§ flandrepo

Over het onderwijs XXXII #1278

Gemerged Vlaamse Regering voegde 27 artikels samen in decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijsdecreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwijdecreet-1997-02-25 · 5 mei 2022 Alle checks geslaagd
49 artikels gewijzigd
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 17ter zoals gemerged
3§ 3. Een personeelslid dat behoort tot een andere personeelscategorie dan deze bedoeld in § 2 moet de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.3§ 3. Een personeelslid dat behoort tot een andere personeelscategorie dan deze bedoeld in § 2 moet de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.
4§ 4. In afwijking van paragraaf 2 moet een personeelslid dat aangesteld wordt in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat uitsluitend één of meer levende vreemde talen onderwijst, of belast is met een opdracht die uitsluitend in een vreemde taal wordt gegeven, zoals bedoeld in artikel 157/1 van de Codex Secundair Onderwijs en artikel 27/1 van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken, de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.4§ 4. In afwijking van paragraaf 2 moet een personeelslid dat aangesteld wordt in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat uitsluitend één of meer levende vreemde talen onderwijst, of belast is met een opdracht die uitsluitend in een vreemde taal wordt gegeven, zoals bedoeld in artikel 157/1 van de Codex Secundair Onderwijs en artikel 27/1 van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken, de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.
5In afwijking van het eerste lid moet een personeelslid dat een taal onderwijst in de opleiding Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2, Servisch-Kroatisch richtgraad 1 of Tsjechisch richtgraad 1 in het studiegebied Slavische Talen, in de opleiding Bulgaars richtgraad 1, Fins richtgraad 1, Grieks richtgraad 1 en 2 of Hongaars richtgraad 1 in het studiegebied Europese neventalen richtgraad 1 en 2 of in de opleiding Arabisch richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2 of Turks richtgraad 1 en 2 in het studiegebied Oosterse talen de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.5In afwijking van het eerste lid moet een personeelslid dat een taal onderwijst in de opleiding Oekraïens richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2, Servisch-Kroatisch richtgraad 1 of Tsjechisch richtgraad 1 in het studiegebied Slavische Talen, in de opleiding Bulgaars richtgraad 1, Fins richtgraad 1, Grieks richtgraad 1 en 2 of Hongaars richtgraad 1 in het studiegebied Europese neventalen richtgraad 1 en 2 of in de opleiding Arabisch richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2 of Turks richtgraad 1 en 2 in het studiegebied Oosterse talen de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwij/art. 19ter zoals gemerged
3§ 3. Een personeelslid dat behoort tot een andere personeelscategorie dan deze bedoeld in § 2 moet de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.3§ 3. Een personeelslid dat behoort tot een andere personeelscategorie dan deze bedoeld in § 2 moet de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.
4§ 4. In afwijking van paragraaf 2 moet een personeelslid dat aangesteld wordt in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat uitsluitend één of meer levende vreemde talen onderwijst, of belast is met een opdracht die uitsluitend in een vreemde taal wordt gegeven, met toepassing van artikel 157/1 van de Codex Secundair Onderwijs en artikel 27/1 van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken, de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.4§ 4. In afwijking van paragraaf 2 moet een personeelslid dat aangesteld wordt in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en dat uitsluitend één of meer levende vreemde talen onderwijst, of belast is met een opdracht die uitsluitend in een vreemde taal wordt gegeven, met toepassing van artikel 157/1 van de Codex Secundair Onderwijs en artikel 27/1 van het decreet betreffende het stelsel van leren en werken, de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.
5In afwijking van het eerste lid moet een personeelslid dat een taal onderwijst in de opleiding Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2, Servisch-Kroatisch richtgraad 1 of Tsjechisch richtgraad 1 in het studiegebied Slavische Talen, in de opleiding Bulgaars richtgraad 1, Fins richtgraad 1, Grieks richtgraad 1 en 2 of Hongaars richtgraad 1 in het studiegebied Europese neventalen richtgraad 1 en 2 of in de opleiding Arabisch richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2 of Turks richtgraad 1 en 2 in het studiegebied Oosterse talen de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.5In afwijking van het eerste lid moet een personeelslid dat een taal onderwijst in de opleiding Oekraïens richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2, Russisch richtgraad 1 en 2, Servisch-Kroatisch richtgraad 1 of Tsjechisch richtgraad 1 in het studiegebied Slavische Talen, in de opleiding Bulgaars richtgraad 1, Fins richtgraad 1, Grieks richtgraad 1 en 2 of Hongaars richtgraad 1 in het studiegebied Europese neventalen richtgraad 1 en 2 of in de opleiding Arabisch richtgraad 1 en 2, Chinees richtgraad 1 en 2, Japans richtgraad 1 en 2 of Turks richtgraad 1 en 2 in het studiegebied Oosterse talen de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 3 zoals gemerged
10952° bis/1/1 SES-lestijden : lestijden, toegekend op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door leerlingkenmerken;10952° bis/1/1 SES-lestijden : lestijden, toegekend op basis van de socio-economische status van leerlingen in het gewoon basisonderwijs die gevat wordt door leerlingkenmerken;
11052° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;11052° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
11152° bis/2 thuisloze: de leerling is tijdelijk of permanent buiten het eigen gezin verband opgenomen door een gezin of persoon, een voorziening of een sociale dienst, bedoeld in het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand, met uitzondering van de internaten die gefinancierd of gesubsidieerd worden door het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschapof de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002;11152° bis/2 thuisloze: een leerling die tijdelijk of permanent buiten het eigen gezinsverband opgenomen is door een gezin of persoon, een voorziening of een sociale dienst, bedoeld in het decreet van 7 maart 2008 inzake bijzondere jeugdbijstand, met uitzondering van de internaten die gefinancierd of gesubsidieerd worden door het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap, of een leerling die een niet-begeleide minderjarige vreemdeling is als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002;
11252° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;11252° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;
11353° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft;11353° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft;
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 11quater zoals gemerged
1§ 1. Vanaf het schooljaar 2021-2022 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.1§ 1. Vanaf het schooljaar 2021-2022 voert de school voor elke leerling in het gewoon onderwijs bij het begin van de leerplicht een verplichte screening uit, die nagaat wat het niveau van de leerling inzake de onderwijstaal is. Deze screening kan nooit voor de inschrijving van de leerling uitgevoerd worden.
2De regering bepaalt met welk instrument de screening bij het begin van de leerplicht gebeurt, alsook het moment en de manier van afname.2De regering bepaalt met welk instrument de screening bij het begin van de leerplicht gebeurt, alsook het moment en de manier van afname.
3§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4° quater. Deze leerlingen krijgen vanaf het schooljaar 2021-2022 in elk geval een actief taalintegratietraject Nederlands, met in beginsel een taalbad zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die in de loop van het lager onderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.3§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de screening niet verplicht voor anderstalige nieuwkomers zoals bepaald in artikel 3, 4° quater. Deze leerlingen krijgen vanaf het schooljaar 2021-2022 in elk geval een actief taalintegratietraject Nederlands, met in beginsel een taalbad zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt. Ook voor leerlingen die na de periode van afname van de taalscreening in het basisonderwijs instromen en onvoldoende het Nederlands beheersen om de lessen te kunnen volgen, kan de school beslissen dat zij een taalintegratietraject moeten volgen.
4§ 3. Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands volgen met in beginsel een taalbad, zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt.4§ 3. Op basis van de resultaten van de taalscreening, moeten leerlingen die het Nederlands onvoldoende beheersen vanaf het schooljaar 2021-2022 een actief taalintegratietraject Nederlands volgen met in beginsel een taalbad, zoals bedoeld in paragraaf 4, of een volwaardig alternatief dat dezelfde resultaten bereikt.
5§ 4. Met taalbad wordt vanaf het schooljaar 2021-2022 bedoeld intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. Dit kan een voltijds traject zijn. Een leerling kan gedurende het basisonderwijs maximaal één schooljaar een voltijds taalbad of voltijds gelijkwaardig alternatief volgen.5§ 4. Met taalbad wordt vanaf het schooljaar 2021-2022 bedoeld intensieve onderwijsactiviteiten die tot doel hebben de leerling door onderdompeling in de onderwijstaal deze onderwijstaal te laten verwerven in functie van een snelle integratie in de reguliere onderwijsactiviteiten. Dit kan een voltijds traject zijn. Een leerling kan gedurende het basisonderwijs maximaal één schooljaar een voltijds taalbad of voltijds gelijkwaardig alternatief volgen.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 26 zoals gemerged
1§ 1. Ouders zijn verplicht ervoor te zorgen dat hun leerplichtig kind daadwerkelijk onderwijs volgt, dit wil zeggen ingeschreven is in een school en er regelmatig aanwezig is, of huisonderwijs volgt. Voor leerlingen in het kleuteronderwijs die vijf jaar worden voor 1 januari van het schooljaar is er een leerplicht ten belope van 290 halve dagen aanwezigheid per schooljaar. Voor de berekening van dat aantal halve dagen aanwezigheid in functie van de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling kunnen de afwezigheden die door de directie als aanvaardbaar geacht worden meegerekend worden. Voor scholen die overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het onderwijs voor sociale promotie erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikken bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn.1§ 1. Ouders zijn verplicht ervoor te zorgen dat hun leerplichtig kind daadwerkelijk onderwijs volgt, dit wil zeggen ingeschreven is in een school en er regelmatig aanwezig is, of huisonderwijs volgt. Voor leerlingen in het kleuteronderwijs die vijf jaar worden voor 1 januari van het schooljaar is er een leerplicht ten belope van 290 halve dagen aanwezigheid per schooljaar. Voor de berekening van dat aantal halve dagen aanwezigheid in functie van de leerplicht en de regelmatigheid van de leerling kunnen de afwezigheden die door de directie als aanvaardbaar geacht worden meegerekend worden. Voor scholen die overeenkomstig artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, over een afwijkende uurregeling beschikken bepaalt de Vlaamse Regering wanneer een leerling geacht wordt voldoende aanwezig te zijn.
2Voor zes-en zevenjarigen in het kleuteronderwijs, in toepassing van artikel 12/1, en voor leerlingen in het lager onderwijs is de leerplicht voltijds.2Voor zes-en zevenjarigen in het kleuteronderwijs, in toepassing van artikel 12/1, en voor leerlingen in het lager onderwijs is de leerplicht voltijds.
3Voor de leerplichtige van vreemde nationaliteit geldt dit vanaf de zestigste dag na de inschrijving in het vreemdelingen- of in het bevolkingsregister zoals bepaald in artikel 1, § 7 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.3Voor de leerplichtige van vreemde nationaliteit geldt dit vanaf de zestigste dag na de inschrijving in het vreemdelingen- of in het bevolkingsregister zoals bepaald in artikel 1, § 7 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 35 zoals gemerged
1§ 1. Leerlingen die vijf jaar of ouder geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden bepaald in artikel 15, § 1, maar voor wie het omwille van een handicap permanent onmogelijk is onderwijs te volgen op school, hebben na gunstig advies van de onderwijsinspectie, recht op permanent onderwijs aan huis.1§ 1. Leerlingen die vijf jaar of ouder geworden zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden bepaald in artikel 15, § 1, maar voor wie het omwille van een handicap permanent onmogelijk is onderwijs te volgen op school, hebben na gunstig advies van de onderwijsinspectie, recht op permanent onderwijs aan huis.
2§ 2. De ouders kiezen in overleg met het CLB de dichtstbijzijnde school voor buitengewoon onderwijs van hun vrije keuze om het permanent onderwijs aan huis te organiseren. Omwille van omstandigheden eigen aan het kind en mits omstandige motivering kan een andere school voor buitengewoon onderwijs worden gekozen.2§ 2. De ouders kiezen in overleg met het CLB de dichtstbijzijnde school voor buitengewoon onderwijs van hun vrije keuze om het permanent onderwijs aan huis te organiseren. Deze school wordt aangeduid door de onderwijsinspectie. Omwille van omstandigheden eigen aan het kind en mits omstandige motivering kan een andere school voor buitengewoon onderwijs worden gekozen.
+4 −0 decreet-1997-02-25/art. 37/6/1 zoals gemerged
1De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3 en 4, zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023. De bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 3 en 4, zijn van toepassing voor inschrijvingen in het buitengewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2022-2023, 2023-2024 en 2024-2025.
2Voor de toepassing van de termijnen, vermeld in hoofdstuk IV/1, hoofdstuk IV/2 en hoofdstuk IV/3, worden de vakantieperioden die de regering krachtens artikel 50 bepaalt, niet meegerekend, met uitzondering van de termijn, in artikel 37/30, 37/43/1 en 37/66.
3De bepalingen van hoofdstuk IV/1 en IV/3 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het gewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2023-2024 en de daaropvolgende schooljaren.
4De bepalingen van hoofdstuk IV/2 zijn van toepassing voor de inschrijvingen in het buitengewoon basisonderwijs voor het schooljaar 2025-2026 en de daaropvolgende schooljaren.
decreet-1997-02-25/art. 37 wijzigt · vicies semel, §1, tweede lid; vicies quinquies; vicies sexies, §1, eerste lid
Art. 10. In artikel 37vicies semel, §1, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011, vervangen bij het decreet van 8 juni 2012, en gewijzigd bij het decreet van 28 november 2016, wordt het getal “12°” vervangen door het getal “10°”.
Art. 11. In artikel 37vicies quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011, vervangen bij het decreet van 8 juni 2012 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2021, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt: “§1. Uiterlijk op 15 november van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de inschrijvingen gelden, legt een schoolbestuur, meerdere schoolbesturen samen of het LOP een voorstel van aanmeldingsprocedure voor aan de CLR.”.
Art. 12. In artikel 37vicies sexies, §1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011, vervangen bij het decreet van 8 juni 2012 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 2018, 22 november 2019, 8 mei 2020 en 25 juni 2021, wordt de zinsnede “30 november” vervangen door de zinsnede “31 januari”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 44 zoals gemerged
13§ 2. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden geformuleerd in functie van volgende sleutelcompetenties:13§ 2. De ontwikkelingsdoelen en eindtermen worden geformuleerd in functie van volgende sleutelcompetenties:
141. competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid;141. competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid;
152. competenties in het Nederlands;
152. competenties in het Nederlands en, voor die scholen waar onderwijs door middel van Vlaamse Gebarentaal wordt gegeven, bijkomend ook competenties in de Vlaamse Gebarentaal;
163. competenties in andere talen;163. competenties in andere talen;
174. digitale competentie en mediawijsheid;174. digitale competentie en mediawijsheid;
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 78 zoals gemerged
17§ 2. Leerlingenkenmerk 4 wordt als volgt vastgesteld :17§ 2. Leerlingenkenmerk 4 wordt als volgt vastgesteld :
181° in een eerste fase wordt de schoolse vertraging van alle buurten berekend. De berekening van de schoolse vertraging, is gebaseerd op alle leerlingen van het gewoon onderwijs die school hebben gelopen in een onderwijsinstelling, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Per buurt wordt het percentage vijftienjarige leerlingen berekend die de afgelopen zes tot tien jaar op vijftienjarige leeftijd twee of meer jaar schoolse vertraging hebben opgelopen. Buurten waarvan de berekening van de schoolse vertraging gebaseerd is op minder dan vijftig vijftienjarigen worden hierna dunbevolkte buurten genoemd;181° in een eerste fase wordt de schoolse vertraging van alle buurten berekend. De berekening van de schoolse vertraging, is gebaseerd op alle leerlingen van het gewoon onderwijs die school hebben gelopen in een onderwijsinstelling, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Per buurt wordt het percentage vijftienjarige leerlingen berekend die de afgelopen zes tot tien jaar op vijftienjarige leeftijd twee of meer jaar schoolse vertraging hebben opgelopen. Buurten waarvan de berekening van de schoolse vertraging gebaseerd is op minder dan vijftig vijftienjarigen worden hierna dunbevolkte buurten genoemd;
192° in een tweede fase wordt voor elke leerling vastgesteld wat het percentage schoolse vertraging is van de buurt. Leerlingen die behoren tot de trekkende bevolking, vermeld in artikel 3, 52ter, en thuislozen, vermeld in artikel 3, 52° bis/2, worden geacht te wonen in een buurt met een hoog percentage leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging op vijftienjarige leeftijd.192° in een tweede fase wordt voor elke leerling vastgesteld wat het percentage schoolse vertraging is van de buurt. Leerlingen die behoren tot de trekkende bevolking, vermeld in artikel 3, 52ter, en leerlingen met een zorgthuis worden geacht te wonen in een buurt met een hoog percentage leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging op vijftienjarige leeftijd.
20Voor alle leerlingen uit het gewoon basisonderwijs wordt het 75e percentiel van de buurtscores bepaald. Leerlingen die hun woonplaats hebben in een buurt met een score hoger dan of gelijk aan het 75e percentiel beantwoorden aan de indicator 'woonplaats hebben in een buurt met een hoog percentage leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging op vijftienjarige leeftijd'.20Voor alle leerlingen uit het gewoon basisonderwijs wordt het 75e percentiel van de buurtscores bepaald. Leerlingen die hun woonplaats hebben in een buurt met een score hoger dan of gelijk aan het 75e percentiel beantwoorden aan de indicator 'woonplaats hebben in een buurt met een hoog percentage leerlingen met minstens twee jaar schoolse vertraging op vijftienjarige leeftijd'.
21Leerlingenkenmerk 4 is enkel van toepassing voor leerlingen die in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen.21Leerlingenkenmerk 4 is enkel van toepassing voor leerlingen die in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen.
+2 −1 decreet-1997-02-25/art. 87 zoals gemerged
3Die teldag geldt in het gewoon basisonderwijs voor de hele school voor het schooljaar van oprichting en voor de vijf daaropvolgende schooljaren.3Die teldag geldt in het gewoon basisonderwijs voor de hele school voor het schooljaar van oprichting en voor de vijf daaropvolgende schooljaren.
4Die teldag geldt in het buitengewoon basisonderwijs voor de hele school voor het schooljaar van oprichting en voor de twee daaropvolgende schooljaren.4Die teldag geldt in het buitengewoon basisonderwijs voor de hele school voor het schooljaar van oprichting en voor de twee daaropvolgende schooljaren.
5§ 3. In afwijking van § 1 is de teldag voor de berekening van het werkingsbudget voor scholen die betrokken zijn bij een herstructurering, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. 5§ 3. In afwijking van § 1 is de teldag voor de berekening van het werkingsbudget voor scholen die betrokken zijn bij een herstructurering, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. Deze afwijking geldt niet voor scholen van het gewoon basisonderwijs als het gaat over autonome kleuterscholen die een vestigingsplaats afschaffen.
6§ 4. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 worden de woorden « de eerste schooldag van oktober » telkens gelezen als « de maand september » en wordt het woord « teldag » telkens gelezen als « telperiode ».6§ 4. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 worden de woorden « de eerste schooldag van oktober » telkens gelezen als « de maand september » en wordt het woord « teldag » telkens gelezen als « telperiode ».
7Voor type 5-scholen die betrokken zijn bij een herstructurering is de telperiode in het tweede jaar na die herstructurering de volledige maand september van het lopende schooljaar.
7Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en scholen voor type 5 worden de woorden « op basis van het aantal regelmatige leerlingen, ingeschreven op de eerste schooldag van februari » gelezen als « op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen, ingeschreven tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari ».8Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en scholen voor type 5 worden de woorden « op basis van het aantal regelmatige leerlingen, ingeschreven op de eerste schooldag van februari » gelezen als « op basis van het gemiddeld aantal regelmatige leerlingen, ingeschreven tijdens de periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari ».
8§ 5. Het werkingsbudget van een school voor type 5 kan alleen volledig worden aangewend als een door de regering vastgelegd gemiddelde van onderwijsdagen per kind gedurende de telperiode wordt bereikt.9§ 5. Het werkingsbudget van een school voor type 5 kan alleen volledig worden aangewend als een door de regering vastgelegd gemiddelde van onderwijsdagen per kind gedurende de telperiode wordt bereikt.
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 114 zoals gemerged
1§ 1. De teldag voor de rationalisatie is de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.1§ 1. De teldag voor de rationalisatie is de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar.
2§ 2. In afwijking van § 1 is de teldag voor het behalen van de rationalisatienormen voor scholen die betrokken zijn bij een herstructurering of voor scholen die door een beslissing van de regering moeten afbouwen, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. In het geval van een herstructurering geldt deze teldag voor het schooljaar van de herstructurering, in het geval van afbouw geldt deze teldag voor de duur van de afbouw. 2§ 2. In afwijking van § 1 is de teldag voor het behalen van de rationalisatienormen voor scholen die betrokken zijn bij een herstructurering of voor scholen die door een beslissing van de regering moeten afbouwen, de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar. In het geval van een herstructurering geldt deze teldag voor het schooljaar van de herstructurering, in het geval van afbouw geldt deze teldag voor de duur van de afbouw. Deze afwijking geldt niet voor scholen van het gewoon basisonderwijs als het gaat over autonome kleuterscholen die een vestigingsplaats afschaffen.
3§ 3. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 wordt het woord « teldag » telkens gelezen als het woord « telperiode » en worden de woorden « eerste schooldag van februari » telkens gelezen als de woorden « periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari ».3§ 3. Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 wordt het woord « teldag » telkens gelezen als het woord « telperiode » en worden de woorden « eerste schooldag van februari » telkens gelezen als de woorden « periode van twaalf maanden die voorafgaat aan de eerste schooldag van februari ».
4Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 worden de woorden « de eerste schooldag van oktober » telkens gelezen als de woorden « de maand september ».4Voor de toepassing van dit artikel op CKG-scholen en op scholen voor type 5 worden de woorden « de eerste schooldag van oktober » telkens gelezen als de woorden « de maand september ».
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 132 zoals gemerged
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 140 zoals gemerged
+5 −2 decreet-1997-02-25/art. 153septies zoals gemerged
+1 −1 decreet-2004-04-02-1013317/art. 21 zoals gemerged
+1 −2 decreet-2007-06-15/art. 35 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 64 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2007-06-15/art. 105 zoals gemerged
+0 −1 decreet-2007-11-30/art. 13 zoals gemerged
+3 −3 decreet-2018-03-09/art. 3 zoals gemerged
+2 −2 decreet-2018-03-09/art. 5 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 31 zoals gemerged
+1 −0 decreet-2018-03-09/art. 54 zoals gemerged
+2 −2 decreet-2018-03-09/art. 67 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 92 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2018-03-09/art. 115 zoals gemerged

Andere wetten (niet gespiegeld)

art. 3 wijzigt
art. 30 wijzigt · §2bis
art. 110/0 vervangt
art. 110/6 wijzigt · derde lid
art. 110/8 wijzigt · §1
art. 110/21 wijzigt · §1, tweede lid
art. 110/25 wijzigt
art. 110/26 wijzigt
art. 118 wijzigt · §2
art. 176/1 wijzigt · 4°
art. 225 wijzigt · §1, 2°
art. 231 wijzigt
art. 233 wijzigt · §1, 2°
art. 240 wijzigt
art. 242 wijzigt · §2, eerste lid, 2°
art. 253/25 wijzigt · §1
art. 253/56 wijzigt · §1
art. 295/1 wijzigt
art. 308/1 vervangt
art. 308/2 vervangt
art. 322 wijzigt
art. 357/8 wijzigt
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd