Artikel 10
Met toepassing van artikel 23, lid 1, a), c), d) en i), van de algemene verordening gegevensbescherming kunnen de diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, beslissen om de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 21 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit decreet als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het zevende lid.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt vanaf het ogenblik dat de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een aanmelding conform artikel 8 van dit decreet, tot na afloop van de bewaartermijn, vermeld in artikel 9, § 4, van dit decreet, op voorwaarde dat de niet-toepassing van de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 21 van de voormelde verordening, een noodzakelijke en evenredige maatregel is ter voorkoming van terroristische misdrijven, vermeld in boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek, en ter waarborging van de belangen vermeld in artikel 23, lid 1, a), c), d) of i), van de algemene verordening gegevensbescherming.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft enkel betrekking op de gegevens die gedeeld of verkregen worden in het kader van een casusoverleg binnen een LIVC R of in het kader van een aanmelding, conform artikel 8 van dit decreet.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 21 van de voormelde verordening, bevestigt de betreffende dienst, voorziening of gesubsidieerde organisatie, of de betreffende gemeente, de ontvangst daarvan.
De betreffende dienst, voorziening of gesubsidieerde organisatie, of de betreffende gemeente, brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de realisatie van de doelstelling van de LIVC R in het gedrang kan brengen, met behoud van de toepassing van het zevende lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De betreffende dienst, voorziening of gesubsidieerde organisatie, of de betreffende gemeente, brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De betreffende dienst, voorziening of gesubsidieerde organisatie, of de betreffende gemeente, informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en de mogelijkheid om een beroep in rechte in te stellen.
De betreffende dienst, voorziening of gesubsidieerde organisatie, of de betreffende gemeente, noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.