Houdende diverse bepalingen over het gemeenschappelijk vervoer, het algemeen mobiliteitsbeleid, de weginfrastructuur en het wegenbeleid, en de waterinfrastructuur en het waterbeleid #380
Gemerged Vlaamse Regering voegde 61 artikels samen in decreet-1992-12-18decreet-1995-04-19-1003968decreet-2001-04-20 · 22 juni 2020 45 checks vragen aandacht
63 artikels gewijzigd
| 9 | De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels. | 9 | De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels. |
| 10 | De waterzuiveringsinfrastructuur, zoals onder meer rioleringen, collectoren, overstorten, pompstations en zuiveringsinstallaties, aangebracht door de vennootschap bedoeld in artikel 32septies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren is vrijgesteld van vaste en variabele retributie. | 10 | De waterzuiveringsinfrastructuur, zoals onder meer rioleringen, collectoren, overstorten, pompstations en zuiveringsinstallaties, aangebracht door de vennootschap bedoeld in artikel 32septies van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van oppervlaktewateren is vrijgesteld van vaste en variabele retributie. |
| 11 | De laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen wordt vrijgesteld van vaste en variabele retributie tot en met 31 december 2024. | ||
| 12 | In het zesde lid wordt verstaan onder laadinfrastructuur: | ||
| 13 | 1° de ingenomen oppervlakte van de elektriciteitskast; | ||
| 14 | 2° de ingenomen oppervlakte van de laadpaal zelf; | ||
| 15 | 3° de ondergrondse leiding van de kast naar de laadpaal; | ||
| 16 | 4° de oppervlakte van de parking; | ||
| 17 | 5° de vervoerleiding voor de aansluiting van de elektriciteitskast, vermeld in punt 1°. | ||
| 18 | De Vlaamse Regering kan de laadinfrastructuur, vermeld in het zesde en zevende lid, vrijstellen vanaf 1 januari 2025. | ||
| 1 | § 1. De gezagvoerders zijn verplicht de loodsgelden en de in artikel 15 bepaalde vergoedingen en kosten binnen één maand en in elk geval voor het eerstvolgende vertrek van het vaartuig naar zee of naar het buitenland, te betalen bij de door de Vlaamse regering aangewezen ontvangers, tenzij een door de bevoegde ontvanger voldoende geachte zekerheid is gesteld. | ||
| 2 | § 2. De gezagvoerders van naar zee of naar het buitenland vertrekkende vaartuigen moeten in elk geval bij de bevoegde ontvanger een voldoende zekerheid stellen om de bedragen te dekken die na het vertrek van het vaartuig verschuldigd blijven. | ||
| 3 | § 2bis. De volgende elementen worden als voldoende geachte zekerheid aanvaard: | ||
| 4 | 1° een conventionele borgstelling door een scheepvaartvereniging voor haar onderschreven leden; | ||
| 5 | 2° een Europees domiciliëringsmandaat van het type business-to-business (b2b); | ||
| 6 | 3° een waarborg die een kredietinstelling of een verzekeringsinstelling van een lidstaat die behoort tot de Europese Economische Ruimte, of een andere land waartoe het vrije verkeer inzake bankwaarborgen is uitgebreid, toestaat voor de geraamde omzet per maand van het loodsgeld, de bunker adjustment factor (BAF) en de VBS-vergoeding; | ||
| 7 | 4° een individuele borgstelling in speciën per aanloop voor een forfait van het loodsgeld, de bunker adjustment factor (BAF) en de VBS-vergoeding. | ||
| 8 | § 3. Aan de vaartuigen waarvoor niet tijdig voldaan wordt aan de in dit artikel bepaalde verplichtingen tot betaling of zekerheidsstelling, of waarvoor anderszins enig bedrag aan de loodsdienst of het Vlaamse Gewest schuldig blijft in verband met de in dit decreet bedoelde aangelegenheden, wordt door de dienst die met de inning van het betrokken bedrag is belast, een verbod tot afvaart opgelegd. | ||
| 9 | Een dergelijk verbod wordt van kracht na eenvoudige mededeling ervan door de betrokken dienst aan de gezagvoerder, de reder of zijn aangestelde. | ||
| 10 | Om de naleving of de tenuitvoerlegging van het verbod te verzekeren, kan de betrokken dienst een beroep doen op de medewerking van de havenkapiteindiensten, de havenmeesters, de brug- en sluiswachters en de andere bevoegde ambtenaren. | ||
| 11 | Het verbod wordt opgeheven nadat de betrokken dienst meegedeeld heeft dat het vaartuig aan de uit dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan. | ||
| 12 | De Vlaamse regering kan ter zake nadere procedurevoorschriften vaststellen en bepalen welke ambtenaren met het nemen van de in dit artikel bedoelde maatregelen belast zijn. | ||
| 13 | § 4. Indien tegen het vaartuig waarop de vordering van de loodsdienst of het Vlaamse Gewest betrekking heeft, geen afdoend afvaartverbod kon worden uitgesproken, kan eenzelfde verbod ook worden uitgesproken tegen elk zusterschip van het vaartuig waarop de bedoelde vordering betrekking heeft, zelfs al is dit zusterschip gereed om uit te varen. | ||
| 14 | Voor de toepassing van dit artikel wordt onder zusterschip verstaan, elk vaartuig waarvan de betrokken dienst weet of althans redelijkerwijze kan vermoeden, dat de eigenaar of eigenaars, of de bevrachter, dezelfde of voor een overwegend gedeelte dezelfde zijn als die van het vaartuig waarop de vordering van de betrokken dienst betrekking heeft. |
| 9 | 3° vervoer voor eigen rekening: vervoer voor niet-lucratieve en niet-commerciële doeleinden dat verricht wordt door een natuurlijke persoon of rechtspersoon; | 9 | 3° vervoer voor eigen rekening: vervoer voor niet-lucratieve en niet-commerciële doeleinden dat verricht wordt door een natuurlijke persoon of rechtspersoon; |
| 10 | 4° ...; | 10 | 4° ...; |
| 11 | 4° bis : onwettig ronselen : hetzij kandidaat-klanten aanspreken op openbare plaatsen op het grondgebied van een gemeente waar men niet vergund is, hetzij met het voertuig heen en weer rijden op het grondgebied van een gemeente waar men niet vergund is, hetzij daar stationeren, telkens met het oogmerk om klanten te vervoeren; | ||
| 11 | 4° bis : ...; | ||
| 12 | 5° ...; | 12 | 5° ...; |
| 13 | 6° ...; | 13 | 6° ...; |
| 1 | Het EVFH heeft tot doel: | ||
| 2 | 1° toegepaste onderzoeks-, studie-, expertise-, opleidings- en dienstverleningsopdrachten uitvoeren op het domein van de waterbouwkunde, de nautische wetenschappen, de milieukunde, en andere aangelegenheden die betrekking hebben op water, zee, waterwegen, havens en de scheepvaart in de ruime zin van het woord, voor andere organisaties dan de Vlaamse administratie; | ||
| 3 | 2° het economisch valoriseren van resultaten van de activiteiten bedoeld onder 1°. |
| 1 | § 1. De personeelsleden van het Eigen Vermogen Flanders Hydraulics die ingezet worden voor het gebruik, het onderhoud en de aanpassingen van de scheepsmanoeuvreersimulatoren kunnen door het departement Mobiliteit en Openbare Werken worden overgenomen onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt. | ||
| 2 | § 2. Als bij de overname van de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, blijkt dat ze een hogere geldelijke verloning genieten dan wat voor eenzelfde functie bij het departement Mobiliteit en Openbare Werken van toepassing is, dan behouden de betrokken personeelsleden de verloning die op het moment van de overname geldt, zonder afbreuk te doen aan de wettelijke mechanismen inzake de aanpassing van de lonen aan de evolutie van de consumptieprijzen, tot op het ogenblik dat de verloning overeenstemt met de lonen die gelden voor een zelfde functie bij het departement Mobiliteit en Openbare Werken. Als binnen het departement Mobiliteit en Openbare Werken eenzelfde functie niet aanwezig is, bepaalt de Vlaamse Regering de salarisschalen van de personeelsleden, vermeld in paragraaf 1. | ||
| 3 | § 3. De personeelsleden, vermeld in paragraaf 1, kunnen alleen worden overgenomen als ze slagen voor een objectieve selectieproef, waarvan de voorwaarden worden vastgelegd door de Vlaamse Regering. |
| 1 | § 1. Het EVFH wordt bestuurd door een Beheerscommissie. | 1 | § 1. Het EVFH wordt bestuurd door een Beheerscommissie. |
| 2 | § 2. De leden van de beheerscommissiezijn : | 2 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van de beheerscommissie, waarbij de meerderheid van de leden vertegenwoordigers van de Vlaamse administratie zijn. |
| 3 | 1° het hoofd van de cel Internationale Betrekkingen, afdeling Haven- en Waterbeleid, departement Mobiliteit en Openbare Werken, die ambtshalve voorzitter van de beheerscommissie is; | ||
| 4 | 2° de secretaris-generaal van het departement Mobiliteit en Openbare Werken, of zijn vertegenwoordiger; | ||
| 5 | 3° de administrateur-generaal van het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust, of zijn vertegenwoordiger; | ||
| 6 | 4° het afdelingshoofd van de afdeling Waterbouwkundig Laboratorium, departement Mobiliteit en Openbare Werken; | ||
| 7 | 5° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begroting, die door hem aangewezen is; | ||
| 8 | 6° een vertegenwoordiger van de Vlaamse minister, bevoegd voor de openbare werken, die door hem aangewezen is. | ||
| 9 | § 3. De voorzitter kan bevoegde personen uitnodigen om met raadgevende stem aan de bespreking van een punt van de agenda van een vergadering van de Beheerscommissie deel te nemen. | 3 | § 3. De voorzitter kan bevoegde personen uitnodigen om met raadgevende stem aan de bespreking van een punt van de agenda van een vergadering van de Beheerscommissie deel te nemen. |
| 10 | § 4. De Beheerscommissie vergadert minstens tweemaal per jaar, met name voor het vaststellen van de begroting en de rekening overeenkomstig artikel 9. | 4 | § 4. De Beheerscommissie vergadert minstens tweemaal per jaar, met name voor het vaststellen van de begroting en de rekening. |
| 11 | § 5. Het mandaat van lid van de Beheerscommissie is onbezoldigd. | 5 | § 5. Het mandaat van lid van de Beheerscommissie is onbezoldigd. |
| 1 | De inkomsten van het EVFH worden gevormd door: | ||
| 2 | 1° de gelden en vergoedingen betaald voor onderzoeken, studies, ontledingen, proeven, keuringen, opleidingen en andere diensten in verband met het doel omschreven in artikel 4; | ||
| 3 | 2° de giften, legaten, schenkingen, beurzen, prijzen of alle andere giften die zijn aanvaard krachtens de wet van 12 juli 1931 betreffende de uitbreiding tot alle rechtspersonen van het voordeel van de voorlopige aanvaarding van bij akten gedane schenkingen ander de levenden; | ||
| 4 | 3° de inkomsten uit de verkoop van rapporten, brochures, kaarten, plans of andere publicaties en producten; | ||
| 5 | 4° de inkomsten van het valoriseren van de resultaten van de uitgevoerde activiteiten, waaronder het exploiteren van intellectuele eigendomsrechten; | ||
| 6 | 5° de inkomsten van het beheer, de exploitatie en de vervreemding van goederen en installaties die behoren tot het vermogen van het EVFH, en de inkomsten van de uitbating van installaties en diensten; | ||
| 7 | 6° de inkomsten van het beheer en de exploitatie van goederen en installaties die het EVFH, overeenkomstig artikel 7/2, in beheer heeft gekregen, en de inkomsten van de uitbating van installaties en diensten. |
| 1 | § 1. Het EVFH kan de domeingoederen die het in eigendom heeft, affecteren en desaffecteren. | ||
| 2 | § 2. Het EVFH kan op de domeingoederen die het in eigendom heeft of die het beheert, rechten aan derden toekennen, als dat niet onverenigbaar is met de bestemming van het goed. | ||
| 3 | De beheerscommissie stelt de voorwaarden vast waaronder het EVFH de goederen aan derden ter beschikking stelt. |
| 1 | Het EVFH kan concessies, huur of andere rechten, zoals erfpachten opstalrechten, verkrijgen op of met betrekking tot domeingoederen die de Vlaamse administratie in eigendom heeft. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder een openbaardomeingoed van de Vlaamse administratie opgenomen kan worden in het openbaar domein van het EVFH. |
| 1 | Het administratief toezicht op het EVFH wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel III.13 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 1 | Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: | 1 | Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder: |
| 2 | 1° Bestuursdecreet: het Bestuursdecreet van 7 december 2018; | ||
| 2 | 1° ...; | ||
| 3 | 2° het Wetboek van vennootschappen : de wet van 7 mei 1999 houdende het Wetboek van vennootschappen ; | 3 | 2° Wetboek van vennootschappen en verenigingen: Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 2 maart 2019; |
| 4 | 3° de vennootschap: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap, bedoeld in artikel 3, § 1; | 4 | 3° de vennootschap: het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschap, bedoeld in artikel 3, § 1; |
| 5 | 4° watergebonden gronden: gronden die aan de vennootschap in eigendom toebehoren, waarop de vennootschap een erfpacht-, opstal- of enig ander zakelijk recht heeft of die aan de vennootschap in concessie, in beheer of in huur worden gegeven; | 5 | 4° watergebonden gronden: gronden die aan de vennootschap in eigendom toebehoren, waarop de vennootschap een erfpacht-, opstal- of enig ander zakelijk recht heeft of die aan de vennootschap in concessie, in beheer of in huur worden gegeven; |
| 1 | § 1. De openbare instelling met rechtspersoonlijkheid "Dienst der Scheepvaart", bedoeld in artikel 1 van de wet van 17 mei 1976 tot oprichting van de Dienst voor de Scheepvaart en een "Office de la Navigation", zal volgens de bepalingen van dit decreet worden omgezet in een in artikel III.7 van het Bestuursdecreet bedoeld publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, naamloze vennootschap van publiek recht, met als benaming De Vlaamse Waterweg nv. Het betreft een orgaan met een van het Vlaamse Gewest onderscheiden rechtspersoonlijkheid. | 1 | § 1. De openbare instelling met rechtspersoonlijkheid "Dienst der Scheepvaart", bedoeld in artikel 1 van de wet van 17 mei 1976 tot oprichting van de Dienst voor de Scheepvaart en een "Office de la Navigation", zal volgens de bepalingen van dit decreet worden omgezet in een in artikel III.7 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 bedoeld publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, naamloze vennootschap van publiek recht, met als benaming De Vlaamse Waterweg nv. Het betreft een orgaan met een van het Vlaamse Gewest onderscheiden rechtspersoonlijkheid. |
| 2 | De omzetting, bedoeld in het eerste lid, gebeurt zonder enige onderbreking van de continuïteit van de rechtspersoonlijkheid. | 2 | De omzetting, bedoeld in het eerste lid, gebeurt zonder enige onderbreking van de continuïteit van de rechtspersoonlijkheid. |
| 3 | De raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart beslist bij gewone meerderheid binnen een termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van dit decreet tot de in dit artikel bedoelde omzetting. Die termijn kan door de Vlaamse regering met maximaal zes maanden worden verlengd. | 3 | De raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart beslist bij gewone meerderheid binnen een termijn van drie maanden vanaf de bekendmaking van dit decreet tot de in dit artikel bedoelde omzetting. Die termijn kan door de Vlaamse regering met maximaal zes maanden worden verlengd. |
| 9 | De raad van bestuur stelt voor de regering een toelichtende nota op. | 9 | De raad van bestuur stelt voor de regering een toelichtende nota op. |
| 10 | § 2. De raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart stelt tegelijkertijd de eerste statuten van De Vlaamse Waterweg nv vast. De statuten worden, tezamen met de staat van activa en passiva, alsmede met het verslag van de bedrijfsrevisor, vooraf door de Vlaamse regering goedgekeurd. | 10 | § 2. De raad van bestuur van de Dienst voor de Scheepvaart stelt tegelijkertijd de eerste statuten van De Vlaamse Waterweg nv vast. De statuten worden, tezamen met de staat van activa en passiva, alsmede met het verslag van de bedrijfsrevisor, vooraf door de Vlaamse regering goedgekeurd. |
| 11 | Latere statutenwijzigingen kunnen gebeuren conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen , toepasselijk op de naamloze vennootschap. | 11 | Latere statutenwijzigingen kunnen gebeuren conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, toepasselijk op de naamloze vennootschap. |
| 12 | Artikel 783 en 784, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen zijn van overeenkomstige toepassing op de omzetting, met dien verstande dat in de authentieke akte de goedkeuring door de Vlaamse regering wordt vermeld. | 12 | Artikel 14:10 en 14:11, derde lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn van overeenkomstige toepassing op de omzetting, met dien verstande dat in de authentieke akte de goedkeuring door de Vlaamse regering wordt vermeld. |