§ flandrepo

Decreet over de weginfrastructuur en het wegenbeleid en de waterinfrastructuur en het waterbeleid

Vlaamse Regering #1986 Staatsblad 26 april 2024 NUMAC 2024003984
36 artikels gewijzigd
+3 −0 decreet-2013-05-03/art. 2
11In dit decreet wordt verstaan onder :
221° algemeen reglement op de politie van het wegverkeer : het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en de daaruit volgende toepassingsbesluiten;
3+1°/1 emissiearm voertuig: een zwaar bedrijfsvoertuig dat geen emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig is, vermeld in artikel 3, punt 12, van verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2­emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad;
4+1°/2 emissievrij voertuig: een emissievrij zwaar bedrijfsvoertuig als vermeld in artikel 3, punt 11, van verordening (EU) 2019/1242 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot vaststelling van CO2-emissienormen voor nieuwe zware bedrijfsvoertuigen en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 595/2009 en (EU) 2018/956 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 96/53/EG van de Raad;
5+1°/3 milieuvriendelijk uitzonderlijk vervoer: het vervoer van deelbare ladingen verricht met een emissievrij of emissiearm voertuig of een combinatie van voertuigen getrokken door een emissievrij of emissiearm voertuig waarvan de afmetingen, de eigen massa, de massa onder de assen of de massa in beladen toestand, door zijn constructie of samenstelling, de maxima overschrijden die zijn bepaald in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en in het technisch reglement;
362° onderneming : natuurlijke persoon of rechtspersoon die overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek burgerrechtelijk aansprakelijk is voor de overtreder;
473° overtreder : natuurlijke persoon of rechtspersoon die een inbreuk pleegt op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
+6 −0 decreet-2013-05-03/art. 13/7 nieuw
1+Het milieuvriendelijk uitzonderlijk vervoer is alleen mogelijk in het kader van een door de Vlaamse Regering opgezet pilootproject en onder de volgende voorwaarden:
2+1° de voertuigen of combinaties van voertuigen voldoen aan de volgende voorwaarden:
3+a) de lengte van de sleep bedraagt niet meer dan 22 meter;
4+b) de hoogte van het voertuig bedraagt niet meer dan 4,30 meter;
5+c) de voertuigen en de combinaties van voertuigen voldoen, op het vlak van massa’s, aan de bepalingen van het technisch reglement;
6+2° er wordt, in de vergunningsaanvraag, aangetoond dat het laadvolume van het voertuig of de sleep niet hoger is dan het laadvolume van een vergelijkbaar klassiek aangedreven voertuig of een vergelijkbare klassiek aangedreven combinatie.
+6 −0 decreet-2013-05-03/art. 13/8 nieuw
1+De Vlaamse Regering bepaalt de volgende aspecten van het pilootproject, vermeld in artikel 13/7:
2+1° de start­ en einddatum;
3+2° de toegelaten voertuigen of voertuigcombinaties;
4+3° de technische voorwaarden van de voertuigen en combinaties van voertuigen;
5+4° de aard van de lading die vervoerd mag worden.
6+De Vlaamse Regering kan het maximum aantal vergunningen bepalen dat in het kader van het pilootproject kan worden uitgereikt.
+2 −0 decreet-2013-05-03/art. 13/9 nieuw
1+De Vlaamse Regering kan in het kader van het pilootproject, vermeld in artikel 13/7, het milieuvriendelijk uitzonderlijk vervoer beperken tot de trajecten of gebieden die ze bepaalt.
2+De Vlaamse Regering kan in het kader van het pilootproject, vermeld in artikel 13/7, het milieuvriendelijk uitzonderlijk vervoer verbieden op bepaalde tijdstippen, plaatsen of in bepaalde omstandigheden, of het onderwerpen aan bepaalde voorwaarden.
+4 −0 decreet-2013-05-03/art. 13/10 nieuw
1+Met het oog op het uitreiken van een vergunning in het kader van het pilootproject, vermeld in artikel 13/7, bepaalt de Vlaamse Regering de volgende elementen:
2+1° de inhoud van de vergunning. De vergunning vermeldt minstens de maatregelen om schade aan de verkeersinfrastructuur te voorkomen en om het milieuvriendelijk uitzonderlijk vervoer veilig te laten verlopen;
3+2° de procedure voor de aanvraag en de afgifte van de vergunning.
4+De Vlaamse Regering kan voor het uitreiken van de vergunning, vermeld in het eerste lid, en het gebruik van de verkeersinfrastructuur voor milieuvriendelijk uitzonderlijk vervoer een vergoeding bepalen.
+1 −0 decreet-2013-05-03/art. 13/11 nieuw
1+In het kader van het pilootproject, vermeld in artikel 13/7, kan de Vlaamse Regering bepalen dat de dienst van de Vlaamse administratie die ze aanwijst op de hoogte gebracht wordt van het tijdstip en de gevolgde reisweg en de voertuigen van het milieuvriendelijk uitzonderlijk vervoer. De Vlaamse Regering bepaalt in dat geval ook de wijze waarop dat gebeurt en de eventuele uitzonderingen.
+1 −0 decreet-2013-05-03/art. 13/12 nieuw
1+Het pilootproject, vermeld in artikel 13/7, wordt geëvalueerd. De Vlaamse Regering bepaalt de frequentie van evaluatie en de procedure voor de evaluatie van het project.
+1 −1 decreet-2013-05-03/art. 17
11§ 1. Voor inbreuken op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen de door de Vlaamse Regering aangewezen wegeninspecteurs-controleurs en de Vlaamse Regering in graad van beroep een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig de hierna bepaalde regels.
22§ 2. Het tarief van de administratieve geldboete is gelijk aan de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen.
3−In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering, voor specifieke inbreuken, het tarief van de administratieve geldboete bepalen op een bedrag dat hoger ligt dan de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen, zonder evenwel de maximumgeldboete, vermeld in artikel 14, verhoogd met de opdeciemen, te overschrijden.
3+In afwijking van het eerste lid is het tarief van de administratieve geldboete voor de inbreuken die de Vlaamse Regering bepaalt, gelijk aan een bedrag dat de Vlaamse Regering bepaalt, verhoogd met de opdeciemen. Het voormelde bedrag ligt hoger dan de minimumgeldboete, vermeld in artikel 14, en is hoogstens gelijk is aan de maximumgeldboete, vermeld in artikel 14.
44Als een overtreder binnen de positieve referentieperiode opnieuw een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan pleegt, kan de administratieve geldboete bepaald worden op het dubbel van de administratieve geldboete, vermeld in het eerste of het tweede lid.
55In het derde lid wordt verstaan onder positieve referentieperiode : de periode van drie jaar die volgt op de datum waarop een definitieve administratieve geldboete of een definitieve strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan.
+5 −3 decreet-2022-01-21/art. 80
1−De volgende categorieën van vaartuigen zijn van de betaling van scheepvaartrechten of andere retributies als vermeld in artikel 79 vrijgesteld:
1+§1. De volgende categorieën van vaartuigen zijn van de betaling van scheepvaartrechten of andere retributies als vermeld in artikel 79 vrijgesteld:
221° vaartuigen die bestemd zijn voor openbaar personenvervoer te water, zoals veren waarmee door of in opdracht van een overheid veerdiensten worden aangeboden;
332° schepen die zich voor de vervulling van openbare diensten door of in opdracht van een overheid verplaatsen;
554° ijsbrekers, wanneer zij worden ingezet om ijsvorming te bestrijden;
665° schepen die bij vloed of wanneer het nodig is het water geheel of gedeeltelijk af te laten worden verhaald naar plaatsen waar ze de vrije loop van het water niet kunnen hinderen, en die later, wanneer de oorzaak van verplaatsing opgehouden heeft, naar hun eerste ligplaats terugkeren;
7−6° schepen gebruikt voor de uitvoering van werkzaamheden van onderhoud of verbetering der waterwegen door of in opdracht van de waterwegbeheerder, of voor vervoer verband houdende met deze werkzaamheden, voor zover die schepen zich met het oog op de uitvoering van de opdracht verplaatsen.
7+6° schepen gebruikt voor de uitvoering van werkzaamheden van onderhoud of verbetering der waterwegen door of in opdracht van de waterwegbeheerder, of voor vervoer verband houdende met deze werkzaamheden, voor zover die schepen zich met het oog op de uitvoering van de opdracht verplaatsen;
8+7° bijboten terwijl ze worden ingezet voor het aan en van boord brengen van personen en goederen, en bij redding, berging en werkzaamheden.
8−Met uitzondering van de categorieën van vaartuigen, vermeld in punt 1° en 3° van het eerste lid, moet een schip dat in een van de hierboven vermelde uitzonderingsgevallen verkeert, zich bij het binnenvaren in het bevoegdheidsgebied van een waterwegbeheerder of bij de afvaart binnen het bevoegdheidsgebied melden bij de waterwegbeheerder, die het kosteloos een vaarvergunning verleent.
9+Met uitzondering van de categorieën van vaartuigen, vermeld in het eerste lid, 1°, 3° en 7°, moet een schip dat in een van de hierboven vermelde uitzonderingsgevallen verkeert, zich bij het binnenvaren in het bevoegdheidsgebied van een waterwegbeheerder of bij de afvaart binnen het bevoegdheidsgebied melden bij de waterwegbeheerder, die het kosteloos een vaarvergunning verleent.
10+§2. Woonvaartuigen die beschikken over een geldige vergunning of concessie om een ligplaats in te nemen, als ze zich op hun ligplaats bevinden, of als ze gesleept worden naar een andere locatie, zijn vrijgesteld van de betaling van de retributie, vermeld in artikel 79, om een waterwegenvergunning te verkrijgen.
+2 −0 decreet-2022-01-21/art. 133
332° de organisator van een activiteit of evenement als vermeld in artikel 29 die niet beschikt over een toelating van de beheerder van het jaagpad;
443° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 34;
5+3°/1 degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 39;
6+3°/2 degene die zich schuldig maakt aan de miskenning van een tijdelijk verbod of een tijdelijke beperking als vermeld in artikel 41.
574° degene die zich schuldig maakt aan een overtreding van artikel 46;
685° de eigenaar of de exploitant van een schip dat de binnenwateren bevaart zonder aan de krachtens artikel 47 opgelegde verplichting te hebben voldaan;
+1 −1 decreet-2022-01-21/art. 198
1−In afwijking van artikel 196, treden artikel 42, 166 en 167 in werking op 1 januari 2024.
1+In afwijking van artikel 196, treden artikel 42, 166 en 167 in werking op 1 januari 2026.
+1 −0 decreet-2004-04-02/art. 5
25258° quinquies het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van de regels van politie over het verkeer op de waterwegen;
26268° sexies het uitvoeren van de voorschriften voor de waterwegen en havens met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren, met uitzondering van de voorschriften voor het vervoer van radioactieve stoffen, explosieven en dierlijke stoffen die een gevaar vormen voor de bevolking. De vennootschap is ook belast met het toezicht op de naleving en de bestuurlijke handhaving van die voorschriften;
27+8° septies het optreden als de vervolgingsinstantie en beboetingsinstantie, vermeld in artikel 135, eerste lid, van het Scheepvaartdecreet van 21 januari 2022;
27289° alle andere soortgelijke werkzaamheden die aan de vennootschap worden opgedragen door de Vlaamse regering.
2829De taken, vermeld in het tweede lid, 2°, 3° en 4°, kunnen ook worden uitgeoefend op, onder of over onroerende goederen die behoren tot het openbare en het private domein van de federale overheid, het Vlaamse Gewest, de Vlaamse Gemeenschap, de provincies, de gemeenten, de havenbedrijven en de instellingen die eronder ressorteren, met toestemming van de eigenaar. Die toestemming wordt met een aangetekende brief gevraagd.
+2 −1 decreet-2004-04-02/art. 5bis
11Met behoud van de toepassing van artikel 5, § 3, oefent de vennootschap haar bevoegdheden uit op de volgende manier:
221° voor het doel, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid: binnen de grenzen, vastgelegd in het besluit van de Vlaamse Regering en de bijgevoegde plannen, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid;
3−2° voor het doel, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, en de taken, vermeld in artikel 5, § 6: binnen het Vlaamse Gewest.
3+2° voor het doel, vermeld in artikel 5, § 1, derde lid, en de taken, vermeld in artikel 5, § 6: binnen het Vlaamse Gewest;
4+3° voor de taken, vermeld in artikel 5, §2, tweede lid, 8°septies, binnen het ambtsgebied, vermeld in artikel 5, §1, eerste lid, en binnen het Belgische gedeelte van het gebied bepaald in artikel 3 van het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied, ondertekend in Middelburg op 21 december 2005, en de IJzermonding tot aan de landzijde van de basislijn.
+5 −0 decreet-2006-06-16-1015082/art. 3bis nieuw
1+De Vlaamse Regering kan voor de materies die bij dit decreet worden geregeld, de nodige maatregelen nemen ter uitvoering van internationale standaarden of van verplichtingen die voortvloeien uit de internationale verdragen, vermeld in artikel 3, en de internationale akten die krachtens die verdragen tot stand komen.
2+De Vlaamse Regering kan aan de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied en binnen het havengebied aan de havenkapiteinsdienst verplichtingen opleggen over de volgende aspecten om onder meer uitvoering te geven aan de toepasselijke internationale en Unierechtelijke verplichtingen:
3+1° de werking van het verkeersbegeleidingssysteem in het VBS-werkingsgebied, respectievelijk over de werking van het verkeersbegeleidingssysteem binnen het havengebied;
4+2° de eisen waaraan de uitrusting van het verkeersbegeleidingssysteem binnen het VBS-werkingsgebied, respectievelijk binnen het havengebied moet voldoen, met inbegrip van de technische apparatuur en de infrastructuur;
5+3° andere vereisten dan de vereisten, vermeld in punt 1° en 2°, waaraan de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied respectievelijk de havenkapiteinsdienst moet voldoen.
+60 −0 decreet-2006-06-16-1015082/art. 4ter
1+§1. In dit artikel wordt verstaan onder:
2+1° accreditatie van een VBS-opleidingscentrum: de formele bevestiging door de bevoegde instantie, vermeld in de paragraaf 2, eerste lid, dat een VBS-opleidingscentrum werkt met een kwaliteitsmanagementsysteem om de VBS-opleidingen doeltreffend te verstrekken, en daarvoor voldoet aan de vereiste voorwaarden;
3+2° goedkeuring van een VBS-opleiding: de formele bevestiging door de bevoegde instantie, vermeld in de paragraaf 2, eerste lid, dat een VBS-opleidingscentrum voldoet aan de normen van IALA voor de implementatie, het verschaffen en de beoordeling van een VBS­opleiding;
4+3° IALA: International Association of Marine Aids to Navigation and Lighthouse Authorities, in het Nederlands Internationale Associatie voor Autoriteiten voor Maritieme Navigatiehulpmiddelen en Vuurtorens, zoals die wordt omgevormd naar een gouvernementele organisatie, International Organization for Marine Aids to Navigation, of in het Nederlands de Internationale Organisatie voor Maritieme Navigatiehulpmiddelen voor de scheepvaart;
5+4° VBS-opleiding: elke opleiding die een personeelslid die belast is met het begeleiden van de scheepvaart, nodig heeft om te kunnen worden beschouwd als bekwaam voor de uitvoering van de functie.
6+§2. De Vlaamse Regering wijst de bevoegde instantie aan die belast is met al de volgende aspecten:
7+1° de accreditatie van de VBS­opleidingscentra;
8+2° de goedkeuring van VBS­opleidingen;
9+3° de controle en aanvaarding van certificaten en kwalificaties van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart.
10+De Vlaamse Regering kan, in overeenstemming met internationaal vastgestelde bepalingen, zoals die zijn opgenomen in de toepasselijke IALA­standaarden en de eraan verbonden IALA-aanbevelingen, -richtlijnen en modelcursussen:
11+1° de voorwaarden bepalen waaraan personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, moeten voldoen en de VBS-opleidingen die moeten worden gevolgd om gekwalificeerd te zijn voor de uitoefening van de functie. In die voorwaarden zijn ook de voorwaarden voor het behoud van de kwalificaties voor de uitvoering van de functie begrepen;
12+2° de nadere regels bepalen voor de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart voor het verkrijgen van hun persoonlijk trainingsoverzicht en om persoonlijk trainingslogboek bij te houden door de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst waarbij de houder werkt;
13+3° de voorwaarden en de procedure bepalen voor de accreditatie van VBS-opleidingscentra en de goedkeuring van VBS-opleidingen, met inbegrip van:
14+a) de organisatie van audits voor het verkrijgen van de accreditatie of de goedkeuring;
15+b) de voorwaarden en de procedure voor de goedkeuring van de VBS-opleidingen die kunnen worden gegeven door de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, aan de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart;
16+c) de voorwaarden en de procedure bepalen voor de vernieuwing, schorsing en intrekking van een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum, of van een goedkeuring van een VBS­opleiding;
17+4° de voorwaarden en de procedure bepalen voor de uitreiking van certificaten, voor de vernieuwing, schorsing en intrekking van certificaten en voor vermeldingen in het persoonlijk trainingsoverzicht, vermeld in punt 2°;
18+5° de geldigheidsduur vaststellen van de verschillende documenten die zijn uitgereikt en de gegevens die erin vermeld moeten worden;
19+6° een controlemechanisme uitwerken voor certificaten die niet zijn behaald bij een VBS-opleidingscentrum die door de bevoegde instantie, vermeld in het eerste lid, is geaccrediteerd, of voor een VBS-opleiding die de bevoegde instantie, vermeld in het eerste lid, heeft goedgekeurd.
20+§3. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in dit artikel of met het oog op de uitvoering van dit artikel en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden persoonsgegevens verwerkt. De verwerking van de persoonsgegevens in dit kader is beperkt tot de persoonsgegevens die nodig zijn voor het dos- sierbeheer als taak van algemeen belang.
21+De verwerking van de persoonsgegevens in het kader van het eerste lid is nodig voor al de volgende aspecten:
22+1° om een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum te verlenen en om een goedkeuring aan een VBS­opleiding te verlenen;
23+2° voor audits in het kader van de accreditatie van een VBS-opleidingscentrum of een goedkeuring van een VBS­opleiding;
24+3° om te verifiëren of de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart beschikken over de benodigde kwalificaties voor hun functie.
25+De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel heeft, afhankelijk van de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens nodig zijn voor elk van de verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers, vermeld in dit artikel, betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens:
26+1° identificatiegegevens, met inbegrip van documenten met een uniek identificatienummer die gelinkt kunnen worden aan de persoon;
27+2° opleidings­ en kwalificatiegegevens, met inbegrip van de relevante vermeldingen op certificaten of in persoonlijke trainingsoverzichten;
28+3° contactgegevens.
29+De Vlaamse Regering kan de categorieën en de verwerkingen, vermeld in het tweede en derde lid, nader omschrijven.
30+§4. De persoonsgegevens die de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, in het kader van dit artikel bijhouden, zijn uitsluitend toegankelijk voor:
31+1° de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart voor hun eigen gegevens;
32+2° de eigen personeelsleden die betrokken zijn bij de opleiding, kwalificatie, inzet of verloning van een personeelslid dat belast is met het begeleiden van de scheepvaart.
33+De persoonsgegevens van de contactpersonen bij een VBS-opleidingscentrum en bij de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, in het kader van het verkrijgen van een accreditatie van een VBS­opleidingscentrum of van een goedkeuring van een VBS­opleiding, zijn uitsluitend toegankelijk voor:
34+1° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die betrokken zijn bij de behandeling van de aanvraag;
35+2° de auditoren die instaan voor de uitvoering van de audit.
36+Elk VBS­opleidingscentrum beschermt de beoordelingsoverzichten van elke leerling afdoende en verzekert dat die alleen toegankelijk zijn voor de volgende personen die daarvoor geautoriseerd zijn:
37+1° de eigen lesgevers en beoordelaars, die instaan voor de VBS-opleiding binnen het opleidingscentrum;
38+2° de personeelsleden van de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, die hiërarchische meerdere zijn van, of verantwoordelijk zijn voor de opvolging van opleidingen en de kwalificaties van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart en die een opleiding volgen in het VBS­opleidingscentrum;
39+3° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die betrokken zijn bij de uitvoering van een audit, of de auditoren die betrokken zijn bij de uitvoering van een audit;
40+4° de leerling zelf voor elke beoordeling die deze leerling betreffen.
41+De contactgegevens van auditoren zijn uitsluitend toegankelijk voor:
42+1° de aanvrager van een audit;
43+2° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, die de aanvraag behandelen en het auditrapport verwerken;
44+3° de bevoegde IALA­personeelsleden;
45+4° de betrokken auditoren voor hun eigen gegevens.
46+Als er persoonsgegevens in een auditrapport verwerkt worden, zijn die persoonsgegevens uitsluitend toegankelijk voor:
47+1° de persoon op wie de gegevens betrekking hebben;
48+2° de personeelsleden van de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, en van de aanvrager, die een auditrapport verwerken;
49+3° de bevoegde IALA-personeelsleden.
50+De Vlaamse Regering kan de toegankelijkheid tot de persoonsgegevens, vermeld in deze paragraaf, nader regelen.
51+§5. De persoonsgegevens die een VBS­opleidingscentrum bijhoudt om een accreditatie van het VBS-opleidingscentrum te krijgen of om een goedkeuring van een VBS-opleiding te krijgen, of die de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, bijhoudt om een goedkeuring van een VBS-opleiding te verkrijgen, met inbegrip van een opleiding in het kader van het kwalificatieproces van de eigen personeelsleden, worden bewaard gedurende 45 jaar, of uiterlijk totdat het personeelslid dat belast is met het begeleiden van de scheepvaart, met pensioen gaat.
52+Met behoud van toepassing van de regelgeving over de bewaring door de bevoegde instanties die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, van de persoonsgegevens van hun eigen personeelsleden, stelt de Vlaamse Regering de maximale bewaartermijn vast voor de overige persoonsgegevens die in het kader van dit artikel verwerkt worden. De persoonsgegevens worden in ieder geval niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt. De door de Vlaamse Regering vastgestelde maximale bewaartermijnen gaan de termijn van tien jaar na het overlijden van de houder van het certificaat, van de kwalificatie of van het persoonlijk trainingsoverzicht, niet te boven. Bij de vaststelling van de maximale bewaartermijnen wordt in het bijzonder rekening gehouden met de mogelijke noodzaak aan gegevens omtrent de opleidingen en kwalificaties, tijdens de beroepsloopbaan en in voorkomend geval nog erna.
53+Persoonsgegevens die in een auditrapport verwerkt worden, worden geanonimiseerd tien jaar nadat het rapport is gefinaliseerd.
54+§6. De volgende instanties treden op als verwerkingsverantwoordelijke van persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit artikel:
55+1° de bevoegde instantie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, voor de persoonsgegevens die door haar worden verwerkt in het kader van het verlenen van een accreditatie van een VBS-opleidingscentrum en het verlenen van een goed keuring van een VBS-opleiding, met inbegrip van een opleiding in het kader
56+van het kwalificatieproces van de eigen personeelsleden, of in het kader van een individuele beslissing betreffende de aanvaarding of niet­aanvaarding van een certificaat;
57+2° de VBS-opleidingscentra, voor de persoonsgegevens die door hen worden verwerkt in het kader van de opleiding en het verwerven van de benodigde kwalificaties door de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, en in het kader van een accreditatie van het VBS-opleidingscentrum of goedkeuring van een VBS­opleiding;
58+3° de bevoegde instantie voor het VBS-werkingsgebied, respectievelijk de havenkapiteinsdienst, voor de persoonsgegevens van de eigen personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, die door hen worden ver- werkt in het kader van het verkrijgen van een goedkeuring van een VBS-regio­opleiding, of van een VBS­opleiding in het kader van het kwalificatieproces, van de personeelsleden die belast zijn met het begeleiden van de scheepvaart, met inbegrip van de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het persoonlijk trainingsoverzicht, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 2°.
59+De auditoren treden op als verwerker, vermeld in artikel 4, 8), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de persoonsgegevens die verwerkt moeten worden bij een audit in het kader van de accreditatie van een opleidings- centrum of een goedkeuring van een VBS-opleiding.
60+De verwerkingsverantwoordelijken en de verwerker zien erop toe dat de te verwerken persoonsgegevens juist zijn en, als dat nodig is, dat die gegevens worden geactualiseerd.
+1 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 11
1−Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf havenluitenants aanwerven of benoemen. De havenluitenants werken onder het gezag van een havenkapitein. Ze staan de havenkapitein bij in al zijn ambtsplichten. Ze brengen over alle vastgestelde misdrijven verslag uit bij de havenkapitein, die proces-verbaal opmaakt.
1+Voor zover de aard en de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de havenkapiteinsdienst dat vereisen, kan het havenbedrijf havenluitenants aanwerven of benoemen. De havenluitenants werken onder het gezag van een havenkapitein. Ze staan de havenkapitein bij in al zijn ambtsplichten. Ze brengen over alle vastgestelde inbreuken verslag uit bij de havenkapitein, die proces-verbaal opmaakt.
+7 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 14
11De processen-verbaal die de leden van de havenkapiteinsdienst, vermeld in artikel 10, 12 en 13, hebben opgemaakt, worden op de havenkapiteinsdienst geregistreerd en ter beschikking gesteld van de procureur des Konings. De processen-verbaal gelden tot bewijs van het tegendeel.
2−De vaststellingen, gesteund op materiële bewijsmiddelen die door onbemande, automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet bewezen is, als het gaat om overtredingen van dit decreet. Als een overtreding werd vastgesteld door onbemande, automatisch werkende toestellen, wordt er melding van gemaakt in het proces-verbaal.
2+De vaststellingen die de havenkapiteins, haveninspecteurs of havenagenten hebben gedaan met beeldmateriaal als vermeld in artikel 18, §1, derde en vierde lid, hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel als de voormelde vaststellingen het voorwerp uitmaken van een proces-verbaal dat de volgende gegevens bevat:
3+1° bij mobiele camera’s, die in voorkomend geval intelligent zijn, de identiteit van het personeelslid dat het beeldmateriaal heeft gemaakt of de instructie daarvoor heeft gegeven;
4+2° de dag, de datum, het uur waarop en de exacte beschrijving van de plaats waar het beeldmateriaal is gemaakt;
5+3° de identificatie van het technische hulpmiddel waarmee het beeldmateriaal is gemaakt;
6+4° een beschrijving van wat op dat beeldmateriaal te zien is, en ook het verband met de vastgestelde inbreuk;
7+5° een afdruk van het beeldmateriaal of, als dat onmogelijk is, een kopie ervan op een drager als bijlage bij het proces-verbaal, en ook een volledige opgave van alle nodige technische specificaties om de kopie van dat beeldmateriaal te kunnen bekijken;
8+6° als er verschillende afdrukken of dragers zijn, een nummering van die afdrukken of die dragers, die ook moet voorkomen in de ermee overeenstemmende beschrijving, in het proces­verbaal, van wat op het beeldmateriaal is te zien.
+1 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 16
1−De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn zonder uitzondering toepasselijk op de misdrijven, vermeld in artikel 15.
1+De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn zonder uitzondering toepasselijk op de inbreuken, vermeld in artikel 15.
+1 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 17
22De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die onmiddellijke inning, waaronder het bedrag voor onmiddellijke inning van de geldboete, in verhouding tot de aard, de omvang en de ernst van de inbreuk. Het bedrag voor onmiddellijke inning van de geldboete voor een individuele inbreuk bedraagt maximaal 1000 euro. De Vlaamse Regering bepaalt ook het maximumbedrag dat in het kader van een onmiddellijke inning kan worden betaald in geval van de eendaadse of meerdaadse samenloop van inbreuken.
33De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder die geldboete moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren.
4−§ 2. Voor zover het gaat om een inbreuk als vermeld in artikel 15, § 1, 3° en 4°, of als vermeld in artikel 15, § 2, 3°, of voor zover het gaat om een inbreuk of een samenloop van inbreuken waarvoor geen onmiddellijke inning van de geldboete met toepassing van paragraaf 1 kan worden voorgesteld, kan de havenkapitein het bedrag van de geldboete bepalen . Die geldboete mag niet meer bedragen dan het maximumbedrag van de geldboete, vermeld in artikel 15, § 1, 3° en 4°, en § 2, 3°, verhoogd met de opdeciemen, en moet in verhouding staan tot de aard, de omvang en de ernst van de inbreuk. De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder de geldboete uiterlijk moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren. De betalingstermijn die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld, bedraagt ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden.
4+§ 2. Voor zover het gaat om een inbreuk als vermeld in artikel 15, § 1, 3° en 4°, of als vermeld in artikel 15, § 2, 3°, of voor zover het gaat om een inbreuk of een samenloop van inbreuken waarvoor geen onmiddellijke inning van de geldboete met toepassing van paragraaf 1 kan worden voorgesteld, kan de havenkapitein het bedrag van de geldboete bepalen en voor de betaling ervan een minnelijke schikking voorstellen. Die geldboete mag niet meer bedragen dan het maximumbedrag van de geldboete, vermeld in artikel 15, § 1, 3° en 4°, en § 2, 3°, verhoogd met de opdeciemen, en moet in verhouding staan tot de aard, de omvang en de ernst van de inbreuk. De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de overtreder de geldboete uiterlijk moet betalen en de wijze waarop die betaling kan gebeuren. De betalingstermijn die de Vlaamse Regering heeft vastgesteld, bedraagt ten minste vijftien dagen en ten hoogste drie maanden.
55§ 3. Indien de overtreder met inachtneming van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, overgaat tot de betaling van de daarin vermelde som, heeft die betaling verval van strafvordering tot gevolg, behalve indien het openbaar ministerie binnen drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de betaling, de overtreder op de hoogte brengt van zijn voornemen om een andere straf te vorderen dan de geldboete die de havenkapitein, de haveninspecteur of de havenagent heeft opgelegd en onverminderd het recht dat de benadeelde partij heeft om voor het strafgerecht de vergoeding van de veroorzaakte schade te eisen.
66Het recht om aan de overtreder de betaling van een geldboete voor te stellen waarvan de betaling de strafvordering doet vervallen, kan niet worden uitgeoefend als de zaak reeds bij de rechtbank aanhangig is gemaakt of als de onderzoeksrechter het instellen van een onderzoek heeft gevorderd.
+3 −1 decreet-2019-05-03-1031839/art. 18
11§ 1. De havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten mogen op elk moment een vervoermiddel en/of lading, alsook plaatsen in publieke en private gebouwen die zich binnen het havengebied bevinden, betreden, onderzoeken en verzegelen, op voorwaarde dat die plaatsen geen woning uitmaken in de zin van artikel 15 van de Grondwet en de bepalingen van het internationaal zeerecht worden nageleefd. Ze mogen daarbij het benodigde materiaal meenemen en in beslag nemen. Ze mogen hierbij geen afbreuk doen aan de uitoefening van overheidsdiensten, noch aan de vereisten inzake inbeslagname van domeingoederen.
2−Zonder afbreuk te doen aan de regelgeving tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen de havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten vaststellingen doen met audiovisuele middelen.
2+De havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten kunnen vaststellingen doen met detectieapparatuur, met inbegrip van radar en marifoon.
3+Voor het toezicht op en de handhaving van de reglementen van bijzondere administratieve politie inzake de in artikel 4 vermelde aangelegenheden, kunnen de havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten vaststellingen doen met beeldmateriaal van vaste en mobiele camera’s, die in voorkomend geval intelligent zijn, ongeacht de drager daarvan.
4+De havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten kunnen beeldmateriaal gebruiken dat is gemaakt door een derde partij op instructie van de havenkapiteinsdienst, of ander beeldmateriaal van derden gebruiken, als die personen dat beeldmateriaal rechtmatig hebben gemaakt of verkregen.
35Bij de uitoefening van hun rechten, vermeld in deze paragraaf, mogen de havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten zich laten bijstaan door personen die ze daartoe op grond van hun deskundigheid hebben aangewezen.
46De havenkapiteins, de haveninspecteurs en de havenagenten mogen zich alle nodige inlichtingen en documenten doen verstrekken, en kunnen inzage vorderen van alle noodzakelijke documenten, stukken, titels en andere informatiedragers. Ze mogen zich die informatiedragers laten voorleggen op de plaats die ze zelf aanwijzen. Ze mogen van de documenten en informatiedragers een afschrift vragen of nemen, of die tegen ontvangstbewijs bij zich houden of meenemen voor de periode die vereist is om hun taken uit te voeren. Ze kunnen de identiteit van personen controleren, hen verhoren en alle nuttige vaststellingen doen.
+11 −0 decreet-2019-05-03-1031839/art. 18/1 nieuw
1+Het beeldmateriaal dat verzameld wordt met vaste en mobiele camera’s, die in voorkomend geval intelligent zijn, kan geregistreerd en bewaard worden voor een duur van niet meer dan twaalf maanden vanaf het moment van opname.
2+Het beeldmateriaal, vermeld in het eerste lid, kan alleen langer dan de termijn, vermeld in het eerste lid, bewaard en gebruikt worden om vastgestelde inbreuken of schadeverwekkende daden te bewijzen of om de daders ervan te identificeren. In dat geval kunnen de beelden maximaal vijf jaar bewaard worden, tenzij de camerabeelden een onderdeel zijn van een gerechtelijke procedure, in welk geval de camerabeelden uitzonderlijk langer bewaard mogen worden tot op het moment dat er geen enkel gewoon of buitengewoon rechtsmiddel meer open staat tegen de definitieve beslissing in het kader van die gerechtelijke procedure.
3+De toegang tot het beeldmateriaal, vermeld in het eerste lid, is beperkt tot:
4+1° de personeelsleden van de havenkapiteinsdienst op voorwaarde dat dit operationeel gemotiveerd is;
5+2° de personeelsleden met specifieke taken in het kader van de verwerking van de door de camera’s verkregen gegevens;
6+3° de personen, diensten of entiteiten die op basis van bijzondere wetgeving toegang hebben tot de camerabeelden.
7+De toegang tot deze gegevens is beveiligd.
8+Het beeldmateriaal, vermeld in het eerste lid, kan na anonimisering worden gebruikt voor didactische en pedagogische doeleinden in het kader van opleiding.
9+De camera’s, vermeld in het eerste lid, leveren geen beelden op die de intimiteit van een persoon schenden, of beelden die gericht zijn op het inwinnen van informatie over de filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand.
10+De personen die toegang hebben tot het beeldmateriaal, vermeld in het eerste lid, hebben een geheimhoudingsverplichting voor de persoonsgegevens die die beelden opleveren.
11+Bij incidenten of vermoeden van gevaar voor de openbare veiligheid of voor het milieu kan het beeldmateriaal, vermeld in het eerste lid, realtime of achteraf gedeeld worden met brandweerdiensten, civiele bescherming en andere veiligheidsdiensten.
+16 −0 decreet-2019-05-03-1031839/art. 18/2 nieuw
1+§1. Met het oog op de uitoefening van hun taken, vermeld in dit decreet, verwerken de personeelsleden van de havenkapiteinsdienst persoonsgegevens.
2+De gegevens, vermeld in het eerste lid, zijn in het bijzonder gegevens over de identiteit, het adres, de contactgegevens, vaar- en voertuiggegevens en afbeeldingen van overtreders, van mogelijke overtreders of, in de gevallen, vermeld in artikel 17, §7 of §8, van veronderstelde overtreders, van personen die burgerrechtelijk aansprakelijk kunnen worden geacht voor een inbreuk, van getuigen en van andere personen die bij de feiten zijn betrokken.
3+§2. De havenkapiteinsdienst stelt een register op waarin de volgende gegevens worden bewaard:
4+1° een kopie van het proces­verbaal;
5+2° in voorkomend geval, de stukken over de verzending van een afschrift van het proces­verbaal aan de overtreder, of, in de gevallen, vermeld in artikel 17, §7 of §8, de veronderstelde overtreder;
6+3° het voorstel tot betaling van een geldboete, vermeld in artikel 17, §1 of §2;
7+4° in voorkomend geval, alle beschikbare stukken over de borgstelling, vermeld in artikel 17, §4;
8+5° als de volgende gegevens bekend zijn, de identiteit en het adres van de woonplaats of de maatschappelijke zetel van de overtreder of, in de gevallen, vermeld in artikel 17, §7 of §8, de veronderstelde overtreder;
9+6° in voorkomend geval en als de volgende gegevens bekend zijn, de identiteit en het adres van de woonplaats of de maatschappelijke zetel van iedere persoon die burgerrechtelijk aansprakelijk geacht wordt voor een inbreuk;
10+7° de kwalificatie van de vastgestelde inbreuken of inbreuken.
11+Het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken en de onderzoeksrechters hebben toegang tot de gegevens, vermeld in het eerste lid, in het kader van de uitoefening van hun wettelijke opdracht.
12+§3. Voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in dit artikel, is het betrokken havenbedrijf de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van
13+27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
14+De verwerking van de gegevens, vermeld in dit artikel, is noodzakelijk voor de vervulling van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de betrokken havenkapiteinsdienst is opgedragen. Meer bepaald worden de persoonsgegevens verzameld en verwerkt met het oog op de handhaving van havenpolitieverordeningen en havenverkeersverordeningen in de havengebieden.
15+Met behoud van paragraaf 2, tweede lid, hebben de personeelsleden van de havenkapiteinsdienst alleen toegang tot de verwerkte persoonsgegevens bij de uitoefening van hun taken, vermeld in dit decreet.
16+De persoonsgegevens, vermeld in dit artikel, worden tien jaar bijgehouden na het einde van de inbreuk of, als geen inbreuk is vastgesteld, vijf jaar na het einde van het onderzoek.
+9 −0 decreet-2019-05-03-1031839/art. 18/3 nieuw
1+Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personeelsleden van de havenkapiteinsdienst beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het negende lid.
2+De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de havenkapiteinsdienst, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast. De duur van de voorbereidende werkzaamheden bedraagt in voorkomend geval niet meer dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.
3+De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt.
4+Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.
5+De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke beslissing van de verwerkingsverantwoordelijke tot weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de havenkapiteinsdienst zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.
6+De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.
7+De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd, en houdt die informatie ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie.
8+Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval opnieuw toegepast, conform artikel 12 van de voormelde verordening.
9+Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mogen de personeelsleden van de havenkapiteinsdienst op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voor- komend geval de onderzoeksrechter aan de betrokken personeelsleden van de havenkapiteinsdienst heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
+5 −1 decreet-1995-04-19-1003968/art. 7
88In uitzonderlijke omstandigheden of gevallen kunnen door de Vlaamse regering aangewezen ambtenaren van de bevoegde instantie een krachtens de voorgaande leden vrijgesteld vaartuig toch aan de verscherpte loodsplicht onderwerpen, of verplichtingen opleggen in verband met het gebruik maken van meer dan één loods.
99§ 2bis. De Vlaamse Regering kan ontheffing verlenen van de in § 1 vermelde verplichting. Aan die ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden.
10−§2ter. Voor de deelname aan het examen is de aanvrager een vergoeding verschuldigd van 1460 euro. Van dat bedrag komt 25 procent toe aan de bevoegde instantie. De aanvrager van een verklaring van vrijstelling legt het bewijs van betaling voor bij de aanvraag.
10+§2quater. Elke deelname aan de bekwaamheidsproef om een algemene vrijstelling te verkrijgen, is afhankelijk van de betaling van een retributie.
11+Het bedrag van de retributie, vermeld in het eerste lid, staat in verhouding tot de administratieve kosten voor de behandeling van de aanvraag voor de verklaring van vrijstelling en de organisatie van de bekwaamheidsproef, vermeld in het eerste lid.
12+Het bedrag van de retributie, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op
13+1 januari automatisch geïndexeerd overeenkomstig de Belgische consumptieprijsindex, op basis van het indexcijfer van de maand december van het voorafgaande jaar (basis 2013 = 100). Het verkregen resultaat wordt tot de hogere euro afgerond.
14+De Vlaamse Regering stelt het tarief en de nadere modaliteiten van de retributie, vermeld in het eerste lid, vast.
1115§ 3. De Vlaamse regering bepaalt de gebieden waarbinnen en de omstandigheden waaronder de categorieën vaartuigen die zij aanduidt, van het loodsen op afstand gebruik moeten maken.
1216De bepalingen van § 2 zijn van overeenkomstige toepassing.
+1 −1 decreet-2008-07-10-1017215/art. 65
33§ 3. In ieder geval verzekert de LEM Kortrijk-Wevelgem in het kader van de overeenkomst, vermeld in paragraaf 2, onder haar verantwoordelijkheid de controle-, veiligheids-, beveiligings- en brandweerdiensten, met inbegrip van de vogelwering, op de regionale luchthaven Kortrijk-Wevelgem, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest inzake het toezicht op de uitvoering van die taken.
44Tussen de LEM Kortrijk-Wevelgem en het Vlaamse Gewest wordt een overeenkomst gesloten die de wijze van berekening, de parameters en de betalingsmodaliteiten vaststelt van de eventuele toelagen, vermeld in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. Die toelagen worden alleen aangewend voor de beveiligings- en brandweerdiensten, met inbegrip van de vogelwering, vermeld in het eerste lid, en worden door de LEM Kortrijk-Wevelgem verantwoord. De LEM Kortrijk-Wevelgem onderscheidt duidelijk de kosten en de financiering van haar commerciële activiteiten enerzijds en van de beveiligings- en brandweerdiensten anderzijds..
5−§ 4. De Vlaamse Regering kan tijdelijk, en uiterlijk tot 31 maart 2024, binnen de perken van de daartoe op de begroting beschikbare kredieten, een toelage toekennen aan de nv Internationale Luchthaven Kortrijk-Wevelgem tot dekking van de lasten die voortvloeien uit het verstrekken van de taken inzake veiligheid en beveiliging (inclusief brandweerdiensten). De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van berekening, de parameters en de betalingsmodaliteiten van deze toelage.
5+§ 4. De Vlaamse Regering kan zolang de nv Interna­ tionale Luchthaven Kortrijk-Wevelgem belast is met de luchthavenexploitatie, binnen de perken van de daartoe op de begroting beschikbare kredieten, een toelage toekennen aan de nv Internationale Luchthaven Kortrijk-Wevelgem tot dekking van de lasten die voortvloeien uit het verstrekken van de taken inzake veiligheid en beveiliging (inclusief brandweerdiensten). De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van berekening, de parameters en de betalingsmodaliteiten van deze toelage.
+2 −2 decreet-2018-03-09-1029158/art. 2
221° terugkommoment: de opleiding die houders van een rijbewijs categorie B na het behalen van het rijbewijs moeten volgen met als doel het inzicht in en de beheersing van verkeersrisico's, de basisstelregels bij ongevallen en de zelfreflectie te verhogen;
332° erkende instelling: het centrum dat erkend is om het terugkommoment te organiseren;
4−3° toezichthouder: de personeelsleden belast met het toezicht op de naleving van het terugkommoment;
5−4° handhavingsinstantie: de personeelsleden belast met het opleggen van een bestuurlijke boete wegens het niet volgen van het terugkommoment.
4+3° bestuur: het departement, vermeld in artikel 28, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
5+4° ...
+2 −1 decreet-2018-03-09-1029158/art. 6
1−De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de toekenning, weigering, verlenging, schorsing en intrekking van de erkenning van de instellingen die het terugkommoment organiseren.
1+De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de toekenning, weigering, verlenging, schorsing en opheffing van de erkenning van de instellingen die het terugkommoment organiseren.
2+De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de toekenning, weigering, verlenging, schorsing en opheffing van de erkenning van de lesgevers die een onderdeel van het terugkommoment geven.
+2 −2 decreet-2018-03-09-1029158/art. 7/1 nieuw
1−Zowel de erkende instellingen als de lesgevers die erkend zijn om een onderdeel van het terugkommoment te geven, kunnen door inspecteurs gecontroleerd worden op de naleving van de bepalingen van dit decreet en van zijn uitvoeringsbesluiten.
2−De nadere regels betreffende deze controle en de aanwijzing van de inspecteurs die deze controle verrichten, worden bepaald door de Vlaamse Regering.
1+De erkenning als instelling die het terugkommoment organiseert en de erkenning als lesgever die een onderdeel van het terugkommoment geeft, worden toegekend en blijven behouden als de aanvrager over de noodzakelijke moraliteit en betrouwbaarheid voor de uitoefening van activiteiten in het kader van het terugkommoment beschikt en als de aanvrager voldoet aan de overige voorwaar- den, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
2+De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin de aanvrager in elk geval niet beschikt over de noodzakelijke moraliteit en betrouwbaarheid voor de uitoefening van activiteiten in het kader van het terugkommoment, vermeld in het eerste lid.
+17 −10 decreet-2018-03-09-1029158/art. 7/2
1−Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de inspecteurs, vermeld in artikel 7/1 van dit decreet, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het tiende lid.
2−De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de inspecteurs, vermeld in artikel 7/1 van dit decreet, en op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
3−De persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt.
4−De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die los staan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt.
5−Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.
6−De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen de termijn van een maand na ontvangst van het verzoek, over elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De informatie over de weigering of beperking hoeft niet te worden verstrekt als de verstrekking daarvan de decretale en reglementaire opdrachten van de inspecteurs, vermeld in artikel 7/1 van dit decreet, zou ondermijnen, met behoud van het achtste lid. Indien nodig kan die termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
7−De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 10/5, van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.
8−De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voornoemde Vlaamse toezichtcommissie.
9−Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
10−Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid bevat, is verzonden naar het Openbaar Ministerie en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.
1+Het bestuur maakt via zijn website de volgende lijsten bekend:
2+1° de erkende instellingen;
3+2° de lesgevers die erkend zijn om een onderdeel van het terugkommoment te geven.
4+Het bestuur vermeldt in de lijsten, vermeld in het eerste lid, de volgende gegevens:
5+1° de soort erkenning;
6+2° de volgende gegevens als het een lesgever betreft:
7+a) de naam en de voornaam;
8+b) het adres;
9+3° de volgende gegevens als het een instelling betreft:
10+a) de commerciële naam;
11+b) de maatschappelijke zetel;
12+c) het ondernemingsnummer;
13+d) het adres van het oefenterrein;
14+e) het adres van het leslokaal;
15+4° de toekenningsdatum van de erkenning;
16+5° het nummer van de erkenning.
17+De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en nadere regels om de lijsten, vermeld in het eerste lid, bekend te maken.
+10 −0 decreet-2018-03-09-1029158/art. 7/3 nieuw
1+§1. Het bestuur kan de erkenning als instelling die het terugkommoment organiseert, volledig of gedeeltelijk schorsen of opheffen als niet of niet langer voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
2+De schorsing wordt beëindigd volgens de modaliteiten die in de beslissing tot schorsing worden bepaald.
3+§2. Het bestuur kan de erkenning als lesgever die een onderdeel van het terugkommoment geeft, volledig of gedeeltelijk schorsen of opheffen als niet of niet langer voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
4+De schorsing wordt beëindigd volgens de modaliteiten die in de beslissing tot schorsing worden bepaald.
5+§3. De houder van de erkenning als instelling die het terugkommoment organiseert of de erkenning als lesgever die een onderdeel van het terugkommoment geeft, wordt in geval van de toepassing van paragraaf 1 en 2 met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van het initiatief tot schorsing of opheffing. De betrokkene wordt op zijn verzoek gehoord.
6+In het eerste lid wordt verstaan onder beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
7+1° een aangetekende brief;
8+2° een afgifte tegen ontvangstbewijs;
9+3° elke andere betekeningswijze die de Vlaamse Regering bepaalt, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
10+§4. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden en nadere regels bepalen voor de schorsing of de opheffing, vermeld in dit artikel.
+15 −0 decreet-2018-03-09-1029158/art. 7/4 nieuw
1+Als een erkenning als instelling die het terugkommoment organiseert of de erkenning als lesgever die een onderdeel van het terugkommoment geeft, conform artikel 7/3 wordt geschorst of opgeheven, maakt het bestuur dat bekend op zijn website. De voormelde informatie kan tot maximaal zes maanden na afloop van de schorsing of tot maximaal zes maanden na de beslissing dat een erkenning wordt opgeheven, beschikbaar blijven op de website.
2+In de bekendmaking, vermeld in het eerste lid, vermeldt het bestuur de volgende gegevens:
3+1° de soort erkenning die is geschorst of opgeheven;
4+2° de volgende gegevens als het een lesgever betreft:
5+a) de naam en de voornaam;
6+b) het adres;
7+3° de volgende gegevens als het een instelling betreft:
8+a) de commerciële naam;
9+b) de maatschappelijke zetel;
10+c) het ondernemingsnummer;
11+d) het adres van het oefenterrein;
12+e) het adres van het leslokaal;
13+4° de datum van de beslissing tot schorsing of opheffing;
14+5° het nummer van de erkenning die is geschorst of opgeheven.
15+De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en nadere regels voor de bekendmaking, vermeld in het eerste lid.
+1 −2 decreet-2018-03-09-1029158/art. 8
1−Iedereen die het terugkommoment, vermeld in artikel 4, niet tijdig volgt, wordt gestraft met een geldboete van 50 euro tot 500 euro.
2−De strafvordering die het gevolg is van dit misdrijf, verjaart twee jaar na de dag waarop het misdrijf is begaan, onverminderd een eventuele stuiting of schorsing.
1+Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 2, 4, 5, 10 en 12, van toepassing op de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
+1 −3 decreet-2018-03-09-1029158/art. 9
1−§ 1. Aan iedereen die het terugkommoment, vermeld in artikel 4, niet tijdig volgt, kan een bestuurlijke geldboete van maximaal 500 euro worden opgelegd.
2−Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing zijn voor de strafrechtelijke geldboeten, vermeld in artikel 8, eerste lid.
3−§ 2. De bevoegdheid om een bestuurlijke geldboete op te leggen, vervalt twee jaar na de dag waarop het misdrijf, vermeld in artikel 8, eerste lid, is begaan.
1+De Vlaamse Regering kan uitsluitend personeelsleden van het bestuur aanwijzen als beboetingsinstantie als vermeld in artikel 2, 3°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 of als herstelinstantie als vermeld in artikel 2, 15°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.
+3 −10 decreet-2018-03-09-1029158/art. 10
1−§ 1. De Vlaamse Regering wijst de toezichthouders alsook de handhavingsinstantie aan.
2−§ 2. Als de toezichthouder vaststelt dat het terugkommoment niet tijdig gevolgd is, stuurt hij de vermoedelijke overtreder binnen een maand nadat hij het terugkommoment moest volgen, een aanmaning.
3−Als de vermoedelijke overtreder het terugkommoment alsnog volgt binnen twee maanden nadat de aanmaning, vermeld in het eerste lid, verstuurd is, vervalt de bevoegdheid om een bestuurlijke geldboete op te leggen en hoeft de toezichthouder de procureur des Konings niet op de hoogte te brengen van het misdrijf, vermeld in artikel 8, eerste lid.
4−§ 3. Als de vermoedelijke overtreder het terugkommoment niet volgt binnen twee maanden nadat de aanmaning, vermeld in paragraaf 1, verstuurd is, stelt de toezichthouder het misdrijf, vermeld in artikel 8, eerste lid, en artikel 9, § 1, vast in een proces-verbaal waarvan de nadere voorwaarden worden vastgesteld door de Vlaamse Regering.
5−De toezichthouder bezorgt het proces-verbaal onmiddellijk aan de procureur des Konings bij de rechtbank binnen het rechtsgebied van de woonplaats van de vermoedelijke overtreder. De toezichthouder verzoekt de procureur des Konings om zich uit te spreken over de al dan niet strafrechtelijke behandeling van het misdrijf. Tegelijkertijd bezorgt de toezichthouder een kopie van het proces-verbaal aan de handhavingsinstantie.
6−§ 4. De procureur des Konings beschikt over een vervaltermijn van twee maanden om zijn voornemen om al dan niet strafvervolging in te stellen, mee te delen aan de handhavingsinstantie. De voormelde termijn gaat in op de derde werkdag nadat de kennisgeving, vermeld in artikel 10, § 3, tweede lid, is verzonden. Onder werkdag wordt verstaan elke dag, uitgezonderd zaterdag, zondag en feestdag.
7−Als de procureur des Konings tijdig zijn voornemen om strafvervolging in te stellen, meedeelt, vervalt de mogelijkheid om een bestuurlijke geldboete op te leggen.
8−Als de procureur des Konings tijdig zijn voornemen om geen strafvervolging in te stellen, meedeelt, vervalt de strafvervolging en kan een bestuurlijke geldboete worden
9−opgelegd.
10−Als de procureur des Konings zijn beslissing niet tijdig meedeelt, vervalt de mogelijkheid om strafvervolging in te stellen en kan een bestuurlijke geldboete worden opgelegd.
1+Iedereen die het terugkommoment, vermeld in artikel 4, niet tijdig volgt, wordt bestraft met een exclusieve bestuurlijke geldboete van maximaal 4000 euro per vastgestelde inbreuk.
2+Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast aan de gezondheidsindex van de maand november van het voorgaande jaar. Het verkregen resultaat wordt afgerond naar de hogere euro als het deel in decimalen groter is dan of gelijk is aan 50 cent. Het verkregen resultaat wordt afgerond naar de lagere euro als het deel in decimalen kleiner is dan 50 cent. Het basisindexcijfer is dat van de maand november 2023.
3+De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de bestuurlijke geldboete dat per inbreuk is verschuldigd, naargelang de aard van de inbreuk en de pleger van de inbreuk en binnen de grenzen van het bedrag, vermeld in het eerste lid, zoals geïndexeerd conform het tweede lid.
+4 −10 decreet-2018-03-09-1029158/art. 11
1−§ 1. Na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings om geen strafvervolging in te stellen of in geval van het uitblijven van een antwoord van de procureur des Konings binnen de vervaltermijn, vermeld in artikel 10, § 4, eerste lid, brengt de handhavingsinstantie binnen een maand de vermoedelijke overtreder op de hoogte van het voornemen om een bestuurlijke geldboete op te leggen, en bezorgt ze hem een kopie van het proces-verbaal.
2−De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een maand die volgt op de kennisgeving van het bericht, vermeld in het eerste lid, schriftelijk zijn verweer mee te delen.
3−Binnen vier maanden na de kennisgeving van het voornemen om een bestuurlijke geldboete op te leggen, vermeld in het eerste lid, beslist de handhavingsinstantie of ze een bestuurlijke geldboete oplegt.
4−De handhavingsinstantie brengt de vermoedelijke overtreder binnen tien dagen op de hoogte van haar beslissing.
5−§ 2. De beslissing om een bestuurlijke geldboete op te leggen, heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een maand vanaf de dag van de kennisgeving, behalve als jurisdictioneel beroep wordt aangetekend conform paragraaf 3.
6−§ 3. Tegen de beslissing waarbij een bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, kan degene aan wie de boete is opgelegd, beroep instellen met een geschreven verzoekschrift bij de politierechtbank, volgens de burgerlijke procedure, binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing.
7−De politierechtbank beslist over het beroep dat ingesteld is tegen de bestuurlijke geldboete. Ze oordeelt over de wettelijkheid en de proportionaliteit van de opgelegde bestuurlijke geldboete. Ze kan de opgelegde bestuurlijke geldboete bevestigen of herzien. Ze kan tevens uitstel van de tenuitvoerlegging toestaan op dezelfde wijze als het strafgerecht dat zou kunnen. De beslissing van de politierechtbank is niet vatbaar voor hoger beroep.
8−Als beroep wordt ingesteld tegen de beslissing van de handhavingsinstantie, kan een personeelslid van die instantie de handhavingsinstantie vertegenwoordigen in het kader van de procedure voor de politierechtbank.
9−§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van inning van de bestuurlijke geldboete.
10−De vordering tot voldoening van de bestuurlijke geldboete verjaart vijf jaar na de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek.
1+De instellingen en de lesgevers die het terugkommoment of onderdelen van het terugkommoment aanbieden of geven in strijd met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden bestraft met een exclusieve bestuurlijke geldboete van maximaal 10.000 euro per vastgestelde inbreuk.
2+Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt elk jaar op 1 januari automatisch aangepast aan de gezondheidsindex van de maand november van het voorgaande jaar. Het verkregen resultaat wordt afgerond naar de hogere euro als het deel in decimalen groter is dan of gelijk is aan 50 cent. Het verkregen resultaat wordt afgerond naar de lagere euro als het deel in decimalen kleiner is dan 50 cent. Het basisindexcijfer is dat van de maand november 2023.
3+De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de bestuurlijke geldboete dat per inbreuk is verschuldigd, naargelang de aard van de inbreuk en de pleger van de inbreuk en binnen de grenzen van het bedrag, vermeld in het eerste lid, zoals geïndexeerd conform het tweede lid.
4+Wat de noodzakelijke moraliteit en betrouwbaarheid voor de uitoefening van activiteiten in het kader van het terugkommoment, vermeld in artikel 7/1, eerste lid, betreft, geldt de strafbaarstelling, vermeld in het eerste lid, alleen in de gevallen die conform artikel 7/2, tweede lid, door de Vlaamse Regering worden bepaald.
+37 −3 decreet-2018-03-09-1029158/art. 11/1
1+§1. Het bestuur verzamelt de volgende gegevens in een gegevensbank:
2+1° alle informatie over het voorlopig rijbewijs B en het rijbewijs B van de personen die het terugkommoment moeten volgen conform artikel 3 en 4 van dit decreet;
3+2° alle informatie over de personen die het terugkommoment moeten volgen conform artikel 3 en 4 van dit decreet;
4+3° alle informatie over de aanvragen tot uitstel om te voldoen aan de verplichting om het terugkommoment te volgen en de genomen beslissingen;
5+4° alle informatie over de te organiseren terugkommomenten en ook alle informatie over de georganiseerde terugkommomenten en de deelnemers, met inbegrip van de uitgereikte getuigschriften of attesten;
6+5° alle informatie in het kader van aanvragen om erkend te worden als instelling die het terugkommoment organiseert;
7+6° alle informatie over de uitgereikte erkenningen en goedkeuringen aan instellingen die het terugkommoment organiseren en over de instellingen waaraan ze zijn uitgereikt, vermeld in artikel 2, 2°, van dit decreet en ook alle informatie over de verantwoordelijken van de instellingen;
8+7° alle informatie in het kader van aanvragen om erkend te worden als lesgever die een onderdeel van het terugkommoment geeft;
9+8° alle informatie over de uitgereikte erkenningen aan lesgevers die een onder deel van het terugkommoment geven en over de lesgevers aan wie ze zijn uitgereikt;
10+9° alle informatie over de goedkeuring van opleidingen en bijscholingen door opleidingsverstrekkers;
11+10° alle informatie over de geweigerde aanvragen tot erkenning en goedkeuring en de reden van weigering, met inbegrip van strafrechtelijke veroordelingen;
12+11° alle informatie over de opleidingen en bijscholingen waaraan de lesgevers die een onderdeel van het terugkommoment geven of willen geven, deelnemen, met inbegrip van de uitgereikte getuigschriften of attesten;
13+12° alle informatie over de geschorste erkenningen, de datum waarop de beslissing tot schorsing is genomen en de reden ervan, met inbegrip van strafrechtelijke veroordelingen;
14+13° alle informatie over de opgeheven erkenningen, de datum waarop de beslissing tot opheffing is genomen en de reden ervan, met inbegrip van strafrechtelijke veroordelingen;
15+14° alle informatie over de retributies door de instellingen die het terugkommoment organiseren en de lesgevers die een onderdeel van het terugkommoment geven;
16+15° alle informatie over de subsidies voor de instellingen die het terugkommoment organiseren;
17+16° alle informatie over het toezicht, de vaststellingen, de sancties en de maatregelen ter uitvoering van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023;
18+17° de contactgegevens en identificatiegegevens, met inbegrip van handtekeninen, rijksregistergegevens en ondernemingsgegevens als dat van toepassing is, die noodzakelijk zijn bij de verwerking van de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 16°.
19+De Vlaamse Regering kan de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, verder preciseren.
20+§2. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden verzameld en verwerkt voor de volgende doeleinden:
21+1° de uitvoering van de bevoegdheden en de taken, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
22+2° het administratieve beheer door het bestuur van het systeem van de erkenningen en de subsidies;
23+3° het toezicht op en de handhaving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
24+4° statistische doeleinden.
25+De gegevens die verzameld en verwerkt worden voor het doeleinde, vermeld in het eerste lid, 4°, worden geanonimiseerd.
26+De Vlaamse Regering kan, onverminderd de doeleinden, vermeld in het eerste lid, de nadere doeleinden van de verwerking vaststellen.
27+§3. De volgende personen en instellingen kunnen gegevens invoeren in de gegevensbank, vermeld in paragraaf 1:
28+1° het bestuur;
29+2° de erkende instellingen, vermeld in artikel 2, 2°;
30+3° de lesgevers die erkend zijn om een onderdeel van het terugkommoment te geven;
31+4° de opleidingsverstrekkers.
32+De Vlaamse Regering bepaalt welke persoon of instelling welke soort gegevens in de gegevensbank, vermeld in paragraaf 1, invoert en ook de frequentie van de invoering.
33+§4. De gegevensbank, vermeld in paragraaf 1, is onderworpen aan een strikt gebruikers- en toegangsbeheer. De toegang tot de gegevensbank is beperkt tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, rekening houdend met de rol van de toegangsgerechtigde.
34+De Vlaamse Regering kan bepalen tot welke gegevens uit de gegevensbank de personen of de instellingen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, toegang hebben.
35+De Vlaamse Regering kan bepalen welke gegevens als vermeld in paragraaf 1 kunnen worden uitgewisseld tussen of met andere overheidsinstanties en entiteiten die belast zijn met een taak van openbaar belang ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, en voor welke doeleinden, vermeld in paragraaf 2. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden en nadere regels voor de gegevensuitwisseling bepalen.
36+§5. De Vlaamse Regering stelt de maximale bewaartermijn van de gegevens vast. De persoonsgegevens die verbonden zijn aan een erkenning of goedkeuring worden niet langer bewaard dan vijf jaar nadat de geldigheid van die erkenning of goedkeuring is verstreken. Persoonsgegevens die geen betrekking hebben op een erkenning of goedkeuring kunnen worden bewaard gedurende de levensloop van de betrokken persoon of tot op het moment dat de instelling de activiteiten vrijwillig of onvrijwillig stopzet. De gegevens van een dossier over de handhaving van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan worden niet langer bewaard dan twintig jaar na vaststelling van de inbreuk. De persoonsgegevens worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.
1−Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en de taken vermeld in of ter uitvoering van dit decreet worden gegevens, inclusief de gegevens, vermeld in artikel 9, lid 1, en 10 van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG, verwerkt.
37+§6. Het bestuur is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming).
2−Die gegevens worden verwerkt met naleving van de regelgeving op de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.
3−De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt, stelt de wijze vast waarop die gegevens worden verwerkt en wijst de verantwoordelijke voor de verwerking aan.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd