§ flandrepo

Tot wijziging van het Provinciedecreet van 9 december 2005 en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wat de gelijkstelling van de ontslagregeling voor statutaire en contractuele ambtenaren betreft #471

Gesloten Tom OngenaEgbert LachaertGwendolyn RuttenJasper Pillen Anders. wou 3 artikels wijzigen in decreet-2017-12-22-1029017 · 12 september 2025 1 checks vragen aandacht
6 artikels gewijzigd

3 van 6 wijzigingen berekend door de instructies op de huidige tekst toe te passen. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+3 −0 decreet-2017-12-22-1029017/art. 194/1 nieuw
1Met behoud van de toepassing van artikel 194, vierde lid, zijn voor de beëindiging van de hoedanigheid van statutair personeelslid artikel 15 en titel I, hoofdstuk IV, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, met uitzondering van artikel 33, 37, §1, vijfde lid, §2 tot en met §4, artikel 37/3, 37/5, 37/7, 37/11, 38 en 39bis, van overeenkomstige toepassing.
2De beëindiging van de hoedanigheid van het statutaire personeelslid is niet kennelijk onredelijk. De beëindiging is gebaseerd op redenen die verband houden met het gedrag of de geschiktheid van het personeelslid of berusten op noodwendigheden voor de werking van het bestuur. De beëindiging is dus geen beslissing zijn die nooit door een normaal en redelijk handelend lokaal bestuur zou worden genomen.
3De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de beëindiging van het statutaire dienstverband.
+3 −4 decreet-2017-12-22-1029017/art. 200 berekend
32° inhouding van salaris;32° inhouding van salaris;
43° schorsing met inhouding van salaris;43° schorsing met inhouding van salaris;
54° ontslag van ambtswege;
54° ...
65° afzetting.65° ...
7§ 2. De gemeenteraad kan de voorwaarden en de grenzen vaststellen van de tuchtstraffen, vermeld in paragraaf 1. De inhouding van salaris en de schorsing met inhouding van salaris mogen respectievelijk een termijn van zes maanden en een jaar niet overschrijden.7§ 2. De gemeenteraad kan de voorwaarden en de grenzen vaststellen van de tuchtstraffen, vermeld in paragraaf 1. De inhouding van salaris en de schorsing met inhouding van salaris mogen respectievelijk een termijn van zes maanden en een jaar niet overschrijden.
8De tuchtstraf afzetting kan slechts worden opgelegd als de feiten die daaraan ten grondslag liggen, door de wetten en decreten als een misdrijf waarop een straf van niveau 4, 5, 6, 7 of 8 is gesteld, zijn omschreven.
9Elke tuchtstraf die een inhouding van salaris inhoudt, mag niet hoger zijn dan de begrenzing, vermeld in artikel 23, tweede lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van de werknemers.8Elke tuchtstraf die een inhouding van salaris inhoudt, mag niet hoger zijn dan de begrenzing, vermeld in artikel 23, tweede lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon van de werknemers.
10§ 3. De tuchtstraffen, de voorwaarden en de grenzen die de gemeenteraad in voorkomend geval vaststelt, zijn van rechtswege van toepassing op de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient.9§ 3. De tuchtstraffen, de voorwaarden en de grenzen die de gemeenteraad in voorkomend geval vaststelt, zijn van rechtswege van toepassing op de personeelsleden van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient.
11§ 4. Elke tuchtstraf, behalve het ontslag van ambtswege en de afzetting, wordt in het persoonlijk dossier van de personeelsleden doorgehaald na verloop van een termijn van één jaar voor de blaam, drie jaar voor de inhouding van salaris en vier jaar voor de schorsing met inhouding van salaris. Die termijnen lopen vanaf de datum waarop de tuchtstraf werd uitgesproken door de tuchtoverheid of, indien beroep werd aangetekend overeenkomstig artikel 214, vanaf de datum van de uitspraak van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken. De doorhaling heeft enkel uitwerking voor de toekomst. De gemeenteraad kan kortere doorhalingstermijnen vaststellen.10§ 4. Elke tuchtstraf wordt in het persoonlijk dossier van de personeelsleden doorgehaald na verloop van een termijn van één jaar voor de blaam, drie jaar voor de inhouding van salaris en vier jaar voor de schorsing met inhouding van salaris. Die termijnen lopen vanaf de datum waarop de tuchtstraf werd uitgesproken door de tuchtoverheid of, indien beroep werd aangetekend overeenkomstig artikel 214, vanaf de datum van de uitspraak van de Beroepscommissie voor Tuchtzaken. De doorhaling heeft enkel uitwerking voor de toekomst. De gemeenteraad kan kortere doorhalingstermijnen vaststellen.
+1 −1 decreet-2017-12-22-1029017/art. 210 berekend
1Als de tuchtoverheid, in aansluiting op een preventieve schorsing met inhouding van salaris, geen tuchtstraf oplegt of een tuchtstraf zonder inhouding van salaris oplegt, wordt de preventieve schorsing ingetrokken en betaalt de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het ingehouden salaris uit.1Als de tuchtoverheid, in aansluiting op een preventieve schorsing met inhouding van salaris, geen tuchtstraf oplegt of een tuchtstraf zonder inhouding van salaris oplegt, wordt de preventieve schorsing ingetrokken en betaalt de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het ingehouden salaris uit.
2Als de tuchtoverheid, in aansluiting op een preventieve schorsing met inhouding van salaris, een tuchtstraf met inhouding van salaris, ontslag van ambtswege of afzetting oplegt, heeft de tuchtstraf uitwerking met ingang van de dag waarop de preventieve schorsing is ingegaan. In dat geval wordt het bedrag van het salaris dat ingehouden is tijdens de schorsing in mindering gebracht op het bedrag van het salarisverlies dat verbonden is aan de tuchtstraf. Als het bedrag van het ingehouden salaris groter is dan het bedrag van het salarisverlies dat verbonden is aan de tuchtstraf, betaalt de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het verschil uit.2Als de tuchtoverheid, in aansluiting op een preventieve schorsing met inhouding van salaris, een tuchtstraf met inhouding van salaris oplegt, heeft de tuchtstraf uitwerking met ingang van de dag waarop de preventieve schorsing is ingegaan. In dat geval wordt het bedrag van het salaris dat ingehouden is tijdens de schorsing in mindering gebracht op het bedrag van het salarisverlies dat verbonden is aan de tuchtstraf. Als het bedrag van het ingehouden salaris groter is dan het bedrag van het salarisverlies dat verbonden is aan de tuchtstraf, betaalt de gemeente of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het verschil uit.

Andere wetten (niet gespiegeld)

art. 111bishet Provinciedecreet van 9 december 2005 voegt in
art. 116het Provinciedecreet van 9 december 2005 wijzigt
art. 130het Provinciedecreet van 9 december 2005 wijzigt · tweede lid
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd