§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft toewijzingen aan het Energiefonds, wijzigingen betreffende flexibiliteit en energiedelen, de uitbouw van het energiedataplatform en de herziening van de administratieve geldboetes aangaande installatie-eisen

Vlaamse Regering #948 Staatsblad 11 maart 2022 NUMAC 2022030262
23 artikels gewijzigd
+1 −1 energiedecreet/art. 3.2.1
22§ 2. Aan dit Energiefonds worden rechtstreeks de volgende inkomsten toegewezen :
331° opbrengsten uit heffingen en administratieve geldboetes die decretaal aan het Energiefonds worden toegewezen, de opbrengsten afkomstig van de dadingen die hierover worden aangegaan, evenals de opbrengsten die worden geïnd naar aanleiding van beslissingen van de hoven en rechtbanken die hierover worden genomen ten laste van de decretaal aangewezen heffings- of boeteplichtigen;
4−2° andere middelen aan het Energiefonds toegewezen krachtens wettelijke, decretale of conventionele bepalingen, de terugstortingen, de middelen van de Europese Unie of andere internationale instellingen voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds, de middelen van de andere gewesten en de federale overheid voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds en die een financiering op Belgisch niveau vergen zoals overlegd op het energie-overleg staat-gewesten, de middelen van andere partners die aan deze projecten deelnemen, de toevallige inkomsten uit deze projecten volgens de overeenkomsten afgesloten met of tussen de projectpartners, de inkomsten uit de verkoop van publicaties die kaderen in het energiebeleiden de overige toevallige ontvangsten.
4+2° andere middelen aan het Energiefonds toegewezen krachtens wettelijke, decretale of conventionele bepalingen, de terugstortingen, de middelen van de Europese Unie of andere internationale instellingen voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds, de middelen van de andere gewesten en de federale overheid voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds en die een financiering op Belgisch niveau vergen zoals overlegd op het energie-overleg staat-gewesten, de middelen van andere partners die aan deze projecten deelnemen, de toevallige inkomsten uit deze projecten volgens de overeenkomsten afgesloten met of tussen de projectpartners, de inkomsten uit de verkoop van publicaties die kaderen in het energiebeleid, inkomsten met betrekking tot het uitwinnen van door of krachtens dit decreet opgelegde bankwaarborgen, de terugbetaling van kapitaal van door of krachtens dit decreet via het Energiefonds ingestelde leningen voor noodkoopwoningen, de terugvordering van de rentesubsidie toegekend in kader van het renteloos renovatiekrediet en de overige toevallige ontvangsten.
55§ 3. De Vlaamse Regering beschikt over de kredieten van het Energiefonds, inclusief de machtiging om hiermee subsidies toe te kennen, voor de uitvoering van haar energiebeleid, in het bijzonder voor de financiering van de VREG, van de openbaredienstverplichtingen inzake energie, voor haar sociaal energiebeleid, haar beleid inzake het rationeel energiegebruik, haar beleid inzake warmte-krachtkoppeling, haar beleid inzake de hernieuwbare energiebronnen alsmede voor de financiering van energiegerelateerde kosten van de Vlaamse overheid.
+1 −1 energiedecreet/art. 4.4.2
776° peer-to-peerhandel voeren met de energie, vermeld in punt 1°, conform artikel 7.2.2, ook met een stroomafnameovereenkomst;
887° de energie, vermeld in punt 1°, verkopen, ook met een stroomafnameovereenkomst;
9−8° het energiedelen van de energie, vermeld in punt 1°, overeenkomstig artikel 7.2.1, tweede lid, 1° .
9+8° het energiedelen van de energie, vermeld in punt 1°, overeenkomstig artikel 7.2.1, tweede lid, 1° en 4°.
1010Als dat noodzakelijk is om de activiteiten, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 8°, uit te oefenen, beschikt de actieve afnemer over een meter die de afgenomen energie en de energie die in een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een gesloten distributienet van elektriciteit wordt geïnjecteerd, afzonderlijk meet, en waarvan de meetwaarden minstens elke onbalansverrekeningsperiode geregistreerd worden en verwerkt worden bij de allocatie conform de technische reglementen.
1111Elke actieve afnemer is financieel verantwoordelijk voor de onbalansen die hij in het elektriciteitsnet veroorzaakt. Hij draagt de evenwichtsverantwoordelijkheid van zijn activiteiten, of belast een evenwichtsverantwoordelijke met die verantwoordelijkheid.
+1 −1 energiedecreet/art. 7.1.1
1616Het aantal groenestroomcertificaten dat wordt toegekend voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in installaties met startdatum vanaf 1 januari 2013, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor.
1717De Vlaamse Regering kan de toekenning van groenestroomcertificaten ook beperken op basis van het aantal vollasturen die gehanteerd worden in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top voor die hernieuwbare energietechnologie. De Vlaamse Regering kan daarnaast voor nieuwe installaties en verlengingsaanvragen met betrekking tot de periodes, vermeld in artikel 7.1.1, § 1, vierde en vijfde lid, van bestaande installaties het aantal groenestroomcertificaten begrenzen tot een bepaalde hoeveelheid groenestroomcertificaten.
18−Bij productie-installaties voor fotovoltaïsche zonne-energie met startdatum vanaf 1 januari 2013 komen uitbreidingen die vanaf 1 september 2019 in dienst genomen zijn en die aangesloten zijn op hetzelfde toegangspunt, waarbij het gezamenlijke maximale vermogen van de omvormers van de installatie na de uitbreiding meer bedraagt dan 750 kW, niet in aanmerking voor het toekennen van groenestroomcertificaten, voor zover niet minstens 36 maanden verstreken zijn vanaf de ingebruikname van de installatie of de ingebruikname van de laatste uitbreiding op dat toegangspunt, tenzij voor zowel de bestaande installatie als voor de uitbreiding(en) een nieuwe aparte projectspecifieke bandingfactor wordt berekend, waarbij voor elk deel van de installatie wordt gebruikgemaakt van de respectievelijke afschrijvingstermijn en de startdatum van de bestaande installatie behouden blijft.
18+Bij productie-installaties voor fotovoltaïsche zonne-energie met startdatum vanaf 1 januari 2013 komen uitbreidingen die vanaf 1 september 2019 in dienst genomen zijn en die aangesloten zijn op hetzelfde toegangspunt, waarbij het gezamenlijke maximale vermogen van de omvormers van de installatie na de uitbreiding meer bedraagt dan 2 MW, niet in aanmerking voor het toekennen van groenestroomcertificaten, voor zover niet minstens 36 maanden verstreken zijn vanaf de ingebruikname van de installatie of de ingebruikname van de laatste uitbreiding op dat toegangspunt.
1919§ 3. De Vlaamse Regering kan, in afwijking van § 2, derde lid, bepalen dat aan installaties waaraan groenestroomcertificaten werden toegekend, na afloop van de periode waarin de installatie voor steun in aanmerking komt op grond van § 2, derde lid, extra groenestroomcertificaten worden toegekend. Installaties die als brandstof gebruikmaken van biomassa komen echter niet in aanmerking voor een dergelijke verlenging.
2020De Vlaamse Regering legt de periode en de voorwaarden vast voor de toekenning van die extra certificaten, inclusief de manier waarop de bandingfactoren voor die extra steunperiode worden berekend.
+2 −2 energiedecreet/art. 7.1.10
3030De Vlaamse Regering stelt ook voor elk jaar een bruto binnenlandse groenestroomproductie voorop en legt indicatieve subdoelstellingen per hernieuwbare energiebron vast die erop gericht zijn de vooropgestelde bruto binnenlandse groenestroomproductie te bereiken.
3131§ 3. In afwijking van paragraaf 2 wordt Ev vanaf 31 maart 2017 verminderd met de volgende hoeveelheden:
32−1° voor de afname tussen 1000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van die afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. Die vermindering geldt alleen voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391, code 52100 of code 52241 ;
32+1° voor de afname tussen 1000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van die afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. Die vermindering geldt alleen voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 RSZ-code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), RSZ-code 46391, RSZ-code 52100 of RSZ-code 52241 en geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan hogervermelde RSZ-codes op 31 december van het afnamejaar door de toegangshouder in het toegangsregister zijn geregistreerd. Hiertoe dient de afnemer de betreffende RSZ-code mee te delen aan zijn toegangshouder;
33332° voor de afname tussen 20.000 MWh en 100.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80% van die afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
34343° voor de afname tussen 100.000 MWh en 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80% van die afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
3939Het geheel van afnamepunten van afnemers van een na 1 juli 2011 aangelegd net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, wordt als één afnamepunt beschouwd, voor zover het gesloten distributienet is aangesloten op het transmissienet of het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit.
4040In afwijking van het derde en vierde lid wordt het geheel van afnemers die instaan voor het verzorgen van openbaar vervoer niet als één afnamepunt beschouwd.
41−§ 3/1. ...
41+§ 3/1. In afwijking van paragraaf 3 wordt voor de afnamepunten van stationaire elektriciteitsopslagfaciliteiten die rechtstreeks op het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of het transmissienet zijn aangesloten en voor zover deze elektriciteitsopslagfaciliteit als enige aangesloten is op dit toegangspunt, de factor Ev, vermeld in paragraaf 2, verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die in n-1 werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten en die via het toegangspunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in paragraaf 1, toegangshouder was, terug werd geïnjecteerd in het net.
4242§ 4. Het VEKA legt een evaluatie van de quota- en productiedoelstellingen, vermeld in § 2, voor aan de Vlaamse Regering indien :
43431° het aantal beschikbare certificaten minder dan 105 % of meer dan 125 % bedraagt van het aantal voor te leggen certificaten;
+4 −2 energiedecreet/art. 7.1.11
2020Wanneer een bandingfactor wordt vastgelegd voor een warmte-krachtinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW, wordt het aantal in te dienen warmte-krachtcertificaten geëvalueerd en eventueel verhoogd door de Vlaamse Regering.
2121§ 2/1. In afwijking van paragraaf 2 wordt Ev vanaf 31 maart 2017 verminderd met de volgende hoeveelheden:
22−1° voor de afname tussen 1000 MWh en 5000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391 of code 52100 of code 52241;
22+1° voor de afname tussen 1000 MWh en 5000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 RSZ-code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), RSZ-code 46391 of RSZ-code 52100 of code 52241;
23−2° voor de afname tussen 5000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391 of code 52100 of code 52241;
23+2° voor de afname tussen 5000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 RSZ-code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), RSZ-code 46391 of RSZ-code 52100 of RSZ-code 52241;
24243° voor de afname tussen 20.000 MWh en 100.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 50% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
25254° voor de afname tussen 100.000 MWh en 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80% van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
2727Het geheel van afnamepunten van afnemers op een op 1 juli 2011 bestaand net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56° /2, wordt als één afnamepunt beschouwd.
2828Het geheel van afnamepunten van afnemers van een na 1 juli 2011 aangelegd net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56° /2, wordt als één afnamepunt beschouwd, voor zover het gesloten distributienet is aangesloten op het transmissienet of het plaatselijke vervoersnet van elektriciteit.
29+De vermindering zoals bepaald in punt 1° en 2° van het eerste lid geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hogervermelde RSZ-codes op 31 december van het afnamejaar door de toegangshouder in het toegangsregister zijn opgenomen. Hiertoe dient de afnemer de betreffende RSZ-code mee te delen aan zijn toegangshouder.
30+§ 2/2. In afwijking van paragraaf 2 wordt voor de afnamepunten van stationaire elektriciteitsopslagfaciliteiten die rechtstreeks aan het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of het transmissienet zijn aangesloten en voor zover deze elektriciteitsopslagfaciliteit als enige aangesloten is op dit toegangspunt, de factor Ev, vermeld in paragraaf 2, verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die in n-1 werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten en die via het toegangspunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in paragraaf 1, toegangshouder was, terug werd geïnjecteerd in het net.
2931§ 3. Het VEKA legt een evaluatie van de quotadoelstellingen, vermeld in § 2, voor aan de Vlaamse Regering indien :
30321° het aantal beschikbare certificaten minder dan 105 % of meer dan 125 % bedraagt van het aantal voor te leggen certificaten;
+17 −0 energiedecreet/art. 7.2.1
1+§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder gebouw: een gebouw met minstens twee wooneenheden of andere eenheden met een of meerdere gemeenschappelijke aansluitingspunten op hetzelfde adres en die aangesloten zijn op een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een gesloten distributienet van elektriciteit.
2+De volgende personen kunnen aan energiedelen doen:
3+1° de actieve afnemer in een gebouw, met betrekking tot de gezamenlijk geproduceerde energie uit hernieuwbare energiebronnen in of op het gebouw of zijn aanhorigheden, maximaal ten belope van de afname op zijn toegangspunt in het gebouw waarin hij is gevestigd, waarbij de productie-installaties van elektriciteit zijn aangesloten op een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een gesloten distributienet van elektriciteit;
4+2° een vennoot of lid van een energiegemeenschap van burgers, met betrekking tot de energie die binnen de energiegemeenschap van burgers geproduceerd is, maximaal ten belope van de afname op zijn toegangspunt;
5+3° een vennoot of lid van een hernieuwbare-energiegemeenschap, met betrekking tot de energie uit hernieuwbare energiebronnen die de hernieuwbare-energiegemeenschap geproduceerd heeft, maximaal ten belope van de afname op zijn toegangspunt.
6+4° de actieve afnemer tussen verschillende toegangspunten op het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een gesloten distributienet van elektriciteit waarvan hij titularis is, met betrekking tot de energie uit hernieuwbare energiebronnen die op één van die toegangspunten wordt geproduceerd, en maximaal ten belope van de afname op die toegangspunten.
7+De titularis van het toegangspunt wijst bij energiedelen altijd een toegangshouder aan op het toegangspunt. Die toegangshouder kan in geen geval de netbeheerder zijn.
8+De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, iedere persoon, vermeld in het eerste lid, in het kader van energiedelen verplichtingen opleggen over de volgende aspecten:
9+1° de informatieverlening;
10+2° de behandeling van klachten;
11+3° maatregelen van sociale aard;
12+4° maatregelen ter bevordering van rationeel energiegebruik en hernieuwbare energiebronnen.
13+Energiedelen doet geen afbreuk aan de hoedanigheid van afnemer, huishoudelijke afnemer, beschermde afnemer of actieve afnemer en de daarmee verbonden rechten, heffingen, belastingen, toeslagen en bijdragen, waaronder bijdragen voor openbaredienstverplichtingen en bijdragen in het kader van de certificatenverplichtingen als vermeld in artikel 7.1.10 en 7.1.11, alsook wordt geen afbreuk gedaan aan het behalen van en het berekenen van de hoogte van de certificatenverplichtingen, vermeld in artikel 7.1.10 en 7.1.11.
14+Energiedelen is niet onderworpen aan hetgeen is bepaald door of krachtens artikel 15.3.5/13.
15+De gemeten energie op het toegangspunt wordt bij de berekening van de onbalans, heffingen, belastingen, toeslagen en bijdragen, waaronder bijdragen voor openbaredienstverplichtingen en certificatenverplichtingen, niet gewijzigd door de toegekende of uitgewisselde energie in het kader van de uitoefening van de activiteit, vermeld in het tweede lid.
16+§ 2. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor energiedelen. De regels hebben betrekking op de minimale bepalingen van de overeenkomsten die worden gesloten tussen de betrokken partijen, met inbegrip van bepalingen betreffende het uitstappen uit energiedelen, het vastleggen van de benodigde gegevens, waaronder de meting en meetgegevens, en de voorwaarden waaraan de methodieken voor de berekening van energiehoeveelheden voor de allocatie, reconciliatie, facturatie en de aanpassingen aan die berekeningen moeten voldoen.
17+De Vlaamse Regering bepaalt de fasering en timing om energiedelen te operationaliseren.
+2 −2 energiedecreet/art. 7.3.1
1−De kosten voor de aanleg van de elektrische leidingen over de eerste duizend meter op het openbaar domein tussen het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de productie-installatie, zijn ten laste van de netbeheerder in kwestie voor zover het aansluitingsvermogen van die productieinstallatie niet hoger is dan 5 MVA. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
1+De kosten voor de aanleg van de elektrische leidingen over de eerste zevenhonderdvijftig meter op het openbaar domein tussen het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de productie-installatie, zijn ten laste van de netbeheerder in kwestie voor zover het vermogen van die productie-installatie minstens 75 kWe is en niet hoger is dan 5 MWe. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
2−De kosten voor de aanleg van de aardgasleidingen over de eerste duizend meter op het openbaar domein tussen het aardgasdistributienet en de productie-installatie zijn ten laste van de aardgasnetbeheerder voor zover de aansluitingscapaciteit van die productie-installatie niet hoger is dan 2500 m3/h. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het aardgasdistributienet.
2+De kosten voor de aanleg van de aardgasleidingen over de eerste zevenhonderdvijftig meter op het openbaar domein tussen het aardgasdistributienet en een productie-installatie met een vermogen van minstens 75 kWe en niet hoger dan 5 MWe zijn ten laste van de aardgasnetbeheerder voor zover de aansluitingscapaciteit van die productie-installatie niet hoger is dan 2500 m3/h. De aanvrager van de aansluiting draagt alle overige kosten bij een nieuwe aansluiting van een productie-installatie van elektriciteit uit kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op het aardgasdistributienet.
33De kosten, vermeld in het eerste en tweede lid, die ten laste van de netbeheerder gelegd worden, worden beschouwd als kosten ten gevolge van de openbaredienstverplichtingen van de netbeheerder als netbeheerder.
+0 −1 energiedecreet/art. 7.5.1
11De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de leveranciers en netbeheerders openbaredienst-verplichtingen opleggen inzake programma's ter bevordering van het rationeel energiegebruik en hernieuwbare energiebronnen, minimumnormen inzake rationeel energiegebruik bij hun afnemers en investeringen in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties, installaties voor de productie van groene stroom, groenestroomcertificaten of warmtekrachtcertificaten.
2−De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen inzake programma's ter bevordering van elektrische voertuigen, met inbegrip van voertuigen met brandstofcellen, hybride voertuigen en voertuigen op aardgas.
32In afwijking van artikel 4.1.10, eerste lid, kan de netbeheerder of zijn werkmaatschappij echter in het kader van de uitvoering van de hun op grond van dit artikel opgelegde openbaredienstverplichtingen en onder de door de Vlaamse Regering vastgestelde voorwaarden, gegevens verstrekken aan personen die daarvoor door de Vlaamse Regering zijn aangewezen.
+3 −2 energiedecreet/art. 11.1.14
33Wanneer de gemeente strengere eisen vastlegt, als bedoeld in artikel 11.1.1, § 1/1, dan vermeld zij op de lijst, vermeld in het eerste lid, tevens voor welke stedenbouwkundige vergunningen deze strengere eisen van toepassing zijn.
44Elke aangifteplichtige of verslaggever, woonachtig of met zetel in België, wordt in de energieprestatiedatabank uniek geïdentificeerd aan de hand van het ondernemingnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer. De Vlaamse Regering kan voor aangifteplichtigen of verslaggevers die niet woonachtig zijn of een zetel hebben in België een alternatieve identificatiemethode vastleggen. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop deze gegevens in de energieprestatiedatabank worden opgenomen.
5+In de energieprestatiedatabank worden de documenten, vermeld in artikel 11.1.13, opgenomen en bijgehouden. De Vlaamse Regering zal tevens bepalen welke individuele stavingstukken hierbij in dit kader door de verslaggever worden ingediend en die in de energieprestatiedatabank worden bijgehouden. Het VEKA is verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens. De stavingstukken worden gedurende een periode van tien jaar bewaard.
5−De gegevens in de energieprestatiedatabankzijn alleen toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid en de betrokken vergunningverlenende overheid. De verslaggever en de aangifteplichtige hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De Vlaamse Regering bepaalt tot welke delen van de EPB-aangifte de eigenaar van het gebouw, die geen aangifteplichtige is, toegang heeft. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiedatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.
6+De gegevens in de energieprestatiedatabank, met uitzondering van de individuele stavingstukken zoals bepaald door de Vlaamse Regering, zijn alleen toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid en de betrokken vergunningverlenende overheid. De verslaggever en de aangifteplichtige hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De Vlaamse Regering bepaalt tot welke delen van de EPB-aangifte de eigenaar van het gebouw, die geen aangifteplichtige is, toegang heeft. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiedatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.
6−In afwijking van het vierde lid kan het VEKA in het kader van statistische en wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiedatabank, al dan niet gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens van andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt.
7+In afwijking van het vijfde lid kan het VEKA in het kader van statistische en wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiedatabank, al dan niet gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens van andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt.
78In het kader van monitoring van de energieprestaties van gebouwen kan het VEKA de gegevens uit de energieprestatiedatabank koppelen aan de beschikbare gegevens bij andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij. Nadat die gegevens gekoppeld zijn worden die gegevens geanonimiseerd. Ze zijn in geen geval herleidbaar tot een identificeerbare natuurlijke persoon.
+1 −0 energiedecreet/art. 11.2.1
77Met ingang van 1 januari 2013 wordt in niet-residentiële gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 500 m2, die frequent door het publiek worden bezocht, een geldig energieprestatiecertificaat aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.
88De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels om de bruikbare vloeroppervlakte te bepalen.
9+De Vlaamse Regering kan bepalen welke delen van het energieprestatiecertificaat aangebracht worden op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.
910§ 3. Elke verkoper of verhuurder, alsook zijn opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde, vermeldt het op het energieprestatiecertificaat vermelde kengetal of label alsmede de unieke code van het energieprestatiecertificaat of het adres van het gebouw in alle commerciële advertenties die hij maakt voor de verkoop of verhuur van een gebouw, dat conform § 1 over een energieprestatiecertificaat dient te beschikken.
1011De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de vorm van deze publiciteit.
+12 −2 energiedecreet/art. 11.2.3
11§ 1. Het VEKA houdt een energieprestatiecertificatendatabank bij. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit het energieprestatiecertificaat worden bijgehouden, doorgestuurd en opgenomen in deze databank.
22§ 2. De personen die een energieprestatiecertificaat uitreiken, sturen de in § 1 vermelde gegevens elektronisch door naar de energieprestatiecertificatendatabank. Deze personen worden in deze databank uniek geïdentificeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het elektronisch indienen van die gegevens en kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de unieke identificatie.
3+§ 2/1. Volgende categorieën van persoonsgegevens uit de energieprestatiecertificaten die opgenomen zijn in de energieprestatiecertificatendatabank worden actief openbaar gemaakt:
4+1° de identificatiegegevens van het gebouw of de gebouweenheid;
5+2° de geldigheidsdatum en de datum van indienen van het energieprestatiecertificaat;
6+3° het label en de energiescore van het energieprestatiecertificaat;
7+4° het type gebouw;
8+5° het erkenningsnummer van de energiedeskundige of de verslaggever.
9+De betrokkenen bij de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, zijn:
10+1° de houder van een zakelijk recht op het gebouw;
11+2° de bewoner of gebruiker van het gebouw;
12+3° de energiedeskundige of verslaggever.
313§ 3. De gegevens in de energieprestatiecertificatendatabank zijn enkel toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid, de betrokken gemeente en de instrumenterende ambtenaar. De energiedeskundige en de eigenaar van een gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat is opgesteld hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers. De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiecertificatendatabank. Teneinde hun informerende rol ten volle te kunnen spelen om bij te dragen aan de verbetering van de energiezuinigheid van de woningen hebben kredietgevers in het kader van een kredietaanvraag met onroerende bestemming of voor energiebesparende renovaties, toegang tot de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank van het gebouw waarop de kredietaanvraag slaat. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.
414In afwijking van het eerste lid kan het VEKA in het kader van statistische en wetenschappelijke onderzoeksdoeleinden geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank, al dan niet gekoppeld aan de geanonimiseerde gegevens van andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt.
515In het kader van monitoring van de energieprestaties van gebouwen kan het VEKA de gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank koppelen aan de beschikbare gegevens bij andere databanken van de Vlaamse of federale overheid, bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij. Nadat die gegevens gekoppeld zijn worden die gegevens geanonimiseerd. Ze zijn dan in geen geval herleidbaar tot een identificeerbare natuurlijke persoon.
6−In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.
16+In afwijking van het eerste lid kan het VEKA in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.
7−Het Vlaams Energieagentschap kan, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, een opgemaakt energieprestatiecertificaat aanpassen of wijzigen.
17+Het VEKA kan, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, een opgemaakt energieprestatiecertificaat aanpassen of wijzigen.
+8 −5 energiedecreet/art. 11.2/2.1
1−§ 1. De Vlaamse Regering kan bepalen dat niet-residentiële gebouwen bij een notariële overdracht in volle eigendom, of bij het vestigen van een opstalrecht of erfpacht op een niet-residentieel gebouw , binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan een minimaal energieprestatieniveau voldoen. De Vlaamse Regering kan hier ook een reeks van aparte eisen, maatregelen en type-renovatiewerken bepalen die daarbij als een minimum binnen die termijn moeten worden uitgevoerd.
1+§ 1. De Vlaamse Regering kan bepalen dat niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden bij een notariële overdracht in volle eigendom, of bij het vestigen van een opstalrecht of erfpacht op een niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid, binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan een minimaal energieprestatieniveau voldoen. De Vlaamse Regering kan hier ook een reeks van aparte eisen, maatregelen en type-renovatiewerken bepalen die daarbij als een minimum binnen die termijn moeten worden uitgevoerd.
2−De uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar, de opstalhouder, of de erfpachter. In geval na de verkoop van het niet-residentieel gebouw gedurende de looptijd van deze verplichting die op het gebouw rust:
2+De uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar, de opstalhouder, of de erfpachter. In geval na de verkoop van het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid gedurende de looptijd van deze verplichting die op het gebouw of de gebouweenheid rust:
3−1° het niet-residentieel gebouw wordt geërfd, dan gaat de verplichting over op de erfgenaam of legataris. De erfgenaam of de legataris moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de erflater diende te halen;
3+1° het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt geërfd, dan gaat de verplichting over op de erfgenaam of legataris. De erfgenaam of de legataris moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de erflater diende te halen;
4−2° het niet-residentieel gebouw wordt geschonken of verkocht, of een opstalrecht of erfpacht wordt erop gevestigd, dan gaat de verplichting over op de koper of de ontvanger van de schenking of de erfpachter of opstalhouder. De koper, de ontvanger van de schenking, de erfpachter of de opstalhouder moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de verkoper, schenker, erfpachtgever of opstalgever zelf diende te halen. Indien het te behalen minimaal energieprestatieniveau sindsdien werd verstrengd rust bijkomend op de nieuwe eigenaar, erfpachter of de opstalhouder de verplichting om binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan dat verstrengde minimaal energieprestatieniveau te voldoen.
4+2° het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt geschonken of verkocht, of een opstalrecht of erfpacht wordt erop gevestigd, dan gaat de verplichting over op de koper of de ontvanger van de schenking of de erfpachter of opstalhouder. De koper, de ontvanger van de schenking, de erfpachter of de opstalhouder moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de verkoper, schenker, erfpachtgever of opstalgever zelf diende te halen. Indien het te behalen minimaal energieprestatieniveau sindsdien werd verstrengd rust bijkomend op de nieuwe eigenaar, erfpachter of de opstalhouder de verplichting om binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan dat verstrengde minimaal energieprestatieniveau te voldoen.
5+§ 2. Iedereen die een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid in volle eigendom notarieel overdraagt of hierop een opstalrecht of erfpachtrecht vestigt, moet in de hieraan verbonden publiciteit vermelden dat er verplichtingen gelden als vermeld in paragraaf 1.
6+Iedereen die voor een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid een onderhandse overeenkomst voor één van de rechtshandelingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, opmaakt, moet vermelden dat voor het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid verplichtingen gelden als vermeld in paragraaf 1.
5−§ 2. De instrumenterende ambtenaar neemt de verplichting en de daaraan gekoppelde voorwaarden op in de authentieke akte houdende verkoop van of de vestiging van een erfpacht of een opstalrecht op een niet-residentieel gebouw als vermeld in paragraaf 1.
7+De instrumenterende ambtenaar die voor een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid een authentieke akte voor één van de rechtshandelingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, opmaakt, moet vermelden welke verplichtingen, als vermeld in paragraaf 1, gelden voor het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid.
8+De Vlaamse Regering kan aan de instrumenterende ambtenaar, de personen, vermeld in het eerste lid, en aan derden verplichtingen opleggen in het kader van de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in het eerste tot en met derde lid.
+22 −0 energiedecreet/art. 12.7.1 nieuw
1+§ 1. De Vlaamse Regering regelt de uitbouw en het beheer van een gecentraliseerde databank, hierna het energiedataplatform te noemen. De databank heeft de volgende doelstellingen:
2+1° de voorbereiding van het Vlaamse energie- en klimaatbeleid ondersteunen en dat beleid monitoren en evalueren;
3+2° het energierapport uitwerken;
4+3° aan de rapporteringsvereisten inzake energie en klimaat voldoen die in de federale, gewestelijke en Europese regelgeving zijn opgenomen;
5+4° de Vlaamse en Europese doelstellingen inzake energie- en klimaatbeleid opvolgen;
6+5° data ter beschikking stellen voor energie- en klimaatmodellen, scenarioberekeningen en geografische toepassingen;
7+6° data ter beschikking stellen voor communicatie en sensibilisering;
8+7° data voor beleidsmatig wetenschappelijk onderzoek rond energie en klimaat aanleveren;
9+8° informatievragen van derden rond energie en klimaat beantwoorden.
10+§ 2. Volgende categorieën van persoonsgegevens worden verwerkt in het energiedataplatform:
11+1° identificatiegegevens van het gebouw of de gebouweenheid;
12+2° woningkenmerken;
13+3° premiegegevens.
14+Het VEKA is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens.
15+De betrokkenen bij de verwerking van persoonsgegevens in het energiedataplatform zijn:
16+1° de houder van een zakelijk recht op het gebouw;
17+2° de bewoner of gebruiker van het gebouw;
18+3° de architect, de aannemer, de installateur, betrokken bij het bouwproces;
19+4° de deskundige, de adviseur, de expert.
20+De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de toegang, het gebruik en de verkrijging van de verwerkte gegevens. Ze bepaalt ook de algemene organisatorische en technische maatregelen die genomen moeten worden om de kwaliteit, de vertrouwelijkheid en de veiligheid van de gegevens te garanderen.
21+§ 3. Het VEKA kan in het kader van statistische en wetenschappelijke doeleinden geanonimiseerde gegevens uit het energiedataplatform ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het VEKA bepaalt onder welke voorwaarden die gegevens mogen worden gebruikt.
22+§ 4. Met het oog op wetenschappelijke en statistische verwerkingen worden de persoonsgegevens gedurende een periode van dertig jaar bewaard. Na die periode worden de persoonsgegevens geanonimiseerd.
+2 −0 energiedecreet/art. 13.1.4
55§ 2. Op eenvoudig verzoek krijgen de personeelsleden, vermeld in § 1, van de overheid die de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen heeft verleend of de melding heeft geregistreerd, kosteloos toegang tot of een kopie van al de documenten en de elektronische gegevens die worden bijgehouden van de vergunde, gemelde, geschorste en vernietigde gestarte en voltooide werken, handelingen en wijzigingen.
66De documenten, vermeld in het eerste lid, zijn minstens de documenten die betrekking hebben op de ingediende vergunningsaanvraag of melding, de verleende vergunningen, de vergunningsplannen, het statistische formulier, en de melding van de start van de werken.
7+§ 3. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, kunnen voor de unieke identificatie van de aangifteplichtige het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken. In kader van de controle met betrekking tot het naleven van de EPB-eisen en om overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk I van titel XI en de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen, kunnen de personeelsleden aan de betrokken overheid kosteloos de historiek van het gebouw en het attest van hoofdverblijfplaats met historiek van de aangifteplichtige opvragen.
8+Voor de verwerking van deze persoonsgegevens geldt een bewaartermijn die duurt tot vijf jaar na de dag waarop het dossier is afgesloten, en in elk geval een bewaartermijn van maximaal tien jaar. Het VEKA is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.
+2 −0 energiedecreet/art. 13.1.5
442° ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de politierechter. In dat geval hebben de genoemde personeelsleden alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en eenentwintig uur 's avonds.
55§ 2. Op eenvoudig verzoek krijgen de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, van de gemeente, het kadaster en de bewaarder der hypotheken, elk voor hun ambtsgebied, kosteloos toegang tot of een kopie van al de documenten betreffende de eigendom en het gebruik van gebouwen, die krachtens artikel 11.2.1, § 1, over een energieprestatiecertificaat dienen te beschikken.
6+De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, kunnen voor de unieke identificatie van de eigenaar van een gebouw, die krachtens artikel 11.2.1, § 1, over een energieprestatiecertificaat dient te beschikken, aan de gemeente of het kadaster het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken.
7+Voor de verwerking van deze persoonsgegevens geldt een bewaartermijn die duurt tot vijf jaar na de dag waarop het dossier is afgesloten, en in elk geval een bewaartermijn van maximaal tien jaar. Het VEKA is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.
+2 −2 energiedecreet/art. 13.4.5
11§ 1. Als een startverklaring of een voorafberekening niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, legt het VEKA de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.
22§ 2. Als een architect niet voldoet aan de ver-plichtingen van artikel 11.1.6/1, § 3, maant het VEKA de architect aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
3−Als de architect bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het Vlaamse Energieagentschap de architect een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.
3+Als de architect bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het VEKA de architect een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.
44§ 3. Als een startverklaring of een voorafberekening laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant het VEKA de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
55Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het VEKA de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.
77Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het VEKA de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume of bij renovatie of functiewijziging nieuw gecreëerd beschermd volume. Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting moet worden nageleefd.
88Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt het VEKA de verslaggever een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 25 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreven.
9−§ 5. Als een EPB-aangifte laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant het Vlaams Energieagentschap de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
9+§ 5. Als een EPB-aangifte laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant het VEKA de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
1010Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt het VEKA de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 1000 euro voor elke EPB-aangifte die niet of te laat is ingediend, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume of bij renovatie of functiewijziging nieuw gecreëerd beschermd volume. Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarin de betreffende verplichting moet worden nageleefd. De maximale boete bedraagt 10.000 euro per EPB-aangifte die niet of te laat is ingediend.
1111Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt het VEKA de aangifteplichtige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 10 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreden.
+11 −9 energiedecreet/art. 13.4.6
554° 4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 1.4 van de bijlage bij dit decreet;
665° 86 eurocent per afwijking van 1 kWh/jaar op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming, zoals bepaald in punt 1.5 van de bijlage, die bij dit decreet is gevoegd;
7−6° 1 euro per afwijking van 1%.m² op het installatierendement van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.1 van de bijlage bij dit decreet;
7+6° 100 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.1 van de bijlage bij dit decreet;
8−7° 22 euro per afwijking van 1 m² op de SPF van de elektrische warmtepomp, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.2 van de bijlage bij dit decreet;
8+7° 15 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van elektrische bodem/water warmtepompen, elektrische water/water warmtepompen, elektrische lucht/water warmtepompen en elektrische lucht/lucht warmtepompen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.2 van de bijlage bij dit decreet;
998° 1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor directe elektrische verwarming, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.3 van de bijlage bij dit decreet;
10−9° 75 eurocent per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor elektrische warmwaterproductietoestellen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.4 van de bijlage bij dit decreet;
10+9° 75 cent per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor elektrische warmwaterproductietoestellen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.4 van de bijlage bij dit decreet;
11−10° 30 euro per afwijking van 1 m².K/W op de isolatie van circulatieleidingen , bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.5 van de bijlage bij dit decreet;
11+10° 30 euro per afwijking van 1 m2.K/W op de isolatie van circulatieleidingen en combilussen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.5 van de bijlage bij dit decreet;
12−11° 14 euro per afwijking van 1 m² op het systeemrendement van ijswatersystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.6 van de bijlage bij dit decreet;
12+11° 14 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ijswaterinstallaties, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.6 van de bijlage bij dit decreet;
13−12° 30 eurocent per afwijking van 1 %.m² op het warmteterugwinrendement van centrale ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.7van de bijlage bij dit decreet;
13+12° 30 eurocent per afwijking van 1 %.m2 op het warmteterugwinrendement van centrale ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.7, 1°, van de bijlage bij dit decreet;
14+13° 22 euro per afwijking van 1 m2 op de systeemfactor van centrale mechanische ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.7, 2°, van de bijlage bij dit decreet;
14−13° 1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen van verlichtingssystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.8 van de bijlage bij dit decreet;
15+14° 1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen van verlichtingssystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.8 van de bijlage bij dit decreet;
15−14° 2,5 euro per afwijking van 1 m² op de eis betreffende de energieverbruiksmeters, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.9 van de bijlage bij dit decreet.
16+15° 2,5 euro per afwijking van 1 m2 op de eis betreffende de energieverbruiksmeters, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.9 van de bijlage bij dit decreet;
17+16° 100 euro per afwijking van 1 m2 op de systeemfactor van systemen van externe warmtelevering en systemen met andere opwekkers (andere dan ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische bodem/water warmtepompen, elektrische water/water warmtepompen, elektrische lucht/water warmtepompen, elektrische lucht/lucht warmtepompen en systemen van externe warmtelevering), bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.10 van de bijlage bij dit decreet;
16−15° 1,5 euro per afwijking van 1 kWh op vlak van het S-peil, bepaald conform punt 1.8 van de bijlage bij dit decreet.
18+17° 1,5 euro per afwijking van 1 kWh op vlak van het S-peil, bepaald conform punt 1.8 van de bijlage bij dit decreet.
1719Het VEKA vestigt de administratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt.
1820De maximale boete bedraagt 25 euro per m3 nieuw gecreëerd beschermd volume en 10 euro per m3 beschermd volume dat gerenoveerd wordt of een functiewijziging ondergaat.
+17 −15 energiedecreet/art. 13.4.7
776° 10 euro per m2 niet-gerapporteerd schildeel, met een maximum van 500 euro per niet gerapporteerd schildeel;
887° 10 euro per m2 verschil tussen de in de EPB-aangifte opgegeven brutovloeroppervlakte en de bij de controle vastgestelde brutovloeroppervlakte, met een maximum van 500 euro, zoals bepaald in punt 2.5 van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
9−8° 1 euro per afwijking van 1%.m² op het installatierendement van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.1 van de bijlage bij dit decreet;
9+8° 100 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.1 van de bijlage bij dit decreet;
10−9° 22 euro per afwijking van 1 m² op de SPF van de elektrische warmtepomp, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.2 van de bijlage bij dit decreet;
10+9° 15 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement elektrische bodem/ water warmtepompen, elektrische water/water warmtepompen, elektrische lucht/water warmtepompen en elektrische lucht/lucht warmtepompen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.2 van de bijlage bij dit decreet;
11−10° 1,75 euro per afwijking van 1 W op het vermogen voor direct elektrische verwarming, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.3 van de bijlage bij dit decreet;
11+10° 1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor directe elektrische verwarming, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.3 van de bijlage bij dit decreet;
12−11° 75 eurocent per afwijking van 1 W op het vermogen voor elektrische warmwaterproductietoestellen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.4 van de bijlage bij dit decreet;
12+11° 75 eurocent per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor elektrische warmwaterproductietoestellen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.4 van de bijlage bij dit decreet;
13−12° 30 euro per afwijking van 1 m².K/W op de isolatie van circulatieleidingen , bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.5 van de bijlage bij dit decreet;
13+12° 30 euro per afwijking van 1 m2.K/W op de isolatie van circulatieleidingen en combilussen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.5 van de bijlage bij dit decreet;
14−13° 14 euro per afwijking van 1 m² op het systeemrendement van ijswatersystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.6 van de bijlage bij dit decreet;
14+13° 14 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ijswaterinstallaties, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.6 van de bijlage bij dit decreet;
15−14° 30 eurocent per afwijking van 1 %.m² op het warmteterugwinrendement van centrale ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.7van de bijlage bij dit decreet;
15+14° 30 eurocent per afwijking van 1 %.m2 op het warmteterugwinrendement van centrale ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.7, 1°, van de bijlage bij dit decreet;
16+15° 22 euro per afwijking van 1 m2 op de systeemfactor van centrale mechanische ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.7, 2°, van de bijlage bij dit decreet;
16−15° 1,75 euro per afwijking van 1 W op het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen van verlichtingssystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.8 van de bijlage bij dit decreet;
17+16° 1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen van verlichtingssystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.8 van de bijlage bij dit decreet;
17−16° 2,5 euro per afwijking van 1 m² op de eis betreffende de energieverbruiksmeters, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.9 van de bijlage bij dit decreet;
18+17° 2,5 euro per afwijking van 1 m2 op de eis betreffende de energieverbruiksmeters, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.9 van de bijlage bij dit decreet;
19+18° 100 euro per afwijking van 1 m2 op de systeemfactor van systemen van externe warmtelevering en alle andere opwekkers (andere dan ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische bodem/water warmtepompen, elektrische water/water warmtepompen, elektrische lucht/water warmtepompen, elektrische lucht/lucht warmtepompen en systemen van externe warmtelevering), bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.7.10 van de bijlage bij dit decreet;
18−17° 10 euro per m² verschil tussen de in de EPB-aangifte opgegeven oppervlakte van de ruimten waarin de systeemeisen geldenen de bij controle vastgestelde waarde van de oppervlakte , met een maximum van 500 euro per systeemeis waarvoor de oppervlakte niet waarheidsgetrouw gerapporteerd is, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.8 van de bijlage bij dit decreet;
20+19° 10 euro per m2 verschil tussen de oppervlakte van de ruimten waarin de eisen voor technische installaties gelden, die in de EPB-aangifte opgegeven is, en de waarde van de oppervlakte die bij controle vastgesteld is, met een maximum van 500 euro per eis voor technische installaties waarvoor de oppervlakte niet waarheidsgetrouw gerapporteerd is, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.8 van de bijlage bij dit decreet;
19−18° 50 euro per afwijking van 1 m op de lengte van de circulatieleiding, met een maximum van 500 euro, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.9 van de bijlage bij dit decreet;
21+20° 50 euro per afwijking van 1 m op de lengte van de circulatieleiding, met een maximum van 500 euro, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.9 van de bijlage bij dit decreet;
20−19° 10 euro per afwijking van 1 m² voor elke niet gerapporteerde systeemeis, met een maximum van 1.000 euro per systeemeis, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.10 van de bijlage bij dit decreet;
22+21° 10 euro per afwijking van 1 m2 voor elke eis voor technische installaties die niet gerapporteerd is, met een maximum van 1000 euro per eis voor technische installaties, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.10 van de bijlage bij dit decreet;
21−20° 50 euro per afwijking van 1 m voor het niet rapporteren van de circulatieleiding , met een maximum van 1.000 euro, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.11 van de bijlage bij dit decreet.
23+22° 50 euro per afwijking van 1 m voor een circulatieleiding of combilus die niet gerapporteerd is, met een maximum van 1000 euro, bepaald op de wijze, vermeld in punt 2.11 van de bijlage bij dit decreet;
22−21° 1,5 euro per afwijking van 1 kWh op vlak van het S-peil, bepaald conform punt 2.12 van de bijlage bij dit decreet;
24+23° 1,5 euro per afwijking van 1 kWh op vlak van het S-peil, bepaald conform punt 2.12 van de bijlage bij dit decreet;
23−22° 150 euro per niet-gerapporteerde ruimte waarvoor ventilatie-eisen gelden.
25+24° 150 euro per niet-gerapporteerde ruimte waarvoor ventilatie-eisen gelden.
2426Een in de EPB-aangifte vergeten schildeel kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 5° en 21°.
2527Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de thermische isolatie van de constructie-elementen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, op grond van afwijkingen op het vlak van het K-peil, of krachtens het eerste lid, 2°, 3°, 5° en 21°.
+1 −1 energiedecreet/art. 13.4.12
332° 1000 euro per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.
44§ 2. Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn en de hoogte van de administratieve boete.
5−§ 3. Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. Het Vlaams Energieagentschap kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.
5+§ 3. Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. Het VEKA kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.
66§ 4. Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 3 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
77Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.
+65 −52 energiedecreet/art. deel 1
942942de in de EPB-aangifte vermelde brutovloeroppervlakte in m2;";
9439431.6. ...
944−1.7. Afwijkingen bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de systeemeisen
944+1.7. Afwijkingen bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de eisen voor technische installaties
9459451.7.1. Ketels op gasvormige en vloeibare brandstof
946−Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale installatierendement, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het installatierendement, uitgedrukt in %.m², als volgt bepaald:
946+Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale systeemrendement, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
947−(ηinst,eis – ηinst,aangifte ) Ainst,heat,net,aangifte
947+(ηsys,eis - ηsys,aangifte ). Asys,heat,net,aangifte)
948−waarin:
949−ηinst, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het installatierendement;
948+waarbij:
950−ηinst,eisde minimaal vereiste waarde van het installatierendement;
949+1° ηsys,eis: de minimaal vereiste waarde van het systeemrendement, (-);
950+2° ηsys,aangifte: de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
951−Ainst,heat,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes, uitgedrukt in m² van alle ruimtes waarin minstens één warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie .
951+3° Asys,heat,net,aangifte: de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, in m2. Dit is de som van de vloeroppervlakte, uitgedrukt in m2, van alle ruimtes waarin minstens één warmteafgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie.
952−1.7.2. Elektrische warmtepompen
952+1.7.2. Elektrische warmtepompen (bodem/water, water/water, lucht/water, lucht/lucht)
953−Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de minimale SPF, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van SPF, uitgedrukt in m², als volgt bepaald:
953+Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale systeemrendement, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
954−(SPFeis - SPFaangifte) Ainst, heat, net, aangifte
955−waarin:
956−SPFaangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de SPF i;
954+(ηsys,eis - ηsys,aangifte ). Asys,heat,net,aangifte)
955+waarbij:
957−SPFeis de minimaal vereiste waarde van de SPF;
956+1° ηsys,eis: de minimaal vereiste waarde van het systeemrendement, (-);
957+2° ηsys,aangifte: de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
958−Ainst,heat,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie .
958+3° Asys,heat,net,aangifte: de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlakte, uitgedrukt in m2, van alle ruimtes waarin minstens één warmteafgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie.
959−1.7.3. Directe verwarming
959+1.7.3. Directe elektrische verwarming
960−Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal toegestaan vermogen van directe verwarming, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
960+Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal toegestaan vermogen van directe elektrische verwarming, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het vermogen, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald:
961−(Wtot,aangifte/Af,gross,aangifte- 15 W/m²) Af,gross, aangifte
961+Wtot,aangifte/Af,gross,aangifte) - 15 W/m2). A_f,gross,aangift)
962−waarin:
962+waarbij:
963−Wtot,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen , uitgedrukt in W;
963+1° Wtot,aangifte : de waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W;
964−Af,gross,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde brutovloeroppervlakte in m².
964+2° A f,gross,aangifte de bruto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m2.
9659651.7.4. Elektrische doorstroomtoestellen en boilers
966−Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal toegestaan elektrische vermogen van elektrische warmwaterproductietoestellen, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het elektrische vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
966+Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal toegestaan elektrische vermogen van elektrische warmwaterproductietoestellen, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het elektrische vermogen, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald:
967−Pel,aangifte- max [2500; 2500 + 50 * (Af,gross,aangifte - 150) ]
967+Pel,aangifte) - max [2500; 2500 + 50 . (A f,gross,aangifte - 150]
968−waarin:
968+waarbij:
969−Pel,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het elektrisch vermogen , uitgedrukt in W, bepaald door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen;
969+1° Pel,aangifte : de waarde van het elektrisch vermogen die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W, en die bepaald wordt door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen;
970−Af,gross,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde brutovloeroppervlakte in m².
970+2° A f,gross,aangifte : de bruto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m2.
971−1.7.5. Circulatieleidingen
971+1.7.5. Circulatieleidingen en combilussen
972−Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de isolatie van circulatieleidingen , wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak isolatie, uitgedrukt in m².K/W, als volgt bepaald:
972+Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de isolatie van circulatieleidingen en combilussen, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van isolatie, uitgedrukt in m2.K/W, op de volgende wijze bepaald:
973−(R ,l,min,eis - Rl,aangifte) lcirc,aangifte
973+R l,min,eis - R l,aangifte). l circ,aangifte
974−waarin:
974+waarbij:
975−R ,l,min,eisde minimaal vereiste waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment , uitgedrukt in m.K/W;
975+1° R l,min,eis: de minimaal vereiste waarde van de lineaire warmteweerstand van het leidingsegment in kwestie, uitgedrukt in m.K/W;
976−R ,l,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment , uitgedrukt in m.K/W;
976+2° R l,aangifte: de waarde van de lineaire warmteweerstand van het leidingsegment in kwestie die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m.K/W;
977−lcirc,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde lengte van het betreffende segment van de circulatieleiding in m.
977+3° l circ,aangifte: de lengte van het segment van de circulatieleiding in kwestie die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m.
978−1.7.6. IJswatersystemen
978+1.7.6. IJswaterinstallaties
979−Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale systeemrendement van ijswatersystemen, wordt de overeenkomstige afwijking van het systeemrendement, uitgedrukt in m², als volgt bepaald:
979+Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale systeemrendement van ijswaterinstallaties, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
980−(η sys,cool,min,eis - η sys,cool,aangifte) A inst,cool,net,aangifte
980+η sys,cool,min,eis - η sys,cool,aangifte) . A sys,cool,net,aangifte
981−waarin:
981+waarbij:
982−η sys,cool,min,eis de minimaal vereiste waarde van het systeemrendement;
982+1° η sys,cool,min,eis : de minimaal vereiste waarde van het systeemrendement, (-);
983−η sys,cool,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het systeemrendement;
983+2° η sys,cool,aangifte : de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
984−A inst,cool,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één koude afgifte-element of inblaasmond van koude lucht aangesloten is op de betreffende koelinstallatie .
984+3° A sys,cool,net,aangifte: de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één koudeafgifte-element of inblaasmond van koude lucht aangesloten is op de koelinstallatie in kwestie.
9859851.7.7. Energieprestatie van ventilatiesystemen
986−Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale warmteterugwinrendement voor centrale ventilatiesystemen, wordt de overeenkomstige afwijking van het warmteterugwinrendement, uitgedrukt in %.m², als volgt bepaald:
986+1° Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende het minimale warmteterugwinrendement voor centrale ventilatiesystemen, wordt de overeenkomstige afwijking van het warmteterugwinrendement, uitgedrukt in %.m2, als volgt bepaald:
987−(ηhr,vent,eis – ηhr,vent,aangifte) A inst,vent,net,aangifte
987+(ηhr,vent,eis - ηhr,vent,aangifte) . Ainst,vent,net,aangifte
988−waarin:
988+waarbij:
989−ηhr,vent,eis de minimaal vereiste waarde van het warmteterugwinrendement;
989+1° ηhr,vent,eis : de minimaal vereiste waarde van het warmteterugwinrendement;
990−ηhr,vent,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het warmteterugwinrendement;
990+2° ηhr,vent,aangifte : de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het warmteterugwinrendement;
991−A inst,vent,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoer- of afvoeropening aangesloten is op de betreffende ventilatie-installatie.
991+3° Ainst,vent,net,aangifte: de in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoerof afvoeropening aangesloten is op de betreffende ventilatie-installatie;
992+2° Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de minimale systeemfactor voor centrale ventilatiesystemen, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de systeemfactor, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
993+(f sys,vent,eis - f sys,vent,aangifte) . Asys,vent,net,aangifte)
994+waarbij:
995+1° f sys,vent,eis : de minimale systeemfactor van het centrale ventilatiesysteem, (-);
996+2° f sys,vent,aangifte : de waarde van de systeemfactor van het centrale ventilatiesysteem die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
997+3° Asys,vent,net,aangifte : de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoerof afvoeropening aangesloten is op de ventilatie-installatie in kwestie.
9929981.7.8. Verlichting
993−Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat er in een ruimte niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor verlichting, wordt de overeenkomstige afwijking op het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in die ruimte, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
999+Als in de EPB-aangifteaangifte gerapporteerd is dat er in een ruimte niet voldaan is aan de eis betreffende het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor verlichting, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in die ruimte, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald:
994−(w equiv,aangifte – w equiv,max,eis) A light,net, aangifte
1000+(w equiv,rm r,aangifte - w equiv,rm r,max,eis) . Alight,net,aangift)
995−waarin:
1001+waarbij:
996−(wequiv,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de betreffende ruimte ;
1002+1° w equiv,rm r,aangifte : de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte in kwestie die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W;
997−wequiv,max,eis het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de betreffende ruimte ;
1003+2° w equiv,rm r,max,eis : het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte in kwestie, uitgedrukt in W;
998−A light,netde in de EPB-aangifte vermelde netto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m², van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt.
1004+3° Alight,net,aangifte: de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m2, van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt.
99910051.7.9. Energieverbruiksmeters
1000−Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de verplichte energieverbruiksmeters, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan A inst,heat,net,aangiftezoals bepaald in 1.7.1in geval van warmteproductie en gelijk aan Ainst,cool,net,aangifte zoals bepaald in 1.7.6 in geval van koeling.
1006+Als in de EPB-aangifte opgegeven is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de verplichte energieverbruiksmeters, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan A inst,heat,net,aangifte, zoals bepaald in 1.7.1, in geval van warmteproductie en gelijk aan A inst,cool,net,aangifte zoals bepaald in 1.7.6 in geval van koeling.
1007+1.7.10. Systemen van externe warmtelevering en andere opwekkers
1008+Als in de EPB-aangifte gerapporteerd is dat niet voldaan is aan de eis betreffende de minimale systeemfactor, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de systeemfactor, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
1009+(fsys,eis - fsys,aangifte)". " Asys,heat,net,aangifte
1010+waarbij:
1011+1° fsys,eis : de minimaal vereiste waarde van de systeemfactor, (-);
1012+2° fsys,aangifte : de waarde van de systeemfactor die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
1013+3° Asys,heat,net,aangifte : de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één warmteafgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie.
100110141.8. Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het S-peil
10021015Als in de EPB-aangifte wordt opgegeven dat niet voldaan is aan een of meer eisen met betrekking tot het S-peil, wordt voor elke overschrijding de overeenkomstige afwijking op het vlak van het S-peil, uitgedrukt in kWh, als volgt bepaald:
+110 −98 energiedecreet/art. deel 2
147147Q heat net spec, vastgesteld de bij controle vastgestelde netto-energiebehoefte voor verwarming per eenheid brutovloeroppervlakte, in kWh/ m2.jaar;
148148Af,gross vastgesteld de bij controle vastgestelde brutovloeroppervlakte in m2.
149−2.7. Afwijkingen van niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de systeemeisen
149+2.7. Afwijkingen van niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de eisen voor technische installaties
1501502.7.1. Ketels op gasvormige en vloeibare brandstof
151−Als bij controle de vastgestelde waarde van het installatierendement kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het installatierendement, uitgedrukt in %.m², als volgt bepaald:
151+Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
152−(ηinst,aangifte – ηinst,vaststelling)Ainst,heat,net,vaststelling
152+(ηsys,aangifte - ηsys,vaststelling) Asys,heat,net,vaststelling
153−waarin:
153+waarbij:
154−ηinst,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van het installatierendement;
154+1° ηsys,aangifte: de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
155−ηinst,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het installatierendement;
155+2° ηsys,vaststelling: de waarde van het systeemrendement die bij controle vastgesteld is, (-);
156−Ainst,heat,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie .
156+3° Asys,heat,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlakte, uitgedrukt in m2, van alle ruimtes waarin minstens één warmteafgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie.
157−2.7.2. Elektrische warmtepompen
157+2.7.2. Elektrische warmtepompen (bodem/water, water/water, lucht/water, lucht/lucht)
158−Als bij controle de vastgestelde waarde van de SPF kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, dan wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van SPF, uitgedrukt in m², als volgt bepaald:
158+Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
159−(SPFaangifte - SPFvaststelling) Ainst, heat, net, vaststelling
160−waarin:
159+(ηsys,aangifte - ηsys,vaststelling) Asys,heat,net,vaststelling
160+waarbij:
161−SPFaangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de SPF;
161+1° ηsys,aangifte: de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
162−SPFvaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de SPF;
162+2° ηsys,vaststelling de waarde van het systeemrendement die bij controle vastgesteld is, (-);
163−Ainst,heat,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie .
163+3° Asys,heat,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlakte, uitgedrukt in m2, van alle ruimtes waarin minstens één warmteafgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie.
164−2.7.3. Directe verwarming
164+2.7.3. Directe elektrische verwarming
165−Als bij controle de vastgestelde waarde van het vermogen van de directe verwarming groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
165+Als bij controle de vastgestelde waarde van het vermogen van de directe verwarming groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het vermogen, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald:
166−W tot,vaststelling – W tot,aangifte
166+W tot,vaststelling - W tot,aangifte
167−waarin:
167+waarbij:
168−W tot,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen , uitgedrukt in W;
168+1° W tot,vaststelling: de waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in W;
169−W tot,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen , uitgedrukt in W.
169+2° W tot,aangifte de waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W.
1701702.7.4. Elektrische doorstroomtoestellen en boilers
171−Als bij controle de vastgestelde waarde van het elektrische vermogen van de elektrische warmwaterproductietoestellen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het elektrische vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
171+Als bij controle de vastgestelde waarde van het elektrische vermogen van de elektrische warmwaterproductietoestellen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het elektrische vermogen, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald:
172−Pel,vaststelling – Pel,aangifte
172+Pel,vaststelling - Pel,aangifte
173−waarin:
173+waarbij:
174−P el,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het elektrisch vermogen die bepaald isdoor de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen, uitgedrukt in W;
174+1° Pel,vaststelling: de waarde van het elektrisch vermogen die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in W, en die bepaald wordt door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen;
175−P el,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het elektrisch vermogen , die bepaald is door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen, uitgedrukt in W.
175+2° Pel,aangifte : de waarde van het elektrisch vermogen die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W, en die bepaald wordt door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen.
176−2.7.5. Circulatieleidingen
176+2.7.5. Circulatieleidingen en combilussen
177−Als bij controle de vastgestelde waarde van de isolatie van circulatieleidingen slechter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de isolatie, uitgedrukt in m².K/W, als volgt bepaald:
177+Als bij controle de vastgestelde waarde van de isolatie van circulatieleidingen en combilussen slechter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de isolatie, uitgedrukt in m2.K/W, op de volgende wijze bepaald:
178−(R, l,aangifte – R l,vaststelling )l circ,vaststelling
178+(R l,aangifte - R l,vaststelling ). l circ,vaststelling
179−waarin:
179+waarbij:
180−R, l,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment , uitgedrukt in m.K/W;
180+1° R l,aangifte : de waarde van de lineaire warmteweerstand van het leidingsegment in kwestie die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m.K/W;
181−R l,vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment , uitgedrukt in m.K/W;
181+2° R l,vaststelling : de waarde van de lineaire warmteweerstand van het leidingsegment in kwestie die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m.K/W;
182−l circ,vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de lengte van het betreffende segment van de circulatieleiding , uitgedrukt in m.
182+3° circ,vaststelling : de waarde van de lengte van het segment van de circulatieleiding in kwestie die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m.
183−2.7.6. IJswatersystemen
183+2.7.6. IJswaterinstallaties
184−Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement van ijswatersystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het systeemrendement, uitgedrukt in m², als volgt bepaald:
184+Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement van ijswaterinstallaties kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
185−(η sys,cool,aangifte - η sys,cool,vaststelling) A inst,cool,net,vaststelling
185+(η sys,cool,aangifte - η sys,cool,vaststelling). Asys,cool,net,vaststelling
186−waarin:
186+waarbij:
187−η sys,cool,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van het systeemrendement;
187+1° η sys,cool,aangifte: de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
188−η sys,cool,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het systeemrendement ;
188+2° η sys,cool,vaststelling: de waarde van het systeemrendement die bij controle vastgesteld is, (-);
189−A inst,cool,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één koude afgifte-element of inblaasmond van koude lucht aangesloten is op de betreffende koelinstallatie .
189+3° Asys,cool,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één koudeafgifte-element of inblaasmond van koude lucht aangesloten is op de koelinstallatie in kwestie.
1901902.7.7. Energieprestatie van ventilatiesystemen
191−Als bij controle de vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement voor centrale ventilatiesystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het warmteterugwinrendement, uitgedrukt in %.m², als volgt bepaald:
191+1° Als bij controle de vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement voor centrale ventilatiesystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het warmteterugwinrendement, uitgedrukt in %.m2, als volgt bepaald:
192−(η hr,vent,aangifte - η hr,vent,vaststelling) A inst,vent,net,vaststelling
192+(η hr,vent,aangifte - η hr,vent,vaststelling) . Ainst,vent,net,vaststelling)
193−waarin:
193+waarbij:
194−η hr,vent,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van het warmteterugwinrendement;
194+1° η hr,vent,aangifte: de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het warmteterugwinrendement;
195−η hr,vent,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement;
195+2° η hr,vent,vaststelling: de bij controle vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement;
196−A inst,vent,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoer- of afvoeropening aangesloten is op de betreffende ventilatie-installatie.
196+3° Ainst,vent,net,vaststelling: de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoerof afvoeropening aangesloten is op de betreffende ventilatie-installatie;
197+2° Als bij controle de vastgestelde waarde van de systeemfactor voor centrale ventilatiesystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de systeemfactor, uitgedrukt in m2, als volgt bepaald:
198+(f sys,vent,aangifte - fsys,vent,vaststelling) . Asys,vent,net,vaststelling)
199+waarbij:
200+1° f sys,vent,aangifte: de waarde van de systeemfactor van het centrale ventilatiesysteem die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
201+2° fsys,vent,vaststelling: de waarde van de systeemfactor van het centrale ventilatiesysteem die bij controle vastgesteld is, (-);
202+3° Asys,vent,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoerof afvoeropening aangesloten is op de ventilatie-installatie in kwestie.
1972032.7.8. Verlichting
198−Als bij controle voor een ruimte de vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor verlichting groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor die ruimte, uitgedrukt in W, als volgt bepaald:
204+Als bij controle voor een ruimte de vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor verlichting groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor die ruimte, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald:
199−(w equiv, vaststelling – w equiv, aangifte) A light, net, vaststelling
200−waarin:
205+wequiv,rm r,vaststelling - wequiv,rm r,aangifte) . Alight,net,vaststelling
206+waarbij:
201−w equiv,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte ;
207+1° wequiv,rm r,vaststelling: de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte in kwestie die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in W;
202−w equiv,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte ;
208+2° wequiv,rm r,aangifte: de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte in kwestie die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W;
203−A light,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m², van de ruimte waarin de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen afwijkt ten opzichte van de bij controle vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen .
209+3° Alight,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2, van de ruimte waarin de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen die in de EPB-aangifte vermeld is, afwijkt ten opzichte van de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen die bij controle vastgesteld is.
2042102.7.9. Energieverbruiksmeters
205−Als bij controle blijkt dat niet voldaan is aan de eis betreffende de verplichte energieverbruiksmeters (er is geen meter geplaatst of de meter voldoet niet aan de minimaal vereiste karakteristieken) in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan Ainst,heat,net,vaststelling, zoals bepaald in 2.6.1, in geval van warmteproductie en gelijk aan Ainst,cool,net,vaststelling, zoals bepaald in 2.6.6, in geval van koeling
211+Als bij controle blijkt dat niet voldaan is aan de eis betreffende de verplichte energieverbruiksmeters (er is geen meter geplaatst of de meter voldoet niet aan de minimaal vereiste karakteristieken) in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan Ainst,heat,net,vaststelling, zoals bepaald in 2.7.1, in geval van warmteproductie en gelijk aan Ainst,cool,net,vaststelling, zoals bepaald in 2.7.6, in geval van koeling.
212+2.7.10. Systemen van externe warmtelevering en alle andere opwekkers
213+Als bij controle de vastgestelde waarde van de systeemfactor voor een systeem van externe warmtelevering en andere opwekkers kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de systeemfactor, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
214+(fsys,aangifte - fsys,vaststelling . Asys,net,vaststelling)
215+waarbij:
216+1° fsys,aangifte: de waarde van de systeemfactor die in de EPB-aangifte vermeld is, (-);
217+2° fsys,vaststelling: de waarde van de systeemfactor die bij controle vastgesteld is, (-);
218+3° Asys,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoerof afvoeropening aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie.
206−2.8. Afwijkingen bij het bepalen van de oppervlakten van de ruimtes waarin de systeemeisen gelden
219+2.8. Afwijkingen bij het bepalen van de oppervlakten van de ruimtes waarin de eisen voor technische installaties gelden
207−Als bij controle de vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakten van de ruimten waarin de systeemeisen met betrekking tot direct elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers gelden, meer dan 5% kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m², als volgt bepaald:
220+Als bij controle de vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakte van de ruimten waarin de eisen voor technische installaties voor directe elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers gelden, meer dan 5% kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
208−A f,gross,aangifte – A f,gross,vaststelling
221+Af,gross,aangifte - Af,gross,vaststelling
209−waarin:
222+waarbij:
210−A f,gross,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde bruto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m²;
223+1° Af,gross,aangifte: de bruto-vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m2;
211−A f,gross,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m².
224+2° Af,gross,vaststelling: de waarde van de bruto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2.
212−Als bij controle de vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte van de ruimten waarin een systeemeis geldt, meer dan 5% groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m², als volgt bepaald:
225+Als bij controle de vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte van de ruimten waarin een eis voor technische installaties geldt, meer dan 5% groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald:
213−- in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties:
226+1° in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen (bodem/water, water/water, lucht/water, lucht/lucht), systemen van externe warmtelevering en alle andere opwekkers voor ruimteverwarming en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties:
214−A inst,heat,net,vaststelling – A inst,heat,net,aangifte
227+Asys,heat,net,vaststelling - Asys,heat,net,aangifte
215−waarin:
228+waarbij:
216−A inst,heat,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1. A inst, heat, net, aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1.;
229+a) Asys,heat,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, vermeld in punt 2.7.1;
230+b) Asys,heat,net,aangifte: de waarde van de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, vermeld in punt 2.7.1;
217−- in geval van ijswatersystemen en energieverbruiksmeters van koelinstallaties:
231+2° in geval van ijswaterinstallaties en energieverbruiksmeters van koelinstallaties:
218−A inst,cool,net,vaststelling – A inst,cool,net,aangifte
232+Asys,cool,net,vaststelling - Asyss,cool,net,aangifte
219−waarin:
233+waarbij:
220−A inst,cool,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6.
234+a) Asys,cool,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, vermeld in punt 2.7.6;
221−A inst,cool,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6.;
235+b) Asyss,cool,net,aangifte: de waarde van de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, vermeld in punt 2.7.6;
222−- in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen:
236+3° in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen:
223−A inst, ven,net,vaststelling – A inst,vent,net,aangifte
237+Asys,vent,net,vaststelling - Asys,vent,net,aangifte
224−waarin:
238+waarbij:
225−A inst, ven,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7.
239+a) Asys,vent,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, vermeld in punt 2.7.7;
226−A inst,vent,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7.;
240+b) Asys,vent,net,aangifte: de waarde van de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, vermeld in punt 2.7.7;
227−- in geval van verlichting:
241+4° in geval van verlichting:
228−A light,net,vaststelling – A light,net,aangifte
242+Alight,net,vaststelling - Alight,net,aangifte
229−waarin:
243+waarbij:
230−A light,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m², van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt.
244+a) Alight,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2, van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt;
231−A light,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m², van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt.
245+b) Alight,net,aangifte: de waarde van de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m2, van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt.
246+:
232−2.9. Afwijkingen bij de bepaling van de lengte van circulatieleidingen
247+2.9. Afwijkingen bij de bepaling van de lengte van circulatieleidingen en combilussen
233−Als bij controle de vastgestelde waarde van de lengte van een circulatieleiding meer dan 5% groter blijkt in de EPB-aangifte is vermeld, dan wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in meter, als volgt bepaald:
248+Als bij controle de vastgestelde waarde van de lengte van een circulatieleiding of combilus meer dan 5% groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in meter, op de volgende wijze bepaald:
234−(l circ, vaststelling – l circ, aangifte)
235−waarin:
249+waarbij:
250+lcirc,vaststelling - lcirc,aangifte
236−l circ,vaststellingde bij controle vastgestelde lengte, uitgedrukt in metervan de circulatieleiding ;
251+1° lcirc,vaststelling: de lengte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in meter, van de circulatieleiding of combilus;
237−l circ,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de lengte, uitgedrukt in metervan de circulatieleiding .
252+2° lcirc,aangifte: de waarde van de lengte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in meter, van de circulatieleiding of combilus.
253+:
238−2.10. Afwijking bij de rapportering van de geldende systeemeisen
254+2.10. Afwijking bij de rapportering van de geldende eisen voor technische installaties
239−Als bij controle blijkt dat een systeemeis van toepassing is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, dan is de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m², per geldende eis die niet gerapporteerd isgelijk aan:
255+Als bij controle blijkt dat een eis voor technische installaties van toepassing is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m2, per geldende eis die niet gerapporteerd is, gelijk aan:
240−- in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties:
241−A inst, heat, net, vaststelling , de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1;
242−- in geval van ijswatersystemen en energieverbruiksmeters van koelinstallaties:
256+1° in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen (bodem/water, water/water, lucht/water, lucht/lucht), systemen van externe warmtelevering en alle andere opwekkers voor ruimteverwarming en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties: Asys,heat,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, vermeld in punt 2.7.1;
243−A inst,cool,net,vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6;
257+2° in geval van ijswaterinstallaties en energieverbruiksmeters van koelinstallaties: Asys,cool,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, vermeld in punt 2.7.6;
244−- in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen:
245−A inst,vent,net,vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7;
258+3° in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen: Asys,vent,net,vaststelling de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, vermeld in punt 2.7.7;
246−- in geval van verlichting:
247−A light,net,vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m², van de ruimtes waarvoor de systeemeis met betrekking tot verlichting van toepassing is;
259+4° in geval van verlichting: Alight,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2, van de ruimtes waarvoor de eis voor technische installaties voor verlichting van toepassing is;
248−- in geval van direct elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers:
249−A f,gross,vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m².
260+5° in geval van directe elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers: Af,gross,vaststelling: de waarde van de bruto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2.
261+:
250−2.11. Afwijking bij de rapportering van circulatieleidingen
262+2.11. Afwijking bij de rapportering van circulatieleidingen en combilussen
251−Als bij controle blijkt dat een circulatieleiding geplaatst is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan de bij controle vastgestelde lengte in meter van de circulatieleiding .
263+Als bij controle blijkt dat een circulatieleiding of combilus geplaatst is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan de lengte in meter van de circulatieleiding of combilus die bij controle vastgesteld is.
2522642.12. Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het S-peil
253265Als bij controle de vastgestelde waarde van het S-peil voor een of meer bestemmingen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van het S-peil, uitgedrukt in kWh, als volgt bepaald:
+7 −7 energiedecreet/art. deel 2
112 Administratieve geldboeten voor de verslaggever
2−2.1 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van thermische isolatie
2+2.1 Afwijking door niet correct te rapporteren op het vlak van thermische isolatie
3−2.1.1 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de thermische isolatie van constructie-elementen
3+2.1.1 Afwijking door niet correct te rapporteren op het vlak van de thermische isolatie van constructie-elementen
44Als bij controle de vastgestelde waarde van de warmtedoorgangscoëfficiënt van een of meer constructie-elementen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van thermische isolatie, uitgedrukt in W/K, als volgt bepaald:
55(Uvaststelling - Uaangifte)Avaststelling
1414Raangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de warmteweerstand van het betreffende constructie-element, in m2K/W;
1515Aaangifte de in de EPB-aangifte vermelde oppervlakte van het betreffende constructie-element, uitgedrukt in m2.
16−2.1.2 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de globale thermische isolatie (K-peil)
16+2.1.2 Afwijking door niet correct te rapporteren op het vlak van de globale thermische isolatie (K-peil)
1717Als bij controle de vastgestelde waarde van het K-peil voor een of meer bestemmingen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van thermische isolatie, uitgedrukt in W/K, als volgt bepaald:
18180.01(Kvaststelling - Kaangifte)AT, vaststelling
6464Als bij een controle van een EPB-aangifte wordt vastgesteld dat de invloed van bouwknopen niet in rekening is gebracht, of als de numerieke berekening niet voldoet aan de bepalingen zoals vastgelegd in het betreffende ministerieel besluit, wordt de invloed van de bouwknopen voor het berekenen van Kvaststelling bepaald aan de hand van de forfaitaire toeslag, vastgesteld door de Vlaamse Regering.
6565De maximale afwijking ten gevolge van een verkeerde berekening van de invloed van bouwknopen kan nooit meer bedragen dan de invloed van de bouwknopen voor het project berekend aan de hand van optie C.
66−2.2 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de globale energetische prestatie
66+2.2 Afwijking door niet correct te rapporteren op het vlak van de globale energetische prestatie
6767Als bij controle de vastgestelde waarde van het E-peil voor één of meerdere bestemmingen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van de globale energetische prestatie, uitgedrukt in MJ/jaar, als volgt bepaald:
6868Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, vaststelling - Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, aangifte
7070Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, in MJ/jaar;
7171Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik, in MJ/jaar.
72−2.3 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het risico op oververhitting
72+2.3 Afwijking door niet correct te rapporteren op het vlak van het risico op oververhitting
7373Als bij controle de vastgestelde waarde voor het risico op oververhitting groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de overeenkomstige afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, uitgedrukt in Khm3, als volgt bepaald:
7474(Ioververhitting, vaststelling - Ioververhitting, aangifte)Vvaststelling
7777Ioververhitting, aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de indicator voor oververhitting, in Kh;
7878Vvaststelling het bij controle vastgestelde volume van het gebouwdeel waarvoor de evaluatie van het risico op oververhitting gebeurd is, in m3.
79−2.4 Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van ventilatie
79+2.4 Afwijking door niet correct te rapporteren op het vlak van ventilatie
80802.4.1 Bepaling van de eisen
8181Als bij controle vastgesteld wordt dat voor een ruimte het geëiste minimale debiet in de EPB-aangifte te laag werd opgegeven, dan wordt de overeenkomstige afwijking voor die ruimte, uitgedrukt in m3/h, als volgt bepaald:
2622622.11. Afwijking bij de rapportering van circulatieleidingen en combilussen
263263Als bij controle blijkt dat een circulatieleiding of combilus geplaatst is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan de lengte in meter van de circulatieleiding of combilus die bij controle vastgesteld is.
264−2.12. Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het S-peil
264+2.12. Afwijking door niet correct te rapporteren op het vlak van het S-peil
265265Als bij controle de vastgestelde waarde van het S-peil voor een of meer bestemmingen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van het S-peil, uitgedrukt in kWh, als volgt bepaald:
266266(Svaststelling - Saangifte)Abol, vaststelling
+1 −1 energiedecreet/art. deel 3
7878- Het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik Ekarakteristiek jaarlijks primair energieverbruik (MJ) wordt afgerond tot een geheel getal;
7979- De indicator voor oververhitting I (Kh) wordt afgerond tot een natuurlijk getal;
80−- Het ventilatiedebiet V (m3/h), wordt afgerond op drie cijfers na de komma.
80+- Het ventilatiedebiet V (m3/h) is een geheel getal;
8181- De jaarlijkse netto-energiebehoefte voor verwarming Q (kWh/m².jaar) wordt afgerond tot op twee cijfers na de komma.
8282- Het S-peil (kWh/m²) is een geheel getal.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd