Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, wat de opleiding Basisverpleegkunde betreft
27 artikels gewijzigd
| 4 | 4 | Als de bevoegde dienst van de Vlaamse Regering adviseert dat er voor een bestaande graduaatsopleiding in de toekomst wel nog een beroepskwalificatie zal worden erkend die ermee verwant kan worden verklaard, beslist de Vlaamse Regering dat de betrokken graduaatsopleiding opnieuw moet worden geactualiseerd volgens de procedure, vermeld in deze afdeling. | |
| 5 | 5 | De hogescholen kunnen de opleiding pas aanbieden nadat ze met positief gevolg de toets nieuwe opleiding bij het accreditatieorgaan hebben ondergaan volgens de procedure, vermeld in artikel II.395. Ze dienen daarvoor een dossier in uiterlijk op 30 november 2024. | |
| 6 | − | § 3. Als een hogeschool voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, met uitzondering van de hbo5-opleiding Verpleegkunde , uiterlijk op 30 november 2024 nog nooit een toets nieuwe opleiding heeft aangevraagd bij de accreditatieorganisatie, verliest de hogeschool de onderwijsbevoegdheid voor die opleiding. | |
| 6 | + | § 3. Als een hogeschool voor een opleiding van het hoger beroepsonderwijs, met uitzondering van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde, uiterlijk op 30 november 2024 nog nooit een toets nieuwe opleiding heeft aangevraagd bij de accreditatieorganisatie, verliest de hogeschool de onderwijsbevoegdheid voor die opleiding. | |
| 1 | 1 | De studenten die met een diploma- of creditcontract ingeschreven zijn hebben binnen de bepalingen van dit hoofdstuk toegang tot de studentenvoorzieningen van de hogeschool of universiteit waar ze hun opleiding volgen. | |
| 2 | 2 | De studenten die in het kader van internationale mobiliteit en uitwisselingen, een deel van hun opleiding in een Vlaamse universiteit of hogeschool volgen, maar daar niet ingeschreven zijn, hebben toegang tot studentenvoorzieningen die verbonden zijn aan de plaats waar ze dat onderdeel van hun opleiding volgen. | |
| 3 | − | De leerlingen in een hbo5-opleiding Verpleegkunde , georganiseerd door een instelling voor secundair onderwijs, kunnen toegang hebben tot de sociale voorzieningen van de hogeschool, waarmee de betrokken instelling voor secundair onderwijs een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot de betreffende hbo5-opleiding heeft afgesloten. Deze overeenkomst legt ten minste de afspraken vast over de afstemming op het vlak van curriculumontwikkeling, de inzet van personeel, de infrastructuur en de kwaliteitszorg in die hbo5-opleidingen. | |
| 3 | + | De cursisten in een opleiding Basisverpleegkunde of Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, georganiseerd door een secundaire school, kunnen toegang hebben tot de sociale voorzieningen van de hogeschool waarmee de betrokken secundaire school een samenwerkingsovereenkomst met betrekking tot die opleidingen heeft gesloten. Die overeenkomst legt ten minste de afspraken vast over de afstemming op het vlak van curriculumontwikkeling, de inzet van personeel, de infrastructuur en de kwaliteitszorg in die opleidingen. |
| 1 | − | Vanaf het academiejaar 2019-2020 behoren de volgende opleidingen tot de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs: | |
| 1 | + | De volgende opleidingen behoren tot het hoger beroepsonderwijs: | |
| 2 | + | 1° vanaf het academiejaar 2019-2020: | |
| 2 | − | 1° de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, vastgelegd in de lijst, vermeld in artikel II.170; | |
| 3 | + | a) de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die zijn vastgelegd in de lijst, vermeld in artikel II.170; | |
| 3 | − | 2° de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs in het secundair onderwijs, die samen met een hogeschool georganiseerd wordt in het kader van een samenwerkingsverband. | |
| 4 | + | b) de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die door een secundaire school georganiseerd wordt samen met een hogeschool in het kader van een samenwerkingsverband; | |
| 5 | + | 2° vanaf het academiejaar 2023-2024: de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die door een secundaire school georganiseerd wordt samen met een hogeschool in het kader van een samenwerkingsverband. | |
| 4 | − | De financiering voor een hbo5-opleiding Verpleegkunde kan alleen toegekend worden aan een secundaire school en wordt berekend conform de bepalingen van deel III, titel 1, hoofdstuk 3, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 . | |
| 6 | + | De financiering van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die worden georganiseerd door een secundaire school, wordt uitsluitend toegekend aan de secundaire school en berekend met toepassing van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de uitvoeringsregelgeving ervan. |
| 1 | − | § 1. Voor de organisatie van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt een samenwerkingsverband opgericht tussen één hogeschool, met onderwijsbevoegdheid voor de bacheloropleiding Verpleegkunde, en een of meer scholen van het voltijds secundair onderwijs. | |
| 1 | + | § 1. Voor de organisatie van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt een samenwerkingsverband opgericht tussen één hogeschool, met onderwijsbevoegdheid voor de bacheloropleiding Verpleegkunde, en een of meer scholen van het voltijds secundair onderwijs. | |
| 2 | − | § 2. Eén onderwijsinstelling kan maar participeren in één samenwerkingsverband. Binnen het samenwerkingsverband wordt afgesproken welke onderwijsinstelling de inhoudelijke coördinatie op zich neemt. | |
| 2 | + | § 2. Elke onderwijsinstelling kan maar participeren in één samenwerkingsverband. Binnen het samenwerkingsverband wordt afgesproken welke onderwijsinstelling de inhoudelijke coördinatie op zich neemt. | |
| 3 | − | De inhoudelijk coördinerende instelling heeft als taak om de gezamenlijke organisatie van de hbo5-opleiding Verpleegkunde binnen een samenwerkingsverband te coördineren. Binnen het samenwerkingsverband wordt afgesproken welke onderwijsinstellingen een deel of het geheel van de gemeenschappelijk georganiseerde hbo5-opleiding aanbieden. | |
| 3 | + | De inhoudelijk coördinerende instelling heeft als taak om de gezamenlijke organisatie van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs in een samenwerkingsverband te coördineren. In het samenwerkingsverband wordt afgesproken welke onderwijsinstellingen een deel of het geheel van de gemeenschappelijk georganiseerde opleidingen aanbieden. | |
| 4 | − | De administratief beherende instelling is altijd een secundaire school. De cursist schrijft zich in aan de administratief beherende instelling voor het totaal van de hbo5-opleiding. Op het vlak van financiering, subsidiëring en inschrijvingsgelden gelden de vigerende decretale en regelgevende bepalingen van de administratief beherende instelling. | |
| 4 | + | De administratief beherende instelling is altijd een secundaire school. De cursist schrijft zich in aan de administratief beherende instelling voor de volledige opleiding. Voor de financiering, de subsidiëring en het inschrijvingsgeld gelden de vigerende decretale en regelgevende bepalingen van de administratief beherende instelling. | |
| 5 | 5 | § 3. Binnen het samenwerkingsverband reiken de onderwijsinstellingen gezamenlijk het diploma van gegradueerde met bijbehorende kwalificatie en de deelcertificaten uit. | |
| 6 | 6 | § 4. Een samenwerkingsverband kan samenwerken met : | |
| 8 | 8 | 2° een of meer sectoren van het beroep waartoe de opleiding leidt; | |
| 9 | 9 | 3° bedrijven en organisaties. | |
| 10 | − | § 5. Als een onderwijsinstelling uit een samenwerkingsverband stapt, behoudt ze, voor hbo5-opleidingen , alleen de onderwijsbevoegdheid die ze had op 31 augustus 2013 of, in voorkomend geval, de onderwijsbevoegdheid van de graduaatsopleidingen die uit de omvorming, vermeld in artikel II.150/1, zijn voortgekomen. | |
| 10 | + | § 5. Als een onderwijsinstelling uit een samenwerkingsverband stapt, behoudt ze, voor opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, alleen de onderwijsbevoegdheid die ze had op 31 augustus 2013 of, in voorkomend geval, de onderwijsbevoegdheid van de graduaatsopleidingen die uit de omvorming, vermeld in artikel II.150/1, zijn voortgekomen. | |
| 11 | 11 | § 6. Als twee of meer hogescholen fuseren, fuseren ook de samenwerkingsverbanden waarvan ze lid zijn. | |
| 12 | 12 | § 7. Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs kan, na onderhandeling in het lokale comité, uren-leraar overdragen naar een andere partner van het samenwerkingsverband. Als uren-leraar naar een hogeschool worden overgedragen, worden de uren-leraar in kwestie omgezet in krediet. | |
| 1 | 1 | Een samenwerkingsverband vervult de volgende opdrachten : | |
| 2 | − | 1° de gezamenlijke organisatie van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 2 | + | 1° de gezamenlijke organisatie van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 3 | 3 | 2° het vastleggen van een gezamenlijke onderwijs- en examenregeling en evaluatiereglement voor deze opleidingen; | |
| 4 | − | 3° het ontwikkelen van een gemeenschappelijk intern kwaliteitszorgsysteem voor de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 4 | + | 3° het ontwikkelen van een gemeenschappelijk intern kwaliteitszorgsysteem voor de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 5 | 5 | 4° de ontwikkeling van het curriculum met inbegrip van het uittekenen van vervolgtrajecten in inhoudelijk aansluitende professionele bacheloropleidingen; | |
| 6 | 6 | 5° de optimalisering van de dienstverlening voor de leerlingen; | |
| 11 | 11 | 10° het beschikbaar maken van de sociale voorzieningen voor de cursisten; | |
| 12 | 12 | 11° het uitwerken en evalueren van een kwaliteitsvolle EVC-procedure; | |
| 13 | − | 12° het uitwerken van de communicatie(strategie) over het aanbod van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 13 | + | 12° het uitwerken van de communicatie(strategie) over het aanbod van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 14 | 14 | 13° de organisatie van de toelatingsproef, vermeld in artikel 163, § 2, 3°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010. | |
| 15 | − | De inspectie, vermeld in titel IV van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, beoordeelt in samenwerking met de accreditatieorganisatie de kwaliteit van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs georganiseerd door het samenwerkingsverband. | |
| 15 | + | De inspectie, vermeld in titel IV van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, beoordeelt in samenwerking met de accreditatieorganisatie de kwaliteit van de opleidingen Verpleegkunde en Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs georganiseerd door het samenwerkingsverband. | |
| 16 | − | De inspectie en de accreditatieorganisatie leggen hiervoor een beoordelingskader vast. Dit beoordelingskader is gebaseerd op de kwaliteitskenmerken, vermeld in artikel II.170/1, eerste lid, en het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 2, 16° /1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. | |
| 16 | + | De inspectie en de accreditatieorganisatie leggen hiervoor een beoordelingskader vast. Dit beoordelingskader is gebaseerd op de kwaliteitskenmerken, vermeld in artikel II.170/1 en het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 2, 16° /1, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. | |
| 17 | 17 | Het beoordelingskader moet, voor het toegepast kan worden, door de Vlaamse Regering goedgekeurd worden. | |
| 18 | 18 | De Vlaamse Regering kan nadere regels en voorwaarden bepalen voor deze kwaliteitsbeoordeling. | |
| 2 | 2 | In afwijking van het eerste lid: | |
| 3 | 3 | 1° ... | |
| 4 | − | 2° gelden artikel 96 tot en met 99, 115/1, en 116 tot en met 120 niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs; | |
| 4 | + | 2° gelden artikel 96 tot en met 99, 115/1 en 116 tot en met 120 niet voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs; | |
| 5 | 5 | 3° gelden artikel 110/1 tot en met 110/18, 111 en 112, 122/2 tot en met 122/6, 123/2 tot en met 123/4, 123/6 tot en met 123/25 ook voor de leertijd. | |
| 6 | 6 | § 2. De bepalingen van deel IV van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs. | |
| 8 | 8 | De artikelen 253/1 tot en met 253/31 zijn enkel van toepassing op de scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied. De artikelen 253/33 tot en met 253/63 zijn enkel van toepassing op de scholen gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. | |
| 9 | 9 | Artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, en artikel 253/52 tot en met 253/61 gelden ook voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd. | |
| 10 | − | Artikel 253/1 tot en met 253/61 zijn niet van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs. | |
| 10 | + | Artikel 253/1 tot en met 253/61 zijn niet van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die worden georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs. | |
| 11 | − | § 2/1. De bepalingen van deel III en deel IV van de codificatie zijn ook van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld en met behoud van toepassing van de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | |
| 11 | + | § 2/1. De bepalingen van deel III en deel IV van de codificatie zijn ook van toepassing op de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die worden georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld en met behoud van toepassing van de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | |
| 12 | 12 | § 3. De bepalingen van deel V van de codificatie zijn van toepassing op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van artikel 357, dat niet van toepassing is op het buitengewoon secundair onderwijs, maar enkel op het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs. | |
| 13 | 13 | De artikelen 295/1 tot en met 295/15 zijn niet van toepassing op de ziekenhuisscholen. | |
| 14 | − | De artikelen 351 tot en met 356 gelden ook voor het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs. | |
| 14 | + | De artikelen 351 tot en met 356 gelden ook voor het door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs die worden georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs. | |
| 15 | 15 | § 3/1. De bepalingen van deel V/1 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen. | |
| 16 | 16 | De bepalingen van deel V/2 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen. | |
| 17 | 17 | § 3/2. De bepalingen van deel V/3 van deze codex zijn van toepassing op door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs met opleidingsvorm 3 en 4 met duale structuuronderdelen.". | |
| 18 | 18 | § 4. Deel VI bevat een overzicht van de uitwerkingsdatum van de artikelen van de codificatie en deel VII wijzigt de verwijzingen naar artikelen die opgenomen zijn in de codificatie betreffende het secundair onderwijs. | |
| 19 | − | § 5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde internaten en semi-internaten. (1) | |
| 19 | + | § 5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde onderwijsinternaten en semi-internaten. (1) | |
| 20 | − | § 6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111, 112, artikel 115 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63, 256/11, 314/8 en 314/9. | |
| 20 | + | § 6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111, 112, artikel 115 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63 en 256/11. | |
| 39 | 39 | 14°/0 finaliteit: een begrip dat aangeeft waarop studierichtingen prioritair voorbereiden, namelijk op het hoger onderwijs, op de arbeidsmarkt of op beide; | |
| 40 | 40 | 14°/0/0 feedbackrapport: een rapport met de resultaten op de Vlaamse toetsen op het schoolniveau, het niveau van de leerlingengroep of het leerlingniveau; | |
| 41 | + | 14°/0/1 GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum, een verslag dat toegang geeft tot leersteun bij een gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 352 van deze codex; | |
| 41 | 42 | 14°/1 gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen; | |
| 42 | − | 14°/2 gemotiveerd verslag: een handelingsgericht advies voor ondersteuning vanuit het ondersteuningsmodel, vermeld in artikel 314/8 en 314/9, dat een CLB-medewerker registreert in het multidisciplinair dossier van de leerling; | |
| 43 | + | 14°/2 ...; | |
| 44 | + | 14°/3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR). | |
| 43 | 45 | 15° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van de school wordt ondergebracht; | |
| 44 | 46 | 15°/1 huisonderwijs : | |
| 48 | 50 | 2° het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd; | |
| 49 | 51 | 3° het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd; | |
| 50 | − | 15°/2 individueel aangepast curriculum : een curriculum waarbij leerdoelen op maat van de leerling met een verslag als vermeld in artikel 294, § 2 tot en met § 10, worden geformuleerd. De leerdoelen op maat van de leerling worden gekozen door de klassenraad in afstemming met de ouders, waar mogelijk de leerling, de CLB-medewerker en in voorkomend geval externe ondersteuners, vertrekkende van het geheel van de leerdoelen van de betrokken opleiding. Dit curriculum kan, indien dit noodzakelijk is voor de leerling, gebaseerd worden op de ontwikkelingsdoelen van het buitengewoon onderwijs of op de opleidingsprofielen van opleidingsvorm 3. Het curriculum wordt naargelang de studievoortgang van de leerling aangepast. Deze leerdoelen moeten worden nagestreefd, en beogen de maximale ontplooiing van de leerling en een zo volwaardig mogelijke participatie aan het klas- en schoolgebeuren in de school voor gewoon onderwijs. Daarnaast beoogt dit curriculum ook ofwel de participatie aan de maatschappij, eventueel in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is, ofwel de arbeidsdeelname in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is, ofwel de tewerkstelling in een werkomgeving waar in ondersteuning voorzien is, ofwel de tewerkstelling in het gewone arbeidsmilieu, ofwel de verdere studies. Leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen komen niet in aanmerking voor de reguliere studiebewijzen van het gewoon voltijds secundair onderwijs, behoudens wanneer voldaan is aan de voorwaarden van artikel 115, § 1, derde lid; | |
| 52 | + | 15°/2 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 294, §2, 1°, van deze codex; | |
| 51 | 53 | 16° inhaallessen : de lessen die facultatief kunnen georganiseerd worden met het oog op een bijkomende gedifferentieerde benadering van de leerling; | |
| 52 | 54 | 16°/2 kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen; | |
| 62 | 64 | 17°/2/1 leerling met een zorgthuis: | |
| 63 | 65 | a) een leerling die effectief gebruik maakt van een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp voor: | |
| 64 | − | - een verblijf bij een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel 2, § 1, 27°, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de schoolinternaten, vermeld in artikel 68, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp en met uitzondering van vrijwillige Jeugdhulpverlening in de multifunctionele centra, als bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap; | |
| 66 | + | - een verblijf bij een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel 2, § 1, 27°, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de onderwijsinternaten, vermeld in artikel 68, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp en met uitzondering van vrijwillige Jeugdhulpverlening in de multifunctionele centra, als bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap; | |
| 65 | 67 | - contextbegeleiding in functie van autonoom wonen of begeleiding in een kleinschalige wooneenheid, overeenkomstig artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp; | |
| 66 | 68 | b) een leerling die geplaatst is door de jeugdrechter of jeugdrechtbank in een gemeenschapsinstelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht; | |
| 71 | 73 | b) beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en; | |
| 72 | 74 | c) persoonlijke en externe factoren; | |
| 75 | + | 17°/4/1 leerondersteuner: de leerondersteuner, vermeld in artikel 5, 9°, van | |
| 76 | + | het decreet van 5 mei 2023 over leersteun; | |
| 77 | + | 17°/4/2 leersteun: ondersteuning als vermeld in artikel 6 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun; | |
| 78 | + | 17°/4/3 leersteunmodel: het leersteunmodel voor de organisatie van leersteun in scholen voor gewoon onderwijs, vermeld in hoofdstuk 3 van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun; | |
| 73 | 79 | 17°/5 leerwinst: de verandering in de leerprestaties tussen twee metingen bij dezelfde leerlingen op dezelfde meetschaal. Leerwinst kan verwijzen naar diverse niveaus: het Vlaamse niveau, het schoolniveau, en het leerlingniveau; | |
| 74 | 80 | 18° lesuur : een prestatie van vijftig minuten; | |
| 91 | 97 | 29° opleidingsprofiel : een geheel van vaardigheden, kennis en attitudes, geformuleerd als eindtermen, die binnen een opleiding verworven moeten worden; | |
| 92 | 98 | 30° opleidingsstructuur : het geheel van alle per studiegebied geordende opleidingen met bijhorende modules; | |
| 93 | − | 31° optie: de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 99 | + | 31° ...; | |
| 94 | 100 | 32° ouders : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in recht of in feite de leerling onder hun bewaring hebben. | |
| 95 | 101 | In het geval de leerling meerderjarig is, wordt onder dit begrip de meerderjarige leerling verstaan; | |
| 102 | + | 32°/1 OV4-verslag: het verslag, vermeld in artikel 294, §2, 2; | |
| 96 | 103 | 33° ... | |
| 97 | 104 | 33°/0 pakket: een of meerdere vakken waarmee de doelen van de overeenstemmende basisoptie worden gerealiseerd; | |
| 100 | 107 | 34°/1 preventorium: medische instelling die onder meer in residentieel verband kuurmogelijkheden biedt aan jongeren waar buitengewoon onderwijs van type 5 gegeven wordt; | |
| 101 | 108 | 35° programmatie : een wijziging van het onderwijsaanbod door middel van : | |
| 102 | − | a) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar niet bestaande school, met de bedoeling die school in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring; | |
| 109 | + | a) hetzij de oprichting van een school die nog niet bestond op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, met de bedoeling die school in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring; | |
| 103 | − | b) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel (dat niet onder toepassing van c) valt) , met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Voor wat betreft een optie, georganiseerd als Se-n-Se, wordt evenwel 1 oktober en 1 maartvan de twee voorafgaande schooljaren als datum vooropgesteld; De heroprichting van een structuuronderdeel na onderbreking ten gevolge van een tijdelijk project als bedoeld in het decreet van 9 december 2005 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs, wordt evenwel niet als programmatie beschouwd; De heroprichting van een niet-duaal structuuronderdeel, na onderbreking ten gevolge van de oprichting van een inhoudelijk verwant duaal structuuronderdeel, wordt ook niet als programmatie beschouwd; | |
| 110 | + | b) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel dat niet onder toepassing van punt c) of d) valt, met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Als het een structuuronderdeel betreft van het derde leerjaar van de derde graad dat op semesterbasis wordt georganiseerd, is de desbetreffende datum 1 oktober of 1 maart, naargelang het geval, van de twee voorafgaande schooljaren; | |
| 111 | + | c) hetzij de heroprichting op 1 oktober van een structuuronderdeel dat minstens drie schooljaren terug is opgeheven doordat de toepasbare leerlingennorm niet werd bereikt, met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Als het een structuuronderdeel betreft van het derde leerjaar van de derde graad dat op semesterbasis wordt georganiseerd, is de desbetreffende datum 1 oktober of 1 maart, naargelang het geval; | |
| 104 | − | c) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de zes voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel met in de benaming de component « topsport », met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Opdat de heroprichting van een structuuronderdeel, conform deze definitie, niet als een programmatie wordt beschouwd, moet de betrokken school ten minste één sportdiscipline organiseren die eerder ook al aan die school werd toegewezen; | |
| 112 | + | d) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de zes voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel met in de benaming de component ‘topsport’, met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Opdat de heroprichting van een structuuronderdeel, conform deze definitie, niet als een programmatie wordt beschouwd, organiseert de betrokken school ten minste één sportdiscipline die eerder ook al aan die school is toegewezen; | |
| 105 | 113 | 36° ... | |
| 106 | 114 | 36°/1 remediërende maatregelen: maatregelen waarbij de school effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het gemeenschappelijk curriculum; | |
| 139 | 147 | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt; | |
| 140 | 148 | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 32 wekelijkse lesuren gedurende 40 weken per jaar en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; | |
| 141 | − | - het onderwijs dat aan regelmatige cursisten van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt gedurende ten minste 36 wekelijkse lesuren en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; | |
| 149 | + | - het onderwijs dat aan regelmatige cursisten van de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt gedurende ten minste 36 wekelijkse lesuren en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; | |
| 142 | 150 | 47°/1 ziekenhuisschool: school voor buitengewoon secundair onderwijs van type 5, opleidingsvorm 4, verbonden aan een ziekenhuis of een residentiële setting of een preventorium; | |
| 143 | 151 | 47°/2 zorgcontinuüm: opeenvolging van de fasen in de organisatie van de onderwijsomgeving van brede basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg; | |
| 4 | 4 | Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt. | |
| 5 | 5 | § 4. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor buitengewoon secundair onderwijs die ten minste 300 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 275 regelmatige leerlingen. Dit aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt. | |
| 6 | − | § 5. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met HBO5 verpleegkunde, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 6 | + | § 5. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 7 | 7 | Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 8 | 8 | Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 10 | 10 | Voor de toepassing van deze bepalingen : | |
| 11 | 11 | 1° worden de volgende praktische vakken of daaraan gelijkgesteld niet in aanmerking genomen : stage algemene verpleegkunde, stage medische wetenschappen, stage psychiatrische verpleegkunde, stage sociale wetenschappen, stage verzorging, stage ziekenhuisverpleegkunde; | |
| 12 | − | 2° komen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs, in aanmerking in de school voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar ze worden ingericht. De uren-leraar, aangewend voor voordrachtgevers, worden voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd; | |
| 12 | + | 2° komen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs, in aanmerking in de school voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar ze worden ingericht. De uren-leraar, aangewend voor gastleraren, worden voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd; | |
| 13 | 13 | 3° mogen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een school die uitsluitend de eerste graad of de eerste en de tweede graad organiseert gevoegd worden bij één school die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die geen eerste graad organiseert. | |
| 14 | 14 | § 6. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daar aan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 16 | 16 | Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in dat centrum 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 17 | 17 | Het aantal punten blijft toegekend indien het minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt. | |
| 18 | − | Voor de toepassing van deze bepalingen worden de uren-leraar, aangewend voor voordrachtgevers, voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd. | |
| 18 | + | Voor de toepassing van deze bepalingen worden de uren-leraar, aangewend voor gastleraren, voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd. | |
| 19 | 19 | § 7. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor buitengewoon secundair onderwijs, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse lesuren ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school ten minste 210 bedraagt. Dat aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10 respectievelijk 12 (en zo telkens per 1 verder), indien het totaal aantal wekelijkse lesuren ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school ten minste 420, 630, 840, 1.050, 1.260, 1.470, 1.680, 1.890 (en zo verder per schijf van 210) bedraagt. | |
| 20 | + | In afwijking van het eerste lid van deze paragraaf, wordt voor de berekening van de globale puntenenveloppe voor schooljaar 2023-2024 geen rekening gehouden met de lesuren beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld waarin ondersteuners zijn aangesteld in schooljaar 2022-2023. | |
| 20 | 21 | § 8. De door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde wekelijkse uren-leraar of lesuren, ingericht als beroepsgerichte vorming, praktische vakken of daaraan gelijkgesteld, bedoeld in § 5, § 6 en § 7, die in een school of centrum ontoereikend zijn om het door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten, of een veelvoud daarvan, te genereren, kunnen op het niveau van de scholengemeenschap samengevoegd worden om alsnog tot desbetreffend aantal punten, of een veelvoud daarvan, te leiden. | |
| 21 | 22 | § 9. Een aantal punten wordt toegekend dat als volgt wordt berekend : | |
| 37 | 38 | § 12. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs. | |
| 38 | 39 | § 13. Bij het bepalen van de diverse coëfficiënten, zoals vermeld in § 9 en § 10, houdt de Vlaamse Regering er rekening mee dat, op vergelijkbare basis, het eindresultaat van de berekening van de globale puntenenveloppe voordeliger is voor scholengemeenschappen dan voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren. | |
| 39 | − | § 14. De invoering van een globale puntenenveloppe per 1 september 2009 wordt niet geassocieerd met het programmatieprincipe, wat betekent dat de toepassing, in voorkomend geval, van de meer voordelige normen of het tijdelijk niet hanteren van normen zoals vermeld in § 2 tot en met § 6, ook voor het schooljaar 2009-2010 gehandhaafd blijft. (24) | |
| 40 | + | § 14. ... | |
| 2 | 2 | § 2. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs die ten minste 600 regelmatige leerlingen telt op de gebruikelijke teldatum of, vanaf het daaropvolgende schooljaar, ten minste 550 regelmatige leerlingen. Desbetreffend aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3 dan wel 4 indien het minimum aantal leerlingen respectievelijk 1.200 en 1.150, 1.800 en 1.750, of 2.400 en 2.350 bedraagt. | |
| 3 | 3 | Het aantal punten blijft gedurende twee opeenvolgende schooljaren toegekend indien het minimum aantal leerlingen niet wordt bereikt. | |
| 4 | − | § 3. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met HBO5 verpleegkunde, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 4 | + | § 3. Een door de Vlaamse Regering te bepalen aantal punten wordt toegekend voor elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 7 maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar blijft dat aantal punten toegekend indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school niet lager ligt dan 6 maal de minimumprestaties die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 5 | 5 | Het in het eerste lid bedoeld aantal punten wordt vermenigvuldigd met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 15, 19, 22, 29, 31, 33, 36, 43 respectievelijk 50 (en zo verder per schijf van 7) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. Vanaf het daaropvolgende schooljaar gebeurt de vermenigvuldiging van het in het eerste lid bedoeld aantal punten met 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 respectievelijk 10 (en zo verder), indien op 1 februari van het voorafgaand schooljaar of de eerstvolgende lesdag erna indien die datum op een vrije dag valt het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde totaal aantal wekelijkse uren-leraar ingericht als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld in die school 14, 18, 21, 28, 30, 32, 35, 41 respectievelijk 47 (en zo verder per schijf van 6) maal de minimumprestaties bereikt die vereist zijn voor een voltijdse betrekking van leraar, belast met het geven van praktische vakken of daaraan gelijkgesteld. | |
| 6 | 6 | Het aantal punten blijft toegekend indien het minimum gedurende twee opeenvolgende schooljaren niet wordt bereikt. | |
| 7 | 7 | Voor de toepassing van deze bepalingen : | |
| 8 | 8 | 1° worden de volgende praktische vakken of daaraan gelijkgesteld niet in aanmerking genomen : stage algemene verpleegkunde, stage medische wetenschappen, stage psychiatrische verpleegkunde, stage sociale wetenschappen, stage verzorging, stage ziekenhuisverpleegkunde; | |
| 9 | − | 2° komen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs, in aanmerking in de school voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar ze worden ingericht. De uren-leraar, aangewend voor voordrachtgevers, worden voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd. | |
| 9 | + | 2° komen de ingerichte uren-leraar praktische vakken of daaraan gelijkgesteld van een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat verbonden is aan een school met voltijds gewoon technisch of beroepssecundair onderwijs, in aanmerking in de school voor voltijds gewoon secundair onderwijs waar ze worden ingericht. De uren-leraar, aangewend voor gastleraren, worden voor een derde als praktische vakken of daaraan gelijkgesteld beschouwd. | |
| 10 | 10 | § 4. Een aantal punten wordt toegekend dat als volgt wordt berekend : | |
| 11 | 11 | 1° de som van het aantal regelmatige leerlingen van de school op de gebruikelijke teldatum, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering te bepalen coëfficiënt. Deze coëfficiënt ligt alleszins hoger voor een school die in toepassing van de bepalingen inzake gelijke onderwijskansen recht heeft op extra uren-leraar dan voor een school die dat niet heeft. Het resultaat van elke vermenigvuldiging wordt afgerond naar het dichtstbijliggende gehele getal; en | |
| 14 | 14 | - ambten van het bestuurspersoneel kunnen alleen per halftijdse of voltijdse betrekking opgericht worden; | |
| 15 | 15 | - als een school punten aanwendt voor ambten in het ondersteunend personeel moeten de personeelsleden van deze categorie uit tenminste 50% opvoeders bestaan; Voor het bepalen van dit percentage wordt geen rekening gehouden met de personeelsleden aangesteld in het ambt van ICT-coördinator. | |
| 16 | − | - een betrekking in het ambt van technisch adviseur- coördinator kan slechts worden opgericht in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met HBO5 verpleegkunde, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en een school voor buitengewoon secundair onderwijs. In voormelde scholen kan ook slechts maximum één voltijdse betrekking in het ambt technisch adviseur-coördinator worden opgericht. De school verschaft ten aanzien van haar lokaal comité en ten aanzien van haar personeel volledige klaarheid over de betrekkingen die ze op basis van haar punten zal oprichten. | |
| 16 | + | - een betrekking in het ambt van technisch adviseur- coördinator kan slechts worden opgericht in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en een school voor buitengewoon secundair onderwijs. In voormelde scholen kan ook slechts maximum één voltijdse betrekking in het ambt technisch adviseur-coördinator worden opgericht. De school verschaft ten aanzien van haar lokaal comité en ten aanzien van haar personeel volledige klaarheid over de betrekkingen die ze op basis van haar punten zal oprichten. | |
| 17 | 17 | - als een titularis van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel bij een dienstonderbreking niet of gedeeltelijk wordt vervangen, kan de school de puntenwaarde van de niet-ingevulde opdracht van de titularis gebruiken om aan een vervanger in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel een hogere salarisschaal toe te kennen. | |
| 18 | 18 | § 2. Als de scholengemeenschap, conform artikel 63/1, geen scholengemeenschapsinstelling heeft opgericht, kan ze de punten van de voorafname, bedoeld in artikel 29, § 1, als volgt en naar keuze aanwenden: | |
| 13 | 13 | - ambten van het bestuurspersoneel kunnen alleen per halftijdse of voltijdse betrekking opgericht worden; | |
| 14 | 14 | - als een school punten aanwendt voor ambten in het ondersteunend personeel moeten de personeelsleden van deze categorie uit tenminste 50% opvoeders bestaan; Voor het bepalen van dit percentage wordt geen rekening gehouden met de personeelsleden aangesteld in het ambt van ICT-coördinator. | |
| 15 | − | - een betrekking in het ambt van technisch adviseur-coördinator kan slechts worden opgericht in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met HBO5 verpleegkunde, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en een school voor buitengewoon secundair onderwijs. In voormelde scholen kan ook slechts maximum één voltijdse betrekking in het ambt technisch adviseur-coördinator worden opgericht. | |
| 15 | + | - een betrekking in het ambt van technisch adviseur-coördinator kan slechts worden opgericht in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs met een eerste graad, met technisch secundair onderwijs, met beroepssecundair onderwijs of met hoger beroepsonderwijs, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs dat autonoom is en een school voor buitengewoon secundair onderwijs. In voormelde scholen kan ook slechts maximum één voltijdse betrekking in het ambt technisch adviseur-coördinator worden opgericht. | |
| 16 | 16 | - als een titularis van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel bij een dienstonderbreking niet of gedeeltelijk wordt vervangen, kan de school de puntenwaarde van de niet-ingevulde opdracht van de titularis gebruiken om aan een vervanger in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel een hogere salarisschaal toe te kennen. | |
| 17 | 17 | De school verschaft ten aanzien van haar lokaal comité en ten aanzien van haar personeel volledige klaarheid over de betrekkingen die ze op basis van haar punten zal oprichten. | |
| 8 | 8 | 3° 40% in de derde graad, de kwalificatiefase en de schoolcomponent van de integratiefase van opleidingsvorm 3. | |
| 9 | 9 | In een duaal opgericht structuuronderdeel hebben de percentages, vermeld in het vijfde lid, betrekking op de schoolcomponent. | |
| 10 | − | Voor de structuuronderdelen met in de benaming “topsport”, die vallen onder toepassing van het gesloten topsportconvenant, het structuuronderdeel Ballet en de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, zijn de maxima niet van toepassing. | |
| 10 | + | Voor de structuuronderdelen met in de benaming “topsport”, die vallen onder toepassing van het gesloten topsportconvenant, het structuuronderdeel Ballet en de de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs, zijn de maxima niet van toepassing. | |
| 11 | 11 | De maxima zijn niet van toepassing op individueel interactief afstandsonderwijs voor een leerling. | |
| 1 | − | Hoger beroepsonderwijs, bestaande uit de opleiding verpleegkunde, is beroepsgericht onderwijs, leidt tot een erkende onderwijskwalificatie van kwalificatieniveau 5 die bestaat uit minstens één erkende beroepskwalificatie van kwalificatieniveau 5, en wordt bekrachtigd met een diploma van gegradueerde. Het hoger beroepsonderwijs heeft een duurtijd van zes semesters. Bij modulaire organisatie kan het hoger beroepsonderwijs voor de cursisten starten hetzij op 1 september hetzij op 1 februari, bij niet-modulaire organisatie enkel op 1 september. | |
| 2 | − | Het hoger beroepsonderwijs wordt georganiseerd enerzijds overeenkomstig de codificatie van de bepalingen betreffende het secundair onderwijs en anderzijds overeenkomstig de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. | |
| 3 | − | Met inachtname van de voorwaarde inzake studieomvang zoals bepaald in de richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad, dient de school, buiten de wekelijkse lessentabel, aan de cursisten verpleegkunde gedurende de volledige duur van de opleiding en naar rata van ten minste 4 wekelijkse lestijden, opleidingsgebonden persoonlijke activiteiten op te leggen. De klassenraad beslist autonoom over de vorm en inhoud van deze activiteiten. De resultaten van de door de cursist uitgevoerde activiteiten worden in aanmerking genomen bij zijn of haar evaluatie door de klassenraad. (131) |
| 1 | 1 | Een opleiding kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een of meer schooljaren. Een module kan starten op elk ogenblik van het schooljaar en gespreid worden over een of meer schooljaren. | |
| 2 | − | In afwijking op deze bepaling kan de HBO5-opleiding verpleegkunde slechts starten hetzij op 1 september hetzij op 1 februari van een lopend schooljaar. (160) |
| 1 | − | § 1. In het modulair onderwijs, HBO5-opleiding verpleegkunde, gelden als gezamenlijke toelatingsvoorwaarden voor cursisten : | |
| 2 | − | 1° het voldaan hebben aan de leerplicht; | |
| 3 | − | 2° het bezit van een van de volgende studiebewijzen : | |
| 4 | − | a) een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs; | |
| 5 | − | b) een diploma van secundair onderwijs; | |
| 6 | − | c) een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimaal 900 lestijden; | |
| 7 | − | d) een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimaal 900 lestijden; | |
| 8 | − | e) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie; | |
| 9 | − | f) een certificaat van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 10 | − | g) een diploma van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 11 | − | h) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan; | |
| 12 | − | i) een diploma van bachelor of master; | |
| 13 | − | j) een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met een van de studiebewijzen, vermeld in a) tot en met i). Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan de toelatingsklassenraad personen die in een land buiten de Europese Unie een studiebewijs hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger onderwijs in dat land, toelaten tot de opleiding. | |
| 14 | − | § 2. In afwijking van § 1 worden in het schoolreglement van de betrokken school afwijkende toelatingsvoorwaarden tot de HBO5-opleiding verpleegkunde opgenomen. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen enkel rekening houden met de volgende elementen : | |
| 15 | − | 1° humanitaire redenen; | |
| 16 | − | 2° medische, psychische of sociale redenen; | |
| 17 | − | 3° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen de vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart. De organisatie van een toelatingsproef, op verzoek van de cursist, kan niet worden geweigerd. De proef wordt beoordeeld door de toelatingsklassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist. | |
| 18 | − | § 3. Behoudens de toelatingsvoorwaarden als vermeld in § 1 en § 2, geldt voor toelating tot een sequentieel geordend onderdeel van de HBO5-opleiding verpleegkunde het voldoen aan een van de volgende voorwaarden : | |
| 19 | − | 1° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaand onderdeel; | |
| 20 | − | 2° het bezit van een studiebewijs van een andere opleidings- of vormingsinstelling. De toelatingsklassenraad bepaalt welke studiebewijzen toegang geven tot sequentieel geordende onderdelen; | |
| 21 | − | 3° het bezit van een titel van beroepsbekwaamheid als vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid. De Vlaamse Regering bepaalt welke titels van beroepsbekwaamheid toegang geven tot sequentieel geordende onderdelen; | |
| 22 | − | 4° de toelatingsklassenraad oordeelt dat de cursist beschikt over een studiebewijs uit het onderwijs of uit een andere opleidings- of vormingsinstelling waaruit blijkt dat hij over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt om het onderdeel aan te vangen; | |
| 23 | − | 5° de toelatingsklassenraad oordeelt op basis van een toelatingsproef dat de cursist de nodige ervaring heeft verworven die hem toelaat het onderdeel te volgen. | |
| 24 | − | § 4. Een cursist kan slechts één module tezelfdertijd volgen. | |
| 25 | − | § 5. De overstap van een cursist van het modulair naar het niet-modulair onderwijs vindt plaats op basis van een beslissing van de toelatingsklassenraad, tenzij wordt voldaan aan de reglementaire toelatingsvoorwaarden op basis van het bezit van een eindstudiebewijs. | |
| 26 | − | § 6. De bepalingen van § 1 en § 2 gelden eveneens bij niet-modulaire organisatie van de HBO5-opleiding verpleegkunde. (162) |
| 1 | 1 | § 1. De delibererende klassenraad beslist of een regelmatige leerling hetzij geslaagd is zonder beperkingen hetzij niet geslaagd is. Deze beslissing wordt genomen : | |
| 2 | 2 | 1° op het ogenblik dat de leerling een module heeft beëindigd. In voorkomend geval wordt, voor wat betreft het onderwijzend personeel, de klassenraad beperkt tot die leden die effectief aan de leerling in de desbetreffende module onderricht hebben verstrekt; | |
| 3 | − | 2° op het ogenblik dat de leerling aan alle opleidingsvoorwaarden voldoet die toelaten een beslissing te nemen over de toekenning van een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, een diploma van secundair onderwijs of een diploma van gegradueerde, doch uitsluitend in de HBO5-opleiding verpleegkunde. | |
| 3 | + | 2° op het ogenblik dat de leerling aan alle opleidingsvoorwaarden voldoet die toelaten een beslissing te nemen over de toekenning van een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, een diploma van secundair onderwijs. | |
| 4 | 4 | In het modulair onderwijs worden geen geïntegreerde proeven ingericht. | |
| 5 | 5 | § 2. Tegen beslissingen van delibererende klassenraden die door de betrokken personen worden betwist, kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de procedure van toepassing in het niet-modulair onderwijs, met dien verstande dat het schoolbestuur van de betrokken school, rekening houdend met het principe van de redelijkheid, de termijnen bepaalt die inherent zijn aan deze procedure. (163) |
| 1 | 1 | De studiebekrachtiging, al dan niet op het einde van het schooljaar, wordt als volgt vastgesteld. | |
| 2 | − | 1° Attest van verworven competenties : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding, met uitzondering van de opleiding verpleegkunde, niet met vrucht heeft gevolgd; het attest vermeldt die competenties die de jongere wel heeft bereikt. | |
| 2 | + | 1° Attest van verworven competenties : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding niet met vrucht heeft gevolgd; het attest vermeldt die competenties die de jongere wel heeft bereikt. | |
| 3 | 3 | 2° Deelcertificaat : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een module van een opleiding met vrucht heeft gevolgd. | |
| 4 | 4 | 3° Certificaat : wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die een opleiding met vrucht heeft gevolgd. | |
| 9 | 9 | a) ten minste vier schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en | |
| 10 | 10 | b) door de delibererende klassenraad als geslaagd voor het tweede leerjaar van de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van de eerste twee leerjaren van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert. | |
| 11 | − | 6° Studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar : wordt, voor zover de leerling niet in aanmerking komt voor het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt aan de regelmatige leerling die : | |
| 11 | + | 6° Studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt : wordt, voor zover de leerling niet in aanmerking komt voor het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt aan de regelmatige leerling die : | |
| 12 | 12 | a) ten minste vijf schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en | |
| 13 | 13 | b) door de delibererende klassenraad als geslaagd voor het derde leerjaar van de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert. | |
| 15 | 15 | a) na het behalen van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs ten minste drie schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en | |
| 16 | 16 | b) door de delibererende klassenraad als geslaagd voor de derde graad wordt beschouwd, wat enerzijds het bereiken van de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en anderzijds het met vrucht gevolgd hebben van de beroepsgerichte vorming impliceert. | |
| 17 | − | 8° Diploma van secundair onderwijs (hoger beroepsonderwijs) : wordt uitgereikt aan de cursist die : | |
| 18 | − | a) houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs; | |
| 19 | − | en b) door de delibererende klassenraad als geslaagd voor het hoger beroepsonderwijs wordt beschouwd, wat het geslaagd zijn voor alle modules van de HBO5-opleiding verpleegkunde impliceert. | |
| 20 | − | 9° Diploma van gegradueerde : wordt uitgereikt aan de cursist die geslaagd is voor alle modules van de opleiding verpleegkunde en derhalve houder is van de deelcertificaten van alle modules van die opleiding. | |
| 21 | − | Bij het diploma wordt een diplomasupplement uitgereikt. Dit is een document dat de inhoud van de studies van de cursist en de structuur van het onderwijs in het land waar de cursist gestudeerd heeft, verduidelijkt. De Vlaamse Regering bepaalt het model van het diplomasupplement en de nadere modaliteiten met betrekking tot de uitreiking ervan. | |
| 17 | + | 8° ... | |
| 18 | + | 9° ... | |
| 22 | 19 | 10° Getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer : wordt uitgereikt aan de regelmatige leerling die : | |
| 23 | 20 | a) met uitzondering van de eerste graad, ten minste vier schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en | |
| 25 | 22 | Voor de toepassing van deze bepalingen wordt een module waarvoor de leerling bij beslissing van de toelatingsklassenraad is vrijgesteld, geacht met vrucht gevolgd te zijn. | |
| 26 | 23 | Diegene aan wie overeenkomstig de codificatie betreffende het secundair onderwijs het diploma van gegradueerde (in het Engels vertaald als associate degree) is verleend met of zonder nadere specificatie, is gerechtigd tot het voeren van de overeenkomstige titel van gegradueerde met of zonder nadere specificatie. | |
| 27 | − | De Vlaamse Regering stelt de modellen en de invulonderrichtingen van de hiervoor vermelde studiebewijzen vast . | |
| 24 | + | De Vlaamse Regering stelt de modellen en de invulonderrichtingen van de hiervoor vermelde studiebewijzen vast .(164) | |
| 28 | − | Ook bij niet-modulaire organisatie van de HBO5-opleiding verpleegkunde wordt aan de cursist die geslaagd is voor de opleiding een diploma van gegradueerde, met diplomasupplement, toegekend, en is betrokkene gerechtigd tot het voeren van de overeenkomstige titel. Indien betrokkene daarenboven houder is van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, dan wordt bij het slagen voor de opleiding ook het diploma van secundair onderwijs toegekend. (164) | |
| 1 | − | In zover het de vaststelling van het aantal regelmatige leerlingen met het oog op financiering, subsidiëring of normering betreft, worden voor de opleiding verpleegkunde twee teldata gehanteerd in het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar : enerzijds 15 januari of de eerstvolgende lesdag erna indien voornoemde datum op een vrije dag valt en anderzijds 15 mei of de eerstvolgende lesdag erna indien voornoemde datum op een vrije dag valt. Op elke teldatum wordt een regelmatige leerling voor 2 leerling in aanmerking genomen. (166) |
| 1 | + | §1. Hoger beroepsonderwijs dat wordt ingericht door scholen voor voltijds secundair onderwijs: | |
| 2 | + | 1° wordt enerzijds georganiseerd overeenkomstig deze codex, en anderzijds overeenkomstig de bepalingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; | |
| 3 | + | 2° is beroepsgericht onderwijs; | |
| 4 | + | 3° omvat de opleidingen Basisverpleegkunde en Verpleegkunde; | |
| 5 | + | 4° leidt tot een erkende onderwijskwalificatie van kwalificatieniveau 5, die bestaat uit minstens één erkende beroepskwalificatie van kwalificatieniveau 5; | |
| 6 | + | 5° wordt bekrachtigd met een diploma van gegradueerde. | |
| 7 | + | §2. Met ingang van het schooljaar 2023-2024 wordt in het hoger beroepsonderwijs de opleiding Basisverpleegkunde progressief, leerjaar per leerjaar, uitgebouwd. | |
| 8 | + | De opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs kan alleen worden ingericht door de scholen voor voltijds secundair onderwijs die tijdens het schooljaar 2022-2023 de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs hebben ingericht. | |
| 9 | + | De opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt vanaf het schooljaar 2023-2024 in een uitdoofscenario alleen nog ingericht voor cursisten die uiterlijk in het schooljaar 2022-2023 al in die opleiding waren ingeschreven. Die cursisten hebben het recht om, zonder onderbreking, de opleiding te voltooien. | |
| 10 | + | §3. De organisatie van de opleidingen, vermeld in paragraaf 1, is gebaseerd op een samenwerkingsverband tussen één hogeschool met onderwijsbevoegdheid voor de bacheloropleiding Verpleegkunde, en een of meer scholen van het voltijds secundair onderwijs. De organisatie en de opdrachten van het samenwerkingsverband worden geregeld conform artikel II.397 en artikel II.398 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. |
| 1 | + | §1. De opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs heeft een duurtijd van drie jaar, verdeeld over zes semesters, en kan starten op 1 september of op 1 februari. Die duurtijd komt overeen met 180 studiepunten. Een studiepunt is een binnen de Vlaamse Gemeenschap aanvaarde internationale eenheid die overeenstemt met ten minste 25 en ten hoogste 30 uren voorgeschreven onderwijs-, leeren evaluatieactiviteiten, en waarmee de studieomvang van elke opleiding of elk opleidingsonderdeel wordt uitgedrukt. De duur van het theoretisch onderwijs bedraagt ten minste een derde van de minimumduur van de opleiding en de duur van het klinisch onderwijs bedraagt ten minste de helft van de minimumduur van de opleiding. | |
| 2 | + | De opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs leidt tot de titel van basisverpleegkundige, vermeld in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gecoördineerd op 10 mei 2015. | |
| 3 | + | Bij de vaststelling van het opleidingsprogramma leeft het schoolbestuur de vastgelegde voorwaarden na die de toegang tot de titel van basisverpleegkundige reguleren. | |
| 4 | + | In afwijking van het derde lid bestaat tijdens het schooljaar 2023-2024 het opleidingsprogramma van de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs uit module 1 en module 2 van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. Een school kan de vastgestelde duurtijd van die modules verdubbelen om aan de specifieke opleidingsbehoeften van een bepaalde doelgroep tegemoet te komen. In dat geval worden de cursisten niet meer in aanmerking genomen op de tellingsdata die vallen buiten de gebruikelijke duurtijd. | |
| 5 | + | §2. De opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs heeft een duurtijd van drie jaar, verdeeld over zes semesters, en kan starten op 1 september of op 1 februari. | |
| 6 | + | De opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt experimenteel modulair georganiseerd als vermeld in artikel 159 en 160. | |
| 7 | + | Met inachtneming van de voorwaarde voor de studieomvang, vermeld in richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties, legt de school, buiten de wekelijkse lessentabel, aan de cursisten Verpleegkunde gedurende de volledige duur van de opleiding en naar rata van ten minste vier wekelijkse lestijden, opleidingsgebonden persoonlijke activiteiten op. De klassenraad beslist autonoom over de vorm en de inhoud van die activiteiten. De resultaten van de door de cursist uitgevoerde activiteiten worden in aanmerking genomen bij evaluatie door de klassenraad. |
| 14 | 14 | 3° de splitsing kan slechts één van de volgende vormen aannemen : | |
| 15 | 15 | a) hetzij een afsplitsing van de eerste graad; | |
| 16 | − | b) hetzij een afsplitsing van een of meer studiegebieden ; | |
| 16 | + | b) hetzij een afsplitsing van een of meer studiegebieden of studiedomeinen; | |
| 17 | 17 | c) hetzij een combinatie van beide voorgaande; | |
| 18 | 18 | 4° de splitsing moet, voor een school die tot een scholengemeenschap behoort, in overeenstemming zijn met de afspraken die de scholengemeenschap maakt over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod. | |
| 19 | 19 | § 4. Onder toepasbare rationalisatienorm, vermeld in § 1, § 2 en § 3, wordt verstaan : | |
| 20 | − | a) hetzij, afhankelijk van de door de school georganiseerde graden, de norm vermeld in artikel 191, 2° en 195 : voor de scholen gelegen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners per km2 en voor de scholen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen in een internaat verblijven; | |
| 20 | + | a) hetzij, afhankelijk van de door de school georganiseerde graden, de norm vermeld in artikel 191, 2° en 195 : voor de scholen gelegen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of in een gemeente met een bevolkingsdichtheid van minder dan 250 inwoners per km2 en voor de scholen waarvan meer dan 75 % van de regelmatige leerlingen in een onderwijsinternaat verblijven; | |
| 21 | 21 | b) hetzij, afhankelijk van de door de school georganiseerde graden, de norm vermeld in artikel 191,1° en 195 : voor de scholen die niet onder toepassing van a) vallen. | |
| 22 | − | § 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op scholen met uitsluitend de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 22 | + | § 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op scholen met uitsluitend de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 23 | 23 | § 6. De programmatie van een school door splitsing van een bestaande school wordt door het schoolbestuur bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk gemeld uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar. Indien niet het gevolg van splitsing van een bestaande school, dan zijn voor de programmatie van de school de bepalingen van artikel 15, § 2, van toepassing. | |
| 24 | 24 | Indien de school ontstaat door splitsing van een bestaande school, dan gaan bij die melding, per betrokken school, het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, in het geval de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit moet blijken dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 6 | 6 | 1° enerzijds opdrachten van het onderwijzend personeel die geen betrekking hebben op de realisatie van de wekelijkse lessenroosters, meer bepaald "interne pedagogische begeleiding", "bijzondere pedagogische taken", "nascholing", "aanvangsbegeleiding" "inhaallessen", "klassenraad" en "klassendirectie". Het organiseren van interne pedagogische begeleiding kan uitsluitend in een school met beroepssecundair onderwijs; | |
| 7 | 7 | 2° anderzijds opdrachten van het onderwijzend personeel die, zoals lesuren, wel betrekking hebben op de realisatie van de wekelijkse lessenroosters doch die niet binnen de context van vakken kunnen worden gevat, meer bepaald "seminaries". Seminaries kunnen uitsluitend worden georganiseerd buiten de basisvorming, de basisoptie en het fundamenteel gedeelte van de optie. Een opdracht seminaries moet steeds als een afzonderlijke betrekking worden aangeboden en vergt altijd het akkoord van het personeelslid dat er wordt mee belast. | |
| 8 | − | § 3. De aanwending van uren-leraar kan in volgende structuuronderdelen ook plaatsvinden onder vorm van het inzetten van voordrachtgevers : | |
| 8 | + | § 3. Een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs kan het wekelijks aantal uren-leraar, vermeld in paragraaf 1, ook aanwenden voor het inzetten van een gastleraar in volgende structuuronderdelen: | |
| 9 | 9 | 1° alle structuuronderdelen van het studiegebied Ballet van de tweede en de derde graad kso; | |
| 10 | 10 | 2° alle structuuronderdelen van de derde graad tso; | |
| 11 | 11 | 3° alle structuuronderdelen van de derde graad bso; | |
| 12 | 12 | 4° hbo-verpleegkunde. | |
| 13 | − | Een voordrachtgever is een persoon die geen deel uitmaakt van het schoolbestuur of van het personeel van de school. Een voordrachtgever geeft, hetzij in eigen naam hetzij in dienst van een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector, voordrachten in de school of op een andere locatie in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma en vanuit zijn deskundigheid of ervaring met betrekking tot de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld. | |
| 14 | − | Het aantal lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel dat, omgerekend naar schooljaarbasis, aan voordrachtgevers kan worden besteed, bedraagt maximum 2, uitgezonderd in de structuuronderdelen van het studiegebied Ballet en Integrale veiligheid, waar het maximum 6 bedraagt. | |
| 13 | + | Het aantal lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel dat, omgerekend naar schooljaarbasis, aan gastleraren kan worden besteed, bedraagt maximum 2, uitgezonderd in de structuuronderdelen van het studiegebied Ballet en Integrale Veiligheid, waar het maximum 6 bedraagt. | |
| 14 | + | Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is een persoon die geen deel uitmaakt van het schoolbestuur of centrumbestuur of van het personeel van de school of het centrum. Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, geeft in eigen naam of in dienst van een organisatie of onderneming uit de publieke of private sector, gastlessen in de school, in het centrum of op een andere locatie in het kader van de realisatie van het onderwijsprogramma en vanuit zijn deskundigheid of ervaring met betrekking tot de arbeidsmarkt en de bedrijfswereld. | |
| 15 | + | Een gastleraar als vermeld in het eerste lid, is van onberispelijk gedrag. Het voormelde blijkt uit een uittreksel uit het strafregister met de finaliteit 596.2 – model bestemd voor contacten met minderjarigen, dat op het ogenblik van het voorleggen niet langer dan een maand tevoren is afgegeven. Daarnaast toont de voormelde gastleraar die gastlessen geeft in een school die of in een centrum dat in het Nederlands taalgebied ligt met uitzondering van de faciliteitengemeenten, aan dat hij de kennis van het Nederlands als onderwijstaal beheerst op het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. De gastleraar bewijst die vereiste taalkennis op een van de volgende wijzen: | |
| 16 | + | 1° met een bekwaamheidsbewijs dat de Vlaamse Regering vastlegt voor een wervingsambt van het bestuursen onderwijzend personeel en dat behaald is in de onderwijstaal; | |
| 17 | + | 2° met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont; | |
| 18 | + | 3° met een studiebewijs dat gelijkwaardig is met een studiebewijs van door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs en dat het vereiste niveau van taalkennis aantoont; | |
| 19 | + | 4° met een getuigschrift, een certificaat of een attest dat het vereiste niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen aantoont. | |
| 15 | − | Bij deze vorm van aanwendingworden uren-leraar omgezet in een krediet . De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding ervan aan de bevoegde dienst , de grootte van het krediet per uur-leraar dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet. | |
| 20 | + | Bij de wijze van aanwending, vermeld in het eerste lid, worden uren-leraar omgezet in een krediet ten belope van de lesopdracht van de gastleraar. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van melding van voormelde omzetting aan de bevoegde dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, de grootte van het krediet per uur-leraar dat wordt omgezet en de wijze van toekenning van het krediet. | |
| 16 | − | De regeling in kwestie is dezelfde voor het voltijds secundair onderwijs en voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs | |
| 17 | − | § 3bis. In afwijking van paragraaf 3, eerste en derde lid, kan van 1 september 2020 tot 31 augustus 2025 in het voltijds secundair onderwijs de aanwending van uren-leraar onder de vorm van het inzetten van voordrachtgevers onder de hiernavolgende voorwaarden plaatsvinden. Het aantal lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel dat, omgerekend naar schooljaarbasis, aan voordrachtgevers kan worden besteed, bedraagt maximum 4, uitgezonderd in de structuuronderdelen van het studiegebied Ballet, het structuuronderdeel Defensie en veiligheid, en het structuuronderdeel Integrale veiligheid, waar het maximum 6 bedraagt. | |
| 21 | + | § 3bis. In afwijking van paragraaf 3, eerste en tweede lid, kan een schoolbestuur van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2025 in het voltijds secundair onderwijs in elk structuuronderdeel uren-leraar aanwenden voor van het inzetten van gastleraren en dit voor een maximum van een derde van de lesuren van de wekelijkse lessentabel van het betrokken structuuronderdeel. | |
| 22 | + | Deze maatregel wordt geëvalueerd tijdens het schooljaar 2024-2025. | |
| 18 | − | § 4. Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025 maximaal 20% van de aan de school toegekende uren-leraar, vermeld in artikel 209, § 1, 1°, 226, 227, 234 en 235, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel. | |
| 23 | + | § 4. Bij een tekort aan onderwijzend personeel kan het schoolbestuur tijdens de schooljaren 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025 maximaal 20% van de aan de school toegekende vacante uren-leraar, vermeld in artikel 209, § 1, 1°, 226, 227, 234 en 235, omzetten in punten voor de aanwending in ambten van het ondersteunend personeel. | |
| 19 | 24 | De omzettingen, vermeld in het eerste lid, kunnen telkens gebeuren vanaf 1 oktober van het lopende schooljaar in kwestie en gelden voor de duur van het lopende schooljaar. In afwijking hiervan eindigt een omzetting van uren-leraar als het personeelslid dat aangesteld is in een betrekking die via voormelde omzetting werd opgericht in een ambt van het ondersteunend personeel, tijdens het schooljaar vrijwillig ontslag neemt volgens artikel 25 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs of volgens artikel 26 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. In dit geval eindigt de omzetting voor het overeenkomend deel van de uren-leraar vanaf het ogenblik dat het ontslag ingaat. | |
| 20 | 25 | De punten die verkregen worden door de omzetting, vermeld in het eerste lid, worden maximaal ter ondersteuning van de leraar in de scholen aangewend zodat die zich kan focussen op zijn kerntaak: lesgeven. | |
| 84 | 84 | tweede en derde graad kunstsecundair onderwijs: het studiegebied Beeldende kunsten | |
| 85 | 85 | 18 | |
| 86 | − | hoger beroepsonderwijs verpleegkunde | |
| 86 | + | hoger beroepsonderwijs | |
| 87 | 87 | 20 | |
| 88 | 88 | deeltijds beroepssecundair onderwijs | |
| 103 | 103 | Tweede en derde graad kunstsecundair onderwijs: de discipline Grafische technieken en media | |
| 104 | 104 | 22 | |
| 105 | − | Hoger beroepsonderwijs verpleegkunde | |
| 105 | + | Hoger beroepsonderwijs | |
| 106 | 106 | 20 | |
| 107 | 107 | Deeltijds beroepssecundair onderwijs | |
| 108 | 108 | 10 | |
| 109 | − | 2° voor alle scholen wordt per categorie, vermeld in 1°, het aantal leerlingen, geteld op de teldatum, vermeld in 172, vermenigvuldigd met het overeenkomstige puntengewicht; | |
| 109 | + | 2° voor alle scholen wordt per categorie, vermeld in 1°, het aantal leerlingen, geteld op de teldatum, vermeld in artikel 169 tot en met 172, vermenigvuldigd met het overeenkomstige puntengewicht; | |
| 110 | 110 | 3° het B_SchK wordt vervolgens gedeeld door het totale aantal te verdelen punten. Het quotiënt van die deling is de geldwaarde per punt voor schoolkenmerken, hierna GPP_SchK te noemen. | |
| 4 | 4 | 2° de structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad; | |
| 5 | 5 | 3° andere dan in 2° vermelde structuuronderdelen die door de Vlaamse Regering kunnen worden vastgelegd en voor zover het betrokken schoolbestuur beslist om in een of meer van zijn scholen onderhavige bepaling voor alle leerlingen van het betrokken structuuronderdeel toe te passen. | |
| 6 | − | Voor de hbo5-opleiding Verpleegkunde geldt evenmin een maximumleeftijd. | |
| 6 | + | Voor de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs geldt evenmin een maximumleeftijd. | |
| 1 | + | §1. In de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs gelden voor cursisten de volgende gezamenlijke toelatingsvoorwaarden: | |
| 2 | + | 1° voldaan hebben aan de leerplicht; | |
| 3 | + | 2° in het bezit zijn van een van de volgende studiebewijzen: | |
| 4 | + | a) een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt tot en met het schooljaar 20232024; | |
| 5 | + | b) een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 3, uitgereikt vanaf het schooljaar 2024-2025; | |
| 6 | + | c) een diploma van het secundair onderwijs, uitgereikt tot en met het schooljaar 2024-2025; | |
| 7 | + | d) een diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4, uitgereikt vanaf het schooljaar 2024-2025; | |
| 8 | + | e) een certificaat van een opleiding van het secundair onderwijs voor sociale promotie van minimaal 900 lestijden; | |
| 9 | + | f) een certificaat van een opleiding van het secundair volwassenenonderwijs van minimaal 900 lestijden; | |
| 10 | + | g) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie; | |
| 11 | + | h) een certificaat van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 12 | + | i) een diploma van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 13 | + | j) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan; | |
| 14 | + | k) een diploma van bachelor of master; | |
| 15 | + | l) een studiebewijs dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een internationale overeenkomst wordt erkend als gelijkwaardig met een van de studiebewijzen, vermeld in punt a) tot en met i). Bij gebrek aan een dergelijke erkenning kan de klassenraad personen die in een land buiten de Europese Unie een studiebewijs hebben behaald dat toelating geeft tot het hoger onderwijs in dat land, toelaten tot de opleiding. | |
| 16 | + | In afwijking van het eerste lid worden in het schoolreglement van de school in kwestie afwijkende toelatingsvoorwaarden voor de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs opgenomen. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen alleen rekening houden met de volgende elementen: | |
| 17 | + | 1° humanitaire redenen; | |
| 18 | + | 2° medische, psychische of sociale redenen; | |
| 19 | + | 3° het algemene niveau van de cursist, getoetst met een toelatingsproef die wordt georganiseerd binnen vijf lesdagen nadat de cursist met de opleiding is gestart. | |
| 20 | + | De organisatie op verzoek van de cursist van een toelatingsproef als vermeld in het tweede lid kan niet worden geweigerd. De proef wordt beoordeeld door de klassenraad, die nagaat of de cursist over de kennis en vaardigheden beschikt die vereist zijn om de opleiding in kwestie aan te vangen. Van de beoordeling wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat wordt opgenomen in het dossier van de cursist. | |
| 21 | + | §2. Om tot een sequentieel geordende module van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs toegelaten te worden, voldoet de cursist aan een van de volgende voorwaarden: | |
| 22 | + | 1° het bezit van het deelcertificaat van een sequentieel voorafgaande module; | |
| 23 | + | 2° het bezit van een studiebewijs van een andere opleidingsof vormingsinstelling. De klassenraad bepaalt welke studiebewijzen toegang geven tot sequentieel geordende modules; | |
| 24 | + | 3° het bezit van een titel van beroepsbekwaamheid als vermeld in het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid en in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2005 tot uitvoering van het decreet van 30 april 2004 betreffende het verwerven van een titel van beroepsbekwaamheid. De Vlaamse Regering bepaalt welke titels van beroepsbekwaamheid toegang geven tot sequentieel geordende modules; | |
| 25 | + | 4° de beoordeling van de klassenraad dat de cursist beschikt over een studiebewijs uit het onderwijs of uit een andere opleidingsof vormingsinstelling waaruit blijkt dat hij over voldoende kennis, vaardigheden en attitudes beschikt om de module aan te vangen; | |
| 26 | + | 5° de beoordeling van de klassenraad op basis van een toelatingsproef dat de cursist de nodige ervaring heeft verworven die toelaat om de module te volgen. | |
| 27 | + | Een cursist kan maar één module tezelfdertijd volgen. |
| 1 | + | §1. In de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs beslist de klassenraad of een cursist hetzij geslaagd is zonder beperkingen, hetzij niet geslaagd is. | |
| 2 | + | In aansluiting op artikel 168/4, §1, vierde lid, beslist de klassenraad in de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs aan het einde van module 1 en van module 2 of een cursist hetzij geslaagd is zonder beperkingen, hetzij niet geslaagd is. Als de cursist geslaagd is, wordt een deelcertificaat toegekend. | |
| 3 | + | Het schoolbestuur kent de graad van gegradueerde in de basisverpleegkunde toe aan de cursist die geslaagd is voor de opleiding Basisverpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 4 | + | Bij het diploma van gegradueerde in de basisverpleegkunde wordt een diplomasupplement uitgereikt. Dat is een document dat de inhoud van de studies van de cursist en de structuur van het onderwijs in het land waar de cursist gestudeerd heeft, verduidelijkt. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm van het diploma, de inhoud van het diplomasupplement en, eventueel, nadere voorwaarden voor de uitreiking ervan. | |
| 5 | + | Aan cursisten die houder zijn van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, kent het schoolbestuur naast het diploma van gegradueerde in de basisverpleegkunde, de volgende twee diploma’s toe: | |
| 6 | + | 1° uiterlijk in het schooljaar 2024-2025: het diploma van secundair onderwijs; | |
| 7 | + | 2° vanaf het schooljaar 2025-2026: het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4. | |
| 8 | + | §2. In de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs beslist de klassenraad aan het einde van een module of een cursist hetzij geslaagd is zonder beperkingen, hetzij niet geslaagd is. Als de cursist geslaagd is, wordt een deelcertificaat toegekend. | |
| 9 | + | Het schoolbestuur kent de graad van gegradueerde in de verpleegkunde toe aan de cursist die geslaagd is voor alle modules van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 10 | + | Bij het diploma van gegradueerde in de verpleegkunde wordt een diplomasupplement uitgereikt. Dat is een document dat de inhoud van de studies van de cursist en de structuur van het onderwijs in het land waar de cursist gestudeerd heeft, verduidelijkt. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het diplomasupplement en, eventueel, nadere voorwaarden voor de uitreiking ervan. | |
| 11 | + | Aan cursisten die houder zijn van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, kent het schoolbestuur naast het diploma van gegradueerde in de verpleegkunde, de volgende twee diploma’s toe: | |
| 12 | + | 1° uiterlijk in het schooljaar 2024-2025: het diploma van secundair onderwijs; | |
| 13 | + | 2° vanaf het schooljaar 2025-2026: het diploma van secundair onderwijs, onderwijskwalificatie niveau 4. | |
| 14 | + | §3. Tegen een beslissing van de klassenraad die door de betrokken cursist wordt betwist, kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de procedure die is opgenomen in het schoolreglement, vermeld in artikel 112. | |
| 15 | + | §4. Iedereen die in het bezit is van het diploma van gegradueerde in de verpleegkunde blijft gerechtigd om de titel van ‘verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg’ te voeren. |
| 1 | 1 | § 1. In de scholen van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een ziekenhuis en verbonden aan een residentiële setting werken de leerlingen verder aan het curriculum van de oorspronkelijke school en worden hieromtrent eveneens afspraken gemaakt met de oorspronkelijke school. De oorspronkelijke school staat in voor de studiebekrachtiging. | |
| 2 | 2 | § 2. In ziekenhuisscholen moeten er, naargelang de noden van de leerlingen, gepaste en redelijke aanpassingen genomen worden, waaronder het inzetten van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen. De ziekenhuisschool werkt hiervoor op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding en de ouders en de oorspronkelijke school, tenzij de leerling voor het verblijf in de ziekenhuisschool niet in een school ingeschreven was. | |
| 3 | − | § 3. Op basis van de behoeften van de leerlingen mag men in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het preventorium, op ieder tijdstip van het schooljaar een structuuronderdeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs inrichten, ook indien de onderliggende structuuronderdelen niet ingericht zijn. De school kan op die wijze onderdelen van het volledig studieaanbod van het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs inrichten, met inbegrip van het onthaalonderwijs, Se-n-Se, de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, en de vierde graad. Naargelang de keuze van de ouders mag men in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het Zeepreventorium verschillende leerplannen aanbieden. | |
| 3 | + | § 3. Op basis van de behoeften van de leerlingen mag men in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het preventorium, op ieder tijdstip van het schooljaar een structuuronderdeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs inrichten, ook indien de onderliggende structuuronderdelen niet ingericht zijn. De school kan op die wijze onderdelen van het volledig studieaanbod van het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs inrichten of onderdelen van de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. Naargelang de keuze van de ouders mag men in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het Zeepreventorium verschillende leerplannen aanbieden. | |
| 4 | − | § 4. In de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het preventorium worden dezelfde studiebewijzen uitgereikt als in het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs . De school van opleidingsvorm 4, type 5, bij het preventorium staat zelf in voor de studiebekrachtiging. | |
| 4 | + | § 4. In de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het preventorium worden dezelfde studiebewijzen uitgereikt als in het gewoon voltijds secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs of in de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. De school van opleidingsvorm 4, type 5, bij het preventorium staat zelf in voor de studiebekrachtiging. | |
| 5 | 5 | § 5. Voor zover de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan het Zeepreventorium, die behoort tot het gemeenschapsonderwijs, leerplannen aanbiedt van het vrij onderwijs, gebeurt dit in afwijking van de voorwaarde, vermeld in artikel 15, § 1, 12°, b). |