele zedenleer;
552° ...;
6−3° lestijden voor de opvang van anderstalige nieuwkomers;
6+3° aanvullende lestijden voor de organisatie van taalheldklassen voor scholen gewoon basisonderwijs;
7−3° bis lestijden voor de opvang van gewezen anderstalige nieuwkomers;
7+3° bis ...;
884° lestijden voor het permanent onderwijs aan huis in het buitengewoon onderwijs;
995° ...
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 139
1−De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden tot het verkrijgen van aanvullende lestijden, vermeld in artikel 138, §1, 1°, 2°, 3°, 3°bis, 4° en 7°, alsook het aantal en de wijze van berekening ervan.
1+De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden tot het verkrijgen van aanvullende lestijden, vermeld in artikel 138, §1, 1°, 2°, 4° en 7°, alsook het aantal en de wijze van berekening ervan.
+8 −0 decreet-1997-02-25/art. 139vicies semel nieuw
1+§1. Scholen en scholengemeenschappen organiseren taalheldklassen voor elke anderstalige nieuwkomer die nieuw instroomt in het Vlaamse onderwijs en die op basis van de administratieve groep ingeschreven is in het tweede leerjaar of hoger, ongeacht de verblijfsstatus. Ook leerlingen van wie de klassenraad meent dat ze onvoldoende basiskennis Nederlands hebben om aan het reguliere programma deel te nemen, komen in aanmerking, op voorwaarde dat in de motivering rekening wordt gehouden met andere genomen remediërende taalmaatregelen welke ontoereikend zijn gebleken. De scholen stemmen vooraf met de ouders van de betrokken leerlingen de organisatie en de inhoud van de taalheldklassen af. Ouders worden eveneens op geregelde tijdstippen op de hoogte gehouden van de evolutie van hun kind en de prognose met betrekking tot integratie in de gewone klassen.
2+In het eerste lid wordt verstaan onder administratieve groep: een entiteit binnen de onderwijsstructuur die wordt geïdentificeerd door een uniek administratief groepsnummer. Een administratieve groep wordt gebruikt binnen de administratieve toepassingen van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming.
3+Als een schoolbestuur op basis van zijn pedagogische project leerlingen niet op basis van de administratieve groep per leerjaar registreert binnen de administratieve toepassingen van het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming, worden de taalheldklassen georganiseerd voor alle anderstalige leerlingen die nieuw instromen in het Vlaamse onderwijs en die zeven jaar of ouder zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar.
4+In individuele situaties kan de klassenraad beslissen dat anderstalige nieuwkomers geen taalheldklas hoeven te volgen als de klassenraad van oordeel is dat de kennis van het Nederlands voldoende is om met goed gevolg de lessen te volgen.
5+§2. De taalheldklas bestaat uit intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal die onderwijstaal te laten verwerven in functie van een zo snel mogelijke integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten.
6+§3. De taalheldklas is in beginsel een voltijds traject. Als er te weinig leerlingen zijn om in een dergelijk voltijds traject te voorzien in de school of de scholengemeenschap, voorziet de school in een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. De onderwijsdoelen in de taalheldklas zijn de minimumdoelen, vermeld in artikel 44, §1. Die doelen zijn in de taalheldklas na te streven minimumdoelen.
7+§4. De klassenraad beslist wanneer de integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten plaatsvindt en kan die integratie ook geleidelijk laten verlopen. Het opzet van de taalheldklas is dat deze integratie zo snel mogelijk gebeurt. De taalheldklassen hebben in beginsel een duurtijd van één schooljaar of korter. De taalheldklas is verlengbaar door de klassenraad tot maximaal twee schooljaren.
8+In afwijking van het eerste lid, kan de klassenraad de taalheldklas met nog een schooljaar verlengen als de leerling is ingestroomd in de taalheldklas op of na de eerste schooldag van mei.
+33 −0 decreet-1997-02-25/art. 139vicies bis nieuw
1+§1. De scholengemeenschap ontvangt jaarlijks aanvullende lestijden uitsluitend bestemd voor de organisatie van taalheldklassen.
2+Het aantal aanvullende lestijden voor de organisatie van de taalheldklassen waarop de scholengemeenschap voor het schooljaar 20XX-20XX+1 recht heeft, is de som van A en B, waarbij:
3+1° A: het resultaat van de vermenigvuldiging van 1,2 lestijden met het aantal regelmatige leerlingen in de scholengemeenschap op de eerste schooldag van oktober 20XX, die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
4+a) de leerling gewoon lager onderwijs is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar;
5+b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c);
6+c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid erkende school ingeschreven op de eerste schooldag van februari 20XX;
7+2° B: het resultaat van de vermenigvuldiging van 0,4 lestijd met het aantal regelmatige leerlingen in de scholengemeenschap op de eerste schooldag van oktober 20XX, die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
8+a) de leerling gewoon lager onderwijs is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar;
9+b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c);
10+c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid erkende school ingeschreven op de eerste schooldag van februari 20XX-1.
11+§2. Scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren, ontvangen jaarlijks aanvullende lestijden voor de organisatie van taalheldklassen.
12+Het aantal aanvullende lestijden voor de organisatie van de taalheldklassen waarop de school voor het schooljaar 20XX-20XX+1 recht heeft, is de som van A en B, waarbij:
13+1° A: het resultaat van de vermenigvuldiging van 1,2 lestijden met het aantal regelmatige leerlingen in de school op de eerste schooldag van oktober 20XX, die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
14+a) de leerling gewoon lager onderwijs is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar;
15+b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78,§1, 1°, c);
16+c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid erkende school ingeschreven op de eerste schooldag van februari 20XX;
17+2° B: het resultaat van de vermenigvuldiging van 0,4 lestijd met het aantal regelmatige leerlingen, in de school op de eerste schooldag van oktober 20XX, die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
18+a) de leerling gewoon lager onderwijs is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar;
19+b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c);
20+c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid erkende school ingeschreven op de eerste schooldag van februari 20XX-1.
21+§3. Het aantal aanvullende lestijden waar scholengemeenschappen en scholen niet in een scholengemeenschap recht op hebben wordt jaarlijks verhoogd met X lestijden, waarbij:
22+1° X lestijden = A maal B;
23+2° A: 8.849 lestijden gedeeld door de som van het totaal aantal regelmatige leerlingen, in alle scholen op de eerste schooldag van februari 20XX, die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
24+a) de leerling gewoon lager onderwijs is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar;
25+b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c);
26+c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid erkende school ingeschreven op de eerste schooldag van februari 20XX-1;
27+3° B: het totaal aantal regelmatige leerlingen, in de school of scholengemeenschap op de eerste schooldag van februari 20XX, die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoen:
28+a) de leerling gewoon lager onderwijs is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar;
29+b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c);
30+c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid erkende school ingeschreven op de eerste schooldag van februari 20XX-1.
31+§4. Als het aantal leerlingen dat voldoet aan de cumulatieve voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, in de scholengemeenschap met vier of een veelvoud van vier stijgt of daalt ten opzichte van het aantal leerlingen dat voldeed aan die cumulatieve voorwaarden op de teldag, vermeld in paragraaf 1, wordt het aantal lestijden waar de scholengemeenschap recht op heeft voor het lopende schooljaar herberekend conform paragraaf 1, op basis van het aantal leerlingen dat in aanmerking komt, vermeld in paragraaf 1, op het moment van de herberekening.
32+§5. Als het aantal leerlingen dat voldoet aan de cumulatieve voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 1°, in de school met vier of een veelvoud van vier stijgt of daalt ten opzichte van het aantal leerlingen dat voldeed aan die cumulatieve voorwaarden, op de teldag, vermeld in paragraaf 2, wordt het aantal lestijden waar de school recht op heeft voor het lopende schooljaar herberekend volgens paragraaf 2, op basis van het aantal leerlingen dat in aanmerking komt conform paragraaf 2, op het moment van de herberekening.
33+§6. De aanvullende lestijden voor de organisatie van taalheldklassen die verkregen zijn conform paragraaf 1 tot en met paragraaf 5 worden als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier wordt er afgerond naar het hoger gelegen gehele getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lager gelegen gehele getal.
+8 −0 decreet-1997-02-25/art. 139vicies ter nieuw
1+§1. Scholengemeenschappen maken afspraken over de aanwending van de lestijden voor de organisatie van de taalheldklassen in een of meerdere scholen van de scholengemeenschap.
2+Scholen van de scholengemeenschap kunnen de taalheldklas gezamenlijk organiseren. In dat geval is artikel 20/1 van toepassing. Als scholen van de scholengemeenschap gezamenlijk taalheldklassen organiseren, gebeurt dit op redelijke afstand van de school waar de leerling ingeschreven is en wordt er rekening gehouden met de vrije keuze van de ouders.
3+Het schoolbestuur of de schoolbesturen, naargelang van het geval, van de betrokken scholengemeenschap duiden één school van de scholengemeenschap aan die als contactschool voor de taalheldklas fungeert ten aanzien van de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap.
