§ flandrepo

Over maatregelen in geval van een civiele noodsituatie met betrekking tot de volksgezondheid in het kader van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht en tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht #364

Gemerged Wilfried VandaelePeter Van RompuyWillem-Frederik Schiltz N-VA, cd&v, Open Vld voegde 7 artikels samen in woonzorgdecreet-van-15-februari-2019 · 16 juni 2020 1 checks vragen aandacht
Ingediende tekst
N-VAcd&vOpen Vld Wilfried Vandaele, Peter Van Rompuy, Willem-Frederik Schiltz 16 juni 2020 · 8 blz.
364/1 Officiële PDF
7 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 16 jun 2020. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 2 berekend
1917° vrijwilliger: de natuurlijke persoon die zijn activiteiten uitvoert, op vrijwillige basis onbezoldigd en in een georganiseerd verband;1917° vrijwilliger: de natuurlijke persoon die zijn activiteiten uitvoert, op vrijwillige basis onbezoldigd en in een georganiseerd verband;
2018° woonzorg: alle activiteiten in dit decreet die de woonzorgvoorzieningen of verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers aanbieden;2018° woonzorg: alle activiteiten in dit decreet die de woonzorgvoorzieningen of verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers aanbieden;
2119° woonzorgvoorziening: een lokaal dienstencentrum, een thuiszorgvoorziening, een groep van assistentiewoningen of een woonzorgcentrum ;2119° woonzorgvoorziening: een lokaal dienstencentrum, een thuiszorgvoorziening, een groep van assistentiewoningen of een woonzorgcentrum als vermeld in artikel 39;
2220° zelfzorgvermogen: het vermogen om als natuurlijke persoon beslissingen en acties in het dagelijkse leven uit te voeren om te voldoen aan zijn basisbehoeften, en de bijbehorende activiteiten. Die activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de uitvoering van huishoudelijke activiteiten, het leggen van sociale contacten en de mogelijkheid om zich te ontplooien en zich te oriënteren in tijd en ruimte;2220° zelfzorgvermogen: het vermogen om als natuurlijke persoon beslissingen en acties in het dagelijkse leven uit te voeren om te voldoen aan zijn basisbehoeften, en de bijbehorende activiteiten. Die activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de uitvoering van huishoudelijke activiteiten, het leggen van sociale contacten en de mogelijkheid om zich te ontplooien en zich te oriënteren in tijd en ruimte;
2321° zorg en ondersteuning: één activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid, die uitgevoerd worden in het kader van dit decreet. Met zorg en ondersteuning wordt gelijkgesteld: hulp- en dienstverlening;2321° zorg en ondersteuning: één activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid, die uitgevoerd worden in het kader van dit decreet. Met zorg en ondersteuning wordt gelijkgesteld: hulp- en dienstverlening;
woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 6 wijzigt
Art. 9. In artikel 6 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt tussen de woorden “Behalve in het geval van” en de woorden “de sancties” de zinsnede “de maatregel, vermeld in artikel 20, §2, eerste lid, 3°/1, en” ingevoegd; 2° in het eerste lid wordt de zinsnede “en 2°,” vervangen door de zinsnede “, 2° en 5°/1,”; 3° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “De maatregel, vermeld in artikel 20, §2, eerste lid, 3°/1, en de sanctie, vermeld in artikel 29, §2, eerste lid, 5°/1, kunnen worden opgelegd tot de minderjarige verdachte of de minderjarige delictpleger de volle leeftijd van achttien jaar bereikt en nemen uiterlijk een einde als de minderjarige de volle leeftijd van negentien jaar bereikt.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 20 wijzigt · §2
Art. 10. In artikel 20, §2, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt een punt 3°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “3/1° de minderjarige verdachte toevertrouwen aan een forensische kinderen jeugdpsychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis, als dat na een psychiatrische expertise noodzakelijk blijkt;”; 2° in het tweede lid wordt de zinsnede “het eerste lid, 1° tot en met 3°” vervangen door de zinsnede “het eerste lid, 1° tot en met 3°/1”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (plaats van invoeging niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −0 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 21 berekend
1Een dienst voor gastopvang is een woonzorgvoorziening die georganiseerd wordt door een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft gebruikers en hun mantelzorgers te ondersteunen door gastopvang met gastgezinnen te bieden.1Een dienst voor gastopvang is een woonzorgvoorziening die georganiseerd wordt door een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft gebruikers en hun mantelzorgers te ondersteunen door gastopvang met gastgezinnen te bieden.
2In het eerste lid wordt verstaan onder gastopvang: vrijwilligerszorg door een gezin dat in zijn verblijfswoning opvang biedt aan een gebruiker gedurende een korte periode, met het oog op respijtzorg of een zinvolle dagbesteding.2In het eerste lid wordt verstaan onder gastopvang: vrijwilligerszorg door een gezin dat in zijn verblijfswoning opvang biedt aan een gebruiker gedurende een korte periode, met het oog op respijtzorg of een zinvolle dagbesteding.
3§5. In afwijking van paragraaf 4 kan de duur van de maatregel, vermeld in artikel 20, §2, eerste lid, 3°/1, maximaal tweemaal verlengd worden met een termijn van maximaal drie maanden met een bijzondere gemotiveerde beslissing, na de minderjarige verdachte, zijn ouders of zijn opvoedingsverantwoordelijken te hebben opgeroepen.
+2 −0 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 25/1 nieuw
1Als dat na een psychiatrische expertise noodzakelijk blijkt, kan de jeugdrechter een minderjarige verdachte toevertrouwen aan een forensische kinder- en jeugdpsychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis als vermeld in artikel 20, §2, eerste lid, 3°/1, voor een residentiële opname met het oog op verdere diagnostiek en behandeling van een psychiatrische problematiek.
2De maximale duur van de maatregel, vermeld in het eerste lid, bedraagt zes maanden. De jeugdrechter bepaalt de duur in zijn beschikking. De maatregel kan maximaal tweemaal verlengd worden met een termijn van maximaal drie maanden als dat na een psychiatrische evaluatie noodzakelijk blijkt.
woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 29 wijzigt
Art. 15. In artikel 29 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt een punt 5°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “5/1° toevertrouwen aan een forensische kinder- en jeugdpsychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis, als dat na een psychiatrische expertise noodzakelijk blijkt;”; 2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede “paragraaf 2, eerste lid, 1° tot en met 5°” vervangen door de zinsnede “paragraaf 2, eerste lid, 1° tot en met 5°/1”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het deel om aan te vullen niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+3 −0 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 34/1 nieuw
1Als dat na een psychiatrische expertise noodzakelijk blijkt, kan de jeugdrechtbank een minderjarige delictpleger toevertrouwen aan een forensische kinder- en jeugdpsychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis als vermeld in artikel 29, §2, eerste lid, 5°/1, voor een residentiële opname met het oog op verdere diagnostiek en behandeling van een psychiatrische problematiek.
2De maximale duur van de sanctie, vermeld in het eerste lid, bedraagt zes maanden. De jeugdrechtbank bepaalt de duur in haar vonnis. In afwijking van artikel 29, §3, tweede lid, kan de sanctie eenmaal verlengd worden met een termijn van maximaal zes maanden als dat na een psychiatrische evaluatie noodzakelijk blijkt.
3De duur van de maatregel, vermeld in artikel 20, §2, 3°/1, waardoor een minderjarige delictpleger aan een forensische kinder- en jeugdpsychiatrische afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis wordt toevertrouwd, wordt toegerekend op de duur van de opgelegde sanctie, vermeld in het tweede lid.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd