Decreet tot wijziging van diverse decreten over welzijn, volksgezondheid en gezin
7 artikels gewijzigd
| 4 | 3° samenwerken met alle kinderopvanglocaties binnen het werkingsgebied, met instanties die werken met gezinnen die kinderopvangvragen kunnen hebben, en met andere lokale loketten kinderopvang in functie van de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2° ; | 4 | 3° samenwerken met alle kinderopvanglocaties binnen het werkingsgebied, met instanties die werken met gezinnen die kinderopvangvragen kunnen hebben, en met andere lokale loketten kinderopvang in functie van de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2° ; |
| 5 | 4° het lokaal bestuur of de lokale besturen, de organisatoren van kinderopvang en het agentschap informeren over de vragen naar kinderopvangplaatsen. | 5 | 4° het lokaal bestuur of de lokale besturen, de organisatoren van kinderopvang en het agentschap informeren over de vragen naar kinderopvangplaatsen. |
| 6 | 5° ondersteuning bieden aan de gezinnen, bij het aanvragen van het inkomenstarief als bedoeld in artikel 8; | ||
| 6 | Het lokaal loket kinderopvang krijgt gestalte doordat binnen het Lokaal Overleg Kinderopvang, dit is de gemeentelijke adviesraad inzake kinderopvang, ter uitvoering van artikel 6, § 3, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, een initiatiefnemer wordt aangewezen of een structuur wordt gecreëerd om het lokaal loket kinderopvang te organiseren. Elke lokale actor die relevant is voor kinderopvang, kan de organisatie op zich nemen. Als er geen initiatiefnemer wordt aangewezen of als er geen structuur wordt gecreëerd en een operationeel werkend lokaal loket kinderopvang ontbreekt, neemt het lokaal bestuur de organisatie ervan op zich. | 7 | Het lokaal loket kinderopvang krijgt gestalte doordat binnen het Lokaal Overleg Kinderopvang, dit is de gemeentelijke adviesraad inzake kinderopvang, ter uitvoering van artikel 6, § 3, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, een initiatiefnemer wordt aangewezen of een structuur wordt gecreëerd om het lokaal loket kinderopvang te organiseren. Elke lokale actor die relevant is voor kinderopvang, kan de organisatie op zich nemen. Als er geen initiatiefnemer wordt aangewezen of als er geen structuur wordt gecreëerd en een operationeel werkend lokaal loket kinderopvang ontbreekt, neemt het lokaal bestuur de organisatie ervan op zich. |
| 7 | Het lokaal loket kinderopvang kan betrekking hebben op verschillende gemeenten binnen de grenzen van de zorgregio. | 8 | Het lokaal loket kinderopvang kan betrekking hebben op verschillende gemeenten binnen de grenzen van de zorgregio. |
| 31 | 4° van elke meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie direct contact heeft met de opgevangen kinderen, de gegevens, vermeld in punt 2°, a). | 31 | 4° van elke meerderjarige persoon die in de kinderopvanglocatie direct contact heeft met de opgevangen kinderen, de gegevens, vermeld in punt 2°, a). |
| 32 | De toezichthouder verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, minstens de persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, in het kader van het toezicht op de vergunnings- en subsidievoorwaarden. | 32 | De toezichthouder verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, minstens de persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, in het kader van het toezicht op de vergunnings- en subsidievoorwaarden. |
| 33 | Het lokaal loket kinderopvang verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan minstens de persoonsgegevens van het kind en van het gezin van het kind, meer bepaald de identificatiegegevens, gegevens over de vraag naar kinderopvang en gegevens over de maatschappelijke kwetsbaarheid van het kind en het gezin van het kind in het kader van de opdracht van het lokaal loket kinderopvang. | 33 | Het lokaal loket kinderopvang verwerkt ter uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan minstens de persoonsgegevens van het kind en van het gezin van het kind, meer bepaald de identificatiegegevens, de financiële gegevens en de gegevens over de gezinssituatie, gegevens over de vraag naar kinderopvang en gegevens over de maatschappelijke kwetsbaarheid van het kind en het gezin van het kind in het kader van de opdracht van het lokaal loket kinderopvang. |
| 34 | De bewaartermijn is tien jaar voor de gegevens over de klachten en crisissituaties, en vijf jaar voor de andere gegevens, vermeld in het eerste lid tot en met het vierde lid. Voor de gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en de eventuele andere medewerkers begint de termijn te lopen vanaf het einde van hun tewerkstelling. | 34 | De bewaartermijn is tien jaar voor de gegevens over de klachten en crisissituaties, en vijf jaar voor de andere gegevens, vermeld in het eerste lid tot en met het vierde lid. Voor de gegevens over de verantwoordelijken, de kinderbegeleiders en de eventuele andere medewerkers begint de termijn te lopen vanaf het einde van hun tewerkstelling. |
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: | ||
| 2 | 1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie; | ||
| 3 | 1°/1 buitenschoolse activiteiten: het geheel van formeel georganiseerde activiteiten voor kinderen, met inbegrip van de kleuteropvang en de opvang lager onderwijs; | ||
| 4 | 2° gebruikers: ouders en andere opvoedingsverantwoordelijken, en hun kinderen; | ||
| 5 | 3° kleuteropvang: opvang die op structurele basis en gedurende een minimale tijdsduur wordt georganiseerd voor kinderen die naar de kleuterschool, vermeld in artikel 5 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, kunnen gaan en nog niet naar het lager onderwijs, vermeld in artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, gaan; | ||
| 6 | 4° ... | ||
| 7 | 5° kinderen: kinderen vanaf de leeftijd waarop ze naar de kleuterschool, vermeld in artikel 3, 26°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, kunnen gaan; | ||
| 8 | 6° lokaal bestuur: het gemeentebestuur en het bestuur van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of, wat het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad betreft, de Vlaamse Gemeenschapscommissie; | ||
| 9 | 7° meerjarenplanning: de meerjarenplanning, vermeld in artikel 254 en 255 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; | ||
| 10 | 8° opvang lager onderwijs: de activiteiten voor kinderen die naar het lager onderwijs, vermeld in artikel 6, § 1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, gaan, met uitzondering van de activiteiten van het jeugdwerk of van de sportverenigingen; | ||
| 11 | 9° organisator: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een aanbod van buitenschoolse activiteiten organiseert. | ||
| 12 | Onder meer de volgende activiteiten worden niet beschouwd als buitenschoolse activiteiten en vallen bijgevolg niet onder de toepassing van dit decreet: | ||
| 13 | 1° het verstrekken van onderwijs of het organiseren van middagopvang op school, met uitzondering van het deeltijds kunstonderwijs; | ||
| 14 | 2° het aanbieden van dagbesteding of begeleiding in internaten of semi-internaten; | ||
| 15 | 3° het verlenen van jeugdhulp als vermeld in artikel 2, § 1, 30°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; | ||
| 16 | 4° het bieden van exclusieve zorg aan kinderen met een handicap; | ||
| 17 | 5° het bieden van gezondheidszorg aan kinderen; | ||
| 18 | 6° het passen op kinderen van klanten of bezoekers. |
| 1 | Het agentschap kent een kwaliteitslabel toe aan organisatoren van kleuteropvang die dat kwaliteitslabel aanvragen en die voldoen aan de kwaliteitsvoorwaarden. | ||
| 2 | De kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in het eerste lid, hebben minimaal betrekking op de volgende elementen: | ||
| 3 | 1° het aanbod van buitenschoolse activiteiten; | ||
| 4 | 2° de toegankelijkheid, met bijzondere aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte; | ||
| 5 | 3° de kwaliteitsvolle interacties tussen de medewerkers en de kinderen, waarbij de medewerkers beschikken over de nodige competenties en voldoende kennis van het Nederlands; | ||
| 6 | 4° het beschikken voor de medewerkers over een recent uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, of over een gelijkwaardig document voor wie niet in België gedomicilieerd is, waaruit onberispelijk gedrag in de omgang met kinderen blijkt. Als de organisator een rechtspersoon is, beschikt de organisator over een uittreksel uit het centraal strafregister op naam van de rechtspersoon; | ||
| 7 | 5° het gebruik van het Nederlands. | ||
| 8 | De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden bepalen. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot het kwaliteits-label, waaronder het toezicht op de naleving van de kwaliteitsvoorwaarden. |
| 1 | § 1. Het agentschap, de toezichthouders, organisatoren en lokale besturen, verwerken alle noodzakelijke persoonsgegevens over organisatoren, medewerkers, kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten, om de doelstellingen, geformuleerd in artikel 3, te kunnen realiseren. | ||
| 2 | § 2. De organisatoren van kleuteropvang verwerken met het oog op de toekenning van een kwaliteitslabel als vermeld in artikel 11, de volgende categorieën van persoonsgegevens over de medewerkers van kleuteropvang en over de kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van kleuteropvang: | ||
| 3 | 1° identificatiegegevens van de kinderen; | ||
| 4 | 2° gegevens over de gezondheid van de kinderen; | ||
| 5 | 3° gegevens over de kwetsbaarheid van de gezinnen; | ||
| 6 | 4° gegevens over de deelname van kinderen aan het aanbod buitenschoolse activiteiten; | ||
| 7 | 5° identificatiegegevens, gegevens over de competenties en de voldoende kennis van het Nederlands van medewerkers; | ||
| 8 | 6° gegevens over het uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 11, tweede lid, 4°. | ||
| 9 | De organisatoren van kleuteropvang zijn de verwerkingsverantwoordelijken voor bovenvermelde persoonsgegevens. Zij bezorgen de gegevens uit punt 1° tot en met punt 3°, punt 5° en punt 6° aan het agentschap met het oog op de toepassing en de handhaving van de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11. | ||
| 10 | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden bewaard tot vijf jaar nadat het kind geen gebruik meer maakt van kleuteropvang bij de betrokken organisator. De persoonsgegevens in het eerste lid, 5° en 6°, worden bewaard tot vijf jaar nadat de medewerker niet langer verbonden is aan de betrokken organisator van kleuteropvang. | ||
| 11 | § 3. Het agentschap verwerkt met het oog op de toepassing en de handhaving van de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, de volgende categorieën van persoonsgegevens van medewerkers van kleuteropvang, kinderen en gezinnen die gebruikmaken van kleuteropvang en van organisatoren van kleuteropvang: | ||
| 12 | 1° identificatiegegevens van de organisator van kleuteropvang en gegevens over de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, tweede lid, waaraan deze organisator moet voldoen; | ||
| 13 | 2° de gegevens uit paragraaf 2, eerste lid, 1° tot en met 3°, 5° en 6°. | ||
| 14 | Het agentschap is de verwerkingsverantwoordelijke voor de bovenvermelde persoonsgegevens. | ||
| 15 | De persoonsgegevens voorzien in het eerste lid worden bewaard tot vijf jaar na de verwerking ervan. | ||
| 16 | § 4. De toezichthouders verwerken met het oog op de toepassing en de handhaving van de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, de volgende categorieën van persoonsgegevens van medewerkers, kinderen en gezinnen die gebruikmaken van kleuteropvang en van organisatoren van kleuteropvang: | ||
| 17 | 1° identificatiegegevens van de organisator van kleuteropvang en gegevens over de kwaliteitsvoorwaarden, vermeld in artikel 11, tweede lid, waaraan deze organisator moet voldoen; | ||
| 18 | 2° de gegevens uit paragraaf 2, eerste lid, 1° tot en met 6°. | ||
| 19 | De toezichthouders zijn verwerkingsverantwoordelijken voor de bovenvermelde persoonsgegevens. | ||
| 20 | De persoonsgegevens voorzien in het eerste lid worden bewaard tot drie jaar nadat hun verslag in het kader van het toezicht definitief is geworden. | ||
| 21 | § 5. Organisatoren verwerken op vraag van het lokaal bestuur, in het kader van de regie buitenschoolse activiteiten, vermeld in artikel 4, en de toekenning van subsidies, vermeld in artikel 12, de volgende categorieën van persoonsgegevens van de kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten en de medewerkers: | ||
| 22 | 1° identificatiegegevens van de kinderen; | ||
| 23 | 2° gegevens over de gezondheid van de kinderen; | ||
| 24 | 3° gegevens over de kwetsbaarheid van de gezinnen; | ||
| 25 | 4° gegevens over de vraag naar en de deelname van kinderen aan het aanbod buitenschoolse activiteiten; | ||
| 26 | 5° identificatiegegevens, gegevens over de competenties en de voldoende kennis van het Nederlands van medewerkers; | ||
| 27 | 6° gegevens van een recent uittreksel uit het strafregister, vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, of een gelijkwaardig document voor wie niet in België gedomicilieerd is, waaruit onberispelijk gedrag in de omgang met kinderen blijkt, voor hun medewerkers. | ||
| 28 | De organisatoren zijn verwerkingsverantwoordelijken voor de bovenvermelde persoonsgegevens. De organisator bezorgt deze persoonsgegevens aan het lokaal bestuur, op vraag van het lokaal bestuur en dit in het kader van hun regie inzake buitenschoolse activiteiten. | ||
| 29 | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden bewaard tot vijf jaar nadat het kind geen gebruik meer maakt van buitenschoolse activiteiten bij de betrokken organisator. De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, worden bewaard tot vijf jaar nadat de medewerker niet langer verbonden is aan de betrokken organisator. | ||
| 30 | § 6. Lokale besturen verwerken met het oog op de vervulling van de regie van buitenschoolse activiteiten, de volgende categorieën van persoonsgegevens over de kinderen en hun gezinnen die gebruikmaken van buitenschoolse activiteiten en medewerkers: | ||
| 31 | 1° identificatiegegevens van de organisator en gegevens over de voorwaarden waaraan deze organisator moet voldoen; | ||
| 32 | 2° de gegevens uit paragraaf 5, eerste lid, 1° tot en met 6°. | ||
| 33 | Het lokaal bestuur is de verwerkingsverantwoordelijke voor de bovenvermelde persoonsgegevens. | ||
| 34 | De persoonsgegevens voorzien in het eerste lid worden bewaard tot vijf jaar na de verwerking ervan. | ||
| 35 | § 7. Lokale besturen, en desgevallend de actor aangeduid overeenkomstig artikel 8, tweede lid, verwerken met het oog op de organisatie van het lokaal samenwerkingsverband, vermeld in artikel 7, identificatiegegevens van organisatoren, of de persoon die deze vertegenwoordigt, die deel uitmaken van het samenwerkingsverband. | ||
| 36 | Het lokaal bestuur, desgevallend de aangeduide actor, is de verwerkingsverantwoordelijke voor de bovenvermelde persoonsgegevens. | ||
| 37 | De persoonsgegevens voorzien in het eerste lid worden bewaard tot vijf jaar na de verwerking ervan. |
| 1 | De Vlaamse Regering keurt een overgangsplan goed voor een periode van zes jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit artikel, met de mogelijkheid tot tussentijdse bijsturing. Het overgangsplan heeft minstens betrekking op de volgende elementen: | ||
| 2 | 1° een budgettaire meerjarenplanning; | ||
| 3 | 2° de bepaling van wetenschappelijk onderbouwde indicatoren om artikel 12, eerste lid, 3° en 4°, te operationaliseren. | ||
| 4 | Het lokaal bestuur geeft in zijn meerjarenplanning aan wat de gekozen beleidsopties zijn om de continuïteit van het aanbod van kleuteropvang en opvang lager onderwijs tijdens de overgangstermijn zo veel mogelijk te verzekeren. | ||
| 5 | Als de Vlaamse Regering gedurende de overgangstermijn een subsidie, vermeld in artikel 12, toekent aan lokale besturen, dan wordt de bestaande subsidie, vermeld in artikel 17, eerste lid, daarin verrekend. |
| 1 | De organisator die een subsidie als vermeld in de onderstaande besluiten ontvangt, behoudt die subsidie gedurende een overgangstermijn van zes jaar: | ||
| 2 | 1° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de subsidievoorwaarden voor buitenschoolse gezinsopvang en groepsopvang; | ||
| 3 | 2° het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 betreffende subsidiëring van projecten vanuit het vroegere Fonds voor Collectieve Uitrusting en Diensten en voor personeelsleden met een gewezen gescostatuut; | ||
| 4 | 3° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 houdende de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van gemandateerde voorzieningen, coördinatiepunten en flexibele opvangpools van doelgroepwerknemers, de voorwaarden voor de toestemming en de subsidiëring van lokale diensten buurtgerichte buitenschoolse opvang, en de voorwaarden voor een aanvullende subsidie voor organisatoren met een vergunning groepsopvang en een plussubsidie; | ||
| 5 | 4° het besluit van de Vlaamse Regering van 17 maart 2017 betreffende de subsidiëring van de organisatoren kinderopvang en buitenschoolse opvang ter uitvoering van het Vlaams Intersectoraal Akkoord. | ||
| 6 | In afwijking van het eerste lid kunnen het lokaal bestuur en de organisatoren een kortere overgangstermijn overeenkomen. In dat geval wordt aan het lokaal bestuur voor de rest van de termijn een subsidie toegekend, waarvan het bedrag minstens gelijk is aan de totaliteit van de subsidies van de organisatoren met betrekking tot het grondgebied van de gemeente. | ||
| 7 | Gedurende de overgangstermijn, die eventueel wordt verkort op een wijze als vermeld in het tweede lid, behoudt het agentschap de opdracht om de subsidie toe te kennen en uit te betalen aan de organisatoren in kwestie. | ||
| 8 | Het blijft mogelijk voor een organisator of een kandidaat-organisator om, na overleg met het lokaal bestuur en op voorwaarde van onderlinge toestemming, de gesubsidieerde activiteit volledig of gedeeltelijk over te nemen van een andere organisator. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels die van toepassing zijn gedurende de overgangstermijn, minstens met betrekking tot kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte, en met betrekking tot de eventuele inkorting van de overgangstermijn, vermeld in het tweede lid. |