Artikel 232
Als daders worden gestraft zij die hetzij door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, hetzij door woorden of kreten in openbare bijeenkomsten of plaatsen, hetzij door aangeplakte plakkaten, hetzij door al dan niet gedrukte geschriften die verkocht of rondgedeeld zijn, het plegen van de feiten, vermeld in artikel 229 en 230, rechtstreeks hebben uitgelokt.
Als de uitlokking zonder gevolg is gebleven, worden ze gestraft met een straf van niveau 1 waarbij in afwijking van artikel 36, negende lid, 1°, van het Strafwetboek het maximum van de geldboete 4.000 euro bedraagt.