4+§2. Scholen buiten het werkingsgebied van een LOP kunnen zich tot een LOP naar keuze wenden voor ondersteuning bij het maken van afspraken over de gezamenlijke organisatie van taalheldklassen.
5+§3. Uit de aanvullende lestijden voor de organisatie van taalheldklassen verkregen conform paragraaf 1 kunnen de volgende betrekkingen en opdrachten geput worden:
6+1° de eventuele onderwijsopdracht van de directeur en de adjunct-directeur;
7+2° de betrekkingen in het ambt van onderwijzer.
8+§4. In afwijking van artikel 3, 22°, a), wordt het inrichten van een taalheldklas niet beschouwd als een herstructurering.
+4 −0 decreet-1997-02-25/art. 153septies
77Dit gelijke onderwijskansenbeleid wordt gevoerd conform de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vastgelegd ter uitvoering van artikel 4, §2, eerste lid, 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Hiertoe bepaalt de school eigen streefdoelen alsook indicatoren en een tijdspad om deze streefdoelen te bereiken.
88De externe evaluatie op het gelijke onderwijskansenbeleid van de school met inbegrip van de aanwending van het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, en ook de SES-lestijden of de aanvullende lestijden, vermeld in artikel 85, § 2, artikel 134 en 139ter decies van dit decreet, gebeurt in het kader van de schooldoorlichting als bedoeld in artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
9+§3. Elke school in het gewoon basisonderwijs voert, in samenhang met het zorgbeleid, vermeld in paragraaf 1, en met de haar toegekende omkadering, ook een taalbeleid met bijzondere aandacht voor de versterking van het Nederlands, zowel op het vlak van taalverwerving als op het vlak van taalbeheersing.
10+Iedere school wijst daarvoor een taalexpert aan. De taalexpert geeft concreet advies over taal- en leesbeleid, vakkennis en taaldidactiek aan het schoolteam.
11+In het professionaliseringsplan van de school, vermeld in artikel 8 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, gaat permanent aandacht naar de doorlopende professionalisering van de taalexpert.
12+De externe evaluatie op het talenbeleid van de school, met inbegrip van de aanduiding en de professionalisering van de taalexpert, gebeurt in het kader van de doorlichting, vermeld in artikel 36 tot en met 42 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 154
11§ 1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget bedoeld in artikel 76 en 87septies onder meer administratief, meester-, vak- en dienstpersoneel, opvoedend hulppersoneel en per-soneel voor specifieke opdrachten aanwerven.
22Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
3−§ 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76, artikel 87quinquies, of 87septies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
3+§ 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76 of 87septies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
44De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
55Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 154
1−§ 1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget bedoeld in artikel 76 onder meer administratief, meester-, vak- en dienstpersoneel, opvoedend hulppersoneel en per-soneel voor specifieke opdrachten aanwerven.
1+§ 1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget bedoeld in artikel 76 en 87septies onder meer administratief, meester-, vak- en dienstpersoneel, opvoedend hulppersoneel en per-soneel voor specifieke opdrachten aanwerven.
22Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
3−§ 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76 of artikel 87quinquies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
3+§ 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76, artikel 87quinquies, of 87septies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
44De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
55Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
+0 −7 codex-secundair-onderwijs/art. 48/2 opgeheven
1−Vanaf het begrotingsjaar 20TT, startende in 2024, wordt er jaarlijks een extra werkingsbudget toegekend aan scholen voor gewoon secundair onderwijs en centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs voor het schooljaar 20TT-1– 20TT, startende in 2023-2024, die op de eerste schooldag van februari van 20TT-4 of 20TT-3 of 20TT-2 meer dan 50 procent regelmatige leerlingen telden die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van deze codex.
2−Voor de maatregel, vermeld in het eerste lid en in artikel 87quinquies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, wordt voor het basis- en secundair onderwijs samen vanaf 2024 jaarlijks een bedrag van 20 miljoen euro voorzien. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 geïndexeerd volgens artikel 79, §3, derde lid, 2°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
3−Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt over het basis- en secundair onderwijs verdeeld op basis van het aandeel van het onderwijsniveau in het totale aantal regelmatige leerlingen op de eerste schooldag van februari van het jaar 20TT-2 die voldoen aan het leerlingenkenmerk 3, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c), van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van deze codex, en voor zover zij ingeschreven zijn in de scholen of centra die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid of in artikel 87quinquies, eerste lid, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
4−Het extra werkingsbudget per school of centrum voor het betrokken schooljaar is het resultaat van de vermenigvuldiging van het aantal regelmatige leerlingen dat beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van deze codex, op de eerste schooldag van februari van jaar 20TT-2 in de school of het centrum met het binnen de begroting voorziene werkingsbudget, vermeld in dit artikel, voor het secundair onderwijs voor dat schooljaar gedeeld door het totale aantal regelmatige leerlingen gewoon secundair onderwijs in de scholen of centra die voldoen aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, dat op de eerste schooldag van februari van jaar 20TT-2 beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, eerste lid, 1°, c), van deze codex.
5−Het extra werkingsbudget wordt aangewend om leerlingen met een te beperkte kennis van het Nederlands extra te ondersteunen.
6−Het extra werkingsbudget voor het betrokken schooljaar wordt aan de school-of centrumbesturen in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50% van het extra werkingsbudget van het betrokken schooljaar vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.
7−De Vlaamse Regering kan binnen de beschikbare begrotingskredieten het extra werkingsbudget, vermeld in dit artikel, verhogen.
+7 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 210/1 nieuw
1+§1. Uitsluitend met het oog op de extra wekelijkse uren taallessen Nederlands voor de leerlingen, vermeld in artikel 136/4, eerste lid, 1°, worden uren-leraar toegekend aan de scholen voor gewoon secundair onderwijs.
2+§2. Het aantal uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, is het op het niveau van de school afgeronde aantal uren-leraar van de som van A, B en C, waarbij:
3+1° A: de coëfficiënt TNN vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, 1°, c), in de school op de teldag, vermeld in artikel 169, waarbij de coëfficiënt TNN: 880 gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon secundair onderwijs in het eerste leerjaar van de eerste graad die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, 1°, c), op de teldag, vermeld in artikel 169;
4+2° B: de coëfficiënt OPL vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, 1°, a), in de school op de teldag, vermeld in artikel 169, waarbij de coëfficiënt OPL: 880 gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon secundair onderwijs in het eerste leerjaar van de eerste graad die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, 1°, a), op de teldag, vermeld in artikel 169;
5+3° C: de coëfficiënt ST vermenigvuldigd met het aantal regelmatige leerlingen in het eerste leerjaar van de eerste graad die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, 1°, b), in de school op de teldag, vermeld in artikel 169, waarbij de coëfficiënt ST = 879 gedeeld door de som van het totale aantal regelmatige leerlingen in het gewoon secundair onderwijs in het eerste leerjaar van de eerste graad die beantwoorden aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 242, §1, 1°, b), op de teldag, vermeld in artikel 169.
6+Het aantal uren-leraar wordt per school als volgt afgerond: als het eerste cijfer na de komma groter is dan vier, wordt er afgerond naar het hogere geheel getal. Als het eerste cijfer na de komma kleiner is dan of gelijk is aan vier wordt er afgerond naar het lagere gehele getal.
7+§3. Deze uren-leraar worden aangewend om extra uren taallessen Nederlands per week te voorzien voor leerlingen die van de klassenraad van het basisonderwijs bij het uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs of door de klassenraad van het secundair onderwijs extra uren Nederlands opgelegd gekregen hebben overeenkomstig artikel 136/4, eerste lid, 1°.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 251/1
1−Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249, 48/2 of 48/3, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
1+Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget vermeld in artikel 249 of 48/3, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het gewoon secundair onderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs.
22De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking.
33Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing.
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.1
11Voor de toepassing van dit deel VIII wordt verstaan onder :
2−1° anderstalige nieuwkomer: de leerling bedoeld in artikel 2, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, respectievelijk artikel 4, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2002 betreffende de organisatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers in het voltijds secundair onderwijs;
2+1° anderstalige nieuwkomer: de leerling, vermeld in artikel 3, 4°quater, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, respectievelijk de leerling, vermeld in artikel 3, 2°/1, a) en c), van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
332° ...;
443° ...;
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VIII.5
221° het opmaken van een omgevingsanalyse inzake ongelijke onderwijskansen binnen het werkingsgebied. De participanten van het lokaal overleg leveren daartoe de noodzakelijke kwantitatieve en kwalitatieve gegevens;
332° het maken van afspraken inzake het nastreven van de doelstellingen inzake gelijke kansen;
4−3° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van leerlingen naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van gewezen anderstalige nieuwkomers in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs;
4+3° het maken van afspraken inzake de opvang, het aanbod en de toeleiding van anderstalige nieuwkomers naar de taalheldklas of het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers en de opvolging van anderstalige nieuwkomers bij hun doorstroom naar het regulier aanbod in het gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs;
554° het maken van afspraken inzake de uitoefening van de bemiddelingsbevoegdheid;
665° het maken van afspraken over de toepassing van de voorrang zoals bepaald in hoofdstuk IV/1 en hoofdstuk IV/3 van het decreet basisonderwijs;
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd