Tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, het decreet van 12 juli 2013 houdende toekenning van subsidies voor gebouwen van de eredienst, gebouwen voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur #1839
Gemerged Vlaamse Regering voegde 12 artikels samen in decreet-2004-01-16decreet-2013-07-12-1023177decreet-2017-12-22-1029017 · 9 oktober 2023 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BIN
ingediend op 6 februari 2024 (2023-2024)
Amendementen
voorgesteld na indiening van het verslag
op het ontwerp van decreet
tot wijziging
van het decreet van 16 januari 2004
op de begraafplaatsen en de lijkbezorging,
het decreet van 12 juli 2013
houdende toekenning van subsidies voor gebouwen
van de eredienst, gebouwen voor de openbare
uitoefening van de niet-confessionele morele
dienstverlening en crematoria
en het decreet van 22 december 2017
over het lokaal bestuur
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendementen
– Nr. 3: Verslag namens de Commissie voor Binnenlands Bestuur,
Gelijke Kansen en Inburgering
AMENDEMENT Nr. 11
voorgesteld door Katrien Schryvers, Paul Van Miert, Bart Tommelein,
Kris Van Dijck, Brecht Warnez en Nadia Sminate
na indiening van het verslag
Artikel 7
Punt 1° vervangen door wat volgt:
“1° in het tweede lid wordt tussen de zinsnede “de asbestemming,” en de woorden
“het ritueel” de zinsnede “de bijbegraving, bijzetting van de urne van de eerder
overleden echtgenoot of persoon met wie een feitelijk gezin gevormd werd of
de gezamenlijke uitstrooiing van de as van beide overledenen” ingevoegd, en
worden tussen de zinsnede “uitvaartplechtigheid,” en de woorden “evenals
over de gemeente” de woorden “het schenken van het stoffelijk overschot aan
de wetenschap” ingevoegd;”.
VERANTWOORDING
Met het voorliggende amendement wordt de mogelijkheid gecreëerd dat de langstlevende partner in de
laatste wilsbeschikking ook kan opnemen dat de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon met
wie hij of zij een feitelijk gezin vormde, samen met hem of haar begraven, bijgezet of uitgestrooid
wordt. Dat zal enkel mogelijk zijn in zoverre de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de
overledene een feitelijk gezin vormde, zich daartoe niet uitdrukkelijk heeft verzet in zijn laatste
wilsbeschikking.
Dit voorstel vergt een aanpassing van het besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 24 februari 2004
tot vaststelling van de wijzen van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de
levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid die kunnen worden opgenomen in de schriftelijke
kennisgeving van de laatste wilsbeschikking die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kan worden
overgemaakt. De wens tot het samen begraven, bijzetten of uitstrooien van de as van overleden
echtgenoten of partners zal slechts uitvoering kunnen krijgen als de gemeenteraad die mogelijkheid
effectief heeft opgenomen in het gemeentelijk reglement en de burgemeester toestemming heeft
verleend tot opgraving van de urne van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de
overledene een feitelijk gezin vormde.
Daarnaast herneemt het voorliggende amendement de nieuwe mogelijkheid om in de wilsbeschikking
op te nemen dat men zijn stoffelijk overschot schenkt aan de wetenschap.
■
AMENDEMENT Nr. 12
voorgesteld door Katrien Schryvers, Paul Van Miert, Bart Tommelein,
Kris Van Dijck, Brecht Warnez en Nadia Sminate
na indiening van het verslag
Artikel 10
In de voorgestelde tekst van artikel 24 een paragraaf 1/1 invoegen, die
luidt als volgt:
“§1/1. Onverminderd artikel 4, tweede lid, kan de gemeenteraad of het bevoegde
orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband bij reglement toestaan
dat de urne met de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de
overledene een feitelijk gezin vormde, wanneer de overledene dit in zijn laatste
wilsbeschikking heeft bepaald of bij gebrek daaraan op gezamenlijk schriftelijk
verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad:
1° samen met de overledene in de doodskist kan worden geplaatst en begraven
of samen met de doodskist wordt begraven;
2° samen met de in een lijkwade gehulde overledene kan worden begraven;
3° samen met de urne van de overledene in een urnenveld kan worden begraven;
4° samen met de urne van de overledene in het columbarium kan worden geplaatst.
Het reglement, vermeld in het eerste lid, kan ook bepalen dat de as van de
eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin
vormde, samen met de as van de overledene op de strooiweide wordt uitgestrooid.
Wanneer de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene
een feitelijk gezin vormde zich daar in zijn wilsbeschikking tegen verzet heeft, is
bijzetting of bijbegraving als bedoeld in het eerste lid of gezamenlijke uitstrooiing
als bedoeld in het tweede lid, verboden.
De samen met de overledene begraven of bijgezette urne volgt de bestemming
van de kist of van de urne van de laatst overledene bij opgraving van
laatstgenoemde.”.
VERANTWOORDING
Met de aanpassingen die de voorbije jaren aan het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging
werden aangebracht, werd steeds getracht om maximaal de laatste wensen van de overledene te
respecteren. Partners die een aanzienlijk deel van hun leven samen hebben doorgebracht, hebben
evenwel vaak ook de wens om samen, op dezelfde plaats, een laatste rustplaats te vinden. Heel wat
mensen nemen daar tijdens hun leven ook reeds samen een beslissing over en beslissen bijvoorbeeld
om samen in een grafkelder of een urnenkelder begraven te worden. Bij het overlijden van een van de
partners worden daartoe dan de nodige voorzieningen getroffen en wordt een graf- of urnenkelder
geplaatst waarin plaats is voor twee doodskisten of twee urnen. Niet in elke gemeente of op elke
begraafplaats bestaat evenwel de mogelijkheid om een concessie te nemen waarin een bijzetting
mogelijk is, evenmin maakt iedereen de keuze voor een concessie. In bepaalde gevallen groeit ook pas
later bij de overlevende partner het besef dat men toch liever een laatste rustplaats zou vinden, samen
met de eerder overleden partner.
Momenteel voorziet de regelgeving evenwel nog niet uitdrukkelijk in de mogelijkheid om de as van een
eerder overleden partner mee te laten begraven in een (niet-geconcedeerd) graf of urnenveld of te
laten bijzetten in een (niet-geconcedeerd) columbarium of de as van beide …