| 1 | Voor de heffingsplichtigen bedoeld in artikel 4.2.2.2.1, eerste lid, 1° en 3°, wordt geen heffing gevestigd op het in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar door de openbare drinkwatervoorzieningsmaatschappij gefactureerd waterverbruik voor zover op dit waterverbruik een bijdrage, zoals bedoeld in artikel 4.3.1.1.1., aangerekend werd voor de bovengemeentelijke sanering. |
| 2 | Vanaf heffingsjaar 2024 worden de heffingsplichtigen, vermeld in het eerste lid, bij wijze van overgangsmaatregel vrijgesteld van heffing voor het door Brabant Water N.V. gefactureerd waterverbruik dat vóór 1 januari 2024 ver-bruikt werd. |