Decreet over het onderwijs XXXVI
8 artikels gewijzigd
| 10 | 10 | 8° erkenningsvoorwaarden : de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een onderwijsinstelling moet voldoen om aan haar leerlingen of cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen of de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een CLB of een leersteuncentrum moet voldoen; | |
| 11 | 11 | 9° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen; | |
| 12 | + | 9°/1 GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht; | |
| 12 | 13 | 10° hoger beroepsonderwijs : het onderwijs zoals vermeld in de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013; | |
| 13 | 14 | 11° instelling : onderwijsinstelling, onderwijsinternaat, CLB of leersteuncentrum; | |
| 28 | 29 | b) artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding; | |
| 29 | 30 | 16° pedagogische begeleiding: de externe professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in hun zorg voor kwaliteitsonderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvolle leersteun ingebed in een duurzame instellingsnabije relatie; | |
| 30 | − | 16°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingenuitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling; | |
| 31 | + | 16°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingen, met uitzondering van de GI-school, uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling; | |
| 31 | 32 | 16°/2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB; | |
| 32 | 33 | 16°/3 referentiekader kwaliteitsvolle leersteun: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leersteun door de leersteuncentra uitzet; het kader is opgebouwd rond de drie rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het leersteuncentrum; | |
| 34 | + | 16°/3/1 referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle onderwijstrajecten door de GI-school uitzet. Dat kader is opgebouwd rond de volgende vier rubrieken: resultaten en effecten, stimuleren van ontwikkeling, kwaliteitsontwikkeling en beleid. Het houdt rekening met de context en input van de onderwijsinstelling; | |
| 33 | 35 | 16°/4 referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit: het kader dat de ver- wachtingen voor kwaliteitsvol verblijf en kwaliteitsvolle begeleiding uitzet. Het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, beleid en kwaliteitsontwikkeling en het houdt rekening met context en input van het onderwijsinternaat; | |
| 34 | 36 | 17° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en die een werking ontplooit ten behoeve van de inspectie; | |
| 36 | 38 | 19° secundair onderwijs : het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs; | |
| 37 | 39 | 20° structuuronderdeel : onderverdeling in het onderwijsaanbod die afzonderlijk erkend kan worden; | |
| 38 | − | 20°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1, 16°/2, 16°/3en 16°/4. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling; | |
| 40 | + | 20°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1, 16°/2, 16°/3, 16°/3/1 en 16°/4. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling; | |
| 39 | 41 | 21° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende centra voor volwassenenonderwijs en de erkende centra voor basiseducatie, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs. | |
| 40 | − | 22° leeftijdsgrens : na het einde van het jaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 heeft bereikt. | |
| 42 | + | 22° ... | |
| 25 | 25 | §7. Voor het basisen secundair onderwijs zijn volgende evaluaties van het gelijkeonderwijskansenbeleid mogelijk: | |
| 26 | 26 | 1° een positieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken, alsook, naargelang het geval, de SES-lestijden, de aanvullende lestijden, de extra uren-leraar of de extra lesuren ontvangt tot de daaropvolgende schooldoorlichting, conform de berekeningen gebaseerd op, naargelang het geval, artikel 85, §2, 134 en 139ter decies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 227, 235, 249 of 319 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010; | |
| 27 | − | 2° een negatieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school een engagement tot remediëring met externe begeleiding en ondersteuning moet aangaan. Als de eerstvolgende evaluatie door de onderwijsinspectie opnieuw negatief is, dan ontvangt de school vanaf het daaropvolgend schooljaar, slechts de helft van het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken , alsook, naargelang het geval, de helft van het aantal SES-lestijden, aanvullende lestijden, extra uren-leraar of extra lesuren waarop ze normaliter recht heeft en dat tot en met het schooljaar waarin een evaluatie positief is. De onderwijsinspectie evalueert de school opnieuw binnen een termijn van 1 jaar. | |
| 27 | + | 2° een negatieve evaluatie: dit heeft als gevolg dat de school zich verplicht engageert tot remediëring met externe begeleiding en ondersteuning. De onderwijsinspectie evalueert in dat geval opnieuw het gelijkeonderwijskansenbeleid na een termijn van minstens 180 kalenderdagen. Als die evaluatie opnieuw negatief is, ontvangt de school vanaf het daaropvolgend schooljaar, slechts de helft van het werkingsbudget op basis van de leerlingenkenmerken en, naargelang het geval, de helft van het aantal SES-lestijden, aanvullende lestijden, extra uren-leraar of extra lesuren waarop ze normaliter recht heeft en dat tot en met het schooljaar waarin een evaluatie positief is. Evaluaties ten gevolge van een negatieve evaluatie kunnen plaatsvinden buiten de schooldoorlichting, vermeld in artikel 38, §1, eerste lid. In het geval de omkadering en het werkingsbudget zijn gehal-veerd, wordt vanaf het daaropvolgend schooljaar de evaluatie jaarlijks herhaald totdat de evaluatie positief is. Hierbij kan de termijn tussen twee opeenvolgende evaluaties nooit minder dan 180 kalenderdagen bedragen. | |
| 16 | 16 | 2° geniet het personeelslid het brutoactiviteitssalaris dat verbonden is aan het ambt waarin het vastbenoemd was. | |
| 17 | 17 | Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn. | |
| 18 | + | §3. De Vlaamse Regering kan een einde maken aan de tijdelijke aanstelling, vaste benoeming of het mandaat van een personeelslid dat de wettelijke pensioenleeftijd bereikt heeft. De Vlaamse Regering neemt hierbij een opzeggingstermijn in acht, gelijk aan 3 maanden per begonnen schijf van 10 jaar dienstanciënniteit die het personeelslid heeft verworven. De opzegging wordt gemotiveerd. | |
| 19 | + | Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan het personeelslid bij het voltooien van de opzeggingstermijn voortwerken tot het einde van de maand waarin het personeelslid de opzeggingstermijn volbracht heeft. | |
| 20 | + | De opzeggingstermijn, vermeld in het eerste lid, gaat in op de maandag die volgt op de week waarin de Vlaamse Regering, het personeelslid op de hoogte heeft gebracht van het ontslag. | |
| 1 | 1 | Voor zover dat niet anders is bepaald, geven de volgende situaties voor een tijdelijk aangesteld en een vastbenoemd personeelslid eveneens aanleiding tot definitieve ambtsneerlegging of tot beëindiging van de tijdelijke aanstelling : | |
| 2 | 2 | 1° het vrijwillige ontslag. De opzeggingstermijn bedraagt vijftien kalenderdagen, tenzij bij onderlinge overeenkomst een andere termijn wordt overeengekomen. Het personeelslid deelt het vrijwillig ontslag mee per aangetekende brief; | |
| 3 | − | 2° de pensionering wegens het bereiken van de leeftijdsgrens. | |
| 4 | − | In afwijking van artikel 150, eerste lid, 2°, en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 62, § 2 en § 3, eindigt de aanstelling niet na het bereiken van de leeftijdsgrens indien het betrokken personeelslid en de inspecteur-generaal overeenkomen de aanstelling te verlengen. Dergelijke verlenging van de aanstelling geldt telkens enkel voor de duur van maximum één jaar. | |
| 3 | + | 2° ... |
| 1 | 1 | Voor zover dat niet anders is bepaald, geven de volgende situaties voor een personeelslid dat een mandaat bekleedt, eveneens aanleiding tot beëindiging van het mandaat : | |
| 2 | 2 | 1° het vrijwillige ontslag. De opzeggingstermijn zoals vermeld in artikel 87, § 1, moet worden nageleefd; | |
| 3 | − | 2° de pensionering wegens het bereiken van de leeftijdsgrens. | |
| 4 | − | In afwijking van artikel 151, eerste lid, 2°, en zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 62, § 2 en § 3, eindigt het mandaat niet na het bereiken van de leeftijdsgrens indien het betrokken personeelslid en de inspecteur-generaal overeenkomen het mandaat te verlengen. Dergelijke verlenging van het mandaat geldt telkens enkel voor de duur van maximum één jaar. | |
| 3 | + | 2° ... |
| 1 | + | De Vlaamse Regering mag, met toepassing van artikel 149, alleen eenzijdig een einde maken aan de tijdelijke aanstelling of vaste benoeming van een personeelslid om redenen die vreemd zijn aan de uitoefening door het personeelslid volgens de geldende regelgeving van een van de volgende rechten: | |
| 2 | + | 1° het recht op omstandigheidsverlof naar aanleiding van de bevalling; | |
| 3 | + | 2° het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof; | |
| 4 | + | 3° het recht op afwezigheid voor verminderde prestaties voor zorgdoeleinden; | |
| 5 | + | 4° het recht om een flexibele werkregeling aan te vragen; | |
| 6 | + | 5° het recht om een nevenactiviteit uit te oefenen, binnen de grenzen van de cumulatieregeling en de regeling rond onverenigbaarheden van de inspectie; | |
| 7 | + | 6° het recht op een ambtswijziging of om werk met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden te vragen. | |
| 8 | + | Het verbod om eenzijdig een einde maken aan de tijdelijke aanstelling of vaste benoeming van een personeelslid om de redenen, vermeld in het eerste lid, gaat in op de dag van de aanvraag van een van de rechten, vermeld in het eerste lid, met uitzondering van het recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof dat ingaat op de dag van de geboorte van het kind. | |
| 9 | + | De Vlaamse Regering deelt het personeelslid schriftelijk mee wat de redenen voor het ontslag zijn. Als de ingeroepen redenen niet vreemd zijn aan de uitoefening van de rechten, vermeld in het eerste lid, of als er geen reden opgegeven is, krijgt het personeelslid aanvullend op de opzeggingstermijn of -vergoeding een forfaitaire vergoeding die gelijk is aan het brutoloon voor zes maanden. Die forfaitaire vergoeding mag bij het ontslag van een personeelslid niet samen genoten worden met andere vergoedingen die in het kader van een bijzondere beschermingsprocedure tegen ontslag zijn bepaald. |
| 5 | 5 | §3. Om het studiepeil te waarborgen, ontwikkelt het centrumbestuur leerplannen van de opleidingen van de leergebieden, vermeld in artikel 6, en de studiegebieden, vermeld in artikel 7 of 10, die beperkt zijn in omvang. | |
| 6 | 6 | Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Voormeld agentschap toetst of de eindtermen en de basiscompetenties, zoals vermeld in artikel 24, volledig en correct zijn omgezet in het leerplan en dit plan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de vastgestelde eindtermen en basiscompetenties. | |
| 7 | − | De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen. Leerplannen zijn een aanvullend instrument voor de onderwijsinspectie om het kwaliteitsbeleid van een centrum te kaderen. | |
| 7 | + | De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen. Leerplannen zijn een aanvullend instrument voor de onderwijsinspectie om het kwaliteitsbeleid van een centrum te kaderen. De Vlaamse Regering bepaalt de beroepsprocedure voor een beslissing die de indiener betwist. | |
| 1 | − | §1. Binnen de beschikbare begrotingskredieten stelt de Vlaamse Regering op basis van de beheersovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, 2°, jaarlijks een subsidie ter beschikking aan Vocvo vzw voor de uitvoering van volgende opdrachten: | |
| 2 | − | 1° ... | |
| 3 | − | 2° ... | |
| 4 | − | 3° de opdrachten in uitvoering van het strategisch plan hulp- en dienstverlening aan gedetineerden: | |
| 5 | − | a) de coördinatie en ondersteuning van de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie bij de uitwerking van een onderwijs- en vormingsbeleid voor gedetineerden, de organisatie van het detecteren van de onderwijs- en vormingsbehoeften van gedetineerden en de coördinatie van de begeleiding van het onderwijstraject van gedetineerden; | |
| 6 | − | b) de ondersteuning van de onderwijscoördinatoren bij enerzijds de uitbouw van een behoeftedekkend en aangepast aanbod voor onderwijs aan gedetineerden en anderzijds de coördinatie van het onderwijsaanbod in de gevangenis. | |
| 7 | − | Voor de uitvoering van de opdracht, vermeld in het eerste lid, 3°, beantwoordt Vocvo vzw ten minste aan volgende voorwaarden: | |
| 8 | − | 1° Vocvo vzw voert de opdracht in elke penitentiaire inrichting gelegen in de werkingsgebieden van de centra voor basiseducatie en de vestigingsplaatsen van de centra voor volwassenenonderwijs op een efficiënte wijze uit en toont dit aan op basis van de resultaatsverbintenissen uit de beheersovereenkomst, vermeld in paragraaf 2, 2°; | |
| 9 | − | 2° Vocvo vzw vindt een draagvlak bij de centra voor basiseducatie en de centra voor volwassenenonderwijs en toont dit aan door middel van een stuurgroep samengesteld door vertegenwoordigers van de aanbodverstrekkers en andere stakeholders; | |
| 10 | − | 3° Vocvo vzw organiseert minstens tweemaal per jaar een gezamenlijk overleg van de stuurgroep onderwijs aan gedetineerden met de overheid. | |
| 11 | − | §2. Vocvo vzw kan enkel in aanmerking komen voor de subsidie, vermeld in paragraaf 1, als: | |
| 12 | − | 1° in de algemene vergadering een afgevaardigde opgenomen wordt van de representatieve groepering van de Centra voor Basiseducatie, vermeld in artikel 43, en de pedagogische begeleidingsdiensten; | |
| 13 | − | 2° Vocvo vzw met de Vlaamse Regering een vierjaarlijkse beheersovereenkomst afsluit over de uitvoering van de opdrachten en de aanwending van de toegekende middelen, vermeld in paragraaf 1. Deze beheersovereenkomst bevat ten minste per opdracht, vermeld in paragraaf 1: | |
| 14 | − | a) het aandeel van de toegekende subsidie, vermeld in paragraaf 1; | |
| 15 | − | b) de doelstellingen en bijhorende resultaatsverbintenissen; | |
| 16 | − | c) de planning bestaande uit een vierjarig werkingsprogramma en een jaarlijks actieplan met telkens een overeenstemmende begroting. Het vierjarig werkingsprogramma is maximaal afgestemd op de strategische doelstellingen uit de beheersovereenkomst; | |
| 17 | − | d) rapportering en opvolging van de werkzaamheden bestaande uit een jaarlijks activiteitenverslag, een jaarlijks financieel rapport en, na de volledige periode van vier kalenderjaren, een afsluitend rapport over de activiteiten van de volledige periode. De rapportering motiveert telkens minstens welke doelstellingen en bijhorende resultaatsverbintenissen al dan niet behaald werden. | |
| 18 | − | §3. Voor de aanwending van de subsidie, vermeld in paragraaf 1, gelden volgende regels: | |
| 19 | − | 1° de subsidie kan enkel worden aangewend voor het dekken van werkingskosten en personeelskosten; | |
| 20 | − | 2° van de subsidie kunnen geen andere reserves worden aangelegd dan voor het sociaal passief ter bezoldiging van prestaties, gerelateerd aan deze subsidies, van personeelsleden; | |
| 21 | − | 3° de subsidies kunnen geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden, indien blijkt dat deze middelen niet worden aangewend voor de realisatie van de opdrachten bepaald in paragraaf 1; | |
| 22 | − | 4° de stukken ter verantwoording van de ingezette middelen worden op de zetel van Vocvo vzw bewaard, waar ze voor controle ter beschikking staan van de bevoegde administratie; | |
| 23 | − | 5° de voorziene subsidie volgt de gezondheidsindex. |