§ flandrepo
30 regels · van kracht sinds 7 mei 2026
1§1. De Vlaamse Regering kan aan ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen verplichtingen opleggen om hen aan te zetten hun energiegebruik te rationaliseren en gebruik te maken van hernieuwbare energietechnologieën.
2§2. De verplichtingen, vermeld in § 1, omvatten :
31° het opzetten van een energieboekhouding;
42° het uitvoeren van rendabele investeringen, die al dan niet ter kennis worden gebracht door een energieaudit, een energieplan of een energiestudie;
53° het periodiek dan wel eenmalig laten opmaken van een energieaudit, een energieplan en/of een energiestudie door een energiedeskundige;
64° het implementeren van een energiebeheersysteem.
7De Vlaamse Regering kan voor een of meer van de voorgaande verplichtingen vrijstelling verlenen en/of de periodiciteit bepalen.
8§3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de rendabele investeringen. De Vlaamse Regering evalueert om de vier jaar en voor het eerst in 2012 de definitie van rendabele investeringen, zoals bepaald in artikel 1.1.3, 111°. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om na evaluatie een nieuwe interne rentevoet na belastingen vast te leggen.
9§4. De Vlaamse Regering kan een instantie aanduiden die de energieaudits, de energieplannen en de energiestudies conform moet verklaren.
10De Vlaamse Regering kan een instantie aanduiden die de energiebeheersystemen certificeert.
11§5. De energiedeskundige stelt de energieaudits, de energieplannen en de energiestudies ter beschikking van de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, ten behoeve van de ondernemingsraad en het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen of bij ontstentenis van die organen, de vakbondsafvaardiging.
12§6. De Vlaamse Regering bepaalt de concrete opmaak, de rapportering, de inhoud en, in voorkomend geval, de conformverklaring van de energieaudits, de energieplannen en energiestudies.
13De Vlaamse Regering bepaalt de normen en voorwaarden waaraan de energiebeheersystemen moeten voldoen.
14§7. Ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die een energiebeleidsovereenkomst met de Vlaamse Regering sluiten, moeten minstens voldoen aan de verplichtingen, vermeld in § 1, die gelden op het moment van het sluiten van de energiebeleidsovereenkomst.
15Als de Vlaamse Regering op basis van § 1 verplichtingen oplegt, zijn die verplichtingen voor ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die een energiebeleidsovereenkomst hebben gesloten, niet strenger dan de overeenkomstige bepalingen, opgenomen in de energiebeleidsovereenkomst en van die aard dat ze niet voor extra lasten zorgen ten opzichte van de overeenkomstige bepalingen in de energiebeleidsovereenkomst, behalve om te voldoen aan internationale of Europese verplichtingen, steeds rekening houdend met het engagement van het Vlaamse Gewest in de energiebeleidsovereenkomsten. In die gevallen pleegt de Vlaamse Regering vooraf overleg met de andere partijen van de energiebeleidsovereenkomst.
16De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de te volgen overlegprocedure.
17§8. In afwijking van de vorige paragraaf kan de Vlaamse Regering verplichtingen, als vermeld in § 1, opleggen aan ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die de bepalingen van de gesloten energiebeleidsovereenkomst niet naleven.
18§9. De Vlaamse Regering kan de tegemoetkomingen, vermeld in titel VIII van dit decreet beperken tot de ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die een energiebeleidsovereenkomst hebben gesloten.
19§10. De Vlaamse Regering kan, ter bevordering van hernieuwbare energiebronnen en het rationeel energieverbruik, aan de volgende rechtspersonen een meldingsplicht opleggen voor het jaarlijkse energieverbruik met betrekking tot de EAN-codes van de gebouwen van ondernemingen, niet-commerciële instellingen of publiekrechtelijke rechtspersonen, vermeld in paragraaf 1:
201° de distributienetbeheerders voor de jaarlijkse elektriciteit- en gasafname;
212° de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit en de transmissienetbeheerder voor wat betreft de jaarlijkse elektriciteitsafname;
223° de beheerders van een gesloten distributienet voor de jaarlijkse elektriciteits- en gasafname;
234° de beheerders van de netten, vermeld in artikel 2, 41° en 42°, van de federale Elektriciteitswet voor de jaarlijkse elektriciteitsafname;
245° de warmte- of koudenetbeheerders voor de jaarlijkse afname van thermische energie;
256° de beheerders van netten, vermeld in artikel 1, 10° en 56°, van de federale Gaswet voor de jaarlijkse gasafname;
267° de beheerder van het vervoersnet voor de jaarlijkse gasafname;
278° de beheerder van een waterstofleiding of -net voor de distributie of het ver-voer van waterstof;
289° de beheerder van een kleinschalige waterstofopslaginstallatie, voor wat betreft de jaarlijkse afname van waterstof.
29Die meldingsplicht omvat de identificatie van de bijbehorende afnemers, met het oog op de handhaving van de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1.
30De gegevens, vermeld in het eerste lid, worden opgenomen in de databank, vermeld in artikel 12.5.1.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd