§ flandrepo

Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, leefmilieu en natuur, ruimtelijke ordening en landbouw

Vlaamse Regering #780 Staatsblad 10 augustus 2026 NUMAC 2026005973
18 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-2009-03-27/art. 2.1.3
883° de instrumenten, vermeld in het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;
994° de Vlaamse voorkooprechten, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 25 mei 2007 houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten;
10−5° de koopplichten, vermeld in artikel 20 van het decreet van 16 juni 2006 houdende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen;
10+5° de koopplichten, vermeld in artikel 21, § 1, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023;
11116° het recht van wederinkoop, vermeld in artikel 5.92 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
12127° het sociaal beheersrecht, vermeld in boek 5, deel 7, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 149 opgeheven
1−Binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroep, wordt de indiener van het beroep door de Vlaamse Regering of de daartoe gemachtigde ambtenaar bij aangetekende brief in kennis gesteld over de ontvankelijkheid van het beroep.
1+Binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroep, wordt de indiener van het beroep door de Vlaamse Regering of de daartoe gemachtigde ambtenaar in kennis gesteld over de ontvankelijkheid van het beroep.
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 150
11§ 1. Het administratief beroep, vermeld in artikel 146, beperkt zich tot een marginale toetsing waarbij de Vlaamse Regering uitspraak doet over de manifeste onredelijkheid van de bestreden beslissing van de OVAM.
2−§ 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep, doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing van de Vlaamse Regering wordt binnen tien dagen na datum van deze beslissing bij aangetekende brief ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijk beroep.
2+§ 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep, doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing van de Vlaamse Regering wordt binnen tien dagen na datum van deze beslissing ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijk beroep.
33§ 3. Als de uitspraak over het ingediende beroep en de kennisgeving ervan niet gebeurt binnen de termijn, vermeld in § 2, wordt het beroep geacht verworpen te zijn.
44§ 4. De uitspraak wordt op de wijze, vastgesteld krachtens artikel 51, bekendgemaakt.
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 154
11§ 1. Het beroep wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend met een aangetekende brief of afgegeven tegen ontvangstbewijs binnen een termijn van dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing van de OVAM overeenkomstig de bepalingen van dit decreet.
22Bij het beroepschrift wordt, op straffe van onontvankelijkheid, een afschrift van de bestreden beslissing gevoegd. De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere documenten, op straffe van onontvankelijkheid, bij het beroepschrift moeten worden gevoegd.
3−§ 2. Binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroep wordt de indiener van het beroep door de Vlaamse Regering of de daartoe gemachtigde ambtenaar bij aangetekende brief in kennis gesteld over de ontvankelijkheid van het beroep.
3+§ 2. Binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het beroep wordt de indiener van het beroep door de Vlaamse Regering of de daartoe gemachtigde ambtenaar in kennis gesteld over de ontvankelijkheid van het beroep.
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 155
11§ 1. Het administratief beroep, vermeld in artikel 153, is een vol beroep als het beroep betrekking heeft op een beslissing van de OVAM over de aanduiding van de saneringsplichtige of de vrijstelling van de saneringsplicht, met uitzondering van die onderdelen van voormelde beslissingen waarbij de OVAM als bodemsaneringsdeskundige uitspraak heeft gedaan.
22In de andere gevallen beperkt het administratief beroep, vermeld in artikel 153, zich tot een marginale toetsing waarbij de Vlaamse Regering uitspraak doet over de manifeste onredelijkheid van de bestreden beslissing van de OVAM of het betreffende onderdeel ervan.
3−§ 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing wordt binnen tien dagen na de datum ervan bij aangetekende brief ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijke beroep.
3+§ 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing wordt binnen tien dagen na de datum ervan ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijke beroep.
44§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen voor de behandeling van het beroep.
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 161bis
1−De saneringsplichtige, vermeld in artikel 11, 22 en 132, § 1, stelt op verzoek van de OVAM, financiële zekerheden tot waarborg van de uitvoering van de verplichting tot beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering en eventuele nazorg opgelegd door of krachtens dit decreet. De OVAM kan de aanpassing van de voormelde financiële zekerheid eisen. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over het bedrag en de looptijd van de financiële zekerheden, en de wijze waarop die financiële zekerheden worden gesteld en aangepast.
1+De saneringsplichtige, vermeld in artikel 11, 22, 132, § 1, en artikel 157, eerste lid, stelt op verzoek van de OVAM, financiële zekerheden tot waarborg van de uitvoering van de verplichting tot beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering en eventuele nazorg opgelegd door of krachtens dit decreet. De OVAM kan de aanpassing van de voormelde financiële zekerheid eisen. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over het bedrag en de looptijd van de financiële zekerheden, en de wijze waarop die financiële zekerheden worden gesteld en aangepast.
+4 −3 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 174bis
1919§4. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op de volgende natuurlijke personen voor zover zij geïdentificeerd of identificeerbaar zijn:
20201° de eigenaar en de gebruiker van de grond en de exploitant op de grond;
21−2° de rechtsvoorgangers, de rechtsopvolgers en de vertegenwoordigers van de personen, vermeld in punt 1°;
21+2° de rechtsvoorgangers, de rechtsopvolgers en de vertegenwoordigers en de contactpersonen van de personen, vermeld in punt 1°;
22223° de contactpersonen van erkende organisaties;
23234° de personen werkzaam bij de politiediensten en overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, §1, eerste lid, van het bestuursdecreet van 7 december 2018, die bevoegdheid hebben of openbare verantwoordelijkheden of functies uitoefenen inzake het leefmilieu of het waterbeleid;
24245° de instrumenterende ambtenaren;
25−6° andere belanghebbenden.
25+6° andere belanghebbenden;
26+7° de relevante voormalige eigenaars en gebruikers van, en de relevante voormalige exploitanten op de grond waar de bodemverontreiniging tot stand gekomen is.
2627§5. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens:
27281° contactgegevens;
40413° toezichthouders die belast zijn met het toezicht op de bepalingen van dit decreet;
41424° professionele raadgevers van de betrokkenen, vermeld in paragraaf 6, 1°, of van de OVAM of andere belanghebbenden;
42−5° bodemsaneringsdeskundigenof de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II;
43+5° bodemsaneringsdeskundigen, het Fonds, vermeld in artikel 82bis, 2°, of de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II;
43446° derden wanneer de OVAM of de Vlaamse Regering een verplichting heeft om de persoonsgegevens te verstrekken;
44457° de Vlaamse Milieumaatschappij;
+8 −2 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 174quater
1+§1. Deze bepaling regelt de verwerking van persoonsgegevens door de bodemsaneringsdeskundige in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, en in het kader van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de uitvoeringsbesluiten ervan.
1−§1. De bodemsaneringsdeskundige treedt op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2.
2+De bodemsaneringsdeskundige treedt op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2.
23De verwerkingen door de bodemsaneringsdeskundige zijn noodzakelijk voor de vervulling van de taken van algemeen belang overeenkomstig artikel 6, eerste lid, e), van de algemene verordening gegevensbescherming.
34§2. De bodemsaneringsdeskundige verwerkt de persoonsgegevens voor de volgende doeleinden:
14151° de eigenaar en gebruiker van de grond;
15162° de exploitant op de grond;
16−3° de bodemsaneringsdeskundige.
17+3° de bodemsaneringsdeskundige, zijn kwaliteitsverantwoordelijke en de persoon die beschikt over de individuele handtekeningsbevoegdheid;
18+4° de opdrachtgever van de verslagen, rapporten en studies die de bodemsaneringsdeskundige opmaakt in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan;
19+5° de uitvoerder van de bodemsaneringswerken en de uitvoerder van de maatregelen, vermeld in artikel 82octies;
20+6° de relevante voormalige eigenaars en gebruikers van, en de relevante voormalige exploitanten op de grond waar de bodemverontreiniging tot stand gekomen is;
21+7° de aanvrager, vermeld in artikel 82bis, 1° ;
22+8° de vertegenwoordigers en de contactpersonen van de personen, vermeld in punt 1° tot en met 7°.
1723§5. De bodemsaneringsdeskundige kan de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, verstrekken aan:
18241° de OVAM;
+4 −2 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 174quinquies
1+§1. Deze bepaling regelt de verwerking van persoonsgegevens door de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, in het kader van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan.
1−§1. De organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, treden op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2.
2+De organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, treden op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2.
23De verwerkingen door de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, zijn noodzakelijk voor de vervulling van de taken van algemeen belang overeenkomstig artikel 6, eerste lid, e), van de algemene verordening gegevensbescherming.
34§2. De organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, verwerken de persoonsgegevens voor het beheer van het gebruik en de traceerbaarheid van bodemmaterialen en de doeleinden, vermeld in artikel 138, §1.
10112° de exploitant op de grond;
11123° de bodemsaneringsdeskundige;
12−4° de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II.
13+4° de organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II;
14+5° de eindgebruiker, de initiatiefnemer, de ontvanger, de uitvoerder van de werken en de vervoerder van de bodemmaterialen, vermeld in de regeling, vastgesteld krachtens artikel 138, § 1.
1315§5. De organisaties, vermeld in titel III, hoofdstuk XIII, afdeling II, kunnen de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 3, verstrekken aan:
14161° de OVAM;
+18 −0 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 174septies nieuw
1+§ 1. De erkende organisaties, vermeld in artikel 95, treden op als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor de doeleinden, vermeld in paragraaf 2.
2+De verwerkingen door de erkende organisaties, vermeld in artikel 95, zijn noodzakelijk om de taken van algemeen belang te vervullen overeenkomstig artikel 6, lid 1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming.
3+§ 2. De erkende organisaties, vermeld in artikel 95, verwerken de persoonsgegevens in het kader van hun verplichte en facultatieve taken, vermeld in artikel 96 en 97.
4+§ 3. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op de volgende gegevens:
5+1° identiteitsgegevens;
6+2° adresgegevens;
7+3° gegevens die verband houden met de grond en de overeenkomsten, vermeld in artikel 97.
8+§ 4. De verwerkte persoonsgegevens hebben betrekking op de volgende natuurlijke personen voor zover ze geïdentificeerd of identificeerbaar zijn:
9+1° de eigenaar en gebruiker van de grond;
10+2° de exploitant op de grond;
11+3° de bodemsaneringsdeskundige;
12+4° de saneringsplichtige, vermeld in artikel 11 en 22;
13+5° de saneringswillige, vermeld in artikel 92.
14+§ 5. De erkende organisaties, vermeld in artikel 95, kunnen de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 3, verstrekken aan:
15+1° de OVAM;
16+2° de Vlaamse Regering;
17+3° derden als de erkende organisaties, vermeld in artikel 95, een wettelijke of decretale verplichting hebben om de persoonsgegevens te verstrekken.
18+§ 6. De persoonsgegevens kunnen worden bewaard tot maximaal tien jaar na de beëindiging van de taken, vermeld in paragraaf 2, of tot maximaal één jaar na het verstrijken van de toepasselijke verjaringstermijnen als die termijnen langer zijn.
+3 −1 decreet-2011-12-23-1021295/art. 3
99g) stoffen die bestemd zijn voor gebruik als voedermiddelen als vermeld in artikel 3, lid 2, g), van verordening (EG) nr. 767/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1831/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 79/373/EEG van de Raad, Richtlijn 80/511/EEG van de Commissie, Richtlijnen 82/471/EEG, 83/228/EEG, 93/74/EEG, 93/113/EG en 96/25/EG van de Raad en Beschikking 2004/217/EG van de Commissie, en die geen dierlijke bijproducten bevatten of daaruit bestaan;
1010h) het gebruik van teruggewonnen water waarvoor een toelating voor gebruik werd afgeleverd of waarvoor een melding met aktename gebeurde overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2023 houdende reglementering inzake de kwaliteit en de productie, de levering en het gebruik van teruggewonnen water;
11−i) ongezuiverd afwater, uitgezonderd afvalwater van afvalverwerkende activiteiten, dat met het oog op de zuivering en lozing ervan, vervoerd wordt tussen twee bedrijven die behoren tot dezelfde vennootschapsgroep;
11+i) ongezuiverd afvalwater, uitgezonderd afvalwater van afvalverwerkende activiteiten, dat met het oog op de zuivering en lozing ervan, vervoerd wordt tussen twee bedrijven die behoren tot dezelfde vennootschapsgroep;
12+j) het al dan niet verontreinigde water dat wordt geloosd in een oppervlaktewater of in de openbare waterzuiveringsstructuur. In deze context wordt de in-situbehandeling, met inbegrip van de ontwatering van het ter plaatse geproduceerde slib, die bedoeld is om dat water in overeenstemming te brengen met de milieuvoorwaarden die gelden voor de lozing, niet als een afvalstoffenverwerking aanzien;
13+k) bemalingswater zoals gedefinieerd in het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne dat terug in de ondergrond gebracht of nuttig gebruikt wordt overeenkomstig de bepalingen van titel II van VLAREM;
12142° afvalstoffenhandelaar : iedere onderneming die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
13153° afvalstoffenmakelaar : iedere onderneming die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben;
+4 −4 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 1.3.2.2
17171° het gebruik van pesticiden is als vermeld in artikel 3 van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest, verboden in de oeverzone en binnen 5 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam. Van dat verbod kan worden afgeweken in de gevallen, vermeld in artikel 7, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet, en volgens de procedures, vastgesteld ter uitvoering van dat decreet;
18182° binnen 5 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van een oppervlaktewaterlichaam mag geen nitraatgevoelige teelt aanwezig zijn.
19−In afwijking van het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden voor oeverzones die enkel de taluds omvattenen die gelegen zijn langs oppervlaktewaterlichamen die zijn opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas, vanaf 1 januari 2026 de volgende bepalingen:
19+In afwijking van het eerste lid, 1° tot en met 3°, gelden voor oeverzones die enkel de taluds omvatten, die onderdeel zijn van een landbouwgrond of gelegen langs een landbouwgrond, en die gelegen zijn langs oppervlaktewaterlichamen die zijn opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas, vanaf 1 januari 2026 de volgende bepalingen:
20−1° in de beschermingsstrook is elke vorm van bemesting verboden, met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing. In afwijking hiervan is elke vorm van bemesting met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, verboden over een strook van minimaal 10 meter vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas, voor percelen gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk of voor percelen waar een helling grenst aan de waterloop.
20+1° in de beschermingsstrook is elke vorm van bemesting verboden, met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing. In afwijking hiervan is elke vorm van bemesting met inbegrip van bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing, verboden over een strook van minimaal 10 meter vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas, voor percelen gelegen langs oppervlaktewaterlichamen die zijn opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas gelegen in het Vlaams Ecologisch Netwerk of voor percelen waar een helling grenst aan de waterloop.
2121In afwijking hiervan is op de beschermingsstrook of de strook van 10 meter bemesting door rechtstreekse uitscheiding bij begrazing toegestaan, als de beschermingsstrook of in voorkomend geval de strook van 10 meter:
2222a) hetzij behoort tot een perceel waarop als hoofdteelt gras verbouwd wordt;
26264° bewerkingen, uitgevoerd buiten de beschermingsstrook, moeten beantwoorden aan de code van goede landbouwpraktijken;
27275° in de beschermingsstrook zijn bewerkingen met inbegrip van het betreden of berijden van de beschermingsstrook, verboden. Op het gedeelte vanaf 1 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam, zijn de volgende uitzonderingen op het bewerkingsverbod toegestaan:
28−a) beschermingsstroken waarop niet-houtige vegetatie aanwezig is. Hiervoor is het toegelaten om te maaien op voorwaarde dat het maaien niet gebeurt in de periode vanaf 15 maart tot en met 15 juli;
28+a) beschermingsstroken waarop niet-houtige vegetatie aanwezig is. Hiervoor is het toegelaten om te maaien op voorwaarde dat het maaien niet gebeurt in de periode vanaf 1 mei tot en met 15 juni. Dit geldt niet voor stroken die grenzen aan of deel zijn van een perceel grasland. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin in afwijking van het voorgaande wel gemaaid mag worden;
2929b) bewerkingen die noodzakelijk zijn om probleemonkruiden mechanisch te bestrijden en op voorwaarde dat de bestrijding van de onkruiden gericht en pleksgewijs gebeurt;
3030c) bewerkingen die nodig zijn om het meerjarig buffergewas te vernieuwen, met dien verstande dat dit maximaal eenmaal om de drie jaar mogelijk is;
3333Bij het verbouwen van een buffergewas als vermeld in het derde lid, 3°, of het uitvoeren van bewerkingen als vermeld in het derde lid, 5°, wordt er voor gezorgd dat de stabiliteit van het talud gegarandeerd blijft.
3434In afwijking van het derde lid kan, mits voorafgaandelijk positief advies van de waterloopbeheerders en mits dit geen risico’s voor de waterveiligheid met zich meebrengt, de Vlaamse Regering in de zone binnen 1 meter landinwaarts vanaf de bovenste rand van het talud van het oppervlaktewaterlichaam, bepaalde maatregelen toestaan.
35−De beschermingsstrook als vermeld in het derde lid is een strook die onderdeel is van of gelegen is langs een perceel landbouwgrond en dat vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas:
35+De beschermingsstrook als vermeld in het derde lid is een strook die vanaf de bovenste rand van het talud van een waterloop opgenomen in de Vlaamse Hydrografische Atlas:
36361° minimaal 3 meter is;
37372° in afwijking van punt 1° is de beschermingsstrook minimaal 5 meter voor percelen:
+1 −0 gecodificeerd-decreet-2018-06-15/art. 1.4.2.2 nieuw
1+De Vlaamse Regering stelt een hydrogeologische codering van de ondergrond van Vlaanderen vast om de hydrogeologische lagen te karakteriseren en te identificeren.
+0 −1 decreet-1995-04-05/art. 4.1.5
11Voor een project dat conform artikel 4.3.3 onder de werkingssfeer van deze titel valt, kan de Vlaamse Regering bepalen op welke wijze de bepalingen over de screening of de milieubeoordeling in de besluitvorming over dit project geïnte-greerd worden.
2−Als bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering geen wijze van integratie is bepaald, dan gelden voor een project dat overeenkomstig artikel 4.3.3 onder de werkingssfeer van deze titel valt, de bepalingen zoals voorzien in deze titel.
+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 4.3.2
11§1. Een milieubeoordeling wordt uitgevoerd voor de volgende plannen en programma’s:
2−1° de plannen of programma’s die voorbereid worden voor landbouw, bosbouw, visserij, energie, industrie, vervoer, regionale ontwikkeling, afvalstoffenbeheer, waterbeheer, telecommunicatie, toerisme en ruimtelijke ordening of grondgebruik en die het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor een project als vermeld in bijlage I en II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage;
2+1° de plannen of programma’s die voorbereid worden voor landbouw, bosbouw, visserij, energie, industrie, vervoer, regionale ontwikkeling, afvalstoffenbeheer, waterbeheer, telecommunicatie, toerisme en ruimtelijke ordening of grondgebruik en die het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor een project als vermeld in bijlage 1 en 2 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2025 tot uitvoering van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, wat betreft de milieueffectrapportage;
332° de plannen of programma’s waarvoor, gelet op het mogelijke effect op gebieden, een passende beoordeling vereist is conform artikel 36ter, §3, eerste lid, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
44§2. Voor de plannen of programma’s, vermeld in paragraaf 1, die het gebruik bepalen van kleine gebieden op provinciaal of gemeentelijk niveau, of voor kleine wijzigingen aan die plannen of programma’s, is een milieubeoordeling alleen vereist als op basis van de screening blijkt dat het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kan hebben.
+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 4.3.6
11§1. Voor de projecten die de Vlaamse Regering conform artikel 4.3.3, §1, 2°, aanwijst, toetst de initiatiefnemer aan de hand van de criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, in een screening of het voorgenomen project aanzienlijke milieueffecten kan hebben.
2−§2. De bevoegde overheid beslist zo snel mogelijk en uiterlijk binnen negentig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de screening bij de bevoegde overheid heeft ingediend of het project aan een milieubeoordeling conform hoofdstuk 4 moet worden onderworpen.
2+§2. De bevoegde overheid beslist zo snel mogelijk en uiterlijk binnen negentig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de screening bij de bevoegde overheid heeft ingediend of het project aan een milieubeoordeling conform hoofdstuk 4 moet worden onderworpen. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld afhankelijk van de aard, de complexiteit, de locatie of de omvang van het project, kan de bevoegde overheid die termijn verlengen. In dat geval deelt ze de initiatiefnemer mee welke redenen aan de basis liggen van de termijnverlenging en op welke datum een beslissing wordt verwacht.
33Als de bevoegde overheid beslist dat het project aan een milieubeoordeling conform hoofdstuk 4 moet worden onderworpen, vermeldt de bevoegde overheid de belangrijkste redenen die haar beslissing motiveren. In die motivering wordt verwezen naar de relevante criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd.
44Als de bevoegde overheid beslist dat het project niet aan een milieubeoorde-ling conform hoofdstuk 4 moet worden onderworpen, vermeldt de bevoegde overheid de belangrijkste redenen die haar beslissing motiveren. In die motivering wordt verwezen naar de relevante criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, en, als de initiatiefnemer deze heeft voorgesteld, de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke nadelige milieueffecten zouden zijn geweest.
+1 −1 decreet-1995-04-05/art. 15.11.1
1−De bevoegde instantie brengt tweejaarlijks, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze titel, rapport uit aan de Vlaamse Regering over de toepassing van deze titel.
1+De bevoegde instantie brengt vijfjaarlijks, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze titel, rapport uit aan de Vlaamse Regering over de toepassing van deze titel.
22Dit rapport omvat minstens de volgende informatie :
331° de genomen maatregelen ter bevordering van het gebruik van instrumenten van financiële zekerheid en de resultaten ervan;
+1 −1 decreet-1995-04-05/art.
18186° een beschrijving van de methoden of bewijsstukken die gebruikt zijn voor de identificatie en de beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten, met inbegrip van een overzicht van de moeilijkheden (bijvoorbeeld technische gebreken of ontbrekende kennis) die zijn ondervonden bij het verzamelen van de vereiste informatie en de belangrijkste onzekerheden;
19197° een beschrijving van de geplande maatregelen om alle geïdentificeerde aanzienlijke nadelige milieueffecten te vermijden, te voorkomen, te beperken of zo mogelijk te compenseren en, in voorkomend geval, van eventuele voorgestelde monitoringsregelingen (bijvoorbeeld de voorbereiding van een postprojectanalyse). In die beschrijving moet worden uitgelegd in welke mate aanzienlijke nadelige milieueffecten worden vermeden, voorkomen, beperkt of gecompenseerd, zowel in de bouwfase als in de bedrijfsfase;
20−8° een beschrijving van de verwachte aanzienlijke nadelige milieueffecten van het project die voortvloeien uit de kwetsbaarheid van het project, voor risico’s op zware ongevallen of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie. Daarvoor kan gebruikgemaakt worden van beschikbare relevante informatie die is verkregen met toepassing van het samenwerkingsakkoord van 5 juni 2015 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken of de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle of overeenkomstig andere uitgevoerde relevante beoordelingen die zijn gemaakt met toepassing van titel IV of met toepassing van andere gewestelijke of federale regelgeving, als aan de vereisten, vermeld in titel IV, hoofdstuk 4, wordt voldaan. In voorkomend geval moet de beschrijving de geplande maatregelen ter voorkoming of verzachting van de aanzienlijke nadelige milieueffecten van dergelijke gebeurtenissen omvatten, alsook details over de paraatheid en het voorgenomen reactievermogen bij dergelijke noodsituaties;
20+8° een beschrijving van de verwachte aanzienlijke nadelige milieueffecten van het project die voortvloeien uit de kwetsbaarheid van het project, voor risico’s op zware ongevallen of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie. Daarvoor kan gebruikgemaakt worden van beschikbare relevante informatie die is verkregen met toepassing van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken of de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle of overeenkomstig andere uitgevoerde relevante beoordelingen die zijn gemaakt met toepassing van titel IV of met toepassing van andere gewestelijke of federale regelgeving, als aan de vereisten, vermeld in titel IV, hoofdstuk 4, wordt voldaan. In voorkomend geval moet de beschrijving de geplande maatregelen ter voorkoming of verzachting van de aanzienlijke nadelige milieueffecten van dergelijke gebeurtenissen omvatten, alsook details over de paraatheid en het voorgenomen reactievermogen bij dergelijke noodsituaties;
21219° een niet-technische samenvatting van de informatie die verstrekt is conform punt 1° tot en met 8°;
222210° een referentielijst waarin de bronnen worden vermeld die zijn gebruikt voor de in het rapport opgenomen beschrijvingen en beoordelingen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd