| 1 | In afwijking van artikel 4.2.1.2.1 van dit decreet, is geen heffing grondwater verschuldigd voor de exploitatie van de volgende grondwaterwinningen: |
| 2 | 1° een grondwaterwinning waaruit het water uitsluitend met een handpomp wordt opgepompt; |
| 3 | 2° proefpompingen voor andere grondwaterwinningen dan bronbemalingen gedurende minder dan drie maanden; |
| 4 | 3° draineringen die noodzakelijk zijn om het gebruik of de exploitatie van gronden of terreinen mogelijk te maken of te houden; |
| 5 | 4° bronbemalingen die aan een van de volgende voorwaarden voldoen: |
| 6 | a) ze zijn technisch noodzakelijk om werken te verwezenlijken of om nutsvoorzieningen aan te leggen; |
| 7 | b) ze zijn noodzakelijk voor de exploitatie van openbare wegen, met inbegrip van tunnels of infrastructuur voor openbaar vervoer; |
| 8 | c) ze zijn noodzakelijk voor de waterbeheersing van mijnverzakkingsgebieden; |
| 9 | d) ze zijn noodzakelijk om het gebruik of de exploitatie van constructies of terreinen mogelijk te maken of te houden of om onderhoudswerken uit te voeren, op voorwaarde dat: |
| 10 | 1) de noodzakelijkheid is gestaafd door een hydrologisch attest dat is opgesteld door een MER-deskundige in de discipline water, deeldomein geohydrologie die daarvoor in het Vlaamse Gewest is erkend, met toepassing van de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; |
| 11 | 2) het hydrologisch attest, vermeld in punt 1), vóór 15 maart van elk heffingsjaar is ingediend bij de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij of bij de ambtenaar die door de leidend ambtenaar van de Vlaamse Milieumaatschappij is gedelegeerd. De Vlaamse Regering kan regels vaststellen voor de minimale inhoud en de vorm van het hydrologisch attest, vermeld in punt 1); |
| 12 | 5° grondwaterwinningen voor thermische energieopslag in watervoerende lagen, op voorwaarde dat het grondwater na doorstroming van de koude-warmte-pomp integraal opnieuw in dezelfde watervoerende laag wordt ingebracht; |
| 13 | 6° grondwaterwinningen in het kader van bodemsaneringswerken, waarvoor een conformiteitattest is uitgereikt conform artikel 17 van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering, zoals van kracht vóór 1 juni 2008, of artikel 50 van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006; |
| 14 | 7° het deel van het beluchte grondwater van grondwaterwinningen dat wordt gebruikt voor ondergrondse beluchting als vermeld in de indelingsrubriek 53.12 van bijlage 1 bij titel II van VLAREM, dat teruggepompt wordt in dezelfde freatische watervoerende laag. |