§ flandrepo

Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen

Vlaamse Regering #612 Staatsblad 1 april 2021 NUMAC 2021020625
22 artikels gewijzigd
+5 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 2
1Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
1Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen.21° richtlijn (EU) 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;
32° richtlijn (EU) 2018/851 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen;
43° richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/ EG;
54° richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.
+12 −3 decreet-2011-12-23-1021295/art. 3
7e) onuitgegraven bodem, met inbegrip van duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;7e) onuitgegraven bodem, met inbegrip van duurzaam met de bodem verbonden gebouwen;
8f) radioactieve afvalstoffen, voor zover ze niet als vrijgegeven afvalstoffen worden beschouwd als vermeld in het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat en de Gewesten van 17 oktober 2002 met betrekking tot het beheer van vrijgegeven afvalstoffen;8f) radioactieve afvalstoffen, voor zover ze niet als vrijgegeven afvalstoffen worden beschouwd als vermeld in het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat en de Gewesten van 17 oktober 2002 met betrekking tot het beheer van vrijgegeven afvalstoffen;
9g) stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als vermeld in artikel 3, lid 2, g), van verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie, en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan;
92° afvalstoffenhandelaar : iedere onderneming die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;102° afvalstoffenhandelaar : iedere onderneming die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
103° afvalstoffenmakelaar : iedere onderneming die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;113° afvalstoffenmakelaar : iedere onderneming die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
135°/1 asbesthoudende materialen: de materialen die op basis van -voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten;145°/1 asbesthoudende materialen: de materialen die op basis van -voorkennis en een beoordeling met het blote oog of op basis van een geldige monstername en analyse asbest bevatten;
146° bedrijfsafvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriële, ambachtelijke of wetenschappelijke activiteit, en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering;156° bedrijfsafvalstoffen : afvalstoffen die ontstaan ten gevolge van een industriële, ambachtelijke of wetenschappelijke activiteit, en de afvalstoffen die daarmee gelijkgesteld worden bij een besluit van de Vlaamse Regering;
157° beheren van afvalstoffen : het inzamelen, het tussentijds opslaan en overslaan, het vervoeren, het nuttig toepassenen het verwijderen van afvalstoffen, met inbegrip van het houden van toezicht op die handelingen en het uitvoeren van de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting, en met inbegrip van activiteiten van afvalstoffenhandelaars of -makelaars;167° beheren van afvalstoffen : het inzamelen, het tussentijds opslaan en overslaan, het vervoeren, het nuttig toepassen, met inbegrip van sortering, en het verwijderen van afvalstoffen, met inbegrip van het houden van toezicht op die handelingen en het uitvoeren van de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting, en met inbegrip van activiteiten van afvalstoffenhandelaars of -makelaars;
168° beste beschikbare technieken: beste beschikbare technieken als vermeld bij of krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;178° beste beschikbare technieken: beste beschikbare technieken als vermeld bij of krachtens titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning;
179° bijzondere afvalstoffen : huishoudelijke, gevaarlijke, bedrijfsafvalstoffen of andere afvalstoffen die wegens hun aard, samenstelling, herkomst of verwerking een bijzondere regeling behoeven. De Vlaamse Regering kan bepalen welke afvalstoffen als bijzondere afvalstoffen worden beschouwd;189° bijzondere afvalstoffen : huishoudelijke, gevaarlijke, bedrijfsafvalstoffen of andere afvalstoffen die wegens hun aard, samenstelling, herkomst of verwerking een bijzondere regeling behoeven. De Vlaamse Regering kan bepalen welke afvalstoffen als bijzondere afvalstoffen worden beschouwd;
199°/1 bioafval: biologisch afbreekbaar tuin-en plantsoenafval, levensmiddelen-en keukenafval van huishoudens, kantoren, restaurants en andere voedingsdiensten, groothandels, kantines, cateringfaciliteiten en winkels, en vergelijkbare afvalstoffen van de levensmiddelenindustrie;
1810° de OVAM : de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, vermeld in artikel 10.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;2010° de OVAM : de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij, vermeld in artikel 10.3.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;
1911° gemengd stedelijk afval : huishoudelijk afval, alsmede bedrijfs-, industrieel en institutioneel afval dat qua aard en samenstelling te vergelijken is met huishoudelijk afval, behoudens de in bijlage van beschikking 2000/532/EG onder 20 01 genoemde fracties die afzonderlijk aan de bron worden ingezameld, en de onder 20 02 van die bijlage genoemde andere afvalstoffen;2111° gemengd stedelijk afval : huishoudelijk afval, alsmede bedrijfs-, industrieel en institutioneel afval dat qua aard en samenstelling te vergelijken is met huishoudelijk afval, behoudens de in bijlage van beschikking 2000/532/EG onder 20 01 genoemde fracties die afzonderlijk aan de bron worden ingezameld, en de onder 20 02 van die bijlage genoemde andere afvalstoffen;
2618° inzameling : het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie;2818° inzameling : het verzamelen van afvalstoffen, inclusief de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie;
2719° levenscyclusdenken : een benadering waarbij wordt gekeken naar de effecten die optreden tijdens de hele levenscyclus van een materiaal;2919° levenscyclusdenken : een benadering waarbij wordt gekeken naar de effecten die optreden tijdens de hele levenscyclus van een materiaal;
3019°/1 levensmiddelenafval: alle levensmiddelen als vermeld in artikel 2 van verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, die afvalstoffen zijn geworden;
2820° lokale besturen : provincies, provinciebedrijven, gemeenten, gemeentebedrijven en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;3120° lokale besturen : provincies, provinciebedrijven, gemeenten, gemeentebedrijven en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
2921° materiaal : elke stof die wordt of is ontgonnen, gewonnen, geteeld, verwerkt, geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw verwerkt, of elk voorwerp dat wordt geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw gebruikt, inclusief de daaruit ontstane afvalstoffen;3221° materiaal : elke stof die wordt of is ontgonnen, gewonnen, geteeld, verwerkt, geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw verwerkt, of elk voorwerp dat wordt geproduceerd, verdeeld, in gebruik genomen, afgedankt of opnieuw gebruikt, inclusief de daaruit ontstane afvalstoffen;
3022° materiaalkringloop : het geheel van opeenvolgende handelingen in een levenscyclus of stofstroom, gaande van de ontginning of winning en teelt, over de verwerking, de productie, de distributie, de opslag of overslag, het transport, het gebruik en hergebruik, de afdanking, de verwijdering en het eventueel opnieuw inzetten waarbij een of meer materialen, bedoeld of onbedoeld, worden doorgegeven van de ene fase in de levenscyclus naar een andere;3322° materiaalkringloop : het geheel van opeenvolgende handelingen in een levenscyclus of stofstroom, gaande van de ontginning of winning en teelt, over de verwerking, de productie, de distributie, de opslag of overslag, het transport, het gebruik en hergebruik, de afdanking, de verwijdering en het eventueel opnieuw inzetten waarbij een of meer materialen, bedoeld of onbedoeld, worden doorgegeven van de ene fase in de levenscyclus naar een andere;
3422°/1 niet-gevaarlijke afvalstof: een afvalstof die geen gevaarlijke afvalstof is;
3123° nuttige toepassing : elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering;3523° nuttige toepassing : elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering;
3224° preventie : maatregelen die worden genomen voordat een stof of voorwerp afvalstof is geworden, ter vermindering van :3624° preventie : maatregelen die worden genomen voordat een stof of voorwerp afvalstof is geworden, ter vermindering van :
33a) de hoeveelheid afvalstoffen, inclusief via het hergebruik van voorwerpen of de verlenging van de levensduur van voorwerpen;37a) de hoeveelheid afvalstoffen, inclusief via het hergebruik van voorwerpen of de verlenging van de levensduur van voorwerpen;
34b) de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid;38b) de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid;
35c) het gehalte aan schadelijke stoffen in stoffen en voorwerpen;39c) het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen;
3625° recyclage : elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dat omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;4025° recyclage : elke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dat omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;
4125°/1 regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid: een reeks maatregelen die de Vlaamse Regering conform artikel 21 vaststelt om ervoor te zorgen dat producenten van producten de financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheid dragen voor het beheer van de afvalfase in de levenscyclus van een product;
4225°/2 stedelijk afval: gemengd afval en gescheiden ingezameld afval van huishoudens, met inbegrip van papier en karton, glas, metaal, plastic, bioafval, hout, textiel, verpakkingen, afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte batterijen en accu's, grofvuil, met inbegrip van matrassen en meubels, en gemengd afval en gescheiden ingezameld afval uit andere bronnen dan de voormelde bronnen als de aard en samenstelling van dat afval vergelijkbaar zijn met de aard en samenstelling van afval van huishoudens. Stedelijk afval omvat geen afval van productie, landbouw, bosbouw, visserij, septische tanks en het riolerings- en zuiveringsstelsel, met inbegrip van zuiveringsslib, afgedankte voertuigen of bouw- en sloopafval;
3726° verwijdering : iedere handeling die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering;4326° verwijdering : iedere handeling die geen nuttige toepassing is, zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen, alsook de handelingen die als dusdanig worden bepaald door de Vlaamse Regering;
3827° voorbereiding voor hergebruik : elke nuttige toepassing die bestaat uit het controleren, schoonmaken of repareren, waarbij voorwerpen of componenten van voorwerpen die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze kunnen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.4427° voorbereiding voor hergebruik : elke nuttige toepassing die bestaat uit het controleren, schoonmaken of repareren, waarbij voorwerpen of componenten van voorwerpen die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze kunnen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
45De definitie, vermeld in het eerste lid, 25° /2, doet geen afbreuk aan de toewijzing van verantwoordelijkheden voor afvalbeheer aan publieke of private actoren.
39§ 2. Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder:46§ 2. Voor de toepassing van afdeling 6 van hoofdstuk 3 wordt verstaan onder:
401° asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet;471° asbest: de vezelachtige silicaten actinoliet, amosiet, anthofylliet, chrysotiel, crocidoliet en tremoliet;
423° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriële installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het te beschadigen;493° eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen: de asbesthoudende materialen die waar te nemen en weg te nemen zijn zonder de bouwkundige integriteit van een constructie of erfgoedkenmerken van een beschermd onroerend erfgoed aan te tasten binnen de normale beheers- en onderhoudscycli of een vergelijkbare stilstand bij industriële installaties. Asbesthoudende materialen die bedekt zijn door een ander materiaal, met uitzondering van een laag verf, coating, behang, kunststof of textiel, zijn niet eenvoudig bereikbaar, tenzij het bedekkend materiaal kan worden weggenomen zonder het te beschadigen;
434° eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar;504° eigenaar: de volle of blote eigenaar. Wanneer het eigendomsrecht in onverdeeldheid is, wordt elk van de onverdeelde houders van dat recht hoofdelijk en ondeelbaar beschouwd als eigenaar;
514°/1 gebouweenheid: een in functioneel opzicht zelfstandige eenheid binnen een gebouw;
445° hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm;525° hechtgebonden asbesthoudende materialen: asbestcement, asbesthoudende vloertegels en vloerbekledingen, asbesthoudende bitumen en roofingproducten en asbesthoudende pakkingen en dichtingen waarvan het bindmiddel bestaat uit cement, bitumen, kunststof of lijm;
456° niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn;536° niet-hechtgebonden asbesthoudende materialen: alle asbesthoudende materialen die niet hechtgebonden zijn;
478° overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht;558° overdracht: het onder levenden overdragen van een eigendomsrecht, het onder levenden vestigen of overdragen van een recht van vruchtgebruik, een erfpacht, een opstalrecht of een zakelijk recht van gebruik. Een onteigening en een erfenis worden niet beschouwd als een overdracht;
489° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen;569° toegankelijke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die mensen binnen kunnen betreden. Een constructie kan binnen betreden worden als ze minstens bestaat uit een dak dat gedragen wordt door constructie-elementen, en als een mens er normaal in kan staan of lopen;
4910° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd.5710° publieke constructie met risicobouwjaar: elke constructie met risicobouwjaar die een publieke organisatie huisvest die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken. Een publieke organisatie is een overheid, een parastatale, of een organisatie die publieke diensten aanbiedt die door een overheid worden verzorgd, uitbesteed of gesubsidieerd;
5811° wooneenheid: een gebouweenheid die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren.
+2 −2 decreet-2011-12-23-1021295/art. 4
1§ 1. Dit decreet draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen met betrekking tot duurzame ontwikkeling, als vermeld in artikel 7bis van de gecoördineerde Grondwet.1§ 1. Dit decreet draagt bij aan het bereiken van de doelstellingen met betrekking tot duurzame ontwikkeling, als vermeld in artikel 7bis van de gecoördineerde Grondwet.
2§ 2. De doelstelling van dit decreet is het vaststellen van maatregelen voor het tot stand brengen van materiaalkringlopen waarbij :2§ 2. De doelstelling van dit decreet is maatregelen vaststellen om een circulaire economie te bevorderen en om materiaalkringlopen tot stand te brengen waarbij :
31° de gezondheid van de mens en het milieu gevrijwaard worden tegen de schadelijke invloed van de productie en het beheer van afvalstoffen;31° de gezondheid van de mens en het milieu beschermd worden door afvalproductie en de negatieve gevolgen van afvalproductie en -beheer te voorkomen of te verminderen;
42° de uitputting van hernieuwbare en niet-hernieuwbare hulpbronnen, de verspilling van materialen en energie in het algemeen en de schadelijke gevolgen voor mens en milieu, verbonden aan materiaalgebruik en -verbruik, worden tegengegaan.42° de uitputting van hernieuwbare en niet-hernieuwbare hulpbronnen, de verspilling van materialen en energie in het algemeen en de schadelijke gevolgen voor mens en milieu, verbonden aan materiaalgebruik en -verbruik, worden tegengegaan.
5§ 3. In het bijzonder worden in dit decreet maatregelen vastgesteld :5§ 3. In het bijzonder worden in dit decreet maatregelen vastgesteld :
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 6
1§ 1. De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, houden een chronologisch afvalstoffenregister bij waarin onder meer de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheid, aard, oorsprongen, als dat van toepassing is, bestemming, frequentie van de inzameling, wijze van vervoer en van behandeling van de ingezamelde, opgehaalde, vervoerde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen zijn vermeld. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de inhoud en de voorwaarden van dat afvalstoffenregister. De Vlaamse Regering kan groepen van natuurlijke personen en rechtspersonen van die plicht ontslaan. Met behoud van de bepalingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, kan de Vlaamse Regering toestaan dat bij de individuele beoordeling van vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteiten, vermeld in artikel 11, wordt afgeweken van de inhoud en de voorwaarden van het afvalstoffenregister.1§ 1. De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, houden een chronologisch afvalstoffenregister bij waarin onder meer de aangevoerde en afgevoerde hoeveelheid, aard, oorsprong, de hoeveelheid materialen die verkregen zijn door voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere handelingen van nuttige toepassing en, als dat van toepassing is, bestemming, frequentie van de inzameling, wijze van vervoer en van behandeling van de ingezamelde, opgehaalde, vervoerde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen zijn vermeld. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de inhoud en de voorwaarden van dat afvalstoffenregister. De Vlaamse Regering kan groepen van natuurlijke personen en rechtspersonen van die plicht ontslaan. Met behoud van de bepalingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, kan de Vlaamse Regering toestaan dat bij de individuele beoordeling van vergunningsplichtige of meldingsplichtige activiteiten, vermeld in artikel 11, wordt afgeweken van de inhoud en de voorwaarden van het afvalstoffenregister.
2De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt.2De natuurlijke personen en rechtspersonen die afvalstoffen beheren, melden bepaalde gegevens met betrekking tot de ingezamelde, opgehaalde, verwijderde of nuttig toegepaste afvalstoffen aan de OVAM. De Vlaamse Regering kan vaststellen dat de OVAM natuurlijke personen en rechtspersonen selecteert om gegevens te melden. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden gemeld en op welke wijze dat gebeurt.
3§ 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm.3§ 2. De Vlaamse Regering kan bepalen dat afvalstoffen bij hun vervoer vergezeld moeten gaan van een identificatieformulier, al dan niet in elektronische vorm.
+1 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 9
93° voor bepaalde afvalstoffen afvalverwerkingshandelingen opleggen of verbieden.93° voor bepaalde afvalstoffen afvalverwerkingshandelingen opleggen of verbieden.
10§ 2. De natuurlijke personen of rechtspersonen die een kringloopcentrum uitbaten waar voorwerpen die in aanmerking komen voor producthergebruik worden ingezameld voor selectie met het oog op hergebruik, of worden opgeslagen, gesorteerd, gereinigd of hersteld en verkocht, moeten beschikken over een erkenning. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de erkenning vast. Ze bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning en de voorwaarden en de procedure tot opheffing, intrekking en schorsing ervan.10§ 2. De natuurlijke personen of rechtspersonen die een kringloopcentrum uitbaten waar voorwerpen die in aanmerking komen voor producthergebruik worden ingezameld voor selectie met het oog op hergebruik, of worden opgeslagen, gesorteerd, gereinigd of hersteld en verkocht, moeten beschikken over een erkenning. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor de erkenning vast. Ze bepaalt de voorwaarden en de procedure tot erkenning en de voorwaarden en de procedure tot opheffing, intrekking en schorsing ervan.
11§ 3. De inzamelaar van afvalstoffen biedt aan de afvalstoffenproducent een inzamelformule aan die de afvalstoffenproducent stimuleert de afvalstoffen zo aan te bieden dat bij de verwerking van afvalstoffen de doelstellingen, vermeld in artikel 4, § 2, en de hiërarchie, vermeld in artikel 4, § 3, 1°, maximaal kunnen worden toegepast. De inzamelformule, gericht op de selectieve inzameling, slaat op de wijze waarop de afvalstoffen worden ingezameld, zoals de gebruikte recipiënten, de inzamelfrequentie, de tarieven en de tariferingsformule. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen.
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 10
1Overeenkomstig het beginsel 'de vervuiler betaalt' worden de kosten van het afvalstoffenbeheergedragen door de eerste afvalstoffenproducent, de huidige of de vorige houders van afvalstoffen, de producent van het product waaruit het afval is voortgekomen, of de distributeurs of invoerders van een dergelijk product. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen.1Met behoud van de toepassing van artikel 21 en overeenkomstig het beginsel 'de vervuiler betaalt' worden de kosten van het afvalstoffenbeheer, met inbegrip van de kosten voor de noodzakelijke infrastructuur en de exploitatie ervan, gedragen door de oorspronkelijke afvalstoffenproducent, de huidige of de vorige houders van afvalstoffen, de producent van het product waaruit het afval is voortgekomen, of de distributeurs of invoerders van een dergelijk product. De Vlaamse Regering kan daarvoor nadere regels vaststellen.
+38 −2 decreet-2011-12-23-1021295/art. 17
1§ 1. De OVAM coördineert de opmaak van preventieprogramma's en hun eventuele herziening, en volgt de uitvoering ervan op. De Vlaamse Regering wijst de overheidsinstellingen aan die worden betrokken bij de opmaak en de uitvoering van de preventieprogramma's.1§ 1. De OVAM coördineert de opmaak van preventieprogramma's en hun eventuele herziening, en volgt de uitvoering ervan op. De Vlaamse Regering wijst de overheidsinstellingen aan die worden betrokken bij de opmaak en de uitvoering van de preventieprogramma's.
2Voor de opmaak en uitvoering van preventieprogramma's worden overlegplatformen opgericht, overeenkomstig artikel 19.2Voor de opmaak en uitvoering van preventieprogramma's worden overlegplatformen opgericht, overeenkomstig artikel 19.
3§ 2. De preventieprogramma's bestaan minimaal uit maatregelen en initiatieven die worden genomen ter bevordering van de preventie van afvalstoffen, een efficiënter en minder milieubelastend gebruik en verbruik van materialen via ecodesign en aangepaste productie- en consumptiepatronen, en een beter beheer van materiaalkringlopen overeenkomstig artikel 4. Ze zijn erop gericht de milieueffecten van materiaalkringlopen en in het bijzonder van de productie van afvalstoffen, los te koppelen van de economische groei. Voor zover dat noodzakelijk of raadzaam is, wordt bij het vaststellen van die maatregelen samengewerkt met omliggende landen of regio's, lokale besturen of de federale overheid.
4Aan de maatregelen, vermeld in het eerste lid, worden in de preventieprogramma's passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, streefcijfers of doelstellingen verbonden, aan de hand waarvan de voortgang en het effect van de maatregelen en hun bijdrage tot de doelstelling worden geëvalueerd.
3§ 2. De preventieprogramma's bestaan, voor zover van toepassing, minimaal uit maatregelen met de volgende doelstellingen:
41° duurzame productie- en consumptiemodellen bevorderen en ondersteunen;
52° het ontwerp, de fabricage en het gebruik van producten aanmoedigen die voldoen aan één of meer van de volgende voorwaarden:
6a) ze zijn hulpbronnenefficiënt;
7b) ze zijn duurzaam, ook wat betreft levensduur. Er is dus geen geplande veroudering;
8c) ze zijn repareerbaar, zowel naar praktische mogelijkheden als naar betaalbaarheid ten opzichte van de aanschaf van een nieuw toestel;
9d) ze zijn herbruikbaar;
10e) ze zijn opwaardeerbaar;
113° de producten die kritieke grondstoffen bevatten, in kaart brengen om te voorkomen dat die materialen afval worden;
124° producten hergebruiken en systemen invoeren die reparatie- en hergebruikactiviteiten stimuleren, namelijk voor elektrische en elektronische apparatuur, textiel en meubelen, verpakkingen, bouwmaterialen en -producten;
135° in voorkomend geval en met behoud van de toepassing van de intellectuele eigendomsrechten de beschikbaarheid van losse onderdelen, handleidingen, technische informatie of andere instrumenten, apparatuur of software die de reparatie en het hergebruik van producten mogelijk maken, aanmoedigen, zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit en veiligheid ervan;
146° de afvalproductie verminderen in processen in verband met de industriële productie, de winning van mineralen, de verwerkende industrie en bouw- en sloopwerkzaamheden, rekening houdend met de beste beschikbare technieken;
157° de productie van levensmiddelenafval in de primaire productie, de verwerking en de industrie, in de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants, catering en huishoudens verminderen;
168° voedselschenkingen en andere herverdeling voor menselijke consumptie aanmoedigen, waarbij het menselijke gebruik voorrang heeft op diervoeding en op de herverwerking tot producten die niet voor de voeding bestemd zijn;
179° de vermindering van het gehalte aan gevaarlijke stoffen in materialen en producten bevorderen, onverminderd de geharmoniseerde wettelijke vereisten voor die materialen en producten;
1810° de productie verminderen van afvalstoffen die niet geschikt zijn voor de voorbereiding voor hergebruik of recycling;
1911° vaststellen welke producten de belangrijkste bronnen van zwerfafval vormen, namelijk in het natuurlijke en mariene milieu, en zwerfafval van die producten voorkomen en verminderen;
2012° de productie van zwerfvuil in zee voorkomen;
2113° voorlichtingscampagnes ontwikkelen en ondersteunen om de bewustwording over afvalpreventie en zwerfafval te bevorderen.
22Een preventieprogramma omschrijft verder, indien relevant, het nut en de bijdrage aan de afvalpreventie van de hierna genoemde niet-limitatieve lijst van instrumenten en maatregelen, zoals:
231° planningsmaatregelen invoeren of andere economische instrumenten toepassen die een efficiënt gebruik van grondstoffen bevorderen;
242° onderzoek en ontwikkeling bevorderen met het oog op schonere technologieën en producten die minder verspilling veroorzaken, en de resultaten van onderzoek en ontwikkeling op dat gebied verspreiden en toepassen;
253° relevante en doeltreffende indicatoren ontwikkelen voor de milieudruk als gevolg van de productie van afvalstoffen. Die indicatoren helpen bij de preventie van afvalproductie op alle niveaus, van productvergelijkingen op communautair niveau tot acties die plaatselijke instanties ondernemen;
264° ecologische ontwerpen en de systematische integratie van milieuaspecten in het ontwerp van een product bevorderen om de milieuprestaties van het product gedurende de hele levenscyclus ervan te verbeteren;
275° informatie over afvalpreventietechnieken verstrekken om de toepassing van de beste beschikbare technieken door het bedrijfsleven te vergemakkelijken;
286° het personeel van de bevoegde instanties opleiden om afvalpreventie-eisen in vergunningen op te nemen;
297° afvalpreventiemaatregelen in installaties opnemen;
308° bewustmakingscampagnes voeren of financiële, besluitvormings- of andere steun aan bedrijven verlenen;
319° vrijwillige overeenkomsten, consumenten- of producentenpanels of sectoraal overleg gebruiken om ervoor te zorgen dat de betrokken bedrijven of industriële sectoren eigen afvalpreventieplannen of -doelstellingen vaststellen of maatregelen nemen om verspilling die door producten of verpakkingen veroorzaakt is, een halt toe te roepen;
3210° geloofwaardige milieumanagementsystemen bevorderen, bijvoorbeeld EMAS en ISO 14001;
3311° economische instrumenten inzetten, zoals de beloning van "schoon" aankoopgedrag of de instelling van een door de consument verplicht te betalen vergoeding voor een verpakkingsartikel of -element dat anders gratis ter beschikking zou worden gesteld;
3412° bewustmakingscampagnes voeren en informatie verstrekken voor het brede publiek of specifieke categorieën van consumenten;
3513° geloofwaardige milieukeurmerken bevorderen;
3614° overeenkomsten met het bedrijfsleven of met de distributie sluiten over de beschikbaarheid van afvalpreventie-informatie en van producten met een minder groot milieueffect;
3715° in het kader van aankopen door publieke organisaties en bedrijven: milieu-, recyclage- en afvalpreventiecriteria integreren in aanbestedingen en contracten;
3816° hergebruik of herstelling bevorderen van afgedankte producten of componenten ervan die daarvoor in aanmerking komen, namelijk via educatieve, economische, logistieke of andere maatregelen, zoals het ondersteunen of opzetten van erkende herstellings- en kringloopcentra en -netwerken, in het bijzonder in dichtbevolkte gebieden;
3917° de vervanging van producten bevorderen door alternatieven die een aantoonbare lagere ecologische voetafdruk hebben.
40De Vlaamse Regering stelt een specifiek programma vast voor de preventie van levensmiddelenafval en bepaalt wie dit coördineert, opvolgt en welke overheidsinstanties daar buiten de OVAM bij worden betrokken..
5§ 3. De ontwerpen van preventieprogramma's of de ontwerpen van wijziging van preventieprogramma's worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten en bij de OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de OVAM.41§ 3. De ontwerpen van preventieprogramma's of de ontwerpen van wijziging van preventieprogramma's worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten en bij de OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de OVAM.
6§ 4. Tegelijkertijd met hun bekendmaking worden de ontwerpen van preventieprogramma's bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengt binnen een vervaltermijn van twee maanden na ontvangst van het ontwerp. Dit advies is niet bindend.42§ 4. Tegelijkertijd met hun bekendmaking worden de ontwerpen van preventieprogramma's bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengt binnen een vervaltermijn van twee maanden na ontvangst van het ontwerp. Dit advies is niet bindend.
+11 −3 decreet-2011-12-23-1021295/art. 18
8§ 6. In het bijzonder bevatten de uitvoeringsplannen ten minste de volgende elementen :8§ 6. In het bijzonder bevatten de uitvoeringsplannen ten minste de volgende elementen :
91° soort, hoeveelheid en bron van de binnen het Vlaamse Gewest geproduceerde afvalstoffen en van de afvalstoffen die naar verwachting vanuit of naar het Vlaamse Gewest zullen worden overgebracht, en een evaluatie van de ontwikkeling van de afvalstromen in de toekomst;91° soort, hoeveelheid en bron van de binnen het Vlaamse Gewest geproduceerde afvalstoffen en van de afvalstoffen die naar verwachting vanuit of naar het Vlaamse Gewest zullen worden overgebracht, en een evaluatie van de ontwikkeling van de afvalstromen in de toekomst;
102° bestaande regelingen voor afvalinzameling en grote verwijderingsinstallaties en installaties voor nuttige toepassing, inclusief speciale regelingen voor afgewerkte oliën, gevaarlijke afvalstoffenof afvalstromen waarvoor specifieke communautaire wetgeving bestaat;102° bestaande grote verwijderingsinstallaties en installaties voor nuttige toepassing inclusief speciale regelingen voor afgewerkte olie, gevaarlijke afvalstoffen, afvalstoffen die aanzienlijke hoeveelheden kritieke grondstoffen bevatten, of afvalstromen waarvoor specifieke Uniewetgeving bestaat;
113° een beoordeling van de behoefte aan nieuwe inzamelingsregelingen, sluiting van bestaande afvalinstallaties, extra afvalverwerkingsinstallaties, overeenkomstig paragraaf 2, en, indien nodig, de daarmee samenhangende investeringen;
113° een beoordeling van de noodzaak om bestaande afvalinstallaties te sluiten, van de behoefte aan extra afvalinstallatie-infrastructuur conform paragraaf 2, en van de investeringen en andere financiële middelen die nodig zijn, namelijk voor de lokale autoriteiten, om te voorzien in die behoeften. Die beoordeling wordt opgenomen in de relevante uitvoeringsplannen of andere strategische documenten die gelden;
123°/1 informatie over de maatregelen om de hoeveelheid afvalstoffen te beperken die naar stortplaatsen gaan;
133°/2 een beoordeling van:
14a) de bestaande regelingen voor afvalinzameling, inclusief voor de materialen en gebieden die door gescheiden inzameling worden bestreken, en van de maatregelen om de werking ervan te verbeteren;
15b) de behoefte aan nieuwe inzamelingsregelingen;
124° voldoende informatie over locatiecriteria voor de keuze van locaties, en capaciteit van toekomstige verwijderingsinstallaties of belangrijke installaties voor nuttige toepassing, indien nodig;164° voldoende informatie over locatiecriteria voor de keuze van locaties, en capaciteit van toekomstige verwijderingsinstallaties of belangrijke installaties voor nuttige toepassing, indien nodig;
135° algemeen afvalbeheerbeleid, inclusief geplande afvalbeheertechnologieën en -methoden of beleid voor afval dat specifieke beheersproblemen oplevert;175° algemeen afvalbeheerbeleid, inclusief geplande afvalbeheertechnologieën en -methoden of beleid voor afval dat specifieke beheersproblemen oplevert;
146° passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren, streefcijfers of doelstellingen, verbonden aan de maatregelen, vermeld in paragraaf 2, aan de hand waarvan de voortgang en het effect van de maatregelen en hun bijdrage tot de doelstelling, vermeld in artikel 4, wordt geëvalueerd.
186° passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en doelstellingen, met name voor:
19a) de hoeveelheid geproduceerd afval en de verwerking ervan;
20b) stedelijk afval dat wordt verwijderd of energieterugwinning ondergaat;
217° maatregelen ter bestrijding en voorkoming van alle vormen van zwerfafvalproductie en voor het opruimen van alle soorten zwerfafval;
228° maatregelen en doelstellingen voor preventie, hergebruik, recyclage en ander beheer van stedelijk afval, waaronder verpakkingsafval, en zwerfvuil.
15§ 7. De ontwerpen van uitvoeringsplannen of de ontwerpen van wijziging van de uitvoeringsplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten en bij de OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de OVAM.23§ 7. De ontwerpen van uitvoeringsplannen of de ontwerpen van wijziging van de uitvoeringsplannen worden bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en voor een termijn van twee maanden ter inzage gelegd bij de gemeenten en bij de OVAM. Gedurende die termijn kan iedereen bezwaren of opmerkingen schriftelijk ter kennis brengen van de OVAM.
16§ 8. Tegelijkertijd met hun bekendmaking worden de ontwerpen, vermeld in paragraaf 7, bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengt binnen een vervaltermijn van twee maanden na ontvangst van het ontwerp. Dit advies is niet bindend.24§ 8. Tegelijkertijd met hun bekendmaking worden de ontwerpen, vermeld in paragraaf 7, bezorgd aan de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen, die een met redenen omkleed advies uitbrengt binnen een vervaltermijn van twee maanden na ontvangst van het ontwerp. Dit advies is niet bindend.
+15 −2 decreet-2011-12-23-1021295/art. 21
42° het verplicht doen aanvaarden van die afvalstoffen;42° het verplicht doen aanvaarden van die afvalstoffen;
53° het volledig of gedeeltelijk verantwoordelijk stellen voor het daaropvolgende beheer van die afvalstoffen;53° het volledig of gedeeltelijk verantwoordelijk stellen voor het daaropvolgende beheer van die afvalstoffen;
64° het toewijzen van de financiële verantwoordelijkheid voor de inzameling en verwerking van die afvalstoffen overeenkomstig artikel 10;64° conform artikel 10 de financiële verantwoordelijkheid toewijzen voor het beheer van de afvalstoffen die voortkomen uit producten die ze op de markt gebracht hebben;
75° het verstrekken van openbaar beschikbare informatie over milieuverantwoord productgebruik en over de mate waarin en de manier waarop het product herbruikbaar en recycleerbaar is.75° het verstrekken van openbaar beschikbare informatie over milieuverantwoord productgebruik en over de mate waarin en de manier waarop het product herbruikbaar en recycleerbaar is.
8Als de maatregelen, vermeld in het eerste lid, bestaan uit het opzetten van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, zijn de vereisten, vermeld in artikel 21/1, van toepassing. De Vlaamse Regering kan besluiten dat producenten die uit eigen beweging financiële of financiële en organisatorische verantwoordelijkheden voor het beheer van de afvalfase in de levenscyclus van een product op zich nemen, sommige of alle vereisten, vermeld in artikel 21/1, moeten toepassen.
8De maatregelen, vermeld in het eerste lid, kunnen ook maatregelen zijn die stimuleren om producten in die mate te ontwerpen dat de milieueffecten en de afvalproductie zowel bij de vervaardiging als bij het latere gebruik van de producten worden verminderd, en om ervoor te zorgen dat de producten die afval zijn geworden, nuttig worden toegepast en verwijderd als vermeld in artikel 4. Dergelijke maatregelen kunnen onder meer aanmoedigen tot het ontwikkelen, vervaardigen en in de handel brengen van producten die geschikt zijn voor meervoudig gebruik, die technisch duurzaam zijn en die, zodra ze afval zijn geworden, geschikt zijn voor een passende en veilige recyclage, voor andere nuttige toepassing en voor milieuverantwoorde verwijdering.9De maatregelen, vermeld in het eerste lid, kunnen ook maatregelen zijn die stimuleren om producten in die mate te ontwerpen dat de milieueffecten en de afvalproductie zowel bij de vervaardiging als bij het latere gebruik van de producten worden verminderd, en om ervoor te zorgen dat de producten die afval zijn geworden, nuttig worden toegepast en verwijderd als vermeld in artikel 4. Dergelijke maatregelen kunnen onder meer het ontwikkelen, vervaardigen en in de handel brengen aanmoedigen van producten en componenten van producten die:
10a) geschikt zijn voor meervoudig gebruik;
11b) gerecycleerde materialen bevatten;
12c) technisch duurzaam en gemakkelijk te repareren zijn, zowel naar praktische mogelijkheden als naar betaalbaarheid ten opzichte van de aanschaf van een nieuw toestel;
13d) zodra ze afval zijn geworden, geschikt zijn voor de voorbereiding voor hergebruik en functionele hoogwaardige recycling om een juiste toepassing van de afvalstoffenhiërarchie mogelijk te maken.
14Bij de maatregelen, vermeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met de effecten van producten gedurende hun volledige levenscyclus, met de afvalhiërarchie en, in voorkomend geval, met het potentieel voor meervoudige recyclage, andere nuttige toepassingen en milieuverantwoorde verwijdering.
9§ 2. De Vlaamse Regering wijst de producten of afvalstoffen aan waarvoor een vorm van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geldt. Ze houdt daarbij rekening met de technische uitvoerbaarheid, de economische haalbaarheid en de effecten in hun totaliteit op het milieu, de volksgezondheid en de maatschappij, met inachtneming van de noodzaak een goede werking van de markt te garanderen.15§ 2. De Vlaamse Regering wijst de producten of afvalstoffen aan waarvoor een vorm van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid geldt. Ze houdt daarbij rekening met de technische uitvoerbaarheid, de economische haalbaarheid en de effecten in hun totaliteit op het milieu, de volksgezondheid en de maatschappij, met inachtneming van de noodzaak een goede werking van de markt te garanderen.
16§ 2/1. Als bepaalde producten of afvalstoffen een relevant aandeel van de zwerfvuilkosten en van de milieudruk ten gevolge van zwerfvuil veroorzaken, worden die kosten gedragen door de producenten. De Vlaamse Regering wijst de producten of afvalstoffen aan die een relevant aandeel van de totale zwerfvuilkosten en milieudruk uitmaken en kan nadere regels vaststellen om hun aandeel in de zwerfvuilkosten te bepalen. De zwerfvuilkosten omvatten de kosten voor:
171° bewustmakingsmaatregelen;
182° het inzamelen van afval van die producten, dat in openbare inzamelsystemen wordt afgedankt, inclusief de kosten voor de infrastructuur en de exploitatie ervan en voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking van dat afval;
193° het opruimen van het zwerfafval van de voormelde producten, en voor het daaropvolgende vervoer en de verwerking van dat zwerfafval;
204° het verzamelen en rapporteren van gegevens over de hoeveelheden die op de markt gebracht zijn;
215° andere algemene kosten van het beleid tegen zwerfvuil.
22De te dekken zwerfvuilkosten bedragen niet meer dan de kosten die noodzakelijk zijn om de diensten, vermeld in het eerste lid, op een kostenefficiënte manier aan te bieden, en kunnen door de Vlaamse Regering voor de betrokken actoren op transparante wijze worden vastgelegd. De kosten voor het opruimen, vervoeren en verwerken van zwerfafval blijven beperkt tot kosten voor werkzaamheden door of namens overheidsinstanties. De berekeningsmethode wordt zodanig ontwikkeld dat de kosten voor het opruimen, vervoeren en verwerken van zwerfafval proportioneel kunnen worden vastgesteld. Om de administratieve kosten zo laag mogelijk te houden, kan de Vlaamse Regering voor het opruimen, vervoeren en verwerken van zwerfafval een financiële bijdrage bepalen door passende meerjarige vaste bedragen vast te stellen.
10§ 3. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt toegepast met behoud van de toepassing van de verantwoordelijkheid voor afvalbeheer, vermeld in artikel 12, § 3, en met behoud van de toepassing van de bestaande specifieke wetgeving inzake afvalstromen en producten.23§ 3. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid wordt toegepast met behoud van de toepassing van de verantwoordelijkheid voor afvalbeheer, vermeld in artikel 12, § 3, en met behoud van de toepassing van de bestaande specifieke wetgeving inzake afvalstromen en producten.
11§ 4. De natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen voor de nakoming van de verplichtingen die hen door of krachtens dit artikel worden opgelegd, op eigen kosten een beroep doen op derden, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.24§ 4. De natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen voor de nakoming van de verplichtingen die hen door of krachtens dit artikel worden opgelegd, op eigen kosten een beroep doen op derden, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt.
+28 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 21/1 nieuw
1§ 1. Als de Vlaamse Regering conform artikel 21, § 1, eerste lid, regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vaststelt, zorgt ze ervoor dat:
21° een duidelijke omschrijving wordt gegeven van de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken actoren, waaronder:
3a) de producenten die producten op het grondgebied op de markt brengen;
4b) de organisaties die namens hen verplichtingen op grond van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomen;
5c) de private of publieke inzamelaars en afvalverwerkers;
6d) de lokale besturen;
7e) de exploitanten van installaties voor hergebruik en voorbereiding voor hergebruik en de ondernemingen van de sociale economie, als dat van toepassing is;
82° doelstellingen voor afvalbeheer worden vastgesteld, in overeenstemming met de afvalhiërarchie, om ten minste de kwantitatieve doelstellingen te behalen die relevant zijn voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en andere kwantitatieve en/of kwalitatieve doelstellingen die relevant worden geacht voor de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid;
93° een rapportagesysteem wordt opgezet om gegevens te verzamelen over:
10a) de producten die producenten op het grondgebied op de markt brengen;
11b) de inzameling en verwerking van afval dat afkomstig is van die producten, met vermelding van de materiaalstromen als dat van toepassing is;
12c) andere gegevens dan de gegevens, vermeld in punt a) en b), die relevant zijn voor de toepassing van punt 2° ;
134° een gelijke behandeling en non-discriminatie van producenten worden gewaarborgd, ongeacht hun oorsprong of grootte, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen en producenten van kleine hoeveelheden producten;
145° de nodige maatregelen worden genomen om de houders van afvalstoffen te informeren over afvalpreventie, hergebruik en voorbereiding voor hergebruik, terugname- en inzamelingssystemen en het voorkomen van zwerfvuil;
156° de nodige maatregelen worden genomen om de houders van afvalstoffen aan te sporen om hun afval af te leveren bij de bestaande systemen voor gescheiden inzameling.
16§ 2. Als de Vlaamse Regering conform artikel 21, § 1, eerste lid, regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vaststelt, neemt ze de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de financiële bijdragen die de producent betaalt om zijn verplichtingen voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen, aan de volgende voorwaarden voldoen:
171° ze dekken minstens de volgende kosten voor de producten die de producent op de markt brengt:
18a) de kosten van de gescheiden inzameling van afval en vervolgens het vervoer en de verwerking ervan, met inbegrip van de verwerking die nodig is om te voldoen aan de doelstellingen, rekening houdend met de inkomsten uit het gebruik en de verkoop van secundaire grondstoffen van hun producten en niet-opgeëist statiegeld;
19b) de kosten van het verstrekken van passende informatie aan afvalstoffenhouders conform paragraaf 1, 5° ;
20c) de kosten van het verzamelen en rapporteren van gegevens conform paragraaf 1, 3° ;
212° in geval van collectieve uitvoering van de verplichtingen voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zijn ze, als dat mogelijk is, gedifferentieerd voor afzonderlijke producten of groepen van soortgelijke producten. Daarbij wordt uitgegaan van de gehele levenscyclus, in afstemming met de geldende Europese vereisten en, als die beschikbaar zijn, op basis van geharmoniseerde Europese criteria. Voor de differentiatie kan rekening worden gehouden met:
22a) duurzaamheid;
23b) repareerbaarheid;
24c) herbruikbaarheid en recycleerbaarheid;
25d) de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen;
263° ze bedragen niet meer dan de kosten die nodig zijn om de afvalbeheersdiensten op kostenefficiënte wijze te verrichten. Die kosten worden op transparante wijze vastgesteld tussen de betrokken actoren.
27De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, is niet van toepassing op regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die zijn vastgesteld voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, afgedankte voertuigen of afgedankte batterijen en accu's.
28Als dat wordt gerechtvaardigd door de noodzaak om een adequaat afvalbeheer en de economische levensvatbaarheid van de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te waarborgen, kan er afgeweken worden van de verdeling van financiële verantwoordelijkheid, vermeld in het eerste lid, 1°, a). Die afwijking kan alleen op voorwaarde dat de producenten ten minste 80% van de noodzakelijke kosten dragen en mits de overige kosten worden gedragen door de afvalstoffenproducent of de distributeur van het product waaruit het afval is voortgekomen.
+3 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 25
6b) nuttig mag toepassen.6b) nuttig mag toepassen.
7§ 2. Iedere afgifte van bedrijfsafvalstoffen als vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, gebeurt tegen de ontvangst van een afgiftebewijs, al dan niet in elektronische vorm. Met behoud van de toepassing van artikel 23 moeten de houders van bedrijfsafvalstoffen dat afgiftebewijs op elk moment kunnen voorleggen tot minstens vijf jaar na de datum van de afgifte van de afvalstoffen.7§ 2. Iedere afgifte van bedrijfsafvalstoffen als vermeld in paragraaf 1, 2° en 3°, gebeurt tegen de ontvangst van een afgiftebewijs, al dan niet in elektronische vorm. Met behoud van de toepassing van artikel 23 moeten de houders van bedrijfsafvalstoffen dat afgiftebewijs op elk moment kunnen voorleggen tot minstens vijf jaar na de datum van de afgifte van de afvalstoffen.
8Het eerste lid is niet van toepassing als voldaan is aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
91° de aard, samenstelling en hoeveelheid van het bedrijfsafval van de afvalstoffenproducent zijn vergelijkbaar met de aard, samenstelling en hoeveelheid van huishoudelijke afvalstoffen. De Vlaamse Regering kan hiertoe nadere regels bepalen;
102° het bedrijfsafval van de afvalstoffenproducent wordt samen met huishoudelijk afval in één ronde ingezameld.
8§ 3. Het afgiftebewijs vermeldt :11§ 3. Het afgiftebewijs vermeldt :
91° datum van afgifte;121° datum van afgifte;
+1 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 30
104° de handeling in kwestie in overeenstemming is met de beste beschikbare technieken.104° de handeling in kwestie in overeenstemming is met de beste beschikbare technieken.
11§ 5. Als gevaarlijke afvalstoffen in strijd met paragraaf 3 en 4 gemengd zijn, moet een scheidingsbehandeling worden uitgevoerd, als dat technisch en economisch haalbaar is en als dat voor de naleving van artikel 12, § 3, nodig is.11§ 5. Als gevaarlijke afvalstoffen in strijd met paragraaf 3 en 4 gemengd zijn, moet een scheidingsbehandeling worden uitgevoerd, als dat technisch en economisch haalbaar is en als dat voor de naleving van artikel 12, § 3, nodig is.
12Als conform het eerste lid geen scheiding vereist is, wordt het gemengd afval verwerkt in een faciliteit die beschikt over een vergunning om dat mengsel te verwerken conform artikel 11.
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/6
4Een asbestveilige toestand is een toestand waarin bij normaal gebruik van de publieke constructie met risicobouwjaar geen blootstellingsrisico's kunnen ontstaan voor mens en milieu doordat men zich heeft ontdaan van alle eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen met niet-laag risico en de resterende asbesthoudende materialen veilig worden beheerd.4Een asbestveilige toestand is een toestand waarin bij normaal gebruik van de publieke constructie met risicobouwjaar geen blootstellingsrisico's kunnen ontstaan voor mens en milieu doordat men zich heeft ontdaan van alle eenvoudig bereikbare asbesthoudende materialen met niet-laag risico en de resterende asbesthoudende materialen veilig worden beheerd.
5Asbesthoudende materialen hebben een laag risico wanneer het op basis van hun aard, staat en voorkomen weinig waarschijnlijk is dat asbestvezels kunnen vrijkomen. Asbesthoudende materialen worden veilig beheerd als de materialen met laag risico deze status behouden en er voor de materialen met niet-laag risico maatregelen zijn getroffen om het risico op het vrijkomen van asbestvezels te verhinderen. In het inspectieprotocol, vermeld in artikel 33/10, § 3, kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de risico-evaluatie en het veilig beheer van asbesthoudende materialen.5Asbesthoudende materialen hebben een laag risico wanneer het op basis van hun aard, staat en voorkomen weinig waarschijnlijk is dat asbestvezels kunnen vrijkomen. Asbesthoudende materialen worden veilig beheerd als de materialen met laag risico deze status behouden en er voor de materialen met niet-laag risico maatregelen zijn getroffen om het risico op het vrijkomen van asbestvezels te verhinderen. In het inspectieprotocol, vermeld in artikel 33/10, § 3, kunnen nadere regels worden vastgesteld omtrent de risico-evaluatie en het veilig beheer van asbesthoudende materialen.
6Voor publieke constructies met risicobouwjaar waarvoor de eigenaar overeenkomstig artikel 33/9 over een asbestinventarisattest moet beschikken, bewijst dit attest of al dan niet aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, 1°, is voldaan. Voor de andere constructies met risicobouwjaar kan de Vlaamse Regering bepalen hoe de naleving van deze verplichting kan worden aangetoond.6Voor publieke constructies met risicobouwjaar waarvoor de eigenaar overeenkomstig artikel 33/9 over een asbestinventarisattest moet beschikken, bewijst dit attest of al dan niet aan de verplichting, vermeld in het eerste lid, 1°, is voldaan. Voor de andere publieke constructies met risicobouwjaar kan de Vlaamse Regering bepalen hoe de naleving van deze verplichting kan worden aangetoond.
+5 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/9
1§ 1. Met behoud van de toepassing van artikel 33/14 beschikt de eigenaar van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar uiterlijk op 31 december 2031 over een asbestinventarisattest.
2Bij wooneenheden mag een asbestinventaris als vermeld in artikel 33/10, § 1, en een asbestinventarisattest maar betrekking hebben op één wooneenheid.
3Als de toegankelijke constructie met risicobouwjaar onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, valt, of onder de toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, beschikt de eigenaar over een afzonderlijk asbestinventarisattest voor zowel de gemeenschappelijke delen als voor het privédeel. Voor de toegankelijke constructies met risicobouwjaar die niet vallen onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 577-3 van het Burgerlijk Wetboek, of onder de toepassing van artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek, kan de Vlaamse Regering de regels bepalen voor de opmaak van een asbestinventaris voor de gemeenschappelijke delen.
4Met het oog op de realisatie van de beleidsdoelstelling `Asbestveilig Vlaanderen 2040' kan de Vlaamse Regering bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar uitsluiten van de verplichting, vermeld in het eerste lid, als het op basis van hun bouwtechnische karakteristieken niet redelijk of proportioneel is om onder de verplichting te vallen. De Vlaamse Regering kan een uitstel voor een duur van maximaal vier jaar verlenen voor de verplichting, vermeld in het eerste lid, voor bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar na 1980. De Vlaamse Regering kan de verplichting tot het opstellen van een asbestinventaris per wooneenheid, vermeld in het tweede lid, en het opmaken van een afzonderlijke asbestinventaris voor de gemeenschappelijke delen als voor de privatieve delen, vermeld in het derde lid, verder uitwerken. De Vlaamse Regering kan richtlijnen bepalen voor gebouwen en gebouweenheden bij de opmaak van een asbestinventaris.
5§ 2. Elke verhuurder van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar die over een geldig asbestinventarisattest beschikt, overhandigt een kopie aan de huurder bij het aangaan van de huur of binnen een termijn van één maand na de datum vermeld op het asbestinventarisattest als dit afgeleverd werd tijdens een lopende huurperiode.
+18 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/10
1§ 1. Een asbestinventarisattest wordt verkregen nadat een asbestinventaris is opgemaakt.
2§ 2. De asbestinventaris bevat minstens:
31° de identificatie van de toegankelijke constructie met risicobouwjaar;
42° een opsomming van de aangetroffen asbesthoudende of asbestverdachte materialen;
53° een aanduiding van de geïnventariseerde asbesthoudende materialen waarvoor conform artikel 33/5 of 33/6 een verwijderingsplicht geldt;
64° een risico-evaluatie van de asbesthoudende materialen;
75° een advies over urgente maatregelen ter remediëring van de vastgestelde acute blootstellingsrisico's, als dat nodig is.
8§ 3. Een asbestinventaris wordt opgemaakt door een asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in artikel 33/16, conform een inspectieprotocol asbestinventarisatie.
9De Vlaamse Regering bepaalt hoe het inspectieprotocol asbestinventarisatie wordt vastgesteld. De Vlaamse Regering kan de verdere inhoud van het inspectieprotocol asbestinventarisatie bepalen. Het inspectieprotocol asbestinventarisatie kan bepalen welke constructies met risicobouwjaar bijkomend deel moeten uitmaken van de asbestinventaris, kan bepaalde constructies met risicobouwjaar of bepaalde materialen uitsluiten van de asbestinventaris en kan de modaliteiten bepalen voor het opmaken van een asbestinventaris per gebouw, gebouweenheid, wooneenheid en gemeenschappelijk deel.
10De eigenaar van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar stelt zijn eigendom open en toegankelijk opdat de asbestdeskundige inventarisatie veilig een volledige asbestinventaris kan opmaken. Dit recht van toegang moet uitgeoefend worden op een redelijke en proportionele wijze. De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen.
11De Vlaamse Regering kan bepalen onder welke voorwaarden een interne preventieadviseur of interne milieucoördinator die de werkgever heeft aangesteld, de taken van de asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/16, kan vervullen om een asbestinventaris op te maken voor de toegankelijke constructie met risicobouwjaar waar de werkgever werknemers tewerkstelt.
12§ 4. De asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/16, geeft de asbestinventaris in een databank asbestinventarisatie in. De asbestdeskundige inventarisatie kan conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens hierbij de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken: persoonlijke contactgegevens, woningkenmerken en rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid. De asbestdeskundige inventarisatie bewaart de persoonlijke contactgegevens en het rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid uiterlijk tot een geldig asbestinventarisatieattest is afgeleverd conform artikel 33/11.
13De databank, vermeld in het eerste lid, wordt beheerd door de OVAM. De OVAM kan in de databank, naast de gegevens, vermeld in paragraaf 2 en in artikel 33/14, § 3, tweede lid, ook conform de bepalingen van de regelgeving over de bescherming en verwerking van persoonsgegevens de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken: persoonlijke contactgegevens, woningkenmerken en rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid.
14Alle persoonsgegevens die de OVAM verkrijgt en verwerkt in het kader van de toepassing van deze afdeling, mogen uitsluitend worden aangewend voor de verwezenlijking van de bepalingen van deze onderafdeling en artikel 12 en de organisatie van het toezicht op en de handhaving van het asbestafbouwbeleid, vermeld in deze onderafdeling en artikel 12.
15De persoonlijke contactgegevens en het rijksregisternummer/identificatienummer van de sociale zekerheid die in de databank zijn opgenomen, worden maximaal bewaard tot een overdracht plaatsvindt, overeenkomstig artikel 33/14, § 3.
16De OVAM geldt als verwerkingsverantwoordelijke, zoals vermeld in artikel 4, 7°, van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.
17De Vlaamse Regering bepaalt welke persoonsgegevens onder de categorieën, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden opgenomen in de databank. De Vlaamse Regering bepaalt welke actoren toegang krijgen tot de databank alsook de omvang en de modaliteiten van hun toegangsrechten.
18De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen omtrent het beheer en de verwerking van de gegevens en de persoonsgegevens die in de databank worden opgenomen.
+8 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/14
1§ 1. De eigenaar deelt de inhoud van een geldig asbestinventarisattest mee aan de kandidaat-verwerver bij het sluiten van een onderhandse akte of overeenkomst voor de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar.
2Als de toegankelijke constructie met risicobouwjaar onder het stelsel van gedwongen mede-eigendom, vermeld in artikel 3.84 van het Burgerlijk Wetboek, of onder de toepassing van artikel 3.78 tot en met 3.83 van het Burgerlijk Wetboek valt, wordt zowel voor de gemeenschappelijke delen als voor elk privédeel dat deel uitmaakt van de overdracht, een afzonderlijk asbestinventarisattest uitgereikt.
3§ 2. De onderhandse akte of de overeenkomst die de modaliteiten van de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar vastlegt, vermeldt of de inhoud van het geldige asbestinventarisattest voorafgaandelijk is meegedeeld aan de verwerver, alsook de datum, samenvattende conclusie en de unieke code van het attest.
4§ 3. In alle authentieke akten voor de overdracht van een toegankelijke constructie met risicobouwjaar vermeldt de instrumenterend ambtenaar of een geldig asbestinventarisattest is overhandigd aan de verwerver. Hij neemt ook de datum, samenvattende conclusie en unieke code van dat attest op in de akte.
5§ 4. Het asbestinventarisattest, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft enkel betrekking op de constructies met risicobouwjaar die het voorwerp uitmaken van de overdracht. Het asbestinventarisattest kan maar betrekking hebben op één wooneenheid.
6§ 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, en kan voorzien in een afwijking voor bepaalde categorieën van toegankelijke constructies met risicobouwjaar.
7§ 6. De verwerver kan de nietigheid vorderen van de overdracht die heeft plaatsgevonden in strijd met de bepalingen van dit artikel.
8De nietigheid kan niet meer worden ingeroepen als de verwerver zijn verzaking van de nietigheidsvordering uitdrukkelijk in de authentieke akte heeft laten opnemen en hij een geldig asbestinventarisattest heeft gekregen.
+5 −0 decreet-2011-12-23-1021295/art. 33/16
1De asbestdeskundige inventarisatie, vermeld in artikel 33/10, is een onafhankelijke deskundige die gecertificeerd is door een certificatie-instelling.
2De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de certificering van een asbestdeskundige inventarisatie, de nadere regels voor de kwaliteitsborging, de voorwaarden voor het gebruik van het certificaat en de voorwaarden en de procedure tot schorsing en opheffing van het certificaat.
3Certificatie-instellingen voor de certificering van asbestdeskundigen inventarisatie en de kwaliteitsborging ervan beschikken over een erkenning. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de erkenning, de voorwaarden en de procedure voor de schorsing en de opheffing van de erkenning en de voorwaarden voor het gebruik van de erkenning. De Vlaamse Regering legt ook de taken en kwaliteitseisen vast en kan een instantie aanwijzen die ermee belast is de erkenning van de certificatie-instellingen te controleren.
4De OVAM is van rechtswege gecertificeerd als asbestdeskundige inventarisatie.
5Voor de certificering van een asbestdeskundige inventarisatie als vermeld in het eerste en het tweede lid, en de erkenning van een certificatie-instelling als vermeld in het derde lid, kan een certificatiereglement opgesteld worden. De Vlaamse Regering kan bepalen hoe dit certificatiereglement wordt vastgesteld en kan de inhoud ervan bepalen.
+3 −4 decreet-2011-12-23-1021295/art. 36
1Sommige specifieke afvalstoffen zijn niet langer afvalstoffen als ze een behandeling voor nuttige toepassing, waaronder recyclage, hebben ondergaan, en als ze voldoen aan specifieke criteria die opgesteld moeten worden onder de volgende voorwaarden:1Afvalstoffen worden niet langer als afvalstoffen beschouwd als ze een behandeling voor recyclage of andere nuttige toepassing hebben ondergaan en ze voldoen aan al de volgende voorwaarden:
21° de stof of het voorwerp wordt gebruikelijk toegepast voor specifieke doelen;21° de stof of het voorwerp is bestemd om te worden gebruikt voor specifieke doelen;
32° er is een markt voor of vraag naar de stof of het voorwerp;32° er is een markt voor of vraag naar de stof of het voorwerp;
43° de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de specifieke doelenen aan de voor producten geldende wetgeving en normen;43° de stof of het voorwerp voldoet aan de technische voorschriften voor de specifieke doelen, vermeld in punt 1°, en aan de voor producten geldende wetgeving en normen;
54° het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.54° het gebruik van de stof of het voorwerp heeft over het geheel genomen geen ongunstige effecten op het milieu of de menselijke gezondheid.
6Die criteria moeten worden uitgewerkt overeenkomstig artikel 39 en 40.
+8 −3 decreet-2011-12-23-1021295/art. 39
1§ 1. De Vlaamse Regering wijst indien nodig, overeenkomstig Europese voorschriften, de materialen aan en legt specifieke criteria op om aan te geven of het betreffende materiaal kan worden beschouwd als een bijproduct of als een materiaal dat de einde-afvalfase heeft bereikt.1§ 1. De Vlaamse Regering wijst indien nodig, overeenkomstig Europese voorschriften, de materialen aan en legt specifieke criteria op om aan te geven of het betreffende materiaal kan worden beschouwd als een bijproduct of als een materiaal dat de einde-afvalfase heeft bereikt.
2§ 2. Als er voor een specifiek materiaal geen Europese criteria zijn vastgelegd, kan de Vlaamse Regering voor dat materiaal specifieke criteria uitwerken die moeten garanderen dat de voorwaarden, vermeld in artikel 36 en 37, zijn vervuld.2§ 2. Als er voor een specifiek materiaal geen Europese criteria zijn vastgelegd, kan de Vlaamse Regering specifieke criteria uitwerken die moeten garanderen dat de voorwaarden, vermeld in artikel 36 en 37, zijn vervuld.
3De criteria, vermeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op de herkomst van het materiaal, de manier waarop het is ingezameld, geproduceerd of verwerkt, de aard en samenstelling van het materiaal, grenswaarden voor verontreinigende stoffen, het toegelaten gebruiksgebied, de toegelaten wijze van aanwending en de aanwezigheid van een kwaliteitsborgingssysteem dat waakt over input, procesvoering en eindkwaliteit.
3De criteria, vermeld in het eerste lid, waarborgen een hoog niveau van bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid en bevorderen een behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Ze hebben betrekking op:
41° het afvalmateriaal dat als input voor de handeling voor nuttige toepassing mag worden gebruikt;
52° de toegelaten verwerkingsprocessen en -technieken;
63° de kwaliteitscriteria voor materialen die het resultaat zijn van de handeling voor nuttige toepassing overeenkomstig de toepasselijke productnormen, waaronder, als dat nodig is, grenswaarden voor verontreinigende stoffen;
74° de vereisten waaraan beheerssystemen moeten voldoen om aan te tonen dat de criteria zijn nageleefd, met inbegrip van kwaliteitscontrole en interne controle en, in voorkomend geval, accreditatie;
85° de vereiste inzake conformiteitsverklaring.
4Bij de evaluatie van de over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu en de menselijke gezondheid, vermeld in artikel 36, 4°, en artikel 37, 4°, wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3.9Bij de evaluatie van de over het geheel genomen ongunstige effecten op het milieu en de menselijke gezondheid, vermeld in artikel 36, 4°, en artikel 37, 4°, wordt rekening gehouden met de doelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3..
5§ 3. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop materialen worden aangewezen, en voor de wijze waarop daarvoor criteria worden uitgewerkt, overeenkomstig paragraaf 1 en 2.10§ 3. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop materialen worden aangewezen, en voor de wijze waarop daarvoor criteria worden uitgewerkt, overeenkomstig paragraaf 1 en 2.
6§ 4. Afvalstoffen die overeenkomstig de criteria, vermeld in paragraaf 1 en 2, niet langer als afvalstoffen gelden, gelden ook als gerecycleerd of nuttig toegepast in het kader van het halen van eventuele doelstellingen voor recyclage of nuttige toepassing.11§ 4. Afvalstoffen die overeenkomstig de criteria, vermeld in paragraaf 1 en 2, niet langer als afvalstoffen gelden, gelden ook als gerecycleerd of nuttig toegepast in het kader van het halen van eventuele doelstellingen voor recyclage of nuttige toepassing.
+4 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 40
1De Vlaamse Regering kan eisen dat een grondstofverklaring wordt afgeleverd die aantoont dat aan de voorwaarden en criteria, vermeld in artikel 36, 37 en 39, is voldaan.1§1. De Vlaamse Regering kan eisen dat een grondstofverklaring wordt afgeleverd die aantoont dat aan de voorwaarden en criteria, vermeld in artikel 36, 37 en 39, is voldaan.
2De OVAM beslist over de aanvragen voor het afleveren van een grondstofverklaring. Tegen de beslissingen van de OVAM over het afleveren van een grondstofverklaring kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu.2De OVAM beslist over de aanvragen voor het afleveren van een grondstofverklaring. Tegen de beslissingen van de OVAM over het afleveren van een grondstofverklaring kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu.
3De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure voor het afleveren van een grondstofverklaring, de behandeling van de beroepen en de voorwaarden van een grondstofverklaring.3De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure voor het afleveren van een grondstofverklaring, de behandeling van de beroepen en de voorwaarden van een grondstofverklaring.
4§ 2. Voor materialen waarvoor geen specifieke criteria bestaan en die niet bestemd zijn om te worden ingezet als brandstof, kan de houder een zelfbeoordeling uitvoeren op basis van de voorwaarden, vermeld in artikel 36 of 37. De Vlaamse Regering kan regels uitwerken waarmee de houder kan verifiëren of een bepaald materiaal niet of niet meer als een afvalstof moet worden beschouwd.
5§ 3. Een natuurlijke of rechtspersoon die voor de eerste keer een materiaal gebruikt dat niet langer een afvalstof is en niet in de handel is gebracht, of een materiaal voor het eerst sinds het niet langer een afvalstof is, in de handel brengt, ziet erop toe dat het materiaal voldoet aan de vereisten in kwestie, vermeld in de wetgeving over de chemische stoffen en producten.
6Aan de voorwaarden, vermeld in artikel 36 of 37, is voldaan voordat de wetgeving over de chemische stoffen en producten van toepassing is op het materiaal dat niet of niet meer als een afvalstof moet worden beschouwd.
+1 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 41
1De havenbeheerder zorgt ervoor dat de kosten voor het gebruik van de havenontvangstvoorzieningen die verbonden zijn aan de afgifte van scheepsafval van de zeevaart, met inbegrip van de behandeling en verwerking van het scheepsafval, worden betaald met bijdragen van de schepen via een kostendekkingssysteem dat niet mag aanzetten tot de lozing van afval in zee.1De havenbeheerder zorgt ervoor dat de kosten voor het gebruik van de havenontvangstvoorzieningen die verbonden zijn aan de afgifte van afval van schepen van de zeevaart, met inbegrip van de ontvangst en verwerking van dat afval en met uitzondering van passief opgevist afval, worden betaald met bijdragen van de schepen via een kostendekkingssysteem dat niet mag aanzetten tot de lozing van afval in zee.
2De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen waaraan het kostendekkingssysteem moet voldoen.2De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen waaraan het kostendekkingssysteem moet voldoen.
+4 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 66
1§ 1. De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot erkenning als laboratorium voor de uitvoering van analyses op stalen van afvalstoffen en bodem, vermeld in artikel 7, tweede lid, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.1§ 1. De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot erkenning als laboratorium voor de uitvoering van analyses op stalen van afvalstoffen en bodem, vermeld in artikel 7, tweede lid, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
2De Vlaamse Regering kan de aanvraag tot opname in een register als vermeld in artikel 13, § 1, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.2De Vlaamse Regering kan de opname in het register, vermeld in artikel 13, afhankelijk stellen van een retributie die de kosten dekt van al de volgende elementen:
31° de administratieve behandeling van de aanvraag;
42° het beheer van het register;
53° de uitoefening van het toezicht op de voorwaarden die aan de registratie gekoppeld zijn.
3De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot erkenning of registratie voor het beheer van dierlijke bijproducten als vermeld in artikel 33, § 3, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.6De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot erkenning of registratie voor het beheer van dierlijke bijproducten als vermeld in artikel 33, § 3, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
4De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot aflevering van een grondstofverklaring als vermeld in artikel 40 voor de producent van de beoogde grondstof of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in diens naam optreedt, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.7De Vlaamse Regering kan de beoordeling van een aanvraag tot aflevering van een grondstofverklaring als vermeld in artikel 40 voor de producent van de beoogde grondstof of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in diens naam optreedt, afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd