Over het onderwijs XXXII #1278
Gemerged Vlaamse Regering voegde 27 artikels samen in decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijsdecreet-rechtspositie-personeelsleden-gesubsidieerd-onderwijdecreet-1997-02-25 · 5 mei 2022 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: OND
ingediend op 7 juni 2022 (2021-2022)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
over het onderwijs XXXII
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
AMENDEMENT Nr. 1
voorgesteld door Annabel Tavernier, Loes Vandromme,
Jean-Jacques De Gucht, Karolien Grosemans, Hilâl Yalçin
en Kathleen Krekels
Hoofdstuk 1/1 (nieuw)
Een hoofdstuk 1/1, dat bestaat uit een artikel 1/1, toevoegen, dat luidt
als volgt:
“Hoofdstuk 1/1 Wijziging van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991
Art. 1/1. In artikel 17ter, §4, tweede lid, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, ingevoegd bij het decreet van 8
mei 2009 en vervangen bij het decreet van 23 december 2016, wordt de zinsnede
“in de opleiding Pools richtgraad 1 en 2” vervangen door de zinsnede “in de opleiding Oekraïens richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2”.”.
VERANTWOORDING
In het kader van de Oekraïnecrisis heeft de overheid beslist om het Oekraïens toe te voegen aan het
talenaanbod van het volwassenenonderwijs. Hiervoor is het nodig om in het opleidingsprofiel Europese
talen groep 2 richtgraad 1 en 2, het Oekraïens toe te voegen aan de reeks talen die er al in opgenomen
is. Nu zijn dat Bulgaars, Fins, Grieks, Hongaars, Pools, Russisch, Servisch-Kroatisch, Tsjechisch en Turks.
Deze toevoeging vergt een aanpassing aan de decreten Rechtspositie van 27 maart 1991 met betrekking tot de vereiste kennis van het Nederlands als onderwijstaal. Personeelsleden die aangesteld worden in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel moeten de onderwijstaal (Nederlands)
minstens beheersen op niveau C1. Wie een of meer levende vreemde talen onderwijst, moet de onderwijstaal minstens beheersen op niveau B2. Specifiek voor het volwassenenonderwijs geldt hier nog een
afwijking op voor het personeelslid dat een Oosterse, Slavische of Europese neventaal onderwijst. In
dat geval moet het betrokken personeelslid het Nederlands als onderwijstaal minstens beheersen op
niveau B1. Concreet gaat het om Pools, Russisch, Servisch-Kroatisch, Tsjechisch, Bulgaars, Fins, Grieks,
Hongaars, Arabisch, Chinees, Japans en Turks.
Het lijkt logisch om ook voor de opleidingen Oekraïens richtgraad 1 en richtgraad 2 in een afwijkend
niveau B1 te voorzien. Daartoe wordt Oekraïens richtgraad 1 en 2 in de decreten Rechtspositie toegevoegd aan de lijst met talen waarin voor het volwassenenonderwijs in dit afwijkend niveau reeds voorzien is.
■
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Annabel Tavernier, Loes Vandromme,
Jean-Jacques De Gucht, Karolien Grosemans, Hilâl Yalçin
en Kathleen Krekels
Hoofdstuk 1/2 (nieuw)
Een hoofdstuk 1/2, dat bestaat uit een artikel 1/2, toevoegen, dat luidt
als volgt:
“Hoofdstuk 1/2. Wijziging van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991
Art. 1/2. In artikel 19ter, §4, tweede lid, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, ingevoegd bij het decreet van
8 mei 2009 en vervangen bij het decreet van 23 december 2016, wordt de zinsnede
“in de opleiding Pools richtgraad 1 en 2” vervangen door de zinsnede “in de opleiding Oekraïens richtgraad 1 en 2, Pools richtgraad 1 en 2”.”.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 1.
■
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Koen Daniëls, Loes Vandromme, Jean-Jacques De Gucht,
Kathleen Krekels, Hilâl Yalçin en Karolien Grosemans
Artikel 2
Punt 4° vervangen door wat volgt:
“4° punt 52°bis/2 wordt vervangen door wat volgt:
“52°bis/2 thuisloze: een leerling die tijdelijk of permanent buiten het eigen
gezinsverband is opgenomen door een gezin of persoon, een voorziening of een sociale dienst, bedoeld in het decreet van 7 maart
2008 inzake bijzondere jeugdbijstand, met uitzondering van de internaten die gefinancierd of gesubsidieerd worden door het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap, of
een leerling die een niet-begeleide minderjarige vreemdeling is als
vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december
2002;”.”.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 4.
■
AMENDEMENT Nr. 4
voorgesteld door Koen Daniëls, Loes Vandromme, Jean-Jacques De Gucht,
Kathleen Krekels, Hilâl Yalçin en Karolien Grosemans
Artikel 2/1 (nieuw)
Een artikel 2/1 invoegen, dat luidt als volgt:
“Art. 2/1. In artikel 3 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet
van [...], worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 9°quater wordt vervangen door wat volgt:
“9°quater CLR: de Commissie inzake Leerlingenrechten, vermeld in deel VIII,
hoofdstuk 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016;”;
2° er wordt een punt 28°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“28°/1 leerling met een zorgthuis:
a) een leerling die effectief gebruik maakt van een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 2, §1, 28°, van het decreet
van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp voor:
− een verblijf bij een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel
2, §1, 27°, van hetzelfde decreet, met uitzondering van de
schoolinternaten, vermeld in artikel 68, 5°, van het besluit
van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp en met uitzondering van vrijwillige
Jeugdhulpverlening in de multifunctionele centra, als bepaald
in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016
houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele
centra voor minderjarige personen met een handicap;
− contextbegeleiding in functie van autonoom wonen of begeleiding in een kleinschalige wooneenheid, overeenkomstig artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april
2019 betreffende de erkenningsvoorwaarden en de subsidienormen voor voorzieningen in de jeugdhulp;
b) een leerling die geplaatst is door de jeugdrechter of jeugdrechtbank in een gemeenschapsinstelling als vermeld in artikel 2, 4°,
van het decreet van 15 …