Tot wijziging van meerdere decreten over het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de studietoelagen in het hoger onderwijs en de kinderdagverblijven en voor- en nabewaking in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad #759
Gemerged Vlaamse Regering voegde 2 artikels samen in decreet-2007-06-08 · 23 maart 2026 Alle checks geslaagd
4 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 19 jun 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 3 | Studenten die niet voldoen aan de leeftijdsvoorwaarde, vermeld in het tweede lid, maar die kunnen aantonen dat het voor hen om bijzondere omstandigheden of overmacht onmogelijk was om een opleiding in het hoger onderwijs aan te vatten en af te ronden voor de leeftijdsgrens, vermeld in het tweede lid, kunnen bij de afdeling Studietoelagen een uitzondering op deze leeftijdsgrens aanvragen. Hiervoor dient de student de nodige bewijsstukken in. | 3 | Studenten die niet voldoen aan de leeftijdsvoorwaarde, vermeld in het tweede lid, maar die kunnen aantonen dat het voor hen om bijzondere omstandigheden of overmacht onmogelijk was om een opleiding in het hoger onderwijs aan te vatten en af te ronden voor de leeftijdsgrens, vermeld in het tweede lid, kunnen bij de afdeling Studietoelagen een uitzondering op deze leeftijdsgrens aanvragen. Hiervoor dient de student de nodige bewijsstukken in. |
| 4 | In afwijking van het tweede lid komen studenten die een opleiding volgen in het kader van een VDAB-overeenkomst als vermeld in artikel 87 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding niet in aanmerking voor een uitzondering op de leeftijdsvoorwaarde als vermeld in het derde lid. | 4 | In afwijking van het tweede lid komen studenten die een opleiding volgen in het kader van een VDAB-overeenkomst als vermeld in artikel 87 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding niet in aanmerking voor een uitzondering op de leeftijdsvoorwaarde als vermeld in het derde lid. |
| 5 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid heeft de student die op 31 december van het kalenderjaar waarin het academiejaar start, de leeftijd van 30 jaar heeft bereikt, geen recht op een studietoelage. | ||
| 6 | Studenten die niet voldoen aan de leeftijdsvoorwaarde, vermeld in het tweede lid, maar die kunnen aantonen dat het voor hen om bijzondere omstandigheden of overmacht onmogelijk was om een opleiding in het hoger onderwijs aan te vatten en af te ronden voor de leeftijdsgrens, vermeld in het tweede lid, kunnen bij de afdeling Studietoelagen een uitzondering op deze leeftijdsgrens aanvragen. Hiervoor dient de student de nodige bewijsstukken in. | ||
| 7 | In afwijking van het tweede lid komen studenten die een opleiding volgen in het kader van een VDAB-overeenkomst als vermeld in artikel 87 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding niet in aanmerking voor een uitzondering op de leeftijdsvoorwaarde als vermeld in het derde lid. | ||
| 1 | § 1. Bij de berekening van het bedrag van de studietoelage wordt het aantal opgenomen studiepunten in het academiejaar in kwestie in rekening gebracht, voor zover en in de mate dat het studietoelagekrediet toereikend is. | 1 | § 1. Bij de berekening van het bedrag van de studietoelage wordt het aantal opgenomen studiepunten in het academiejaar in kwestie in rekening gebracht, voor zover en in de mate dat het studietoelagekrediet toereikend is. |
| 2 | §2. Om in aanmerking te komen voor een studietoelage, neemt de student minstens 54 studiepunten op, waarbij de studiepunten tegelijkertijd betrekking kunnen hebben op verschillende opleidingen als vermeld in artikel 21, §1. | 2 | §2. Om in aanmerking te komen voor een studietoelage, neemt de student minstens 54 studiepunten op, waarbij de studiepunten tegelijkertijd betrekking kunnen hebben op verschillende opleidingen als vermeld in artikel 21, §1. |
| 3 | In afwijking van het eerste lid komt de student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als hij in zijn diplomajaar zit. | 3 | In afwijking van het eerste lid komt de student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als hij in zijn diplomajaar zit. |
| 4 | In afwijking van het eerste lid komt een student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als die student een erkend statuut verkrijgt om één of meer van de volgende redenen: | 4 | In afwijking van het eerste lid komt een student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als die student een erkend statuut verkrijgt om één of meer van de volgende redenen: |
| 13 | 3° een student zich inschrijft voor opleidingsonderdelen die starten in het tweede semester van een academiejaar en de student minstens 27 studiepunten opneemt in één opleiding, tenzij de opbouw van het curriculum van de opleiding, of de organisatie van het academiejaar ertoe leiden dat een student niet kan inschrijven voor een traject met een omvang van minimum 27 studiepunten. | 13 | 3° een student zich inschrijft voor opleidingsonderdelen die starten in het tweede semester van een academiejaar en de student minstens 27 studiepunten opneemt in één opleiding, tenzij de opbouw van het curriculum van de opleiding, of de organisatie van het academiejaar ertoe leiden dat een student niet kan inschrijven voor een traject met een omvang van minimum 27 studiepunten. |
| 14 | De hogeronderwijsinstelling bezorgt de student een bewijs van de goedkeuring voor het opnemen van minder dan 54 studiepunten. Het attest wordt bezorgd aan de afdeling Studietoelagen. | 14 | De hogeronderwijsinstelling bezorgt de student een bewijs van de goedkeuring voor het opnemen van minder dan 54 studiepunten. Het attest wordt bezorgd aan de afdeling Studietoelagen. |
| 15 | In afwijking van het eerste lid komt een student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als het voor die student om medische redenen onmogelijk is om in te schrijven voor 54 studiepunten of meer. | ||
| 15 | In afwijking van het eerste lid komt een student die minder dan 54 studiepunten opneemt in aanmerking voor een studietoelage als het voor die student om medische redenen onmogelijk is om in te schrijven voor 54 studiepunten of meer. De medische redenen worden aangetoond aan de hand van doktersattesten waarbij een arts attesteert dat de student wegens ziekte niet in staat is meer studiepunten op te nemen. De student bezorgt dit attest aan de afdeling Studietoelagen. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor het mededelen van deze gegevens. | 16 | De medische redenen worden aangetoond aan de hand van doktersattesten waarbij een arts attesteert dat de student wegens ziekte niet in staat is meer studiepunten op te nemen. De student bezorgt dit attest aan de afdeling Studietoelagen. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten voor het mededelen van deze gegevens. |
| 16 | Uitzonderlijke sociale of individuele omstandigheden als vermeld in het derde lid, 4°, kunnen alleen omwille van de volgende redenen in aanmerking komen om een statuut te verkrijgen van de hogeronderwijsinstelling voor de afwijking op het inschrijven voor minimum 54 studiepunten voor een studietoelage: | 17 | Uitzonderlijke sociale of individuele omstandigheden als vermeld in het derde lid, 4°, kunnen alleen omwille van de volgende redenen in aanmerking komen om een statuut te verkrijgen van de hogeronderwijsinstelling voor de afwijking op het inschrijven voor minimum 54 studiepunten voor een studietoelage: |
| 17 | 1° de student is mantelzorger; | 18 | 1° de student is mantelzorger; |