§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, wat betreft de indicatiestelling en de interne informatiedeling #1547

Gemerged Vlaamse Regering voegde 3 artikels samen in decreet-2019-04-26-1031790 · 16 januari 2023 Alle checks geslaagd
Ingediende tekst
de Vlaamse Regering 16 januari 2023 · 51 blz.
1547/1 Officiële PDF
2 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 16 jan 2023. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+1 −1 decreet-2019-04-26-1031790/art. 2 berekend
95° gecodeerde persoonsgegevens: gepseudonomiseerde persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 5), van de algemene verordening gegevensbescherming, die alleen door middel van een code in verband kunnen worden gebracht met een geïdentificeerde of identificeerbare persoon;95° gecodeerde persoonsgegevens: gepseudonomiseerde persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 4, 5), van de algemene verordening gegevensbescherming, die alleen door middel van een code in verband kunnen worden gebracht met een geïdentificeerde of identificeerbare persoon;
106° geïntegreerd breed onthaal: onthaal als vermeld in artikel 9 en 10 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid;106° geïntegreerd breed onthaal: onthaal als vermeld in artikel 9 en 10 van het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid;
117° indicatiestelling: het proces van inschatting van de risico's, behoeften en sterktes van een justitiabele dat voorafgaat aan het plannen van een interventie of het opstellen van een sociaal voorlichtingsrapport;117° indicatiestelling: de inschatting van de risico's, behoeften en sterktes van een justitiabele, onder meer aan de hand van risicotaxatie en/of een psychodiagnostisch onderzoek;
128° juridische eerstelijnsbijstand: de juridische bijstand die verstrekt wordt door advocaten in de vorm van praktische inlichtingen, juridische informatie, een eerste juridisch advies of de verwijzing naar een relevante, gespecialiseerde of meer aangewezen instantie of organisatie, gerealiseerd door de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand;128° juridische eerstelijnsbijstand: de juridische bijstand die verstrekt wordt door advocaten in de vorm van praktische inlichtingen, juridische informatie, een eerste juridisch advies of de verwijzing naar een relevante, gespecialiseerde of meer aangewezen instantie of organisatie, gerealiseerd door de commissies voor juridische eerstelijnsbijstand;
139° justitiabele:139° justitiabele:
decreet-2019-04-26-1031790/art. 11 wijzigt
Art. 3. In artikel 11 van hetzelfde decreet wordt een paragraaf toegevoegd, die luidt als volgt: “§3. De personeelsleden van de justitiehuizen kunnen, met het oog op de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 5, informatie over een justitiabele uitwisselen met elkaar, zonder wegens eventuele miskenning van het beroepsgeheim strafbaar te kunnen worden gesteld op basis van artikel 458 van het Strafwetboek.”. Brussel, ... (datum). De minister-president van de Vlaamse Regering, Jan JAMBON De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Zuhal DEMIR ADVIES VAN DE VLAAMSE TOEZICHTCOMMISSIE VOOR DE VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, autonome dienst met rechtspersoonlijkheid tekst Voorontwerp van decreet van van de Vlaamse Regering titel tot wijziging van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, wat betreft indicatiestelling en interne infodeling roepnaam (voorontwerp van decreet justitiehuizen en eerstelijnsbijstand) datum zoals principieel goedgekeurd op 15 juli 2022 De Vlaamse Toezichtcommissie (hierna "de VTC"); Gelet op het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (hierna: “het egovdecreet”), inzonderheid artikel 10/4, §1; Gelet op de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna AVG), inzonderheid artikel 36, 4, artikel 57, 1, c) en artikel 58, 3; Gelet op de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (hierna “WVG”); Gelet op het verzoek om advies van mevrouw Zuhal Demir, Vlaams minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 18 juli 2022, ontvangen door de VTC op 18 juli 2022; Gelet op de behandeling op de zitting van 6 september 2022 en de beslissing om het dossier af te werken in een schriftelijke procedure; Brengt op 6 september 2022 het volgend advies uit: I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG 1. De Vlaamse minister bevoegd voor Justitie en Handhaving (hierna “de adviesvrager”) verzocht om het advies van de Vlaamse Toezichtcommissie (hierna “VTC”) over een voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, wat betreft indicatiestelling en interne infodeling (hierna “het Ontwerp”), zonder aanduiding van specifieke artikelen. Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens Advies wetgeving VTC nr. 2022/081 van 6 september 2022 over VTC/A/W/2022/081/MH 2. Aangezien de adviesbevoegdheid van de VTC op grond van artikel 10/4, § 1 van het e-govdecreet betrekking heeft op de verwerkingen van persoonsgegevens, is haar adviesverlening hiertoe beperkt. Context 3. De justitiehuizen staan in voor het uitvoeren van opdrachten, op verzoek van een opdrachtgever, in het kader van een gerechtelijke procedure of ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, overeenkomstig artikel 5, § 1, III, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Een groot deel van deze opdrachten betreffen strafrechtelijke opdrachten. Een justitiehuis kan van een gerechtelijke overheid, een strafinrichting of een forensisch psychiatrisch centrum (FPC) een adviseringsopdracht krijgen. Het verslag dat de justitieassistent naar aanleiding van deze opdracht opstelt, informeert de opdrachtgever over de meest geschikte straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde die aan een verdachte, veroordeelde of geïnterneerde (hierna “justitiabele” genoemd) kan worden opgelegd. Het verslag kan ook als oogmerk hebben om de geschiktheid van het opvangmilieu van deze personen te beschrijven. De gerechtelijke overheid en de strafinrichtingen kunnen daarnaast aan een justitiehuis de opdracht geven om een justitiabele op te volgen en te begeleiden met het oog op de correcte uitvoering van een opgelegde straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde. 4. In de periode november 2021 tot mei 2022 werden 10 psychologen aangeworven binnen de Afdeling Justitiehuizen van het Agentschap Justitie en Handhaving. Er zijn 2 psychologen per gerechtelijk arrondissement, met een lokale standplaats en een centrale aansturing. Hun werkingsgebied is arrondissementeel. De psycholoog staat in voor het uitvoeren van risicotaxatie en psychodiagnostiek aan de hand van wetenschappelijk gevalideerde instrumenten binnen een gedwongen kader om een gespecialiseerde ondersteuning en onderbouwing te kunnen geven aan de justitieassistenten in functie van advisering, opvolging van en toezicht op justitiabelen. Aan de hand van risicotaxatie wordt er beoogd een inschatting te maken van de waarschijnlijkheid dat een justitiabele in de toekomst nieuwe feiten zal plegen. 5. Met het oog op een efficiënte samenwerking tussen de psychologen en de justitieassistenten en een efficiënte werking van de justitiehuizen in haar geheel, is het noodzakelijk dat psychologen en justitieassistenten informatie kunnen uitwisselen. Psychologen zijn echter gehouden tot een beroepsgeheim. Justitieassistenten zijn gehouden tot een discretieplicht (‘het ambtsgeheim’), en zijn desgevallend ook gehouden tot specifieke geheimhoudingsverplichtingen (bv. in het kader van het geheim van het onderzoek). Wie onderworpen is aan een discretieplicht, kan de informatie die hij/zij heeft verkregen in de uitoefening van zijn/haar functie niet zomaar aan om het even wie bekendmaken. Een specifieke vorm van discretieplicht betreft het ambtsgeheim of de ambtelijke discretieplicht. Dat is een algemene gedragsnorm die ambtenaren verbiedt op eigen initiatief mededelingen te doen over zaken die zij in het raam van hun ambt hebben vernomen en waarvan de openbaarmaking niet uitdrukkelijk toegelaten of voorgeschreven is. Hierop kunnen uitzonderingen bestaan, zoals bijvoorbeeld de rapportageplicht van justitieassistenten ten aanzien van hun federale opdrachtgevers (openbaar ministerie, strafuitvoeringsrechtbank, enz.) Op het eerste gezicht lijken het beroepsgeheim en de discretieplicht op elkaar en houden zij beide in dat bepaalde informatie niet publiek wordt gemaakt. Toch verschillen zij fundamenteel en is het belangrijk om beide concepten van elkaar te onderscheiden. Wie enkel tot discretie is gehouden, kan niet dezelfde garanties op geheimhouding bieden als iemand met beroepsgeheim. Bovendien geldt in de verhouding met collega’s en leidinggevende geen zwijgplicht. De discretieplicht beschermt de opdracht, dienst of de organisatie waarvoor ze werd opgelegd en niet, zoals het beroepsgeheim, de vertrouwensrelatie tussen de hulpverlener en de cliënt. De discretieplicht beschermt dus enkel de belangen van de organisatie of dienst, maar beschermt niet het algemeen belang of het vertrouwen dat de maatschappij heeft in een bepaalde beroepsgroep (zie Wegwijzer beroepsgeheim 2, https://publicaties.vlaanderen.be/view-file/28411, p. 2). VTC/A/W/2022/081/MH 6. Daarom is het niet vanzelfsprekend dat de psychologen en justitieassistenten onderling informatie kunnen uitwisselen. Dit Ontwerp wil hieraan tegemoetkomen. Dat de psycholoog zijn/haar beroepsgeheim kan doorbreken, kan worden verantwoord aan de hand van de rol die de psycholoog opneemt binnen de justitiehuizen. De psycholoog heeft geen hulpverlenende of behandelende rol ten aanzien van de justitiabele, maar biedt gespecialiseerde ondersteuning en onderbouwing aan de justitieassistenten in functie van zijn/haar taken omtrent advisering, opvolging en toezicht van justitiabelen. 7. De volgende bepaling van het Ontwerp hebben betrekking op de verwerking van persoonsgegevens:

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd