Decreet tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat betreft de harmonisatie in functie van het nieuwe Strafwetboek en overige wijzigingen 2026006183 5 weken geleden 3 versies
| 1 | § 1. De jeugdrechter kan een minderjarige verdachte toevertrouwen aan een afdeling binnen een gemeenschapsinstelling, ingericht voor minderjarigen die een reactie opgelegd krijgen met toepassing van dit decreet, voor een gesloten oriëntatie van maximaal een maand als vermeld in artikel 20, § 2, eerste lid, 4°. |
| 2 | § 2. De jeugdrechter kan ten aanzien van minderjarigen die veertien jaar of ouder zijn op het ogenblik van de feiten, een plaatsing in een afdeling van een gemeenschapsinstelling bevelen voor een oriëntatie als vermeld in paragraaf 1, als aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldaan is en deze voorwaarden in de beschikking van de jeugdrechter omstandig beschreven zijn: |
| 3 | 1° er zijn voldoende ernstige aanwijzingen dat verder onderzoek noodzakelijk is; |
| 4 | 2° de minderjarige wordt ervan verdacht een jeugddelict te hebben gepleegd dat, als het zou zijn gepleegd door een meerderjarige, in de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten een straf van niveau 3 of hoger tot gevolg kan hebben; |
| 5 | 3° er bestaan dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die betrekking hebben op de vereisten van bescherming van de openbare veiligheid; |
| 6 | 4° een gesloten oriëntatie is noodzakelijk. |
| 7 | In afwijking van het eerste lid, 2°, kan de jeugdrechter ten aanzien van de minderjarige ook een plaatsing bevelen als de minderjarige ervan verdacht wordt een jeugddelict te hebben gepleegd dat een feit betreft als vermeld in artikel 109, 166, 168, 174, 179, 185, 195, 196 juncto 9, 202, 1°, artikel 218, 232, 2°, artikel 258 juncto 9, 259 juncto 9, 265 juncto 9, 293 juncto 9, 294 juncto 9, 333, 337, 362, 404, derde lid, artikel 465, 466 juncto 9, 467 juncto 9, 468 juncto 9, 479 juncto 9, 488 juncto 9, 502 juncto 9, 505, 517, tweede lid, artikel 518, 1°, artikel 524, 525, 528, 530, 531, 533, 558, tweede lid, 3°, artikel 562, 610, 613, 644, derde lid, artikel 662, 684 of 685/2 van het Strafwetboek of een feit als vermeld in artikel 23, vijfde lid, van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens. |
| 8 | § 3. De jeugdrechter kan een plaatsing in een afdeling van een gemeenschapsinstelling bevelen ten aanzien van een minderjarige die tussen twaalf en veertien jaar oud is op het ogenblik van de feiten, als aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldaan is en deze voorwaarden in de beschikking van de jeugdrechter omstandig beschreven zijn: |
| 9 | 1° er zijn voldoende ernstige aanwijzingen dat verder onderzoek noodzakelijk is; |
| 10 | 2° het jeugddelict waarvoor de minderjarige vervolgd wordt, kan, als hij meerderjarig zou zijn, in de zin van het Strafwetboek of de bijzondere wetten, een straf van niveau 4 of hoger tot gevolg hebben; |
| 11 | 3° er bestaan dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die betrekking hebben op de vereisten van bescherming van de openbare veiligheid; |
| 12 | 4° een gesloten oriëntatie is noodzakelijk. |
| 13 | In afwijking van het eerste lid, 2°, kan de jeugdrechter ten aanzien van de minderjarige ook een plaatsing bevelen als het jeugddelict waarvoor de minderjarige vervolgd wordt een feit betreft als vermeld in artikel 109, 110, 120, 129, 146, tweede lid, tweede streepje, artikel 147, eerste lid, tweede streepje, artikel 148, tweede streepje, artikel 149, tweede streepje, artikel 171, 173, 177 tot en met 179, 183, 195, 196, 198, 2°, artikel 199, eerste lid, 2°, artikel 200, eerste lid, 2°, artikel 201, eerste lid, 2°, artikel 202, 1° en 2°, artikel 233, 301, 319, 334, 362, 371, §3, 6°, a), artikel 376, 383, §1, eerste streepje, artikel 384, 393, 402, 412, 417, 466, 467, 468, 470, 505, 506, 507, tweede lid, artikel 509, 510, 517, 518, 543, 558, tweede lid, 2° en 3°, artikel 559, tweede lid, 3°, artikel 562, 597, 605, 608, 610, 611, 615 of 645 van het Strafwetboek of een feit als vermeld in artikel 2bis, §2, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen. |
| 14 | § 4. Tijdens de gesloten oriëntatie van een minderjarige, vermeld in paragraaf 1, staan een multidisciplinaire screening en risicotaxatie centraal. De gevoerde onderzoeken resulteren in het formuleren van een oriëntatievoorstel aan de jeugdrechter. |
| 15 | Uiterlijk op de tiende kalenderdag na de aanvang van de gesloten oriëntatie, wordt op basis van een risicotaxatie aan de jeugdrechter een advies bezorgd over de behoefte aan gesloten begeleiding. |
| 16 | In het geval na de risicotaxatie het advies bepaalt dat gesloten begeleiding niet nodig is, wordt de minderjarige en zijn advocaat, alsook, wanneer het dit wenst, het openbaar ministerie, binnen de twee werkdagen na ontvangst van het advies gehoord. De ouders of in voorkomend geval de opvoedingsverantwoordelijken worden opgeroepen om te worden gehoord. In voorkomend geval kan de jeugdrechter een andere maatregel als vermeld in artikel 20, § 2, eerste lid, 2° tot en met 3°/1, opleggen. |
| 17 | In het geval het advies gesloten begeleiding vooropstelt, en de jeugdrechter dit advies volgt, kan de minderjarige en zijn advocaat, alsook, wanneer het dit wenst, het openbaar ministerie, binnen twee werkdagen na ontvangst van het advies gehoord worden.Tijdens de resterende duur van de gesloten oriëntatie wordt een oriëntatievoorstel uitgewerkt. De minderjarige en zijn advocaat, alsook, wanneer het dit wenst, het openbaar ministerie, worden gehoord. De ouders en in voorkomend geval de opvoedingsverantwoordelijken worden opgeroepen om te worden gehoord. Een oriëntatievoorstel dat een gesloten begeleiding adviseert, bevat ook een voorstel over de duur van de gesloten begeleiding in een gemeenschapsinstelling, vermeld in artikel 20, § 2, eerste lid, 5°. De jeugdrechter kan beslissen tot een gesloten begeleiding overeenkomstig hetgeen bepaald is in artikel 27, § 2. |
| 18 | § 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie, de samenstelling en de werking van de gesloten oriëntatieafdeling, alsook de wijze waarop de werking en kwaliteit van de dienstverlening worden geëvalueerd. |