| 1 | Voor de toepassing van artikel 4.2.2.5.1. wordt onder Q verstaan: |
| 2 | het waterverbruik berekend als de som van het door de drinkwatermaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar gefactureerd waterverbruik en van de gedurende het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar op een andere wijze ontvangen hoeveelheid grondwater, oppervlaktewater, hemelwater circulair afvalwater en ander water, verminderd met de hoeveelheid aangeboden circulair afvalwater, uitgedrukt in m³. |
| 3 | Q wordt op de volgende wijze berekend: |
| 4 | 1° het gefactureerde waterverbruik wordt bepaald conform artikel 4.2.2.5.1; |
| 5 | 2° de opgenomen hoeveelheid grondwater is gelijk aan de hoeveelheid die wordt bepaald conform artikel 4.2.2.3.8, §1, eerste lid, 2°, b); |
| 6 | 3° de opgenomen hoeveelheid oppervlaktewater is gelijk aan de hoeveelheid die wordt bepaald conform artikel 4.2.2.3.8, §1, eerste lid, 2°, c); |
| 7 | 4° de ontvangen hoeveelheid hemelwater is gelijk aan de hoeveelheid die wordt bepaald conform artikel 4.2.2.3.8, §1, eerste lid, 2°, d); |
| 8 | 5° de hoeveelheid ontvangen circulair afvalwater is gelijk aan de hoeveelheid die wordt bepaald conform artikel 4.2.2.3.8, §1, eerste lid, 2°, e); |
| 9 | 6° de af te trekken hoeveelheid aangeboden circulair afvalwater is gelijk aan de hoeveelheid die wordt bepaald conform artikel 4.2.2.3.8, §1, eerste lid, 2°, f). |
| 10 | In het eerste en het tweede lid wordt onder hemelwater verstaan: het hemelwater dat gebruikt wordt voor de activiteiten van de sectoren, vermeld in bijlage 5, die bij dit decreet is gevoegd, of dat vervuild wordt. |
| 11 | De systemen voor registratie van het debiet, vermeld in dit artikel, die vóór 1 januari 2004 in gebruik zijn genomen, worden verzegeld door de Vlaamse Milieumaatschappij. De overige debietmeetsystemen worden bij de indienstneming verzegeld door de leverancier, de externe installateur of een laboratorium als vermeld in artikel 4.2.2.3.2. Als de verzegeling verbroken wordt, verwittigt de heffingsplichtige onmiddellijk de ambtenaren van de Vlaamse Milieumaatschappij belast met de controle of een onderzoek in verband met de toepassing van de heffing. De heffingsplichtige gebruikt hiervoor het formulier dat de Vlaamse Milieumaatschappij ter beschikking stelt. |
| 12 | In geval van het resetten van de debietmeetsystemen, vermeld in deze paragraaf, in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar worden de tellerstanden voor dat jaar voor de berekening van de heffing uitgesloten. |