§ flandrepo
32 regels · van kracht sinds 1 jan 2024
1§1. In geval het in een bepaald oppervlaktewater geloosde afvalwater geheel of gedeeltelijk afkomstig is van het gebruik van oppervlaktewater, dat uit hetzelfde oppervlaktewater is opgenomen als dit waarin het afvalwater geloosd wordt, mag de vuilvracht N, bepaald volgens artikel 4.2.2.3.1. verminderd worden met de vuilvracht N0 van het gebruikte oppervlaktewater berekend als volgt:
2No = N1,0 + N2,0 + N3,0
3met:
4No: de vuilvracht uitgedrukt in vervuilingseenheden van het opgenomen oppervlaktewater;
5N1,0 = Qd,o x [0,35 x ZS0 + 0,45 (2 x BZV0 + CZV0) ] x (0,40 + 0,60 x d)
6180 500 1350
7waarin:
8N1,0: de vuilvracht van het gebruikte oppervlaktewater veroorzaakt door de opname van de beschouwde stoffen uitgedrukt in vervuilingseenheden;
9Qd,o: het volume uitgedrukt in liter, van het op de geloosde afvalwaters betrekking hebbende gebruikte oppervlaktewater, in het etmaal waarop Qd betrekking heeft. Indien Qd,o niet werd gemeten, kan Qd,0 maximaal gelijk gesteld worden aan Qd;
10ZS0: het gehalte aan stoffen in suspensie, uitgedrukt in mg/l, van het gebruikte oppervlaktewater waarop Qd,0 betrekking heeft;
11BZV0: de biochemische zuurstofbehoefte gedurende 5 dagen, uitgedrukt in mg/l, van het gebruikte oppervlaktewater waarop Qd,0 betrekking heeft;
12CZV0: de chemische zuurstofbehoefte, uitgedrukt in mg/l, van het gebruikte oppervlaktewater waarop Qd,o betrekking heeft;
13d: correctiefactor bedoeld in artikel 4.2.2.3.1.
14N2,0 = Qj,o x (40 x (Hg,o) + 10 x (Ag,o + Cd,o) + 5 x (Zn,o + Cu,o) + 2 x (Ni,o) + 1 x (Pb,o + As,o + Cr,o) ) /1000
15waarin:
16N2,0: de vuilvracht van de beschouwde zware metalen van het gebruikte oppervlaktewater uitgedrukt in vervuilingseenheden;
17Qj,o: het volume oppervlaktewater, uitgedrukt in kubieke meter, gebruikt in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar en dat betrekking heeft op Qj zoals bedoeld in artikel 4.2.2.3.1.;
18Hg,o, Ag,o, Cd,o, Zn,o, Cu,o, Ni,o, Pb,o, As,o, Cr,o: de in het gebruikte oppervlaktewater Qj,0 gemeten gehaltes van het gebruikte oppervlaktewater waarop Qd,0 betrekking heeft uitgedrukt in mg/l, van de respectieve stoffen kwik, zilver, cadmium, zink, koper, nikkel, lood, arseen en chroom.
19N3,0 = Qj,o x (No + Po) /10000
20waarin:
21N3,o: de vuilvracht van de beschouwde nutriënten van het gebruikte oppervlaktewater uitgedrukt in vervuilingseenheden;
22Qj,o: het volume oppervlaktewater, uitgedrukt in kubieke meter, gebruikt in het jaar voorafgaand aan het beschouwde heffingsjaar en dat betrekking heeft op Qj zoals bedoeld in artikel 4.2.2.3.1.;
23No: het in het gebruikte oppervlaktewater gemeten gehalte aan totale stikstof, uitgedrukt in mg N/l;
24Po: het in het gebruikte oppervlaktewater gemeten gehalte aan totale fosfor, uitgedrukt in mg P/l.
25Indien een heffingsplichtige loost in een ander oppervlaktewater dan dit waaruit het oppervlaktewater wordt opgenomen, kunnen de bepalingen van het eerste lid toch worden toegepast als:
261° de lozing in een ander oppervlaktewater is opgelegd als voorwaarde in de omgevingsvergunning; en
272° de lozing in een ander oppervlaktewater een voordeliger effect op de waterkwaliteit en het milieu heeft dan lozing in het oppervlaktewater waaruit wordt opgenomen; en
283° de lozing in hetzelfde oppervlaktewater geen nadelig effect op de waterkwaliteit en het milieu zou hebben voor het oppervlaktewater waaruit wordt opgenomen.
29Als een heffingsplichtige effluentwater opneemt van een openbare waterzuiveringsinstallatie en het afvalwater afkomstig van dit effluentwater loost in hetzelfde oppervlaktewater als waarin het effluentwater door de openbare waterzuiveringsinstallatie zou worden geloosd indien dit niet zou zijn opgenomen door de heffingsplichtige, kan de vuilvracht van het effluentwater conform de bepalingen van het eerste lid, in mindering worden gebracht van deze van het geloosde afvalwater. Deze regeling is ook van toepassing als de heffingsplichtige in een ander opper- vlaktewater loost conform de bepalingen van het tweede lid.
30Een heffingsplichtige kan na filtratie van het opgenomen effluentwater of oppervlaktewater een bepaalde retentaatstroom terugsturen naar de openbare rioolwaterzuiveringsinstallatie. Er wordt geen heffing op de waterverontreiniging gevestigd op deze retentaatstroom als de rechtspersoon die het zuiveringstechnisch werk exploiteert uitdrukkelijk toestemming geeft voor het terugsturen ervan.
31§2. De bemonstering en de analyses van de parameters, vermeld in paragraaf 1, worden uitgevoerd door een erkend laboratorium in de discipline water, deeldomein afvalwater en oppervlaktewater als vermeld in artikel 6, 5°, a) , van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu.
32§3. De Regering kan de nadere regels vaststellen aangaande de wijze waarop de gegevens met betrekking tot het gebruikte oppervlaktewater kunnen worden bepaald voor de toepassing van de in §1 aangegeven berekeningsmethode.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd