Tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat betreft de versterking van deontologie en integriteit in lokale en provinciale besturen #980
Open Vlaamse Regering wil 9 artikels wijzigen in decreet-2017-12-22-1029017 · 8 september 2026 Alle checks geslaagd
17 artikels gewijzigd
8 van 17 wijzigingen berekend door de instructies op de huidige tekst toe te passen. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | §1. De gemeenteraad neemt een deontologische code aan en richt een deontologische commissie op. | ||
| 1 | De gemeenteraad neemt een deontologische code aan en richt een deontologische commissie op. De deontologische code regelt ook de samenstelling, werking en bevoegdheid van de deontologische commissie. De deontologische commissie bestaat minstens uit één vertegenwoordiger per fractie in de gemeenteraad. | 2 | De deontologische code regelt minstens de deontologische rechten en plichten van de gemeenteraadsleden, alsook de samenstelling, de werking en de bevoegdheid van de deontologische commissie. |
| 3 | §2. De deontologische commissie bestaat minstens uit één vertegenwoordiger per fractie in de gemeenteraad. De leden van de deontologische commissie kunnen ook niet-raadsleden zijn. | ||
| 4 | De deontologische code regelt de aanduiding van de voorzitter van de deontologische commissie en voorziet ten minste in een vervangingsregeling voor de voorzitter in geval van diens afwezigheid of als deze bij een welbepaalde aangelegenheid betrokken partij is als vermeld in artikel 27. | ||
| 5 | De leden van de deontologische commissie houden zich aan het beroepsgeheim. Een schending daarvan kan strafrechtelijk vervolgd worden conform artikel 458 van het Strafwetboek. | ||
| 6 | §3. De deontologische commissie heeft minstens volgende taken: | ||
| 7 | 1° minstens twee keer per bestuursperiode de deontologische code evalueren; | ||
| 8 | 2° reflecteren over mogelijke integriteitsrisico’s die kunnen voortvloeien uit de nevenfuncties van gemeenteraadsleden; | ||
| 9 | 3° klachten behandelen over inbreuken op deontologische regels en integriteitsschendingen door gemeenteraadsleden overeenkomstig paragraaf 4; | ||
| 10 | 4° klachten behandelen die de toezichthoudende overheid bezorgt aan de deontologische commissie conform artikel 332, §1, vierde lid. | ||
| 11 | De deontologische code regelt de verdere procedures voor de uitvoering van deze taken. | ||
| 12 | Voor de taken, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, treedt de deontologische commissie op als een adviserend orgaan. De deontologische commissie brengt haar adviezen uit bij consensus. Als de deontologische commissie geen consensus bereikt, bevat het advies van de deontologische commissie het meerderheids- en minderheidsstandpunt. | ||
| 13 | Voor de taken, vermeld in het eerste lid, 3° en 4°, doet de deontologische commissie een uitspraak over de voorgelegde klacht. | ||
| 14 | §4. Eenieder kan klacht indienen over inbreuken op deontologische regels en integriteitsschendingen door gemeenteraadsleden. | ||
| 15 | Een klacht is ontvankelijk als ze aan al de volgende voorwaarden voldoet: | ||
| 16 | 1° ze is schriftelijk ingediend; | ||
| 17 | 2° ze vermeldt de voornaam of voornamen, de achternaam en het adres van de klager; | ||
| 18 | 3° ze vermeldt de naam van de mandataris die de vermoedelijke onregelmatigheid heeft gepleegd; | ||
| 19 | 4° ze bevat concrete, nauwkeurig omschreven en pertinente overwegingen of feiten die rechtstreeks betrekking hebben op de beweerde deontologische inbreuk of integriteitsschending; | ||
| 20 | 5° ze is niet kennelijk ongegrond. | ||
| 21 | De voorzitter van de deontologische commissie onderzoekt of een klacht voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten, vermeld in het tweede lid. De deontologische code kan bepalen dat de voorzitter dat doet in samenspraak met een of meer andere personen. | ||
| 22 | De deontologische code kan, in afwijking van het derde lid, bepalen dat een onafhankelijk orgaan van experten het ontvankelijkheidsonderzoek uitvoert. | ||
| 23 | Als personeelsleden deel uitmaken van dat orgaan, maken ze nooit de meerderheid ervan uit. Mandatarissen kunnen geen lid zijn van dat orgaan. | ||
| 24 | Een ontvankelijke klacht wordt door de voorzitter van de commissie geagendeerd op de deontologische commissie. | ||
| 25 | De deontologische commissie doet een uitspraak over de klacht. De uitspraak wordt bezorgd aan de klachtindiener en het raadslid in kwestie en wordt ter kennisgeving bezorgd aan de gemeenteraad. |
| 1 | Het college van burgemeester en schepenen heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de gemeenteraad met toepassing van artikel 39. Het college van burgemeester en schepenen kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code zoals aangenomen door de gemeenteraad omvat. | 1 | Het college van burgemeester en schepenen heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de gemeenteraad met toepassing van artikel 39. Het college van burgemeester en schepenen kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code zoals aangenomen door de gemeenteraad omvat. De leden van het college van burgemeester en schepenen vallen onder de bevoegdheid van de deontologische commissie van de gemeenteraad. |
Art. 14. In artikel 83, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede “"de raad voor maatschappelijk welzijn" en” wordt vervangen door de zinsnede “"de raad voor maatschappelijk welzijn",”;
2° de zinsnede “en “artikel 39” wordt gelezen als “artikel 39 samen gelezen met artikel 74”” wordt toegevoegd.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | Het bijzonder comité voor de sociale dienst heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de raad voor maatschappelijk welzijn. | 1 | Het bijzonder comité voor de sociale dienst heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de raad voor maatschappelijk welzijn. |
| 2 | Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code, zoals aangenomen door de raad voor maatschappelijk welzijn, omvat. | 2 | Het bijzonder comité voor de sociale dienst kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code, zoals aangenomen door de raad voor maatschappelijk welzijn, omvat. |
| 3 | De leden van het bijzonder comité voor de sociale dienst vallen onder de bevoegdheid van de deontologische commissie van de raad voor maatschappelijk welzijn. |
| 1 | De districtsschepenen hanteren de deontologische code van het college van burgemeester en schepenen, vermeld in artikel 55. De leden worden door de districtssecretaris van die deontologische code en de wijzigingen erin binnen een maand na de aanneming ervan op de hoogte gebracht. | 1 | De districtsschepenen hanteren de deontologische code van het college van burgemeester en schepenen, vermeld in artikel 55. De leden worden door de districtssecretaris van die deontologische code en de wijzigingen erin binnen een maand na de aanneming ervan op de hoogte gebracht. De leden van het districtscollege vallen onder de bevoegdheid van de deontologische commissie van de gemeenteraad. |
| 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en artikel 22 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn kan de Vlaamse Regering de burgemeester, de schepen, de voorzitter van de gemeenteraad, de voorzitter van het vast bureau, het lid van het vast bureau of de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst schorsen of afzetten wegens kennelijk wangedrag of grove nalatigheid . De betrokken persoon wordt vooraf gehoord. | 1 | Met behoud van de toepassing van artikel 6, § 1, VIII, eerste lid, 5°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en artikel 22 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn kan de Vlaamse Regering de burgemeester, de schepen, de voorzitter van de gemeenteraad, de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, de voorzitter van het vast bureau, het lid van het vast bureau of de voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst schorsen of afzetten wegens kennelijk wangedrag, grove nalatigheid of een ernstige deontologische inbreuk. De betrokken persoon wordt vooraf gehoord. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de nadere procedureregels. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de nadere procedureregels. |
| 3 | De afgezette burgemeester, schepen,voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van het vast bureau, lid van het vast bureau of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan pas na verloop van twee jaar opnieuw worden aangesteld in een functie van burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van het vast bureau, lid van het vast bureau of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. | 3 | De afgezette burgemeester, schepen,voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, voorzitter van het vast bureau, lid van het vast bureau of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst kan pas na verloop van twee jaar opnieuw worden aangesteld in een functie van burgemeester, schepen, voorzitter van de gemeenteraad, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, voorzitter van het vast bureau, lid van het vast bureau of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst. |
| 16 | 3° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling werken in geschillen ten behoeve van het autonoom gemeentebedrijf. Dat verbod geldt ook voor de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken; | 16 | 3° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling werken in geschillen ten behoeve van het autonoom gemeentebedrijf. Dat verbod geldt ook voor de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken; |
| 17 | 4° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van het autonoom gemeentebedrijf of ten behoeve van een personeelslid van het autonoom gemeentebedrijf in het kader van beslissingen over de tewerkstelling binnen het autonoom gemeentebedrijf. Dat verbod geldt ook voor de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken. | 17 | 4° rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris werkzaam zijn in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van het autonoom gemeentebedrijf of ten behoeve van een personeelslid van het autonoom gemeentebedrijf in het kader van beslissingen over de tewerkstelling binnen het autonoom gemeentebedrijf. Dat verbod geldt ook voor de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken. |
| 18 | §6. De raad van bestuur heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de gemeenteraad. De raad van bestuur kan echter zelf een deontologische code aannemen die minstens de deontologische code, zoals aangenomen door de gemeenteraad, omvat. | ||
| 19 | De leden van de raad van bestuur vallen onder de bevoegdheid van de deontologische commissie van de gemeenteraad. | ||
| 1 | § 1. Het systeem van klachtenbehandeling wordt zowel voor de gemeente als voor het openbaar centrum van maatschappelijk welzijn georganiseerd op het ambtelijke niveau en is maximaal onafhankelijk van de diensten waarop de klachten betrekking hebben. De algemeen directeur neemt dat op in het organisatiebeheersingssysteem, vermeld in artikel 218. | 1 | § 1. Het systeem van klachtenbehandeling wordt zowel voor de gemeente als voor het openbaar centrum van maatschappelijk welzijn georganiseerd op het ambtelijke niveau en is maximaal onafhankelijk van de diensten waarop de klachten betrekking hebben. De algemeen directeur neemt dat op in het organisatiebeheersingssysteem, vermeld in artikel 218. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid, worden klachten over inbreuken op deontologische regels en integriteitsschendingen als vermeld in artikel 39, §3, eerste lid, 3°, bezorgd aan de voorzitter van de deontologische commissie. Die klachten worden behandeld volgens de procedure, vermeld in artikel 39, §4. | ||
| 2 | § 2. Elke gemeente kan op een van de volgende wijzen een ombudsdienst oprichten: | 3 | § 2. Elke gemeente kan op een van de volgende wijzen een ombudsdienst oprichten: |
| 3 | 1° in eigen beheer; | 4 | 1° in eigen beheer; |
| 2 | De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen. | 2 | De toezichthoudende overheid beschikt over dertig dagen om een besluit van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn te vernietigen en om het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarvan op de hoogte te brengen. |
| 3 | Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn. | 3 | Alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid worden ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn. |
| 4 | Als de toezichthoudende overheid een klacht behandelt waarin een mogelijke overtreding van een deontologische regel of een integriteitsschending is opgeworpen, kan de toezichthoudende overheid na afhandeling van de klacht de deontologische commissie gelasten om de klacht in behandeling te nemen. De toezichthoudende overheid bezorgt die klacht aan de voorzitter van de deontologische commissie. De deontologische commissie doet uitspraak over de klacht. | ||
| 4 | § 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente. | 5 | § 2. De termijn, vermeld in paragraaf 1, gaat in op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking op de webtoepassing van de gemeente van de lijst van de aangelegenheden, vermeld in artikel 285, § 1, 1° en 2°, en artikel 285, § 2, eerste lid, 1° en 2°. Voor de besluiten, vermeld in artikel 286, § 1 en § 2, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, op de dag die volgt op de kennisgeving aan de toezichthoudende overheid van de bekendmaking van het besluit op de webtoepassing van de gemeente. |
| 5 | Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit. | 6 | Onder voorbehoud van de toepassing van het eerste lid, start de termijn, vermeld in paragraaf 1, voor de besluiten van een gemeenteoverheid of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn die met toepassing van artikel 331 ambtshalve of na ontvangst van een klacht werden opgevraagd door de toezichthoudende overheid, op de dag die volgt op de verzending van het opgevraagde besluit. |