Inzake de salarissen van het onderwijzend, het wetenschappelijk, het academisch personeel, het administratief en het technisch personeel van de universiteiten, zijn de ten onrechte uitbetaalde bedragen, als gevolg van onjuiste salarisvaststellingen door de bevoegde overheid of het universiteitsbestuur, definitief vervallen aan hen die ze ontvangen als de terugbetaling daarvan niet gevraagd werd binnen een termijn van 2 jaar te rekenen van de eerste januari van het jaar van de betaling, behoudens wanneer de onverschuldigde bedragen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen. In deze gevallen geldt een verjaringstermijn van 30 jaar.
In afwijking van het eerste lid zijn de ten onrechte uitbetaalde sommen voorgoed vervallen, als de terugbetaling daarvan niet is gevraagd binnen een termijn van één jaar, te rekenen van de eerste januari van het jaar van de betaling, als het salaris foutief berekend werd als gevolg van een administratieve fout van de betalende overheid, waarbij deze laatste tijdig beschikte over alle nodige informatie. Dit lid is enkel van toepassing wanneer er sprake is van foutief berekend salaris. Het is niet van toepassing wanneer het personeelslid ten onrechte een salaris heeft ontvangen voor prestaties die niet werden geleverd, of wanneer het personeelslid voor een onderbreking van zijn opdracht recht heeft op een socialezekerheidsuitkering.