§ flandrepo

Tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties, het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft netbeheer en energie-efficiëntie #2127

Gemerged Vlaamse Regering voegde 35 artikels samen in decreet-1995-04-05energiedecreet · 15 april 2024 2 checks vragen aandacht
36 artikels gewijzigd
+1 −0 decreet-1995-04-05/art. 16.1.1 zoals gemerged
65° de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging;65° de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging;
75°/1 de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;75°/1 de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen;
85°/2 de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties;
86° de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IIIbis en de uitvoeringsbesluiten ervan betreft;96° de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IIIbis en de uitvoeringsbesluiten ervan betreft;
96°/1 ...;106°/1 ...;
+27 −10 energiedecreet/art. 1.1.3 zoals gemerged
2210° afnamepunt : punt waar elektriciteit of aardgas van het net wordt afgenomen en verbruikt;2210° afnamepunt : punt waar elektriciteit of aardgas van het net wordt afgenomen en verbruikt;
2310°/1 afnamepunt voor thermische energie: punt waar thermische energie van het warmte- of koudenet wordt afgenomen en verbruikt;2310°/1 afnamepunt voor thermische energie: punt waar thermische energie van het warmte- of koudenet wordt afgenomen en verbruikt;
2410°/2 afnamepunt voor waterstof: punt waar waterstof van een waterstofnet wordt afgenomen en verbruikt;
2411° afnemer : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn eigen behoeftes;2511° afnemer : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn eigen behoeftes;
2511°/1 afnemer van thermische energie: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die thermische energie afneemt om te voorzien in zijn eigen behoeftes;2611°/1 afnemer van thermische energie: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die thermische energie afneemt om te voorzien in zijn eigen behoeftes;
4217° ...4317° ...
4318° ...4418° ...
4418°/1 biobrandstoffen: vloeibare of gasvormige brandstof voor vervoer die geproduceerd is uit biomassa;4518°/1 biobrandstoffen: vloeibare brandstoffen voor vervoer die geproduceerd zijn uit biomassa;
4518°/1/1 biogas: gas uit de anaerobe vergisting van organisch-biologische stoffen;4618°/1/1 biogas: gas uit de anaerobe vergisting van organisch-biologische stoffen;
4618°/2 biomassa : de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval ;4718°/2 biomassa : de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van afval, met inbegrip van industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong;
4719° BKG-installatie: een vaste technische eenheid met inrichtingen of activiteiten die in de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, als BKG-inrichting of activiteit zijn aangeduid, alsook andere op dezelfde locatie ten uitvoer gebrachte en daarmee rechtstreeks samenhangende inrichtingen of activiteiten die technisch in verband staan met de voormelde inrichtingen of activiteiten en die gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging;4819° BKG-installatie: een vaste technische eenheid met inrichtingen of activiteiten die in de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, als BKG-inrichting of activiteit zijn aangeduid, alsook andere op dezelfde locatie ten uitvoer gebrachte en daarmee rechtstreeks samenhangende inrichtingen of activiteiten die technisch in verband staan met de voormelde inrichtingen of activiteiten en die gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging;
4820° brandstofleveranciers : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers aardgas, stookolie, steenkool, methaan, butaan en propaan levert;4920° brandstofleveranciers : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers aardgas, stookolie, steenkool, methaan, butaan en propaan levert;
8233/4° elektriciteitsopslagfaciliteit: een installatie aangesloten aan het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit waar elektriciteitsopslag plaatsvindt;8333/4° elektriciteitsopslagfaciliteit: een installatie aangesloten aan het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit waar elektriciteitsopslag plaatsvindt;
8334° elektronische meter: een meter die op een digitale manier energiestromen meet en registreert en die al dan niet uitgerust is met een communicatiemiddel dat ervoor zorgt dat de gegevens niet alleen lokaal, maar ook op afstand uitgelezen kunnen worden;8434° elektronische meter: een meter die op een digitale manier energiestromen meet en registreert en die al dan niet uitgerust is met een communicatiemiddel dat ervoor zorgt dat de gegevens niet alleen lokaal, maar ook op afstand uitgelezen kunnen worden;
8435° ...
8535° energetisch verbruik: het gebruik van een energiedrager voor het benutten van de energie-inhoud om energie te produceren;
8536° ...8636° ...
8637° energiebeleidsovereenkomst : iedere overeenkomst tussen het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, en een andere partij, waarbij die andere partij zich engageert om binnen een afgesproken termijn een vooropgestelde verbetering inzake energie-efficiëntie te behalen of te stimuleren, tot de wereldtop inzake energie-efficiëntie in haar sector te behoren of een bepaald percentage van het energieverbruik te dekken met behulp van hernieuwbare energietechnologieën of daarvoor stimulansen te verstrekken;8737° energiebeleidsovereenkomst : iedere overeenkomst tussen het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, en een andere partij, waarbij die andere partij zich engageert om binnen een afgesproken termijn een vooropgestelde verbetering inzake energie-efficiëntie te behalen of te stimuleren, tot de wereldtop inzake energie-efficiëntie in haar sector te behoren of een bepaald percentage van het energieverbruik te dekken met behulp van hernieuwbare energietechnologieën of daarvoor stimulansen te verstrekken;
8939° energiedeskundige: de natuurlijke persoon, die onderworpen is aan het sociaal statuut van zelfstandige en die het energieprestatiecertificaat opstelt of energieadvies verstrekt, of de rechtspersoon binnen wiens organisatie het energieprestatiecertificaat opgesteld wordt of energieadvies verstrekt wordt door een zaakvoerder, bestuurder of bezoldigde werknemer;9039° energiedeskundige: de natuurlijke persoon, die onderworpen is aan het sociaal statuut van zelfstandige en die het energieprestatiecertificaat opstelt of energieadvies verstrekt, of de rechtspersoon binnen wiens organisatie het energieprestatiecertificaat opgesteld wordt of energieadvies verstrekt wordt door een zaakvoerder, bestuurder of bezoldigde werknemer;
9039/1° energiedienst: het fysieke voordeel, nut of welzijn dat wordt bereikt met een combinatie van energie met energie-efficiënte technologie of actie, die de bewerkingen, het onderhoud en de controle kan omvatten die nodig zijn voor de levering van de dienst, welke wordt geleverd op basis van een overeenkomst en welke onder normale omstandigheden heeft aangetoond te leiden tot een controleerbare en meetbare of een schatbare verbetering van de energie-efficiëntie of tot controleerbare en meetbare of schatbare primaire energiebesparingen;9139/1° energiedienst: het fysieke voordeel, nut of welzijn dat wordt bereikt met een combinatie van energie met energie-efficiënte technologie of actie, die de bewerkingen, het onderhoud en de controle kan omvatten die nodig zijn voor de levering van de dienst, welke wordt geleverd op basis van een overeenkomst en welke onder normale omstandigheden heeft aangetoond te leiden tot een controleerbare en meetbare of een schatbare verbetering van de energie-efficiëntie of tot controleerbare en meetbare of schatbare primaire energiebesparingen;
9140° energiedrager : kolen en afgeleide producten, petroleumproducten, gas, elektriciteit, hernieuwbare energiebronnen, warmte en nucleaire warmte;9240° energiedrager : kolen en afgeleide producten, petroleumproducten, gas, aardgas, waterstof, hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, koolstofarme brandstof van niet-biologische oorsprong, elektriciteit, hernieuwbare energiebronnen, warmte en nucleaire warmte;
9240°/1 energiefraude: elke onrechtmatige actie van eenieder, zowel actief als passief, die gepaard gaat met het verkrijgen van een onrechtmatig voordeel. Daaronder wordt minstens verstaan:9340°/1 energiefraude: elke onrechtmatige actie van eenieder, zowel actief als passief, die gepaard gaat met het verkrijgen van een onrechtmatig voordeel. Daaronder wordt minstens verstaan:
93a) handelingen uitvoeren op een warmte- of koudenet of op het distributienet of op het plaatselijke vervoernet van elektriciteit zonder daartoe gemachtigd te zijn;94a) handelingen uitvoeren op een warmte- of koudenet of op het distributienet of op het plaatselijke vervoernet van elektriciteit zonder daartoe gemachtigd te zijn;
21891°/2 netto-afname: de afname op een toegangspunt verminderd met de injectie van een productie-installatie aangesloten op hetzelfde toegangspunt;21991°/2 netto-afname: de afname op een toegangspunt verminderd met de injectie van een productie-installatie aangesloten op hetzelfde toegangspunt;
21992° niet-commerciële instellingen : scholen, universiteiten, verzorgingsinstellingen en andere gemeenschapsdiensten, verenigingen van mede-eigenaars, kerkfabrieken, verenigingen zonder winstoogmerk en feitelijke verenigingen die een filantropisch, wetenschappelijk, technisch of pedagogisch doel nastreven op het gebied van energie, milieubescherming of bestrijding van sociale uitsluiting;22092° niet-commerciële instellingen : scholen, universiteiten, verzorgingsinstellingen en andere gemeenschapsdiensten, verenigingen van mede-eigenaars, kerkfabrieken, verenigingen zonder winstoogmerk en feitelijke verenigingen die een filantropisch, wetenschappelijk, technisch of pedagogisch doel nastreven op het gebied van energie, milieubescherming of bestrijding van sociale uitsluiting;
22192°/0 niet-energetisch verbruik: het gebruik van een brandstof als grondstof in een industrieel proces of als smeermiddel, vet, bitumen of oplosmiddel, maar niet voor het produceren van energie als primair doel;
22092°/1 niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst: een dienst die wordt gebruikt door een transmissie- of distributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor spanningsregeling in stationaire toestand, snelle blindstroominjecties, inertie voor plaatselijke netstabiliteit, kortsluitstroom of inzetbaarheid in eilandbedrijf;22292°/1 niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst: een dienst die wordt gebruikt door een transmissie- of distributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor spanningsregeling in stationaire toestand, snelle blindstroominjecties, inertie voor plaatselijke netstabiliteit, kortsluitstroom of inzetbaarheid in eilandbedrijf;
22192°/1/0 niet-gereserveerde technische flexibiliteit: onmiddellijke, als alle commerciële middelen, tenzij de aankoop ervan economisch niet efficiënt is, zijn uitgeput, flexibiliteit op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, waarbij de deelname verplicht is in het kader van de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden, al dan niet met een gereguleerde compensatie als vermeld in artikel 4.1.17/5, § 2, eerste lid;22392°/1/0 niet-gereserveerde technische flexibiliteit: onmiddellijke, als alle commerciële middelen, tenzij de aankoop ervan economisch niet efficiënt is, zijn uitgeput, flexibiliteit op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, waarbij de deelname verplicht is in het kader van de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden, al dan niet met een gereguleerde compensatie als vermeld in artikel 4.1.17/5, § 2, eerste lid;
227e) werkplaatsen;229e) werkplaatsen;
228f) ...;230f) ...;
229g) gebouwen van een landbouwgebouw die niet voor bewoning bestemd zijn;231g) gebouwen van een landbouwbedrijf die niet voor bewoning bestemd zijn;
232h) elektriciteitscabines;
23092°/1/1 nieuwe groenestroominstallatie: een nieuw opgerichte installatie die volledig zelfstandig en onafhankelijk elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen opwekt, en waarbij de noodzakelijke onderdelen van de installatie nog niet eerder gebruikt zijn in een groenestroominstallatie;23392°/1/1 nieuwe groenestroominstallatie: een nieuw opgerichte installatie die volledig zelfstandig en onafhankelijk elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen opwekt, en waarbij de noodzakelijke onderdelen van de installatie nog niet eerder gebruikt zijn in een groenestroominstallatie;
23192°/1/2 nieuwe productie-installatie: een nieuwe groenestroominstallatie of een nieuwe warmte-krachtinstallatie;23492°/1/2 nieuwe productie-installatie: een nieuwe groenestroominstallatie of een nieuwe warmte-krachtinstallatie;
25794°/1 onderwijsinstelling: alle scholen, internaten, centra voor volwassenenonderwijs en voor basiseducatie, centra voor leerlingenbegeleiding, hogescholen en universiteiten, die gefinancierd, gesubsidieerd of erkend zijn door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;26094°/1 onderwijsinstelling: alle scholen, internaten, centra voor volwassenenonderwijs en voor basiseducatie, centra voor leerlingenbegeleiding, hogescholen en universiteiten, die gefinancierd, gesubsidieerd of erkend zijn door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;
25895° onrendabele top : het productieafhankelijk gedeelte van de inkomsten dat nodig is om de netto contante waarde van een investering op nul te doen uitkomen en die berekend wordt aan de hand van een cashflowberekening;26195° onrendabele top : het productieafhankelijk gedeelte van de inkomsten dat nodig is om de netto contante waarde van een investering op nul te doen uitkomen en die berekend wordt aan de hand van een cashflowberekening;
25996° ...
26296° openbaar bestuur: alle volgende organisaties en rechtspersonen:
263a) de publieke organisaties;
264b) de overheidsinstanties, in zoverre ze niet reeds vallen onder punt a);
26097° openbaredienstverplichting : verplichting die betrekking heeft op de sociaaleconomische, ecologische of technische aspecten van de energievoorziening;26597° openbaredienstverplichting : verplichting die betrekking heeft op de sociaaleconomische, ecologische of technische aspecten van de energievoorziening;
26697°/0 overheidsinstantie:
267a) de publieke organisaties, vermeld in punt 104°/1, a), b), c), d), e), f), g), l) en m);
268b) de entiteiten die zowel rechtstreeks door de publieke organisaties, vermeld in punt a), worden gefinancierd en beheerd, maar die niet van industriële of commerciële aard zijn;
26197°/0peer-to-peerhandel in hernieuwbare energie: de verkoop van hernieuwbare energie tussen actieve afnemers door een overeenkomst met vooraf bepaalde voorwaarden voor de automatische uitvoering en afwikkeling van de transactie, rechtstreeks tussen deelnemers of indirect via een derde marktdeelnemer, zoals een aggregator;26997°/0/1 peer-to-peerhandel in hernieuwbare energie: de verkoop van hernieuwbare energie tussen actieve afnemers door een overeenkomst met vooraf bepaalde voorwaarden voor de automatische uitvoering en afwikkeling van de transactie, rechtstreeks tussen deelnemers of indirect via een derde marktdeelnemer, zoals een aggregator;
26297°/1 peil van de energetische prestatie van de schil (of S-peil): peil dat de energetische prestatie van de schil van de EPB-eenheid weergeeft zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering;27097°/1 peil van de energetische prestatie van de schil (of S-peil): peil dat de energetische prestatie van de schil van de EPB-eenheid weergeeft zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering;
26398° peil van globale warmte-isolatie (of K-peil) : peil van de globale warmte-isolatie zoals dat gedefinieerd is volgens de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties;27198° peil van globale warmte-isolatie (of K-peil) : peil van de globale warmte-isolatie zoals dat gedefinieerd is volgens de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties;
276a) de federale overheid, inclusief de parastatalen;284a) de federale overheid, inclusief de parastatalen;
277b) de Vlaamse overheid, inclusief de intern en extern verzelfstandigde agentschappen;285b) de Vlaamse overheid, inclusief de intern en extern verzelfstandigde agentschappen;
278c) de provinciale overheden, inclusief de autonome provinciebedrijven en de extern verzelfstandigde agentschappen;
286c) de provinciale overheden;
279d) de gemeentelijke overheden, inclusief de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de autonome gemeentebedrijven, de extern verzelfstandigde agentschappen, en verenigingen en vennootschappen voor maatschappelijk welzijn;287d) de gemeentelijke overheden, inclusief de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de autonome gemeentebedrijven, de extern verzelfstandigde agentschappen, en verenigingen en vennootschappen voor maatschappelijk welzijn;
280e) de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;288e) de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden;
285j) de welzijnsvoorzieningen;293j) de welzijnsvoorzieningen;
286k) de gezondheidsvoorzieningen;294k) de gezondheidsvoorzieningen;
295l) de polders en wateringen;
296m) rechtspersonen opgericht op grond van een samenwerkingsakkoord dat
297werd gesloten tussen:
2981) de federale overheid en een of meer gewesten of gemeenschappen;
2992) meerdere gewesten of gemeenschappen onderling;
287105° rationeel energiebeheer : het geheel van handelingen die ondernomen worden om het energiegebruik te meten, te analyseren, te verminderen en te volgen met het oog op het verkrijgen van een rationeel energiegebruik, met inbegrip van het volgen van vormingsactiviteiten rond rationeel energiegebruik en het ondernemen van haalbaarheidsstudies voor de installatie van een energiezuinig product, systeem of een energiezuinige techniek;300105° rationeel energiebeheer : het geheel van handelingen die ondernomen worden om het energiegebruik te meten, te analyseren, te verminderen en te volgen met het oog op het verkrijgen van een rationeel energiegebruik, met inbegrip van het volgen van vormingsactiviteiten rond rationeel energiegebruik en het ondernemen van haalbaarheidsstudies voor de installatie van een energiezuinig product, systeem of een energiezuinige techniek;
288106° rationeel energiegebruik : het zo efficiënt mogelijke gebruik van energie;301106° rationeel energiegebruik : het zo efficiënt mogelijke gebruik van energie;
303113/1/1° stadsverwarming of -koeling: de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale of decentrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen;316113/1/1° stadsverwarming of -koeling: de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale of decentrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen;
304113°/2 startdatum : voor wat betreft projecten die niet over een omgevingsvergunning dienen te beschikken, de datum van indienstneming van de installatie;317113°/2 startdatum : voor wat betreft projecten die niet over een omgevingsvergunning dienen te beschikken, de datum van indienstneming van de installatie;
305voor wat betreft projecten die over een omgevingsvergunning dienen te beschikken : de datum waarop een aanvraag voor de toekenning van certificaten voor het project is ingediend, of de datum waarop het project beschikt over de vereiste omgevingsvergunning, indien deze laatste datum een latere datum is. Deze startdatum blijft voor installaties op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) kleiner of gelijk aan 10 MW geldig gedurende twaalf maanden, voor installaties op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 MW gedurende vijftien maanden, voor warmte-krachtinstallaties met een elektrisch vermogen groter dan 25 MW gedurende 48 maanden en voor andere installaties gedurende 36 maanden na de aanvraag.318voor wat betreft projecten die over een omgevingsvergunning dienen te beschikken : de datum waarop een aanvraag voor de toekenning van certificaten voor het project is ingediend, of de datum waarop het project beschikt over de vereiste omgevingsvergunning, indien deze laatste datum een latere datum is. Deze startdatum blijft voor warmte-krachtinstallaties met een elektrisch vermogen groter dan 25 MW gedurende 48 maanden en voor andere installaties gedurende 36 maanden na de aanvraag.
306Een project kan maar een nieuwe startdatum krijgen voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan :319Een project kan maar een nieuwe startdatum krijgen voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan :
307a) de installatie is nog niet in gebruik genomen gedurende de geldigheidsduur van de startdatum en op voorwaarde dat de nieuwe aanvraag gebeurt in hetzelfde kalenderjaar als het jaar van de indienstname;320a) de installatie is nog niet in gebruik genomen gedurende de geldigheidsduur van de startdatum en op voorwaarde dat de nieuwe aanvraag gebeurt in hetzelfde kalenderjaar als het jaar van de indienstname;
308b) zij beschikt nog steeds over een omgevingsvergunning;321b) zij beschikt nog steeds over een omgevingsvergunning;
309c) er zijn voor installaties op basis van zonne-energie minstens twaalf maanden en voor andere installaties minstens 36 maanden verstreken sinds de vorige aanvraag voor de toekenning van certificaten werd ingediend;322c) er zijn minstens 36 maanden verstreken sinds de vorige aanvraag voor de toekenning van certificaten werd ingediend;
310114° startverklaring : een schriftelijke verklaring met de startdatum van de werkzaamheden en het overzicht van de prestaties inzake EPB-eisen die voor het gebouw worden nagestreefd;323114° startverklaring : een schriftelijke verklaring met de startdatum van de werkzaamheden en het overzicht van de prestaties inzake EPB-eisen die voor het gebouw worden nagestreefd;
311114°/1 stookolieketel: het geheel van ketellichaam en brander dat de verbrandingswarmte uit de verbranding van stookolie op het water moet overbrengen, ter voorziening van ruimteverwarming of sanitair warm water;324114°/1 stookolieketel: het geheel van ketellichaam en brander dat de verbrandingswarmte uit de verbranding van stookolie op het water moet overbrengen, ter voorziening van ruimteverwarming of sanitair warm water;
334123° toegangsregister : register met alle toegangspunten van een bepaald net, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken netbeheerder, transmissienetbeheerder of beheerder van het vervoernet, en waarin onder meer voor ieder toegangspunt de titularis van het toegangspunt en de toegangshouder worden vermeld;347123° toegangsregister : register met alle toegangspunten van een bepaald net, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken netbeheerder, transmissienetbeheerder of beheerder van het vervoernet, en waarin onder meer voor ieder toegangspunt de titularis van het toegangspunt en de toegangshouder worden vermeld;
335124° toegangsregister voor het warmte- of koudenet: register met alle toegangspunten voor thermische energie van een bepaald warmte- of koudenet, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken warmte- of koudenetbeheerder, waarin onder meer voor ieder toegangspunt voor thermische energie de titularis van het toegangspunt voor thermische energie en de toegangshouder voor thermische energie worden vermeld;348124° toegangsregister voor het warmte- of koudenet: register met alle toegangspunten voor thermische energie van een bepaald warmte- of koudenet, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken warmte- of koudenetbeheerder, waarin onder meer voor ieder toegangspunt voor thermische energie de titularis van het toegangspunt voor thermische energie en de toegangshouder voor thermische energie worden vermeld;
349124°/1 totale bruikbare vloeroppervlakte: de som van de brutovloeroppervlakten van alle vloerniveaus binnen het beschermde volume van het gebouw, berekend volgens de door de Vlaamse Regering vastgelegde specificaties;
336125° transmissienet : het transmissienet, vermeld in artikel 2, 7°, van de federale Elektriciteitswet;350125° transmissienet : het transmissienet, vermeld in artikel 2, 7°, van de federale Elektriciteitswet;
337125°/1 transmissienetbeheerder: de instantie die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet als beheerder van het transmissienet is aangewezen;351125°/1 transmissienetbeheerder: de instantie die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet als beheerder van het transmissienet is aangewezen;
344126°/4 verordening 2016/1388/EU: verordening 2016/1388/EU van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers;358126°/4 verordening 2016/1388/EU: verordening 2016/1388/EU van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers;
345126°/5 verordening (EU) 2019/943: verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit;359126°/5 verordening (EU) 2019/943: verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit;
360126°/6 verplichting tot het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen: steunregeling waarbij energieproducenten worden verplicht een bepaald aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in hun productie op te nemen, energieleveranciers worden verplicht een bepaald aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in de levering op te nemen of energieconsumenten worden verplicht een bepaald gedeelte van hun energieverbruik uit hernieuwbare bronnen te halen, met inbegrip van regelingen waarbij middels het gebruik van groencertifica- ten aan deze eisen kan worden voldaan;
346127° verslaggever: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die in het kader van de energieprestatieregelgeving energieadvies aan de aangifteplichtige verstrekt en die instaat voor de decretaal verplichte rapporteringen, vermeld in titel XI, hoofdstuk I;361127° verslaggever: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die in het kader van de energieprestatieregelgeving energieadvies aan de aangifteplichtige verstrekt en die instaat voor de decretaal verplichte rapporteringen, vermeld in titel XI, hoofdstuk I;
347128° vervoersnet : het vervoersnet, vermeld in artikel 1, 10°, van de federale Gaswet;362128° vervoersnet : het vervoersnet, vermeld in artikel 1, 10°, van de federale Gaswet;
349130° ...;364130° ...;
350131° Vlaamse Belastingdienst: het agentschap dat opgericht werd door het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst;365131° Vlaamse Belastingdienst: het agentschap dat opgericht werd door het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst;
366131°/0 Vlaamse overheid: de entiteiten die vallen onder het toepassingsgebied van artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
351131°/1 vloeibare biomassa : vloeibare brandstof voor energiedoeleinden andere dan vervoer, waaronder elektriciteit, verwarming en koeling, die geproduceerd is uit biomassa;367131°/1 vloeibare biomassa : vloeibare brandstof voor energiedoeleinden andere dan vervoer, waaronder elektriciteit, verwarming en koeling, die geproduceerd is uit biomassa;
352131/2° vollasturen :368131/2° vollasturen :
368137° warmtekrachtkoppeling : gelijktijdige opwekking in één proces van thermische warmte en elektrische of mechanische energie;384137° warmtekrachtkoppeling : gelijktijdige opwekking in één proces van thermische warmte en elektrische of mechanische energie;
369137/1° warmtepomp: voor wat de toepassing van titel VII, hoofdstuk VII, en titel X en XI betreft, een machine, toestel of installatie dat/die warmte uit de natuurlijke omgeving, zoals de lucht, het water of de bodem overdraagt aan gebouwen of industriële installaties door de natuurlijke warmtestroming om te keren van een lagere naar een hogere temperatuur of waar bij omkeerbare warmtepompen de warmtestroming ook van het gebouw naar de natuurlijke omgeving kan plaatsvinden;385137/1° warmtepomp: voor wat de toepassing van titel VII, hoofdstuk VII, en titel X en XI betreft, een machine, toestel of installatie dat/die warmte uit de natuurlijke omgeving, zoals de lucht, het water of de bodem overdraagt aan gebouwen of industriële installaties door de natuurlijke warmtestroming om te keren van een lagere naar een hogere temperatuur of waar bij omkeerbare warmtepompen de warmtestroming ook van het gebouw naar de natuurlijke omgeving kan plaatsvinden;
386137°/1/1 waterstof: elk product dat hoofdzakelijk bestaat uit waterstofmoleculen
370137°/2 welzijnsvoorziening: een organisatie die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap en activiteiten uitoefent op het gebied van het gezin, het maatschappelijk welzijn, het onthaal en de integratie van inwijkelingen, de mindervaliden, de bejaarden, de jeugdbescherming en de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re-integratie, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;387137°/2 welzijnsvoorziening: een organisatie die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap en activiteiten uitoefent op het gebied van het gezin, het maatschappelijk welzijn, het onthaal en de integratie van inwijkelingen, de mindervaliden, de bejaarden, de jeugdbescherming en de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re-integratie, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
371138° werkmaatschappij : de privaatrechtelijke vennootschap waarin de distributienetbeheerder participeert of de publiekrechtelijke rechtspersoon die participeert in de distributienetbeheerder, die in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder belast is met de exploitatie van zijn net en de toepassing van openbaredienstverplichtingen;388138° werkmaatschappij : de privaatrechtelijke vennootschap waarin de distributienetbeheerder participeert of de publiekrechtelijke rechtspersoon die participeert in de distributienetbeheerder, die in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder belast is met de exploitatie van zijn net en de toepassing van openbaredienstverplichtingen;
+2 −0 energiedecreet/art. 3.1.3 zoals gemerged
25t) samen met andere betrokken instanties helpen waarborgen dat de maatregelen ter bescherming van de afnemers die aangesloten zijn op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, doeltreffend zijn en gehandhaafd worden;25t) samen met andere betrokken instanties helpen waarborgen dat de maatregelen ter bescherming van de afnemers die aangesloten zijn op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, doeltreffend zijn en gehandhaafd worden;
26u) toezicht houden op het wegnemen van de ongerechtvaardigde belemmeringen en beperkingen op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor het verbruik van zelfopgewekte elektriciteit en voor energiegemeenschappen;26u) toezicht houden op het wegnemen van de ongerechtvaardigde belemmeringen en beperkingen op het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor het verbruik van zelfopgewekte elektriciteit en voor energiegemeenschappen;
27v) het uitvoeren van de beoordeling en het aanduiden van mogelijke passende maatregelen, vermeld in de leden 3 en 4 van artikel 15 van de verordening (EU) 2023/1804 van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/ EU;
28w) het toezicht op de naleving van codes van goede praktijk en vrijwillige akkoorden die met betrekking tot de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt worden gesloten met marktpartijen.
272° regulerende taken:292° regulerende taken:
28a) de regulering van de toegang tot en de werking van de elektriciteits- en gasmarkt, inclusief de distributienettarieven voor elektriciteit en aardgas of overgangsmaatregelen daarover, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;30a) de regulering van de toegang tot en de werking van de elektriciteits- en gasmarkt, inclusief de distributienettarieven voor elektriciteit en aardgas of overgangsmaatregelen daarover, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;
+1 −1 energiedecreet/art. 4.1.2 zoals gemerged
2De VREG wijst een rechtspersoon aan die belast wordt met het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest, zoals vermeld in het eerste lid.2De VREG wijst een rechtspersoon aan die belast wordt met het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest, zoals vermeld in het eerste lid.
3Alleen de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan elektrische leidingen aanleggen en beheren met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, die gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributie-netten.3Alleen de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan elektrische leidingen aanleggen en beheren met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, die gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributie-netten.
4Op eigen initiatief of op verzoek van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan de VREG de lijst wijzigen van het geheel van elektrische leidingen en installaties die het plaatselijk vervoernet van elektriciteit uitmaken, als vermeld in het eerste lid. 4Op eigen initiatief of op verzoek van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een elektriciteitsdistributienetbeheerder wat betreft zijn aaneensluitend geografisch afgebakend gebied kan de VREG de lijst wijzigen van het geheel van elektrische leidingen en installaties die het plaatselijk vervoernet van elektriciteit uitmaken, als vermeld in het eerste lid. De VREG onderwerpt de lijst, vermeld in het eerste lid, minstens om de tien jaar en voor het eerst tegen 1 juli 2025 aan een evaluatie en wijzigt daarbij waar nodig de samenstelling ervan.
+6 −4 energiedecreet/art. 4.1.8 zoals gemerged
1§ 1. De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan geen andere activiteiten ondernemen voor de productie van elektriciteit dan de productie van elektriciteit die nodig is om zijn taken als netbeheerder goed te kunnen uitoefenen.
1§ 1. De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan:
21° geen activiteiten ondernemen voor de productie van energie, behalve om het eigen energieverbruik te dekken;
32° niet participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van energie. Onder het voormelde verbod valt niet de productie om het eigen energieverbruik van die rechtspersoon te dekken.
2§ 2. Een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij, en hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, kunnen:4§ 2. Een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij, en hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, kunnen:
31° geen activiteiten ondernemen voor de productie van energie, behalve om het energieverbruik van de eigen gebouwen te dekken;51° geen activiteiten ondernemen voor de productie van energie, behalve om het eigen energieverbruik te dekken;
42° niet participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van energie. Hieronder valt niet de productie om het energieverbruik van de eigen gebouwen van die rechtspersoon te dekken.62° niet participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van energie. Onder het voormelde verbod valt niet de productie om het eigen energieverbruik van die rechtspersoon te dekken.
5In afwijking van het eerste lid kunnen een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, activiteiten ondernemen voor de productie van thermische energie of participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van thermische energie voor zover deze activiteit tijdelijk is.7In afwijking van het eerste lid kunnen een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, activiteiten ondernemen voor de productie van thermische energie of participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van thermische energie voor zover deze activiteit tijdelijk is.
6De maximale tijdsperiode waarbinnen de distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, de activiteiten, vermeld in het tweede lid, kunnen ondernemen, bedraagt vijf jaar. Deze termijn van vijf jaar kan evenwel op basis van een grondig onderbouwde motivatie maximaal driemaal met twaalf maanden verlengd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels aangaande de uitvoering van deze uitzondering .8De maximale tijdsperiode waarbinnen de distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, de activiteiten, vermeld in het tweede lid, kunnen ondernemen, bedraagt tien jaar. Deze termijn van tien jaar kan evenwel op basis van een grondig onderbouwde motivatie telkens met zestig maanden verlengd worden. De gecumuleerde looptijd van de verlengingen kan echter nooit de originele afschrijvingstermijn die van toepassing is op de betrokken activa overschrijden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels aangaande de uitvoering van deze uitzondering en houdt hierbij rekening met de gevolgen voor de marktwerking.
+11 −0 energiedecreet/art. 4.1.11/8 zoals gemerged
1De Vlaamse Regering stelt, op gezamenlijk voorstel van aardgasdistributienetbeheerders, een veiligheidscode vast. De voormelde veiligheidscode bepaalt de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het aardgasdistributienet te garanderen. De voormelde veiligheidscode bevat minstens al de volgende elementen over het ontwerp, de aanleg, de exploitatie en de ingebruikstelling van alle installaties voor aardgasdistributie in het Vlaamse Gewest en in het kader van de uitvoering van werken door derden aan of in de nabije omgeving van installaties voor aardgasdistributie:
21° de technische kenmerken van het aardgasdistributienet met onder meer de toegepaste netdrukken;
32° de kenmerken van het gedistribueerde aardgas;
43° de ingravingsdiepte en de toegankelijkheid van de aardgasdistributieleidingen; 4° de bescherming tegen corrosie;
55° de gebruikte materialen en componenten;
66° de aanleg, de controle en het beproeven van aardgasdistributieleidingen;
77° de verplichtingen van derden voor, tijdens en na werken in de nabijheid van aardgasdistributie-installaties;
88° de exploitatievoorwaarden en de controles van de aardgasdistributie-installaties; 9° de tussenkomsten na gasreukmeldingen, incidenten of ongevallen;
910° de procedure in geval van opening van een gasmeter voor een netgebruiker.
10De veiligheidscode, vermeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op installaties van gesloten distributienetten, privédistributienetten en directe leidingen.
11Voor dit artikel en de uitvoeringsbepalingen ervan wordt de handhaving, met inbegrip van de strafbaarstelling, uitgevoerd volgens de regels, vermeld in titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
+13 −0 energiedecreet/art. 4.1.11/9 nieuw
1De Vlaamse Regering stelt, op gezamenlijk voorstel van de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een veiligheidscode vast. De voormelde veiligheidscode bepaalt de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de veiligheid van het elektriciteitsdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit te garanderen.
2De voormelde veiligheidscode bevat minstens al de volgende elementen voor het ontwerp, de aanleg, de exploitatie en de ingebruikstelling van alle installaties van het elektriciteitsdistributienet of van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest en in het kader van de uitvoering van werken door derden aan of in de nabije omgeving van installaties van het elektriciteitsdistributienet of installaties van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit:
31° de technische kenmerken van het elektriciteitsdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit met onder meer de toegepaste spanningsniveaus;
42° de vrije hanghoogte, de ingravingsdiepte en de toegankelijkheid van de elektriciteitsleidingen;
53° de bescherming tegen corrosie;
64° de gebruikte materialen en componenten;
75° de aanleg, de controle en het beproeven van elektriciteitsleidingen;
86° de verplichtingen van derden voor, tijdens en na werken in de nabijheid van installaties van het elektriciteitsdistributienet en installaties van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;
97° de exploitatievoorwaarden en de controles van de installaties van het elektriciteitsdistributienet en installaties van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;
108° de tussenkomsten na incidenten of ongevallen;
119° de procedure in geval van opening van een elektriciteitsmeter voor een netgebruiker op het elektriciteitsdistributienet of bij een gebruiker van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
12De veiligheidscode, vermeld in het eerste lid, houdt rekening met de objectieve verschillen tussen het elektriciteitsdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
13De veiligheidscode, vermeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op installaties van gesloten distributienetten, privédistributienetten en directe lijnen.
+0 −5 energiedecreet/art. 4.1.16 zoals gemerged
1Onverminderd artikel 4.1.13 is voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de aansluiting van een wooneenheid of gebouw het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de wooneenheid of het gebouw, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
2Voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de ontsluiting van een verkaveling is het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de verkaveling, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
3De Vlaamse Regering houdt voor het vaststellen van de uitzonderingen, vermeld in het eerste en tweede lid, minstens rekening met de aanwezigheid van andere netten en de energieprestaties van de aan te sluiten gebouwen.
4De aanvrager van de aansluiting of verkaveling draagt de overige kosten.
5De VREG beslist, met toepassing van afdeling XII, over het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen tussen het aardgasdistributienet en de wooneenheid, het gebouw of de verkaveling.
+19 −12 energiedecreet/art. 4.1.19 zoals gemerged
1§ 1. De ontwikkeling van het distributienet en plaatselijk vervoernet van elektriciteit wordt gebaseerd op een transparant investeringsplan dat jaarlijks door de distributienetbeheerder en tweejaarlijks door de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bij de VREG wordt ingediend, telkens voor het net dat hij beheert.1§ 1. De ontwikkeling van het distributienet en plaatselijk vervoernet van elektriciteit wordt gebaseerd op een transparant investeringsplan dat tweejaarlijks door de distributienetbeheerder en tweejaarlijks door de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bij de VREG wordt ingediend, telkens voor het net dat hij beheert.
2Het investeringsplan van de elektriciteitsdistributienetbeheerders bevat al de volgende elementen:2Het investeringsplan van de elektriciteitsdistributienetbeheerders bevat al de volgende elementen:
31° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;31° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;
5a) de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar;5a) de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar;
6b) de belangrijkste infrastructuur die vereist is voor de aansluiting van nieuwe productiecapaciteit en nieuwe belasting, inclusief oplaadpunten voor elektrische voertuigen en snellaadinfrastructuur;6b) de belangrijkste infrastructuur die vereist is voor de aansluiting van nieuwe productiecapaciteit en nieuwe belasting, inclusief oplaadpunten voor elektrische voertuigen en snellaadinfrastructuur;
7c) voorspellingen van de langetermijntrends;
7c) voorspellingen van de langetermijntrends, onder meer inzake de potentiële bijdrage van elektrische voertuigen en, specifiek, slim en bidirectioneel laden aan de flexibiliteit van het energiesysteem;
83° een transparante kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de flexibiliteitsdiensten of andere hulpbronnen, inclusief de onderliggende parameters, de assumpties en de locaties waar die diensten vereist zijn, waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerders zelf aanvrager van flexibiliteit zijn, in de vorm van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en het beheer van lokale congestie binnen hun dekkingsgebied die voor een periode van drie jaar enerzijds en voor een periode van tien jaar anderzijds vereist zijn;83° een transparante kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de flexibiliteitsdiensten of andere hulpbronnen, inclusief de onderliggende parameters, de assumpties en de locaties waar die diensten vereist zijn, waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerders zelf aanvrager van flexibiliteit zijn, in de vorm van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en het beheer van lokale congestie binnen hun dekkingsgebied die voor een periode van drie jaar enerzijds en voor een periode van tien jaar anderzijds vereist zijn;
94° een transparante beschrijving van de toepassing van de methodologie, vermeld in artikel 4.2.1, § 2, 14°, waarmee een afweging wordt gemaakt tussen de aankoop van flexibiliteitsdiensten, in functie van het beheer van lokale congestie binnen hun eigen dekkingsgebied, en van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en een netinvestering;94° een transparante beschrijving van de toepassing van de methodologie, vermeld in artikel 4.2.1, § 2, 14°, waarmee een afweging wordt gemaakt tussen de aankoop van flexibiliteitsdiensten, in functie van het beheer van lokale congestie binnen hun eigen dekkingsgebied, en van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en een netinvestering;
105° het resultaat van de afweging, vermeld in punt 4° ;105° het resultaat van de afweging, vermeld in punt 4° ;
116° een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in het afgelopen jaar uitgevoerd zijn;116° een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in de afgelopen twee jaar uitgevoerd zijn;
127° de volumerapportering van activaties van flexibiliteitsdiensten op het elektriciteitsdistributienet in de afgelopen twee jaar die voorafgaan aan de indiening van het investeringsplan;127° de volumerapportering van activaties van flexibiliteitsdiensten op het elektriciteitsdistributienet in de afgelopen twee jaar die voorafgaan aan de indiening van het investeringsplan;
138° de ontwikkeling van diensten en maatregelen die het gebruik van flexibiliteit op het elektriciteitsdistributienet verhogen.138° de ontwikkeling van diensten en maatregelen die het gebruik van flexibiliteit op het elektriciteitsdistributienet verhogen.
14Het investeringsplan van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bevat al de volgende elementen:14Het investeringsplan van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bevat al de volgende elementen:
151° voor een periode van drie en tien jaar een gedetailleerde raming van de huidige en toekomstige capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en van decentrale productie met aanduiding van de onderliggende hypothesen. Het investeringsplan wordt gebaseerd op die ramingen en er wordt rekening gehouden met het potentiële gebruik van vraagrespons, flexibiliteit, elektriciteitsopslagfaciliteiten of andere hulpbronnen die kunnen dienen als alternatieven voor de uitbreiding van het net;151° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met vermelding van de onderliggende hypothesen;
162° de belangrijkste infrastructuur die de eerstvolgende tien jaar aangelegd of vernieuwd moet worden en alle investeringen die al beslist zijn;
173° een overzicht van de nieuwe investeringen die de eerstkomende drie jaar gedaan moeten worden met een tijdschema voor alle investeringsprojecten;
184° efficiënte maatregelen om de doelmatigheid van het systeem te garanderen.
162° een investeringsprogramma voor vernieuwing en uitbreiding van het net dat de beheerder van het plaatselijk vervoernet uitvoert om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat al de volgende elementen:
17a) de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar;
18b) de belangrijkste infrastructuur die vereist is voor de aansluiting van nieuwe productiecapaciteit en nieuwe belasting, inclusief batterijopslag en snellaadinfrastructuur;
19c) voorspellingen van de langetermijntrends, onder meer inzake de potentiële bijdrage van elektrische voertuigen en, specifiek, slim en bidirectioneel laden aan de flexibiliteit van het energiesysteem;
203° een transparante kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de flexibiliteitsdiensten of andere hulpbronnen, inclusief de onderliggende para- meters, de assumpties en de locaties waar die diensten vereist zijn, waarvoor de beheerder van het plaatselijk vervoernet zelf aanvrager van flexibiliteit is, in de vorm van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en het beheer van lokale congestie binnen zijn dekkingsgebied die voor een periode van drie jaar enerzijds en voor een periode van tien jaar anderzijds vereist zijn;
214° een transparante beschrijving van de toepassing van de methodologie, vermeld in artikel 4.2.1, §2, 14°, waarmee een afweging wordt gemaakt tussen de aankoop van flexibiliteitsdiensten, in functie van het beheer van lokale congestie binnen het eigen dekkingsgebied, en van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en een netinvestering;
225° het resultaat van de afweging, vermeld in punt 4°;
236° een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in de afgelopen twee jaar uitgevoerd zijn;
247° de volumerapportering van activaties van flexibiliteitsdiensten op het plaatselijk vervoernet en op het distributienet door congestie op het plaatselijk vervoernet in de afgelopen twee jaar die voorafgaan aan de indiening van het investeringsplan;
258° de ontwikkeling van diensten en maatregelen die het gebruik van flexibiliteit op het plaatselijk vervoernet verhogen.
19Het investeringsplan van de aardgasdistributienetbeheerders bevat de volgende elementen:26Het investeringsplan van de aardgasdistributienetbeheerders bevat de volgende elementen:
201° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;271° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;
212° de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar, waarin rekening wordt gehouden met de langetermijnevoluties;282° de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar, waarin rekening wordt gehouden met de langetermijnevoluties;
223° een gedetailleerd plan van het aardgasdistributienet van de aardgasdistributienetbeheerder, met aanduiding van de bestaande aardgasleidingen per straat en eventueel met vermelding van de huisnummers;
234° een gedetailleerde lijst van het aardgasdistributienet van de aardgasdistributienetbeheerder, met aanduiding van de aardgasleidingen waarvan de aanleg in de drie daaropvolgende jaren gepland is, per straat en eventueel met vermelding van de huisnummers;
293° ...;
304° ...;
245° een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in het afgelopen jaar uitgevoerd zijn;315° een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in de afgelopen twee jaar uitgevoerd zijn;
256° het aantal aangesloten en het aantal aansluitbare wooneenheden en gebouwen op 1 januari van het jaar in kwestie.326° het aantal aangesloten en het aantal aansluitbare wooneenheden en gebouwen op 1 januari van het jaar in kwestie.
26Het technisch reglement kan nader bepalen welke bijkomende informatie kan worden opgevraagd en op welke wijze de informatie ter beschikking wordt gesteld.33Het technisch reglement kan nader bepalen welke bijkomende informatie kan worden opgevraagd en op welke wijze de informatie ter beschikking wordt gesteld.
27§ 2. De distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit consulteren alle relevante netgebruikersen de transmissienetbeheerder over het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1.34§ 2. De distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit consulteren alle relevante netgebruikers, de relevante gebruikers van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de transmissienetbeheerder over het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1.
28De distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bezorgen de resultaten van de publieke consultatie, vermeld in het eerste lid, samen met het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1, aan de VREG.35De distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bezorgen de resultaten van de publieke consultatie, vermeld in het eerste lid, samen met het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1, aan de VREG.
29§ 3. Het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.36§ 3. Het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.
30De VREG maakt zijn beslissing binnen negentig dagen na de dag waarop hij het investeringsplan heeft ontvangen bekend of vraagt binnen dezelfde termijn bijkomende inlichtingen aan de netbeheerder. Als de VREG aan de netbeheerder bijkomende inlichtingen vraagt, wordt de termijn om een beslissing te nemen met negentig dagen verlengd, vanaf de dag nadat de bijkomende inlichtingen werden gevraagd.37De VREG maakt zijn beslissing binnen negentig dagen na de dag waarop hij het investeringsplan heeft ontvangen bekend of vraagt binnen dezelfde termijn bijkomende inlichtingen aan de netbeheerder. Als de VREG aan de netbeheerder bijkomende inlichtingen vraagt, wordt de termijn om een beslissing te nemen met dertig dagen verlengd, vanaf de dag nadat de bijkomende inlichtingen werden gevraagd.
31De VREG kan, na overleg, de netbeheerder verplichten om het investeringsplan binnen een redelijke termijn aan te passen.38De VREG kan, na overleg, de netbeheerder verplichten om het investeringsplan binnen een redelijke termijn aan te passen.
32Het goedgekeurde investeringsplan wordt op de website van de netbeheerder bekendgemaakt.39Het goedgekeurde investeringsplan wordt op de website van de netbeheerder bekendgemaakt.
+19 −0 energiedecreet/art. 4.1.19/1 zoals gemerged
1§1. Met behoud van toepassing van artikel 4.1.19 wordt de ontwikkeling van het distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit gebaseerd op een transparant databeheersplan dat tweejaarlijks door de distributienet- beheerders en door de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bij de VREG wordt ingediend, telkens voor het net dat hij beheert.
2Het databeheersplan, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op:
31° voor de distributienetbeheerders de taken, vermeld in artikel 4.1.8/2, eerste lid; 2° voor de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit de taken,
4vermeld in artikel 4.1.6, §3.
5Het databeheersplan, vermeld in het eerste lid, omvat al de volgende elementen:
61° een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van de systemen die ingezet worden ter ondersteuning van het netbeheer, de leveringsmarkt en flexibiliteit die gebaseerd is op de toekomstverwachtingen rond evoluties in deze behoeften, rekening houdend met evoluerende behoeften voor de opnamefrequentie en doorstuurfrequentie van de data, met vermelding van de onderliggende hypothesen;
72° een investeringsprogramma voor de aanpassing van de systemen dat de netbeheerder uitvoert om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat al de volgende elementen:
8a) de roadmap voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van de systemen voor het beheren van data voor een periode van tien jaar;
9b) een toelichting bij de verschillende systemen in de dataketting;
10c) voorspellingen van de langetermijntrends.
11Het technisch reglement, vermeld in artikel 4.2.1, kan nader bepalen welke bijkomende informatie kan worden gevraagd aan de distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en op welke wijze de informatie ter beschikking wordt gesteld.
12§2. De netbeheerders consulteren alle relevante netgebruikers, de relevante gebruikers van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de transmissienetbeheerder over het databeheersplan, vermeld in paragraaf 1.
13De netbeheerders bezorgen de resultaten van de publieke consultatie, vermeld in het eerste lid, samen met het databeheersplan, vermeld in paragraaf 1, aan de VREG.
14§3. Het databeheersplan, vermeld in paragraaf 1, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.
15De VREG maakt zijn beslissing over het databeheersplan, vermeld in het eerste lid, binnen negentig dagen na de dag waarop hij het databeheersplan heeft ontvangen bekend of vraagt binnen die termijn bijkomende inlichtingen aan de netbeheerder. Als de VREG aan de netbeheerder bijkomende inlichtingen vraagt, wordt de voormelde termijn om een beslissing te nemen met dertig dagen ver- lengd, vanaf de dag nadat de bijkomende inlichtingen zijn gevraagd.
16De VREG kan, na overleg, de netbeheerder verplichten om het databeheersplan binnen een redelijke termijn aan te passen.
17Het goedgekeurde databeheersplan wordt op de website van de netbeheerder bekendgemaakt.
18§4. In het jaar volgend op de goedkeuring van het databeheersplan, vermeld in paragraaf 1, bezorgen de distributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit een voortgangsrapport over de uitvoering van het databeheersplan en bezorgen dat aan de minister voor 1 oktober.
19§5. De distributienetbeheerder die kleinschalige netten voor de distributie van aardgas bedient op het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied, hoeft geen databeheersplan als vermeld in paragraaf 1, op te stellen en in te dienen.
+1 −0 energiedecreet/art. 4.1.22/3 zoals gemerged
43° bezit de technische mogelijkheid tot communiceren met applicaties van andere marktpartijen;43° bezit de technische mogelijkheid tot communiceren met applicaties van andere marktpartijen;
54° kan op afstand het toegangsvermogen instellen en de toegang tot het distributienet verlenen en onderbreken.54° kan op afstand het toegangsvermogen instellen en de toegang tot het distributienet verlenen en onderbreken.
6Een digitale meter wordt als niet-communicerend beschouwd als hij actief is maar niet op afstand uitleesbaar is door de distributienetbeheerder. Als de meter niet-communicerend is door een probleem in de digitale meter, lost de distributienetbeheerder het communicatieprobleem op eigen initiatief of op vraag van de netgebruiker op binnen een door de Vlaamse Regering bepaalde termijn. Indien de meter niet-communicerend is door de locatie van de digitale meter in het gebouw of door de ligging van het gebouw waarin de digitale meter is geplaatst, lost de distributienetbeheerder het communicatieprobleem op als de netgebruiker hem daarom verzoekt en op voorwaarde dat er een technisch en economisch haalbare oplossing is. De Vlaamse Regering kan criteria opleggen voor de evaluatie van de technische en economische haalbaarheid. De distributienetbeheerder zorgt er in alle gevallen voor dat nooit meer dan 6% van de geplaatste digitale meters voor aardgas of 3% van de geplaatste digitale meters voor elektriciteit niet-communicerend zijn.
6De marktpartijen, vermeld in het eerste lid, 3°, verwerken alleen de gegevens die strikt noodzakelijk zijn om hun diensten te verlenen en waarover een overeenkomst werd afgesloten met de betrokkene. Die gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en niet overmatig ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden.7De marktpartijen, vermeld in het eerste lid, 3°, verwerken alleen de gegevens die strikt noodzakelijk zijn om hun diensten te verlenen en waarover een overeenkomst werd afgesloten met de betrokkene. Die gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en niet overmatig ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden.
7De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de digitale meters moeten voldoen.8De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de digitale meters moeten voldoen.
+1 −1 energiedecreet/art. 4.3.3 zoals gemerged
1In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.1In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of als de toegang van een leverancier tot het net wordt beëindigd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.
2Het Openbaar Ministerie brengt de VREG op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.2Het Openbaar Ministerie brengt de VREG op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is.
3De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de VREG zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van:3De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de VREG zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van:
+2 −1 energiedecreet/art. 4.4.1 zoals gemerged
+4 −0 energiedecreet/art. 7.1.4 zoals gemerged
+1 −1 energiedecreet/art. 7.1.5 zoals gemerged
+1 −1 energiedecreet/art. 7.1.10 zoals gemerged
+1 −1 energiedecreet/art. 7.1.11 zoals gemerged
energiedecreet/art. 7.1/1 wijzigt · .1, §3
+1 −1 energiedecreet/art. 7.2.2 zoals gemerged
+1 −1 energiedecreet/art. 7.2.3 zoals gemerged
+0 −3 energiedecreet/art. 7.3.1 zoals gemerged
+4 −0 energiedecreet/art. 7.8.1 zoals gemerged
+14 −0 energiedecreet/art. 7.8.2 zoals gemerged
+6 −0 energiedecreet/art. 7.8.3 zoals gemerged
+0 −10 energiedecreet/art. 11.2.3 zoals gemerged
+6 −2 energiedecreet/art. 12.2.1 zoals gemerged
+15 −5 energiedecreet/art. 12.3.1 zoals gemerged
+0 −8 energiedecreet/art. 12.3.2 zoals gemerged
+5 −2 energiedecreet/art. 13.4.9/1 zoals gemerged
+1 −1 energiedecreet/art. 13.4.11 zoals gemerged
+4 −3 energiedecreet/art. 13.4.16 zoals gemerged
+4 −0 energiedecreet/art. 13.4.17 zoals gemerged
+3 −1 energiedecreet/art. 15.3.5/18 zoals gemerged
+1 −0 energiedecreet/art. 15.3.5/25 zoals gemerged
+33 −0 energiedecreet/art. 15.3.5/26 zoals gemerged

Andere wetten (niet gespiegeld)

art. 3de wet van 24 december 1970 betreffende de te nemen veiligheidsmaatregelen bij de oprichting en bij de exploitatie van gasdistributie-installaties voegt in
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd