§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt en het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid #1937

Gemerged Vlaamse Regering voegde 45 artikels samen in decreet-2002-05-08decreet-2008-07-10-1017082 · 22 december 2023 Alle checks geslaagd
45 artikels gewijzigd
+25 −0 decreet-2002-05-08/art. 7/1 zoals gemerged
1§1. In dit artikel wordt verstaan onder Vlaamse administratie: de entiteiten, vermeld in artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 december 2004 houdende maatregelen ter bevordering en ondersteuning van het gelijkekansen- en diversiteitsbeleid in de Vlaamse administratie.
2§2. Voor de verwerking van persoonsgegevens van de Vlaamse administratie conform dit decreet op een gestructureerde en systematische wijze, treden de entiteiten op als verwerkingsverantwoordelijken als vermeld in artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de ver- werking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). De doeleinden voor de verwerking van persoonsgegevens door de verwerkingsverantwoordelijken betreffen de opdrachten, vermeld in artikel 5 en 7, wat betreft de Vlaamse administratie.
3De verwerking van de persoonsgegevens is beperkt tot wat noodzakelijk is om het doel, vermeld in het eerste lid, te bereiken.
4§3. De verwerkingsverantwoordelijken kunnen conform de bepalingen van dit decreet de volgende categorieën van persoonsgegevens verwerken:
51° identificatiegegevens;
62° contactgegevens;
73° het rijksregisternummer met het doel om op een unieke wijze natuurlijke personen te identificeren;
84° gegevens over de huidige betrekking;
95° gegevens over persoonlijke bijzonderheden;
106° de gegevens, vermeld in artikel 2, 8° en 9°;
117° financiële gegevens;
128° gegevens betreffende de gezondheid.
13De Vlaamse Regering kan de categorieën van persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
14§4. De verwerkingsverantwoordelijken kunnen conform de bepalingen van dit decreet de persoonsgegevens van de Vlaamse administratie van de volgende categorieën van personen verwerken:
151° personeelsleden;
162° stagiairs;
173° sollicitanten;
184° personeelsleden die uitgestroomd zijn.
19De Vlaamse Regering kan de categorieën van personen, vermeld in het eerste lid, nader omschrijven.
20§5. De gegevens die verwerkt worden conform dit decreet kunnen uitgewisseld worden met de organisaties die de Vlaamse Regering daarvoor machtigt, als dat noodzakelijk is in het kader van hun wettelijke opdracht of ter uitvoering van dit decreet.
21§6. De personen die toegang kunnen krijgen tot de persoonsgegevens zijn:
221° de personen die hiertoe aangesteld zijn door de Vlaamse administratie en de verwerkingsverantwoordelijken;
232° de personen die hiertoe aangesteld zijn door de organisaties, gemachtigd conform paragraaf 5.
24§7. De verwerkingsverantwoordelijken nemen de gepaste technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen conform voormelde verordening.
25§8. De verwerkingsverantwoordelijken en de organisaties, vermeld in paragraaf 5, bewaren de voormelde categorieën van persoonsgegevens in ieder geval conform de bewaartermijnen in het kader van de oorspronkelijke verzamelingsdoeleinden. De persoonsgegevens die verkregen zijn in het kader van de doeleinden, bepaald in dit decreet, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking. De maximale bewaartermijn zal niet langer dan tien jaar zijn nadat het personeelslid is uitgestroomd, na de stage van de stagiair of de sollicitatieprocedure van de sollicitant bij de Vlaamse administratie, tenzij bepaalde toepasselijke regelgeving een langere maximale bewaartermijn vooropstelt.
+11 −6 decreet-2002-05-08/art. 12 zoals gemerged
1§1. Wanneer een lid van het Vlaams overheids- en onderwijspersoneel, overeenkomstig de vigerende procedures, een met redenen omklede klacht heeft ingediend of een rechtsvordering instelt tot naleving van het decreet, mag de arbeidsverhouding niet beëindigd worden, noch de arbeidsvoorwaarden eenzijdig gewijzigd worden, behalve om redenen die vreemd zijn aan die klacht of aan die rechtsvordering.1§1. Wanneer een lid van het Vlaams overheids- en onderwijspersoneel een melding heeft gedaan of een klacht heeft ingediend of een rechtsvordering instelt tot naleving van het decreet, mag de arbeidsverhouding niet beëindigd worden, noch de arbeidsvoorwaarden eenzijdig gewijzigd worden, behalve om redenen die vreemd zijn aan die melding, aan die klacht of aan die rechtsvordering, of aan de inhoud ervan.
2§2. Om de bescherming, vermeld in paragraaf 1, te genieten moet de persoon op wie de vermeende inbreuk betrekking heeft aantonen dat er een melding werd gedaan, een klacht werd ingediend of een rechtsvordering werd ingesteld omwille van een inbreuk op dit decreet. Dit bewijs kan met elk rechtsmiddel geleverd worden.
2§ 2. De bewijslast van deze redenen rust op de werkgever, wanneer de werknemer wordt ontslagen of de arbeidsvoorwaarden eenzijdig worden gewijzigd binnen twaalf maanden volgend op het indienen van de klacht. Deze bewijslast rust eveneens op de werkgever in geval van ontslag of eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden nadat een rechtsvordering werd ingesteld, en dit tot drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis.3Wanneer de werkgever, binnen twaalf maanden nadat deze kennis had van de melding of de klacht of nadat deze redelijkerwijs kennis kon hebben van de melding of klacht, de persoon op wie de vermeende inbreuk betrekking heeft, ontslaat of de arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigt, valt de bewijslast dat de nadelige maatregel geen verband houdt met de melding of de klacht, of met de inhoud ervan, ten laste van de werkgever. Deze bewijslast valt eveneens ten laste van de werkgever in geval van ontslag of eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden nadat de rechtsvordering werd ingesteld, en dit tot drie maanden na de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is getreden.
4Wanneer de persoon op wie de vermeende inbreuk betrekking heeft een melding doet, een klacht indient of een rechtsvordering instelt of wanneer een persoon als vermeld in paragraaf 6 de handelingen, vermeld in paragraaf 6, stelt, kan die daarvan een schriftelijk en gedateerd bewijs vragen bij de instantie, rechtspersoon, vereniging of organisatie waar de melding wordt gedaan, de klacht wordt ingediend of de rechtsvordering wordt ingesteld.
5Dit schriftelijke bewijs, verstrekt door de instantie, rechtspersoon, vereniging of organisatie, vermeld in het derde lid, bevat de identiteit van de persoon, de ondernomen acties, de datum van de actie en de datum waarop het bewijs werd gevraagd
3§3. Wanneer de werkgever de arbeidsverhouding beëindigt of de arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigt in strijd met de bepalingen van § 1, verzoekt de werknemer of de werknemersorganisatie waarbij hij is aangesloten, hem opnieuw in de onderneming of de dienst op te nemen of hem zijn functie onder dezelfde voorwaarden als voorheen te laten uitoefenen.6§3. Wanneer de werkgever de arbeidsverhouding beëindigt of de arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigt in strijd met de bepalingen van § 1, verzoekt de werknemer of de werknemersorganisatie waarbij hij is aangesloten, hem opnieuw in de onderneming of de dienst op te nemen of hem zijn functie onder dezelfde voorwaarden als voorheen te laten uitoefenen.
4Het verzoek moet met een aangetekende brief gebeuren binnen dertig dagen volgend op de datum van de kennisgeving van de opzegging, van de beÙindiging zonder opzegging of van de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. De werkgever moet zich binnen dertig dagen volgend op de kennisgeving van de brief over het verzoek uitspreken.7Het verzoek moet met een aangetekende brief gebeuren binnen dertig dagen volgend op de datum van de kennisgeving van de opzegging, van de beÙindiging zonder opzegging of van de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. De werkgever moet zich binnen dertig dagen volgend op de kennisgeving van de brief over het verzoek uitspreken.
5De werkgever die de werknemer opnieuw in de onderneming of de dienst opneemt of hem zijn functie onder dezelfde voorwaarden als voorheen laat uitoefenen, moet het wegens ontslag of wijziging van de arbeidsvoorwaarden gederfde loon betalen alsmede de werkgevers- en werknemersbijdragen op dat loon storten.8De werkgever die de werknemer opnieuw in de onderneming of de dienst opneemt of hem zijn functie onder dezelfde voorwaarden als voorheen laat uitoefenen, moet het wegens ontslag of wijziging van de arbeidsvoorwaarden gederfde loon betalen alsmede de werkgevers- en werknemersbijdragen op dat loon storten.
6§4. Wanneer de werknemer na het in § 3, eerste lid, bedoelde verzoek niet opnieuw wordt opgenomen of zijn functie niet onder dezelfde voorwaarden als voorheen kan uitoefenen en er geoordeeld werd dat het ontslag of de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden indruist tegen de bepalingen van § 1, moet de werkgever aan de werknemer een vergoeding betalen die, naar keuze van de werknemer, gelijk is hetzij aan een forfaitair bedrag dat overeenstemt met het brutoloon voor zes maanden, hetzij aan de werkelijk door de werknemer geleden schade; in laatstgenoemd geval moet de werknemer de omvang van de geleden schade kunnen bewijzen.9§4. Wanneer de werknemer na het in § 3, eerste lid, bedoelde verzoek niet opnieuw wordt opgenomen of zijn functie niet onder dezelfde voorwaarden als voorheen kan uitoefenen en er geoordeeld werd dat het ontslag of de eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden indruist tegen de bepalingen van § 1, moet de werkgever aan de werknemer een schadevergoeding betalen die, naar keuze van de werknemer, gelijk is hetzij aan een forfaitair bedrag dat overeenstemt met het brutoloon voor zes maanden, hetzij aan de werkelijk door de werknemer geleden schade; in laatstgenoemd geval moet de werknemer de omvang van de geleden schade kunnen bewijzen.
10De schadevergoeding, bedoeld in deze paragraaf, kan gecumuleerd worden met de schadevergoedingen wegens discriminatie, voorzien in artikel 28, §2, van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid.
7§5. De werkgever is verplicht dezelfde vergoeding uit te betalen, zonder dat de werknemer het in § 3, eerste lid, bedoelde verzoek moet indienen om opnieuw te worden opgenomen of zijn functie onder dezelfde voorwaarden als voorheen te kunnen uitoefenen:11§5. De werkgever is verplicht dezelfde schadevergoeding uit te betalen, zonder dat de werknemer het in § 3, eerste lid, bedoelde verzoek moet indienen om opnieuw te worden opgenomen of zijn functie onder dezelfde voorwaarden als voorheen te kunnen uitoefenen:
81° wanneer de werknemer de arbeidsovereenkomst verbreekt, omdat het gedrag van de werkgever in strijd is met de bepalingen van § 1, wat volgens de werknemer een reden is om de arbeidsovereenkomst zonder opzegging of voor het verstrijken ervan te verbreken;121° wanneer de werknemer de arbeidsovereenkomst verbreekt, omdat het gedrag van de werkgever in strijd is met de bepalingen van § 1, wat volgens de werknemer een reden is om de arbeidsovereenkomst zonder opzegging of voor het verstrijken ervan te verbreken;
92° wanneer de werkgever de werknemer heeft ontslagen om een dringende reden, op voorwaarde dat het bevoegde rechtscollege dit ontslag ongegrond acht en in strijd met de bepalingen van § 1.132° wanneer de werkgever de werknemer heeft ontslagen om een dringende reden, op voorwaarde dat het bevoegde rechtscollege dit ontslag ongegrond acht en in strijd met de bepalingen van § 1.
14De schadevergoeding, bedoeld in deze paragraaf, kan gecumuleerd worden met de schadevergoedingen wegens discriminatie, voorzien in artikel 28, §2, van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid.
10§6. Personen die aan een slachtoffer van discriminatie steun verlenen door het slachtoffer te verdedigen of te vertegenwoordigen, of door voor het slachtoffer te getuigen, genieten dezelfde bescherming als de bescherming, vermeld in paragraaf 1 tot en met 5.15§6. Personen die aan een slachtoffer van discriminatie steun verlenen door het slachtoffer te verdedigen of te vertegenwoordigen, of door voor het slachtoffer te getuigen, genieten dezelfde bescherming als de bescherming, vermeld in paragraaf 1 tot en met 5.
+2 −0 decreet-2002-05-08/art. 17bis zoals gemerged
1Elk vonnis of arrest dat door de hoven en rechtbanken wordt gewezen op grond van dit decreet wordt binnen acht dagen te rekenen vanaf de uitspraak ter kennis gebracht aan het Vlaams Mensenrechteninstituut, vermeld in het decreet van 28 oktober 2022 tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut, door de griffier van het betrokken rechtscollege.
2Bovendien licht de griffier van het hof of de rechtbank waar een beroep, verzet of derdenverzet, is ingesteld tegen een rechterlijke beslissing als vermeld in het eerste lid onverwijld het voormelde Vlaams Mensenrechteninstituut in.
+10 −3 decreet-2008-07-10-1017082/art. 3 zoals gemerged
1Bij dit decreet worden de volgende Europese richtlijnen omgezet :1Bij dit decreet worden de volgende Europese richtlijnen gedeeltelijk omgezet :
21° richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming;21° richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming;
32° richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep;32° richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep;
43° richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot wijziging van richtlijn 76/207/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden;43° richtlijn 2002/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 tot wijziging van richtlijn 76/207/EEG van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden;
54° richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten;54° richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten;
65° richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking).65° richtlijn 2006/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in arbeid en beroep (herschikking);
76° richtlijn 2010/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen en tot intrekking van Richtlijn 86/613/EEG van de Raad;
87° richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven;
98° richtlijn 2014/54/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende maatregelen om de uitoefening van de in de context van het vrije verkeer van werknemers aan werknemers verleende rechten te vergemakkelijken;
109° richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten;
1110° richtlijn (EU) 2019/1158 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers en tot intrekking van Richtlijn 2010/18/EU van de Raad;
1211° richtlijn (EU) 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen.
7Dit decreet geeft uitvoering aan volgende verdragen :13Dit decreet geeft uitvoering aan volgende verdragen :
81° Verdrag van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie;141° Verdrag van 7 maart 1966 inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie;
92° Verdrag van 18 december 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen;152° Verdrag van 18 december 1979 inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen;
103° Verdrag van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een handicap.163° Verdrag van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een handicap;
174° Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, gedaan te Istanbul op 11 mei 2011.
+8 −3 decreet-2008-07-10-1017082/art. 6 zoals gemerged
1§ 1. Het Vlaamse gelijkekansenbeleid wil een bijdrage leveren aan het bewerkstelligen van gelijke kansen. Het levert die bijdrage door :1§ 1. Het Vlaamse gelijkekansenbeleid wil een bijdrage leveren aan het bewerkstelligen van gelijke kansen. Het levert die bijdrage door :
21° achterstellings- en uitsluitingsmechanismen die verband houden met de kenmerken, vermeld in artikel 16, § 3, zichtbaar te maken, hun impact te voorkomen, te verminderen of weg te werken, en de totstandkoming van nieuwe vergelijkbare mechanismen te voorkomen;21° achterstellings- en uitsluitingsmechanismen die verband houden met de kenmerken, vermeld in artikel 15bis, zichtbaar te maken, hun impact te voorkomen, te verminderen of weg te werken, en de totstandkoming van nieuwe vergelijkbare mechanismen te voorkomen;
32° evenwichtige participatie in alle maatschappelijke domeinen te stimuleren;32° evenwichtige participatie in alle maatschappelijke domeinen te stimuleren;
43° vooroordelen te bestrijden en te voorkomen;43° vooroordelen te bestrijden en te voorkomen;
7§ 2. Het Vlaamse gelijkekansenbeleid onderneemt daarbij prioritair activiteiten die erop gericht zijn gelijke kansen te bewerkstelligen :7§ 2. Het Vlaamse gelijkekansenbeleid onderneemt daarbij prioritair activiteiten die erop gericht zijn gelijke kansen te bewerkstelligen :
81° ongeacht gender, inclusief geslacht, genderidentiteit en genderexpressie;81° ongeacht gender, inclusief geslacht, genderidentiteit en genderexpressie;
92° ongeacht seksuele geaardheid;92° ongeacht seksuele oriëntatie;
103° ongeacht handicap of gezondheidstoestand;103° ongeacht handicap of gezondheidstoestand;
114° door de integrale toegankelijkheid te bevorderen van infrastructuur die voor een publiek toegankelijk is;114° door de integrale toegankelijkheid te bevorderen van infrastructuur die voor een publiek toegankelijk is;
125° door de integrale toegankelijkheid te bevorderen van informatie die voor een publiek toegankelijk is ;125° door digitale inclusie en de integrale toegankelijkheid van informatie die voor een publiek toegankelijk is te bevorderen;
136° ongeacht zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming, geloof of levensbeschouwing;136° ongeacht zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, of etnische of nationale afstamming, geloof of levensbeschouwing;
147° ongeacht leeftijd.147° ongeacht leeftijd.
15Digitale inclusie als vermeld in het eerste lid, 5°, heeft als doelstelling dat iedereen ten volle kan deelnemen aan de digitale samenleving. Deze doelstelling wordt gerealiseerd door:
161° de toegang tot internet, hardware en software te versterken;
172° digitale competenties te versterken;
183° een toegankelijk ondersteuningsnetwerk voor digitale vragen op te zetten;
194° digitale informatie en dienstverlening gebruiksvriendelijk en toegankelijk te maken.
+9 −1 decreet-2008-07-10-1017082/art. 8 zoals gemerged
1De Vlaamse Regering stelt binnen negen maanden na haar aantreden de strategische en operationele doelstellingen vast, waarmee op elk beleidsdomein de doelstellingen van het gelijkekansenbeleid, zoals omschreven in artikel 6, § 2, zullen worden ingevuld. 1§1. De Vlaamse Regering stelt binnen zes maanden na haar aantreden de doelstellingen en beleidsprioriteiten vast waarmee op elk relevant beleidsdomein de doelstellingen van het Vlaamse gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 5 en 6, zullen worden ingevuld. De Vlaamse Regering maakt ook een analyse van de maatschappelijke context waarin de voormelde doelstellingen gerealiseerd moeten worden.
2Binnen zes maanden nadat de Vlaamse Regering de doelstellingen heeft vastgelegd, stelt ze een geïntegreerd actieplan op. In het voormelde actieplan worden alleen de acties opgenomen die aanvullend aan het reguliere beleid binnen de domeinen genomen worden en waarbij er samenwerking tussen beleidsdomeinen vereist is.
3Het geïntegreerde actieplan, vermeld in het tweede lid, omvat minstens al de volgende elementen:
41° een beknopte omschrijving van de geformuleerde doelstellingen en de beleidsdomeinen waarvoor ze gelden;
52° de concrete acties die genomen moeten worden om de geformuleerde doel- stellingen te realiseren;
63° het tijdpad dat is opgesteld voor de uitvoering van de acties, vermeld in punt 2°;
74° de opgave van de indicatoren waarmee de voortgang wordt gemeten;
85° de ingezette middelen en instrumenten.
9§2. De Vlaamse Regering kan het geïntegreerde actieplan, vermeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, afstemmen op het geïntegreerde actieplan, vermeld in artikel 5, §1, tweede en derde lid, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid.
+0 −1 decreet-2008-07-10-1017082/art. 9 zoals gemerged
1Per beleidsdomein wordt minstens een strategische doelstelling geformuleerd die betrekking heeft op de voorwaarden, vermeld in artikel 6, § 2, 1° en 3°.
+2 −8 decreet-2008-07-10-1017082/art. 10 zoals gemerged
1Binnen zes maanden nadat de Vlaamse Regering de strategische en operationele doelstellingen heeft vastgelegd, wordt een geïntegreerd actieplan opgesteld.
2Dat actieplan omvat minstens :
31° de beschrijving van de geformuleerde strategische en operationele doelstellingen binnen elk beleidsdomein;
42° een analyse per beleidsdomein van de maatschappelijke context waarbinnen die doelstellingen gerealiseerd moeten worden;
53° de concrete acties;
64° het tijdpad, opgesteld voor de uitvoering van die acties;
75° de opgave van de indicatoren waarmee de voortgang wordt gemeten;
86° de ingezette middelen en instrumenten.
1De Vlaamse Regering bepaalt de beleidsdomeinen en de betrokken departementen en intern en extern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid die relevant zijn voor het gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 5 en 6.
2Binnen de beleidsdomeinen die de Vlaamse Regering als relevant aanwijst, staan de Vlaamse Regering, de betrokken departementen en de intern en extern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid in voor de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 5 en 6.
+1 −4 decreet-2008-07-10-1017082/art. 11 zoals gemerged
1Het actieplan wordt na twee jaar geactualiseerd. Die actualisering omvat minstens :
21° een analyse per beleidsdomein van de maatschappelijke ontwikkelingen, die relevant zijn voor het gelijkekansenbeleid;
32° een beschrijving per beleidsdomein van de voortgang van de acties, en de eventuele bijsturingen;
43° de nieuwe acties binnen elk beleidsdomein, met opgave van het tijdpad en de indicatoren.
1De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de departementen en de intern en extern verzelfstandigde agentschappen het gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 5 en 6, vormgeven.
+2 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 14bis zoals gemerged
1Om de doelstellingen van het gelijkekansenbeleid voor de thema’s, vermeld in artikel 6, §2, eerste lid, 1° tot en met 3°, te realiseren, erkent de Vlaamse Regering partnerorganisaties voor gelijke kansen. De erkenning wordt verleend voor vijf jaar.
2De Vlaamse Regering bepaalt de beleidsdoelstellingen die uitvoering geven aan de thema’s, vermeld in het eerste lid.
+6 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 14ter zoals gemerged
1De erkende partnerorganisaties voor gelijke kansen, vermeld in artikel 14bis, geven invulling aan minimum twee van de volgende vier rollen voor de thema’s, vermeld in artikel 6, §2, eerste lid, 1° tot en met 3°:
21° een rol als belangenbehartiger met signaalfunctie aan de Vlaamse overheid en aanjager van het maatschappelijke debat;
32° een rol als expertisecentrum voor praktijkgeoriënteerde expertiseontwikkeling, kennis- en informatieopbouw;
43° een rol op het vlak van dienstverlening, ondersteuning of informatieverschaffing;
54° een rol als netwerkorganisatie die mensen en organisaties verbindt en die gericht is op de versterking van gelijke kansen.
6De Vlaamse Regering bepaalt de rollen, vermeld in het eerste lid, nader.
+3 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 14quater zoals gemerged
1Elke erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in artikel 14bis, sluit voor een periode van vijf jaar een samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering legt een erkende partnerorganisatie door middel van deze samenwerkingsovereenkomst de rollen, vermeld in artikel 14ter, op. In deze samenwerkingsovereenkomst wordt ook de praktische en concrete invulling van de opgelegde rollen, vermeld in artikel 14ter, opgenomen.
2In de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, worden ook de strategische en operationele doelstellingen opgenomen. Per operationele doelstelling worden een of meer indicatoren bepaald.
3De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst.
+10 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 14quinquies zoals gemerged
+5 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 14sexies zoals gemerged
+20 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 14septies zoals gemerged
+24 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 14octies zoals gemerged
+5 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 14novies zoals gemerged
+1 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 15 zoals gemerged
+4 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 15bis zoals gemerged
+5 −4 decreet-2008-07-10-1017082/art. 16 zoals gemerged
+2 −2 decreet-2008-07-10-1017082/art. 17 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2008-07-10-1017082/art. 18 zoals gemerged
+8 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 19 zoals gemerged
+3 −4 decreet-2008-07-10-1017082/art. 20 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2008-07-10-1017082/art. 22bis zoals gemerged
+3 −3 decreet-2008-07-10-1017082/art. 24 zoals gemerged
+1 −2 decreet-2008-07-10-1017082/art. 25 zoals gemerged
+1 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 25bis zoals gemerged
+2 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 25ter zoals gemerged
+2 −1 decreet-2008-07-10-1017082/art. 26 zoals gemerged
+4 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 26bis zoals gemerged
+2 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 26ter zoals gemerged
+2 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 26quater zoals gemerged
+4 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 26quinquies zoals gemerged
+1 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 26sexies zoals gemerged
+1 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 27bis zoals gemerged
+13 −4 decreet-2008-07-10-1017082/art. 28 zoals gemerged
+15 −6 decreet-2008-07-10-1017082/art. 29 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2008-07-10-1017082/art. 30 zoals gemerged
+2 −2 decreet-2008-07-10-1017082/art. 31 zoals gemerged
+2 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 35bis zoals gemerged
+12 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 35ter zoals gemerged
+5 −4 decreet-2008-07-10-1017082/art. 36 zoals gemerged
+21 −13 decreet-2008-07-10-1017082/art. 37 zoals gemerged
+4 −3 decreet-2008-07-10-1017082/art. 41 zoals gemerged
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd