§ flandrepo
5 regels · van kracht sinds 8 sep 2026
1De rechter kan publieke herstelmaatregelen, zo nodig aangevuld met inperkende maatregelen, opleggen aan overtreders met een herstelplicht. De strafrechter beslist daartoe ambtshalve of op vordering van de herstelinstantie of het openbaar ministerie. De burgerlijke rechter beslist op vordering van de herstelinstantie.
2In de vordering kan naast de maatregelen, vermeld in het eerste lid, de terugbetaling worden geëist van de kosten die gemaakt zijn om de vereiste herstel- of inperkende maatregelen te bepalen.
3De vordering van de herstelinstantie wordt gesteld in naam van de overheid waartoe zij behoort. Voor de strafrechter wordt zij met een gewone brief ingeleid bij het parket.
4Publieke herstelmaatregelen en inperkende maatregelen worden waar nodig gefaseerd. De rechter kent aan de overtreder de nodige hersteltermijn of termijnen toe om de opgelegde publieke herstelmaatregelen zelf uit te voeren, tenzij de vereiste spoed of de aard van het herstel zich daartegen verzet. De Vlaamse Regering kan een maximale hersteltermijn bepalen. De rechter kan op vordering van de herstelinstantie of het openbaar ministerie een dwangsom verbinden aan het geheel van de opgelegde maatregelen of aan elke maatregel afzonderlijk, zonder dat de dwangsom betrekking kan hebben op de betaling van geldsommen.
5De rechter machtigt de bevoegde herstelinstantie en, op diens vordering, het openbaar ministerie om ambtshalve in de uitvoering te voorzien van werken en andere niet-pecuniaire verplichtingen, die besloten zijn in de opgelegde publieke herstelmaatregelen, in de plaats en op de kosten van de veroordeelde die in gebreke blijft.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd