Decreet tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 en het decreet van 26 april 2024 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023
16 artikels gewijzigd
| 1 | 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: | |
| 2 | 2 | 1° Vlaams bestuursrechtscollege: een van de volgende instanties: | |
| 3 | − | a) het handhavingscollege, opgericht bij artikel 16.4.19, § 1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en waaraan tevens bevoegdheden toegekend worden bij artikel 42, 46, 55, 68, 74 en 96 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 en de decreten die het voormelde decreet van toepassing verklaren, overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van het voormelde decreet; | |
| 3 | + | a) het handhavingscollege, opgericht bij artikel 16.4.19, § 1, eerste lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en waaraan tevens bevoegdheden toegekend kunnen worden bij hoofdstuk 10, afdeling 13 en 14, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 en de decreten die hoofdstuk 10, afdeling 13 of 14, van het voormelde decreet van toepassing verklaren, overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van het voormelde decreet; | |
| 4 | 4 | b) de Raad voor Vergunningsbetwistingen, opgericht bij artikel 4.8.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en waaraan tevens bevoegdheden toegekend worden bij artikel 105 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en artikel 43 van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017; | |
| 5 | 5 | c) de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, opgericht bij artikel 202 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011; | |
| 1 | − | De volgende personen kunnen tussenkomen in een hangende procedure bij het Handhavingscollege die een bestuurlijke herstelbeslissing als vermeld in artikel 2, 5°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, een bestuurlijke beveiligingsbeslissing als vermeld in artikel 2, 4°, van het voormelde decreet of een herstelschikking als vermeld in artikel 2, 16°, van het voormelde decreet, als voorwerp heeft: | |
| 1 | + | Als de decreten, vermeld in artikel 2, 1°, a), van dit decreet, hoofdstuk 10, afdeling 14, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 van toepassing verklaren, kunnen de volgende personen tussenkomen in een hangende procedure bij het Handhavingscollege die een bestuurlijke herstelbeslissing als vermeld in artikel 2, 5°, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, een bestuurlijke beveiligingsbeslissing als vermeld in artikel 2, 4°, van het voormelde decreet of een herstelschikking als vermeld in artikel 2, 16°, van het voormelde decreet, als voorwerp heeft: | |
| 2 | − | 1° de overtreder ten aanzien van wie de herstelbeslissing is genomen, in geval van een beroep dat conform artikel 74 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een herstelbeslissing; | |
| 2 | + | 1° de overtreder ten aanzien van wie de herstelbeslissing is genomen, in geval van een beroep dat conform artikel 102/2 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een herstelbeslissing; | |
| 3 | − | 2° de personen ten aanzien van wie de bestuurlijke beveiligingsbeslissing is genomen, in geval van een beroep dat conform artikel 74 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een bestuurlijke beveiligingsbeslissing; | |
| 3 | + | 2° de personen ten aanzien van wie de bestuurlijke beveiligingsbeslissing is genomen, in geval van een beroep dat conform artikel 102/2 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een bestuurlijke beveiligingsbeslissing; | |
| 4 | 4 | 3° de bevoegde overheid die in eerste aanleg heeft beslist over de betrokken beslissing; | |
| 5 | − | 4° de personen die de herstelschikking hebben vastgesteld, in geval van een beroep dat conform artikel 74 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een herstelschikking; | |
| 5 | + | 4° de personen die de herstelschikking hebben vastgesteld, in geval van een beroep dat conform artikel 102/2 van het voormelde decreet is ingesteld tegen een herstelschikking; | |
| 6 | 6 | 5° derden die om de handhaving hebben verzocht overeenkomstig artikel 96 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 of die belang hebben bij de beslissing over de bestuurlijke herstel- of beveiligingsbeslissing of herstelschikking in kwestie. | |
| 7 | 7 | De Vlaamse Regering bepaalt de vervaltermijnen voor de tussenkomsten, vermeld in het eerste lid, die niet korter mogen zijn dan twintig dagen. |
| 1 | 1 | Als bij een Vlaams bestuursrechtscollege als vermeld in artikel 2, 1°, a) en b), conform artikel 40 een vordering tot schorsing of schorsing wegens uiterst dringende noodzakelijkheid aanhangig wordt gemaakt, kan het Vlaams bestuurs-rechtscollege, op verzoek, bij voorraad en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 40, §1, §2 en §5, alle nodige maatregelen bevelen om de belangen van de partijen of van de personen die belang hebben bij de oplossing van de zaak veilig te stellen, met uitzondering van de maatregelen die betrekking hebben op de burgerlijke rechten. | |
| 2 | − | Indien het Vlaams bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, a), van oordeel is dat er redenen zijn om, conform artikel 40, over te gaan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestuurlijke beveiligingsbeslissing als bedoeld in artikel 68 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, kan het, ambtshalve of op verzoek, beslissen om de beveiligingsbeslissing tijdelijk aan te passen. | |
| 2 | + | Als de decreten, vermeld in artikel 2, 1° a), van dit decreet, hoofdstuk 10, afdeling 14, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 van toepassing verklaren en het Vlaams bestuursrechtscollege, vermeld in artikel 2, 1°, a), van oordeel is dat er redenen zijn om, conform artikel 40, over te gaan tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestuurlijke beveiligingsbeslissing als bedoeld in artikel 102/2 van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023, kan het, ambtshalve of op verzoek, beslissen om de beveiligingsbeslissing tijdelijk aan te passen. | |
| 3 | 3 | Deze maatregelen worden, nadat de partijen gehoord zijn of behoorlijk zijn opgeroepen, bij een gemotiveerd arrest bevolen. | |
| 4 | 4 | Als de verzoekende partij noch verschijnt, noch vertegenwoordigd is op de zitting, wordt de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen verworpen. | |
| 12 | 12 | 8° de personeelsleden van de provincie, die de deputatie daarvoor aanwijst. | |
| 13 | 13 | De Vlaamse Regering kan de aanwijzingsbevoegdheid vermeld in het eerste lid, 1° en 7°, delegeren. | |
| 14 | − | §3. De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voorwaarden bepalen waaraan categorieën van toezichthouders moeten voldoen. | |
| 14 | + | §3. De Vlaamse Regering kan opleidings- en ervaringsvereisten en andere voorwaarden bepalen waaraan categorieën van toezichthouders moeten voldoen. De Vlaamse Regering kan de aanstelling als toezichthouder afhankelijk maken van een van de volgende elementen: | |
| 15 | + | 1° het volgen van een opleiding, die wordt georganiseerd door de Vlaamse administratie, vermeld in artikel I.3, eerste lid, 2°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018; | |
| 16 | + | 2° het volgen van een opleiding, die wordt verstrekt door instellingen die de Vlaamse Regering daarvoor erkend heeft, conform de regels die de Vlaamse Regering daarvoor bepaalt; | |
| 17 | + | 3° een bewijs van beroepskwalificatie als vermeld in artikel 8, eerste lid, van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur, die de Vlaamse Regering heeft erkend voor de uitoefening van het beroep als toezichthouder. | |
| 15 | 18 | De Vlaamse Regering kan de toezicht- en opsporingsopdracht van categorieën van toezichthouders inhoudelijk, geografisch of temporeel beperken, of hen de hoedanigheid van agent van gerechtelijke politie ontzeggen. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering de aanstelling als toezichthouders subsidiëren, of ondersteuning geven voor de opleiding en permanente vorming van die toezichthouders. | |
| 16 | 19 | §4. Het besluit waarin de toezichthouder wordt aangesteld, omschrijft de toezicht- en opsporingsopdracht van de toezichthouder. Binnen de perken van zijn toezicht- en opsporingsopdracht beschikt de toezichthouder over de bevoegdheden, vermeld in dit hoofdstuk, onverminderd de mogelijkheid voor de Vlaamse Regering om het gebruik van de voormelde bevoegdheden voor categorieën van toezichthouders uit te sluiten of aan bijkomende voorwaarden te verbinden. Een toezichthouder gebruikt zijn bevoegdheden alleen als dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van zijn taak. Het toezicht wordt onafhankelijk en neutraal uitgeoefend, en de toezichthouder waakt erover dat de inzet van zijn bevoegdheden geen onevenredige schade veroorzaakt bij de overtreder of derden. | |
| 1 | + | De Raad van State oordeelt met volle rechtsmacht over het beroep tegen de administratieve eindbeslissing over de bestuurlijke vervolging. Het beroep schorst de beslissing. | |
| 2 | + | Voor de behandeling van de beroepen, vermeld in het eerste lid, heeft de Raad van State toegang tot het bestuurlijk sanctieregister, vermeld in artikel 77. |
| 1 | + | De Raad van State oordeelt met volle rechtsmacht over het beroep tegen de beslissing tot volledige of gedeeltelijke verwerping van het bezwaar, vermeld in artikel 44, §2, tweede lid. Het beroep schorst de beslissing. | |
| 2 | + | Voor de behandeling van de beroepen, vermeld in het eerste lid, heeft de Raad van State toegang tot het bestuurlijk sanctieregister. |
| 1 | + | De Raad van State oordeelt met volle rechtsmacht over het beroep tegen de administratieve eindbeslissing over het bestuurlijk herstel. | |
| 2 | + | Voor de behandeling van de beroepen, vermeld in het eerste lid, heeft de Raad van State toegang tot het bestuurlijk sanctieregister. |
| 1 | + | De Raad van State oordeelt met volle rechtsmacht over het beroep tegen de bestuurlijke beveiligingsbeslissing. | |
| 2 | + | Voor de behandeling van de beroepen, vermeld in het eerste lid, heeft de Raad van State toegang tot het bestuurlijk sanctieregister. |
| 1 | + | De Raad van State oordeelt met volle rechtsmacht over het beroep van derden tegen beslissingen of herstelschikkingen die tot stand zijn gekomen, conform dit decreet. | |
| 2 | + | Voor de behandeling van de beroepen, vermeld in het eerste lid, heeft de Raad van State toegang tot het bestuurlijk sanctieregister. |
| 1 | + | In afwijking van artikel 42 en 46 oordeelt het Handhavingscollege met volle rechtsmacht over de beroepen tegen de beslissingen, vermeld in die artikelen. | |
| 2 | + | De vervolgde persoon en, in voorkomend geval, de onderneming, vermeld in artikel 27, §3, stelt het beroep bij het Handhavingscollege, vermeld in het eerste lid, in binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen vanaf de kennisgeving van de administratieve eindbeslissing over de bestuurlijke vervolging of vanaf de kennisgeving van de beslissing tot volledige of gedeeltelijke verwerping van het bezwaar, vermeld in artikel 45. Het beroep schorst de bestreden beslissing. | |
| 3 | + | Voor de behandeling van de beroepen, vermeld in het eerste lid, heeft het Handhavingscollege toegang tot het bestuurlijk sanctieregister, vermeld in artikel 77. |
| 1 | + | In afwijking van artikel 55, 68 en 74 oordeelt het Handhavingscollege met volle rechtsmacht over de beroepen tegen de beslissingen, vermeld in die artikelen. | |
| 2 | + | De betrokkene stelt het beroep bij het Handhavingscollege tegen de administratieve eindbeslissing over het bestuurlijk herstel in binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing. | |
| 3 | + | Elke belanghebbende stelt het beroep bij het Handhavingscollege tegen de bestuurlijke beveiligingsbeslissing in binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen vanaf de kennisgeving van de bestuurlijke beveiligingsbeslissing, of vanaf de kennisgeving van de bekrachtigingsbeslissing, vermeld in artikel 67, §2. | |
| 4 | + | Derden die in hun rechtmatige belangen worden geschaad door bestuurlijke herstelbeslissingen, bestuurlijke beveiligingsbeslissingen of herstelschikkingen, kunnen daartegen een beroep instellen bij het Handhavingscollege binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen nadat ze er kennis van hebben kunnen nemen. | |
| 5 | + | Voor de behandeling van de beroepen, vermeld in het eerste lid, heeft het Handhavingscollege toegang tot het bestuurlijk sanctieregister, vermeld in artikel 77. |
| 1 | + | In artikel 16.1.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht: | |
| 2 | + | 1° in de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, worden het tweede en derde lid opgeheven; | |
| 3 | + | 2° in paragraaf 1, 6°, wordt de zinsnede “, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van het hoofdstuk IIIbis en de uitvoeringbesluiten betreft” opgeheven; | |
| 4 | + | 3° in paragraaf 1, 12°, wordt de zinsnede “, met uitsluiting van hoofdstuk IV, afdeling IV, en hoofdstuk VI, van deze titel voor wat de overtredingen van hoofdstuk IVbis en de uitvoeringsbesluiten betreft” opgeheven; | |
| 5 | + | 4° in paragraaf 1 wordt punt 13° opgeheven; | |
| 6 | + | 5° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: | |
| 7 | + | “§2. Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 2, 3, 4, 6, 7, 9, 10, 11, 12 en 13, van toepassing op deze titel en de regelgeving, vermeld in paragraaf 1.”. |
| 1 | + | Artikel 13 van het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van varend erfgoed, opgeheven door het decreet van 9 mei 2014, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: | |
| 2 | + | “Art. 13. §1. Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 2, 3, 4, 6, 8, 9, 10, 11, 12 en 13, van toepassing op deze titel. | |
| 3 | + | In aanvulling van artikel 71, §2, derde lid, van het kaderdecreet Vlaamse handhaving van 14 juli 2023 is de uitvoering van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen vrijgesteld van de vergunningen, toelatingen of machtigingen die zijn ingesteld door dit decreet of de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. | |
| 4 | + | §2. De uitvoering van handelingen conform de maatregelen die zijn besloten in een herstelschikking, kan nooit leiden tot het verval van het recht om voor de voormelde handelingen een premie aan te vragen volgens de normaal geldende regels.”. |
| 1 | + | Aan artikel 6.1.2 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 25 april 2014, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: | |
| 2 | + | “Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 3, 4, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 en 13, van toepassing op de handhaving van alle misdrijven en inbreuken, vermeld in deze titel.”. |
| 1 | + | Artikel 11.1.1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juni 2022, wordt vervangen door wat volgt: | |
| 2 | + | “Art. 11.1.1. §1. Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 2, 3, 4, 6, 8, 9, 10, 11, 12 en 13, van toepassing op dit hoofdstuk. | |
| 3 | + | In aanvulling van artikel 71, §2, derde lid, van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is de uitvoering van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen vrijgesteld van de vergunningen, toelatingen of machtigingen die zijn ingesteld door dit decreet of de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. | |
| 4 | + | §2. De uitvoering van handelingen conform de maatregelen die zijn besloten in een herstelschikking, kan nooit leiden tot het verval van het recht om voor de voormelde handelingen een premie aan te vragen volgens de normaal geldende regels.”. |
| 1 | + | Artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 7 december 2018, het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019, bekrachtigd bij het decreet van 3 juli 2020 en het decreet van 7 juli 2023, wordt vervangen door wat volgt: | |
| 2 | + | “Art. 15. Het kaderdecreet Vlaamse handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 6, 7, 9, 10 en 13, van toepassing op dit hoofdstuk.”. |