§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet Basisonderwijs van 25 februari 1997, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, wat het inschrijvingsrecht in Brussel en in het buitengewoon onderwijs en het extra werkingsbudget voor de B-stroom in het gewoon secundair onderwijs betreft #947

Gemerged Koen DaniëlsGianna WerbrouckLoes VandrommeGriet VanryckegemKarl VanlouweHannelore Goeman N-VA, Vooruit, cd&v voegde 3 artikels samen in decreet-1997-02-25 · 15 juli 2026 Alle checks geslaagd
7 artikels gewijzigd
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 37/6/1 zoals gemerged
1−De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3 en 4, zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023. De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3 en 4, zijn van toepassing voor inschrijvingen in het buitengewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023, 2023-2024, 2024-2025, 2025-2026 en 2026-2027.
1+De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3 en 4, zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023. De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3 en 4, zijn van toepassing voor inschrijvingen in het buitengewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023, 2023-2024, 2024-2025, 2025-2026, 2026-2027, 2027-2028 en 2028-2029.
22Voor de toepassing van de termijnen, vermeld in hoofdstuk IV/1, hoofdstuk IV/2 en hoofdstuk IV/3, worden de vakantieperioden die de regering krachtens artikel 50 bepaalt, niet meegerekend, met uitzondering van de termijn, in artikel 37/30, 37/43/1 en 37/66.
33De bepalingen van hoofdstuk IV/1 en IV/3 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2023-2024 en de daaropvolgende schooljaren.
4−De bepalingen van hoofdstuk IV/2 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het buitengewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2027-2028 en de daaropvolgende schooljaren.
4+De bepalingen van hoofdstuk IV/2 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het buitengewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2029-2030 en de daaropvolgende schooljaren.
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 37sexies zoals gemerged
331° door het voorleggen van minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
442° door het voorleggen van het Nederlandstalig studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
5−3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst minstens op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen . Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken :
5+3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst minstens op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen en dat minstens de vaardigheden lezen, luisteren, spreken en schrijven omvat. Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken :
66a) een studiebewijs van door de Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
7−b) een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
7+b) de certificerende, niveaubepalende testen Nederlands met civiel effect op niveau B2 uitgevoerd door het Huis van het Nederlands Brussel of een gelijkwaardig centrum dat erkend is door de Vlaamse overheid;
88c) door het voorleggen van het bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid;
994° ...
+2 −2 decreet-1997-02-25/art. 37/58 zoals gemerged
331° door het voorleggen van minstens het Nederlandstalig diploma van secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
442° door het voorleggen van het Nederlandstalig studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs of daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs;
5−3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst minstens op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen . Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken:
5+3° door het voorleggen van het bewijs dat hij het Nederlands beheerst minstens op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen en dat minstens de vaardigheden lezen, luisteren, spreken en schrijven omvat. Dit gebeurt op basis van één van volgende stukken:
66a) een studiebewijs van door de Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd onderwijs of een daarmee gelijkwaardig Nederlandstalig studiebewijs, dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
7−b) een attest van niveaubepaling uitgevoerd door een Huis van het Nederlands dat het vereiste niveau van kennis van het Nederlands aantoont;
7+b) de certificerende, niveaubepalende testen Nederlands met civiel effect op niveau B2 uitgevoerd door het Huis van het Nederlands Brussel of een gelijkwaardig centrum dat erkend is door de Vlaamse overheid;
88c) door het voorleggen van het bewijs van minstens voldoende kennis van het Nederlands na het afleggen van een taalexamen bij het selectiebureau van de federale overheid;
994° door het voorleggen van het bewijs dat hij 9 jaar als regelmatige leerling onderwijs heeft gevolgd in het Nederlandstalige lager én secundair onderwijs. Dit gebeurt op basis van attesten daartoe uitgereikt door de betrokken schoolbesturen.

Andere wetten (niet gespiegeld)

art. 110/0 wijzigt · tweede lid
art. 110/5 wijzigt · §2, 3°
art. 253/44 wijzigt · §2, 3°
art. 295/1 wijzigt · eerste lid
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd