Artikel 236
Hij die in enigerlei hoedanigheid met het voorbereiden of het opmaken van de kiezerslijsten belast is en, met het oogmerk om een kiezer te doen schrappen, bewust gebruikmaakt van stukken of bescheiden die hetzij door verandering, weglating of toevoeging vervalst zijn, hetzij valselijk opgemaakt zijn, of die opzettelijk, met hetzelfde oogmerk, de gegevens van de stukken of bescheiden die voor de opmaak van de lijsten kunnen dienen, door verandering, toevoeging of weglating onjuist overneemt op de kiezerslijsten, wordt gestraft met een straf van niveau 1 waarbij in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek het maximum van de geldboete 1.600 euro bedraagt. Als het misdrijf wordt gepleegd om aan een burger kiesrecht te verschaffen, is de straf een straf van niveau 1 waarbij in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek het maximum van de geldboete 4.000 euro bedraagt.
Voor de misdrijven, vermeld in het eerste lid, begint de verjaring van zes maanden, vermeld in artikel 246, pas te lopen op de dag dat de kiezerslijsten en de desbetreffende stukken aan de provinciegouverneur of de door hem aangewezen ambtenaar verstuurd zijn. Dit geldt, onverminderd de toepassing van artikel 196, tweede lid, van het Algemeen Kieswetboek, voor wat betreft Voeren.