§ flandrepo
7 regels · van kracht sinds 9 jun 2023
1Als de burgemeester overgaat tot herhuisvesting van de bewoners van een onbewoonbare of overbewoonde woning of van een goed als vermeld in artikel 3.35, kan de gemeente onder meer de volgende kosten terugvorderen van de verhuurder of de persoon die de woning of het goed, vermeld in artikel 3.35, ter beschikking heeft gesteld:
21° de kosten om de woning te ontruimen;
32° de kosten voor het vervoer en de opslag van het meubilair en de goederen van de bewoners;
43° de installatiekosten met betrekking tot de nieuw te betrekken woning;
54° het verschil tussen de kosten per maand van de woning, vermeld in punt 3°, of van het verblijf in een daartoe uitgeruste voorziening, en 20% van het maandelijkse beschikbare inkomen van de bewoner.
6Het verschil, vermeld in het eerste lid, 4°, kan teruggevorderd worden voor een periode van maximaal een jaar.
7Als de gemeente daartoe een samenwerkingsovereenkomst sluit met de Vlaamse Regering, kan de Vlaamse Regering de kosten, vermeld in het eerste lid, laten prefinancieren door het Vlaamse Gewest. In dat geval treedt het Vlaamse Gewest voor de geprefinancierde kosten in alle rechten die de gemeente heeft ten aanzien van de schuldenaar. De eventuele invordering gebeurt met een dwangbevel dat opgesteld, geviseerd en uitvoerbaar verklaard wordt door de ambtenaren die aangewezen zijn met toepassing van artikel 5.4.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd