Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009
31 artikels gewijzigd
| 124 | 124 | e) woonuitbreidingsgebied; | |
| 125 | 125 | 56° gebouw: voor de toepassing van titels IV/1, X en XI en artikel 1.1.3, 113/1/1°, en artikel 13.4.5 tot en met 13.4.10, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt, en waarvoor energie verbruikt wordt om een specifieke binnentemperatuur te verkrijgen; | |
| 126 | + | 56°/0 gebouweenheid: de kleinste eenheid binnen een gebouw die voldoet aan al de volgende voorwaarden: | |
| 127 | + | a) geschikt zijn voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden of een gemeenschappelijk deel zijn; | |
| 128 | + | b) ontsloten worden via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde circulatieruimte; | |
| 129 | + | c) in functioneel opzicht zelfstandig zijn; | |
| 126 | 130 | 56°/1/0 gebouwenpas: het instrument, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 30 november 2018 betreffende de gebouwenpas; | |
| 131 | + | 56°/1/0/1 gemeenteweg: een openbare weg, vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen; | |
| 127 | 132 | 56°/1/1 geothermische energie : energie die in de vorm van warmte onder het vaste aardoppervlak is opgeslagen; | |
| 128 | 133 | 56°/1/2 gereserveerde technische flexibiliteit: de flexibiliteit op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, waarbij de deelname verplicht is in het kader van de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder buitengewone omstandigheden, met een gereguleerde compensatie, vermeld in artikel 4.1.17/5, § 1, eerste lid; | |
| 150 | 155 | 68° hulpkrediet : een krediet dat ter beschikking wordt gesteld van een huishoudelijke afnemer, zodra het op de budgetmeter voor elektriciteit of op de budgetmeter voor aardgas opgeladen bedrag opgebruikt is; | |
| 151 | 156 | 68°/1 hydrothermische energie : energie die in de vorm van warmte in het oppervlaktewater is opgeslagen; | |
| 157 | + | 68°/1/0 industrieel gebouw: gebouw dat bestemd is voor de productie, de bewerking, de opslag of manipulatie van goederen; | |
| 152 | 158 | 68°/2 ingrijpende wijziging: wijziging van een warmte-krachtinstallatie, waarvan de motor ouder is dan tien jaar en/of waarvan de turbine ouder is dan vijftien jaar, en waarbij minstens de motor of de turbine vervangen wordt door een nog niet gebruikte motor of turbine. Indien een warmte-krachtinstallatie uit meerdere motoren of turbines bestaat, dan moeten alle motoren en turbines ouder zijn dan respectievelijk tien of vijftien jaar en moeten alle motoren en turbines vervangen worden door een nog niet gebruikte motor of turbine; | |
| 153 | 159 | 69° injecteren : het inbrengen van elektriciteit of aardgas in een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, vanuit een net of door een producent; | |
| 209 | 215 | 92°/1 niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst: een dienst die wordt gebruikt door een transmissie- of distributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor spanningsregeling in stationaire toestand, snelle blindstroominjecties, inertie voor plaatselijke netstabiliteit, kortsluitstroom of inzetbaarheid in eilandbedrijf; | |
| 210 | 216 | 92°/1/0 niet-gereserveerde technische flexibiliteit: onmiddellijke, als alle commerciële middelen en gereserveerde technische flexibiliteit zijn uitgeput, flexibiliteit op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, waarbij de deelname verplicht is in het kader van de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden, al dan niet met een gereguleerde compensatie als vermeld in artikel 4.1.17/5, § 2, eerste lid; | |
| 217 | + | 92°/1/0/1 niet-residentieel gebouw: een gebouw met een niet-residentiële hoofdbestemming, met uitzondering van: | |
| 218 | + | a) alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2; | |
| 219 | + | b) tijdelijke gebouwen die in principe niet langer dan twee jaar worden gebruikt; | |
| 220 | + | c) gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten; | |
| 221 | + | d) industriële gebouwen; | |
| 222 | + | e) werkplaatsen; | |
| 223 | + | f) opslagplaatsen voor niet-industrieel gebruik; | |
| 224 | + | g) gebouwen van een landbouwgebouw die niet voor bewoning bestemd zijn; | |
| 211 | 225 | 92°/1/1 nieuwe groenestroominstallatie: een nieuw opgerichte installatie die volledig zelfstandig en onafhankelijk elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen opwekt, en waarbij de noodzakelijke onderdelen van de installatie nog niet eerder gebruikt zijn in een groenestroominstallatie; | |
| 212 | 226 | 92°/1/2 nieuwe productie-installatie: een nieuwe groenestroominstallatie of een nieuwe warmte-krachtinstallatie; | |
| 55 | 55 | l) tweejaarlijks rapporteren aan de Vlaamse Regering over de naleving van de voorwaarden waaraan de netbeheerders zijn gebonden bij de uitoefening van hun activiteiten inzake databeheer op het distributienet, met inbegrip van de resultaten van de vijfjaarlijkse evaluatie; | |
| 56 | 56 | m) jaarlijks rapporteren over de voornaamste ontwikkelingen op het vlak van dynamische prijscontracten in het Vlaamse Gewest, met inbegrip van het aanbod op de markt en de effecten op de facturen van de consument en, specifiek, de prijsvolatiliteit ervan; | |
| 57 | − | n) jaarlijks rapporteren in welke mate het decretale kader rond flexibiliteit en energiegemeenschappen en de verdere uitwerking ervan zorgt voor een flexibeler gebruik van het bestaande net en een versnelling van een duurzame energietransitie waarin de burger centraal staat. De aspecten die hierin worden opgenomen, worden verder door de Vlaamse Regering bepaald. | |
| 57 | + | n) jaarlijks rapporteren in welke mate het decretale kader rond flexibiliteit en energiegemeenschappen en de verdere uitwerking ervan zorgt voor een flexibeler gebruik van het bestaande net en een versnelling van een duurzame energietransitie waarin de burger centraal staat. De aspecten die hierin worden opgenomen, worden verder door de Vlaamse Regering bepaald; | |
| 58 | + | o) jaarlijks rapporteren over de financiële gezondheid van de Vlaamse energiemarkt en van de op die markt actieve leveranciers; | |
| 58 | 59 | 5° adviserende taken : | |
| 59 | 60 | a) het op verzoek of op eigen initiatief verlenen van adviezen met betrekking tot de elektriciteits- en gasmarkt aan het Vlaams Parlement, de minister of de Vlaamse Regering; | |
| 5 | 5 | 4° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar. | |
| 6 | 6 | § 2. Als de aardgasdistributienetbeheerder om technische of economische redenen toch beslist om een niet-aansluitbare wooneenheid of gebouw gelegen in een gebied bestemd voor bewoning via een onderboring aan te sluiten op een aardgasleiding aan de overkant van de straat, mag hij in het geografische gebied waarvoor hij werd aangewezen, voor de aansluiting een maximale prijs aanrekenen van 250 euro als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : | |
| 7 | − | 1° de aardgasleiding langs de openbare weg waar het aansluitbare wooneenheid of het aansluitbare gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit; | |
| 7 | + | 1° de aardgasleiding langs de openbare weg waar het niet-aansluitbare wooneenheid of het niet-aansluitbare gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit; | |
| 8 | 8 | 2° er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt; | |
| 9 | 9 | 3° de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur; | |
| 3 | 3 | 2° er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt; | |
| 4 | 4 | 3° de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur; | |
| 5 | − | 4° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar. | |
| 5 | + | 4° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar; | |
| 6 | + | 5° de wooneenheid of het gebouw betreft geen nieuwbouw. | |
| 6 | 7 | § 2. Als de aardgasdistributienetbeheerder om technische of economische redenen toch beslist om een niet-aansluitbare wooneenheid of gebouw gelegen in een gebied bestemd voor bewoning via een onderboring aan te sluiten op een aardgasleiding aan de overkant van de straat, mag hij in het geografische gebied waarvoor hij werd aangewezen, voor de aansluiting een maximale prijs aanrekenen van 250 euro als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : | |
| 7 | 8 | 1° de aardgasleiding langs de openbare weg waar het niet-aansluitbare wooneenheid of het niet-aansluitbare gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit; | |
| 8 | 9 | 2° er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt; | |
| 9 | 10 | 3° de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur; | |
| 10 | − | 4° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar. | |
| 11 | + | 4° de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar; | |
| 12 | + | 5° de wooneenheid of het gebouw betreft geen nieuwbouw. | |
| 1 | − | Onverminderd artikel 4.1.13 is voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de aansluiting van een wooneenheid of gebouw het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de wooneenheid of het gebouw, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald. | |
| 1 | + | Onverminderd artikel 4.1.13 is voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de aansluiting van een wooneenheid of gebouw het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de wooneenheid of het gebouw, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald. | |
| 2 | − | Voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de ontsluiting van een verkaveling is het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de verkaveling, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald. | |
| 2 | + | Voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de ontsluiting van een verkaveling is het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de verkaveling, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald. | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering houdt voor het vaststellen van de uitzonderingen, vermeld in het eerste en tweede lid, minstens rekening met de aanwezigheid van andere netten en de energieprestaties van de aan te sluiten gebouwen. | |
| 4 | 4 | De aanvrager van de aansluiting of verkaveling draagt de overige kosten. | |
| 5 | − | De VREG beslist, met toepassing van afdeling XII, over het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein tussen het aardgasdistributienet en de wooneenheid, het gebouw of de verkaveling. | |
| 5 | + | De VREG beslist, met toepassing van afdeling XII, over het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein en de gemeentewegen tussen het aardgasdistributienet en de wooneenheid, het gebouw of de verkaveling. |
| 1 | + | In afwijking van artikel 4.1.13, 4.1.15, 4.1.16 en 4.1.16/1 voorzien aardgasdistributienetbeheerders voor residentiële gebouwen en niet-residentiële gebouwen waarvoor vanaf 1 januari 2026 een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen aangaande nieuwbouw worden aangevraagd niet meer in een aansluiting op het aardgasdistributienet. |
| 7 | 7 | § 3. De Vlaamse Regering kan per geval bepalen dat het voor de netbeheerder van algemeen nut is om elektrische lijnen of aardgasleidingen aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden en onder welke voorwaarden dat dient te gebeuren. | |
| 8 | 8 | De netbeheerder heeft in dat geval het recht de lijnen of leidingen aan te leggen boven of onder deze gronden, voor het toezicht daarop te zorgen en de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren. | |
| 9 | + | § 3/1. De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen het voor de netbeheerder van algemeen nut is om installaties die deel uitmaken van het elektriciteits- of aardgasdistributienet in of op private onroerende goederen te plaatsen, en onder welke voorwaarden dat moet gebeuren. | |
| 10 | + | De netbeheerder heeft in het geval, vermeld in het eerste lid, de volgende rechten: | |
| 11 | + | 1° het recht om de installaties, vermeld in het eerste lid, in of op de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, te plaatsen; | |
| 12 | + | 2° het recht om te zorgen voor het toezicht op de installaties, vermeld in het eerste lid; | |
| 13 | + | 3° het recht om de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren. | |
| 9 | − | § 4. De aangelegde kabels, lijnen, leidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de netbeheerder. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren. | |
| 14 | + | § 4. De aangelegde installaties, kabels, lijnen, leidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de netbeheerder. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren. | |
| 10 | 15 | § 5. Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, wordt het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 3° en 4°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of desgevallend de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat deze gedurende een maand het verzoek van de netbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de netbeheerder overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de netbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, gebeurt dat op kosten van de netbeheerder zelf. | |
| 11 | − | Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, door de netbeheerder pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats. | |
| 16 | + | Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3/1, door de netbeheerder pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats. | |
| 12 | 17 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure bij de uitvoering van die rechten. | |
| 1 | − | § 1. De netbeheerder vergoedt bij minnelijke overeenkomst de eigenaars en de eventuele huurders, pachters of iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed in de vorm van een vergoeding voor het nadeel dat mogelijk voortvloeit uit de toepassing van artikel 4.1.23, § 1, 1°. | |
| 1 | + | § 1. De netbeheerder vergoedt bij minnelijke overeenkomst de eigenaars en de eventuele huurders, pachters of iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed in de vorm van een vergoeding voor het nadeel dat mogelijk voortvloeit uit de toepassing van artikel 4.1.23, § 1, 1°, en § 3/1. | |
| 2 | 2 | § 2. Als de aanwezige bomen en beplantingen gerooid worden, als vermeld in artikel 4.1.23, § 2, is de netbeheerder een eenmalige vergoeding verschuldigd aan de eigenaar als vergoeding voor de gerooide bomen en beplantingen en voor de eventuele minwaarde van het onroerend goed. | |
| 3 | 3 | § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de procedure voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding. | |
| 1 | − | De uitoefening door de netbeheerder van het recht, vermeld in artikel 4.1.23, kan de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen. | |
| 1 | + | Met uitzondering van de uitoefening van de rechten, vermeld in artikel 4.1.23, § 3/1, kan de uitoefening door de netbeheerder van de rechten, vermeld in artikel 4.1.23, de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen. | |
| 2 | 2 | Als de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht een dergelijk recht, als vermeld in het eerste lid, wil uitoefenen, dan moet de netbeheerder de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op de onbebouwde grond, wegnemen, verplaatsen of aanpassen, voor zover deze de uitvoering van de rechten, vermeld in het eerste lid, hinderen. De eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed bezorgt de betrokken netbeheerder dat verzoek minstens zes maanden voor de geplande start van de werken. | |
| 3 | 3 | De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken netbeheerder. | |
| 1 | − | § 1. De netbeheerder heeft het recht het openbaar domein te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van aardgasleidingen en elektrische lijnen boven of onder het openbaar domeinen de bijbehorende uitrustingen, als hij over een voorafgaandelijke domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating. | |
| 1 | + | § 1. De netbeheerder heeft het recht het openbaar domein en de gemeentewegen te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van aardgasleidingen en elektrische lijnen boven of onder het openbaar domein, de gemeentewegen, en de bijbehorende uitrustingen, als hij over een voorafgaandelijke domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating. | |
| 2 | − | In afwijking van het eerste lid en onverminderd de bepalingen van artikel 4.1.28 hebben de netbeheerders, waarvan de gemeenten enerzijds geheel of gedeeltelijk en anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder zijn, het recht om op het openbaar domein dat beheerd wordt door een van hun deelnemende gemeenten, distributienetten aan te leggen, te onderhouden en uit te baten. | |
| 2 | + | In afwijking van het eerste lid en onverminderd de bepalingen van artikel 4.1.28 hebben de netbeheerders, waarvan de gemeenten enerzijds geheel of gedeeltelijk en anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder zijn, het recht om op het openbaar domein en de gemeentewegen die beheerd worden door een van hun deelnemende gemeenten, distributienetten aan te leggen, te onderhouden en uit te baten. | |
| 3 | 3 | § 2. In afwijking van de procedure, vermeld in paragraaf 1, wordt, als voor de geplande werkzaamheden, vermeld in paragraaf 1, zowel een domeintoelating als een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen nodig is, de aanvraag tot het verkrijgen van een domeintoelating samengevoegd met de aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Beide aanvragen worden samen ingediend bij het vergunningverlenende bestuursorgaan. | |
| 4 | − | Het vergunningverlenende bestuursorgaan verzoekt binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag elke domeinbeheerder op het openbaar domein van wie het geplande traject loopt of de werkzaamheden gepland zijn om een domeintoelating, als vermeld in paragraaf 1, te verlenen of af te wijzen. De door het verzoek gevatte domeinbeheerders brengen hun beslissing ter kennis van het vergunningverlenende bestuursorgaan, rekening houdend met volgende regelingen : | |
| 4 | + | Het vergunningverlenende bestuursorgaan verzoekt binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag elke domeinbeheerder van de gemeentewegen of elke domeinbeheerder op het openbaar domein van wie het geplande traject loopt of de werkzaamheden gepland zijn om een domeintoelating, als vermeld in paragraaf 1, te verlenen of af te wijzen. De door het verzoek gevatte domeinbeheerders brengen hun beslissing ter kennis van het vergunningverlenende bestuursorgaan, rekening houdend met volgende regelingen : | |
| 5 | 5 | 1° indien de vergunningsaanvraag onderworpen is aan een openbaar onderzoek, voorzien in het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, wordt de beslissing ter kennis gebracht aan het vergunningverlenende bestuursorgaan binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na deze waarop het openbaar onderzoek werd afgesloten; | |
| 6 | 6 | 2° in alle andere gevallen, wordt de beslissing ter kennis gebracht binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van het verzoek. Deze termijn kan door de domeinbeheerder eenmalig gemotiveerd worden verlengd met vijftien dagen. | |
| 1 | − | De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden van de domeintoelating toevoegen of aanpassen of de netbeheerder verplichten de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De betrokken netbeheerder geeft daar uitvoering aan binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het verzoek daartoe. | |
| 1 | + | De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden van de domeintoelating toevoegen of aanpassen of de netbeheerder verplichten de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein of de gemeentewegen weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De betrokken netbeheerder geeft daar uitvoering aan binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het verzoek daartoe. | |
| 2 | 2 | De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken netbeheerder. |
| 13 | 13 | De VREG brengt de aanvrager van de toelating en de netbeheerder in wiens geografisch gebied de directe lijn of directe leiding gelegen is, op de hoogte van zijn beslissing. | |
| 14 | 14 | De VREG publiceert op zijn website een actuele lijst van de directe lijnen en de directe leidingen, waarvoor conform deze paragraaf een toelating is verleend, alsook van de beheerders van die directe lijnen en directe leidingen. | |
| 15 | − | § 3. Als de aanleg van een directe lijn of een directe leiding de eigen site overschrijdt en als het openbaar domein daarbij wordt doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De beheerder van de directe lijn of de directe leiding kan de procedure pas starten als hij de toelating van de VREG, vermeld in paragraaf 2, gekregen heeft. | |
| 15 | + | § 3. Als de aanleg van een directe lijn of een directe leiding de eigen site overschrijdt en als het openbaar domein of een gemeenteweg daarbij wordt doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De beheerder van de directe lijn of de directe leiding kan de procedure pas starten als hij de toelating van de VREG, vermeld in paragraaf 2, gekregen heeft. | |
| 3 | 3 | De VREG hanteert hierbij de criteria zoals vermeld in artikel 1.1.3, 56°/2, en houdt ook rekening met de risico's inzake inefficiëntie, de risico's inzake veiligheid, de impact op de nettarieven, de waarborg van de rechten van afnemers, de eventuele weigering van aansluiting op het net door de betrokken netbeheerder of een gebrek aan aanbod tot aansluiting of toegang op het net tegen redelijke economische of technische voorwaarden. | |
| 4 | 4 | De VREG kan de toelating opheffen zodra wordt vastgesteld dat niet meer aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, is voldaan. | |
| 5 | − | Als door de aanleg van een gesloten distributienet het openbaar domein moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het gesloten distributienet pas worden aangevat als de toelating van de VREG, vermeld in het eerste lid, verworven is. | |
| 5 | + | Als door de aanleg van een gesloten distributienet het openbaar domein of een gemeenteweg moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het gesloten distributienet pas worden aangevat als de toelating van de VREG, vermeld in het eerste lid, verworven is. | |
| 6 | 6 | § 3. De VREG kan de nadere modaliteiten vastleggen voor de melding, de toekenning en de opheffing van de toelating, onverminderd wat bepaald is in paragraaf 2, eerste lid. | |
| 7 | 7 | § 4. De VREG kan de beheerders van een gesloten distributienet van elektriciteit ontheffen van de plicht om de volgende taken en verplichtingen te vervullen. Dergelijke ontheffing wordt toegekend indien het gesloten distributienet van elektriciteit voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.1.3, 56° /2: | |
| 4 | 4 | 2° laadpunten voor voertuigen. | |
| 5 | 5 | Een privédistributienet kan een openbare weg, waterloop, treinspoor of ander openbaar domein alleen kruisen als hiertoe toestemming van de distributienetbeheerder verkregen is. De netbeheerder beslist over de toestemming binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Als de netbeheerder oordeelt dat de toetsing van de aanvraag aan de voorwaarden uit dit hoofdstuk moeilijk tijdig uit te voeren is, dan deelt de netbeheerder aan de aanvrager mee dat de termijn van zestig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van negentig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel. | |
| 6 | − | Als door de aanleg van een privédistributienet het openbaar domein moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het privédistributienet pas worden aangevat als de toelating van de distributienetbeheerder, vermeld in het tweede lid, verworven is. | |
| 6 | + | Als door de aanleg van een privédistributienet het openbaar domein of een gemeenteweg moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het privédistributienet pas worden aangevat als de toelating van de distributienetbeheerder, vermeld in het tweede lid, verworven is. | |
| 1 | + | De aanleg van een geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen om propaan of butaan te distribueren en te leveren aan eindafnemers is niet toegelaten in de gebieden die onder de toepassing vallen van de verplichtingen, vermeld in artikel 4.1.16/1 en 4.1.16/2. |
| 1 | − | § 1. De warmte- of koudenetbeheerder heeft het recht het openbaar domein te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van leidingen boven of onder het openbaar domeinen de bijbehorende uitrustingen als hij over een voorafgaande domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating. | |
| 1 | + | § 1. De warmte- of koudenetbeheerder heeft het recht het openbaar domein en de gemeentewegen te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van leidingen boven of onder het openbaar domein, de gemeentewegen, en de bijbehorende uitrustingen als hij over een voorafgaande domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating. | |
| 2 | 2 | § 2. In afwijking van de procedure, vermeld in paragraaf 1, wordt, als voor de geplande werkzaamheden, vermeld in paragraaf 1, zowel een domeintoelating als een stedenbouwkundige vergunning nodig is, de aanvraag van een domeintoelating samengevoegd met de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning. Beide aanvragen worden samen ingediend bij het vergunningverlenende bestuursorgaan. | |
| 3 | − | Het vergunningverlenende bestuursorgaan verzoekt binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag elke domeinbeheerder op het openbaar domein van wie het geplande traject loopt of de werkzaamheden gepland zijn, om een domeintoelating als vermeld in paragraaf 1, te verlenen of af te wijzen. De domeinbeheerders op wie het verzoek betrekking heeft, brengen het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte van hun beslissing en ze houden daarbij rekening met de volgende regelingen: | |
| 3 | + | Het vergunningverlenende bestuursorgaan verzoekt binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag elke domeinbeheerder van de gemeentewegen of elke domeinbeheerder op het openbaar domein van wie het geplande traject loopt of de werkzaamheden gepland zijn, om een domeintoelating als vermeld in paragraaf 1, te verlenen of af te wijzen. De domeinbeheerders op wie het verzoek betrekking heeft, brengen het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte van hun beslissing en ze houden daarbij rekening met de volgende regelingen: | |
| 4 | 4 | 1° als de vergunningsaanvraag onderworpen is aan een openbaar onderzoek als vermeld in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wordt het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte gebracht van de beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag nadat het openbaar onderzoek is afgesloten; | |
| 5 | 5 | 2° in alle andere gevallen wordt het vergunningverlenende bestuursorgaan op de hoogte gebracht van de beslissing binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de ontvangst van het verzoek. Die termijn kan door de domeinbeheerder eenmalig gemotiveerd worden verlengd met vijftien dagen. | |
| 1 | − | De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden van de domeintoelating toevoegen of aanpassen of de warmte- of koudenetbeheerder verplichten de ondergrondse of bovengrondse leidingen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein , weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De betrokken warmte- of koudenetbeheerder geeft daar uitvoering aan binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het verzoek daarom. | |
| 1 | + | De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden van de domeintoelating toevoegen of aanpassen of de warmte- of koudenetbeheerder verplichten de ondergrondse of bovengrondse leidingen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein of de gemeentewegen, weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De betrokken warmte- of koudenetbeheerder geeft daar uitvoering aan binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het verzoek daarom. | |
| 2 | 2 | De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken warmte- of koudenetbeheerder. |
| 16 | 16 | Het aantal groenestroomcertificaten dat wordt toegekend voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in installaties met startdatum vanaf 1 januari 2013, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor. | |
| 17 | 17 | De Vlaamse Regering kan de toekenning van groenestroomcertificaten ook beperken op basis van het aantal vollasturen die gehanteerd worden in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top voor die hernieuwbare energietechnologie. De Vlaamse Regering kan daarnaast voor nieuwe installaties en verlengingsaanvragen met betrekking tot de periodes, vermeld in artikel 7.1.1, § 1, vierde en vijfde lid, van bestaande installaties het aantal groenestroomcertificaten begrenzen tot een bepaalde hoeveelheid groenestroomcertificaten. | |
| 18 | − | Bij productie-installaties voor fotovoltaïsche zonne-energie met startdatum vanaf 1 januari 2013 komen uitbreidingen die vanaf 1 september 2019 in dienst genomen zijn en die aangesloten zijn op hetzelfde toegangspunt, waarbij het gezamenlijke maximale vermogen van de omvormers van de installatie na de uitbreiding meer bedraagt dan 2 MW, niet in aanmerking voor het toekennen van groenestroomcertificaten, voor zover niet minstens 36 maanden verstreken zijn vanaf de ingebruikname van de installatie of de ingebruikname van de laatste uitbreiding op dat toegangspunt. | |
| 18 | + | Bij productie-installaties voor fotovoltaïsche zonne-energie met startdatum vanaf 1 januari 2013 komen uitbreidingen die vanaf 1 september 2019 in dienst genomen zijn en die aangesloten zijn op hetzelfde toegangspunt, waarbij het gezamenlijke maximale vermogen van de omvormers van de installatie na de uitbreiding meer bedraagt dan 5 MW, niet in aanmerking voor het toekennen van groenestroomcertificaten, voor zover niet minstens 36 maanden verstreken zijn vanaf de ingebruikname van de installatie of de ingebruikname van de laatste uitbreiding op dat toegangspunt. | |
| 19 | 19 | § 3. De Vlaamse Regering kan, in afwijking van § 2, derde lid, bepalen dat aan installaties waaraan groenestroomcertificaten werden toegekend, na afloop van de periode waarin de installatie voor steun in aanmerking komt op grond van § 2, derde lid, extra groenestroomcertificaten worden toegekend. Installaties die als brandstof gebruikmaken van biomassa komen echter niet in aanmerking voor een dergelijke verlenging. | |
| 20 | 20 | De Vlaamse Regering legt de periode en de voorwaarden vast voor de toekenning van die extra certificaten, inclusief de manier waarop de bandingfactoren voor die extra steunperiode worden berekend. | |
| 1 | − | § 1. Iedere persoon die in het jaar n-1 als toegangshouder geregistreerd stond in het toegangsregister van een elektriciteitsdistributienetbeheerder, een beheerder van een gesloten distributienet de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet, op een afnamepunt in het Vlaamse Gewest, en geen netbeheerder is, is verplicht jaarlijks uiterlijk op 31 maart van het jaar n, bij de VREG het aantal groenestroomcertificaten in te dienen dat bepaald wordt met toepassing van § 2 of § 4 in voorkomend geval. | |
| 1 | + | § 1. Iedere persoon die in het jaar n-1 als toegangshouder geregistreerd stond in het toegangsregister van een elektriciteitsdistributienetbeheerder, een beheerder van een gesloten distributienet de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet, op een afnamepunt in het Vlaamse Gewest, en geen netbeheerder is, is verplicht jaarlijks uiterlijk op 30 april van het jaar n, bij de VREG het aantal groenestroomcertificaten in te dienen dat bepaald wordt met toepassing van § 2 of § 4 in voorkomend geval. | |
| 2 | 2 | § 2. Het aantal groenestroomcertificaten dat in een bepaald jaar n moet worden ingediend, wordt tot en met 31 maart 2012 vastgesteld met de formule : | |
| 3 | 3 | C = G x Ev, waarbij : | |
| 1 | − | § 1. Iedere persoon die in het jaar n-1 geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van een elektriciteitsdistributienetbeheerder, een beheerder van een gesloten distributienet, de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet, op een afnamepunt in het Vlaamse Gewest, en geen netbeheerder is, is verplicht jaarlijks, uiterlijk op 31 maart van het jaar n, bij de VREG het aantal warmtekrachtcertificaten in te dienen dat bepaald wordt met toepassing van § 2. | |
| 1 | + | § 1. Iedere persoon die in het jaar n-1 geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van een elektriciteitsdistributienetbeheerder, een beheerder van een gesloten distributienet, de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet, op een afnamepunt in het Vlaamse Gewest, en geen netbeheerder is, is verplicht jaarlijks, uiterlijk op 30 april van het jaar n, bij de VREG het aantal warmtekrachtcertificaten in te dienen dat bepaald wordt met toepassing van § 2. | |
| 2 | 2 | § 2. Het aantal warmte-krachtcertificaten dat in een bepaald jaar n moet worden ingediend, wordt vastgesteld met de formule : | |
| 3 | 3 | Cw = W x Ev, waarbij : | |
| 1 | − | Een groenestroomcertificaat of warmtekracht-certificaat dat ingediend wordt in het kader van de certificatenverplichting, in de zin van artikel 7.1.5, § 1, in de periode van 1 april van het jaar n tot en met 31 maart van het jaar n+1, wordt geacht te zijn ingediend in het kader van de certificatenverplichting van het jaar n. | |
| 1 | + | Een groenestroomcertificaat of warmtekracht-certificaat dat ingediend wordt in het kader van de certificatenverplichting, in de zin van artikel 7.1.5, § 1, in de periode van 1 mei van het jaar n tot en met 30 april van het jaar n+1, wordt geacht te zijn ingediend in het kader van de certificatenverplichting van het jaar n. |
| 2 | 2 | § 2. De verplichtingen, vermeld in § 1, omvatten : | |
| 3 | 3 | 1° het opzetten van een energieboekhouding; | |
| 4 | − | 2° het uitvoeren van rendabele investeringen, die al dan niet ter kennis worden gebracht door een energieplan of een energiestudie; | |
| 4 | + | 2° het uitvoeren van rendabele investeringen, die al dan niet ter kennis worden gebracht door een energieaudit, een energieplan of een energiestudie; | |
| 5 | − | 3° het periodiek dan wel eenmalig laten opmaken van een energieplan en/of een energiestudie door een energiedeskundige. | |
| 5 | + | 3° het periodiek dan wel eenmalig laten opmaken van een energieaudit, een energieplan en/of een energiestudie door een energiedeskundige. | |
| 6 | 6 | De Vlaamse Regering kan voor een of meer van de voorgaande verplichtingen vrijstelling verlenen en/of de periodiciteit bepalen. | |
| 7 | 7 | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de rendabele investeringen. De Vlaamse Regering evalueert om de vier jaar en voor het eerst in 2012 de definitie van rendabele investeringen, zoals bepaald in artikel 1.1.3, 111°. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om na evaluatie een nieuwe interne rentevoet na belastingen vast te leggen. | |
| 8 | − | § 4. De Vlaamse Regering kan een instantie aanduiden die de energieplannen en de energiestudies conform moet verklaren. | |
| 8 | + | § 4. De Vlaamse Regering kan een instantie aanduiden die de energieaudits, de energieplannen en de energiestudies conform moet verklaren. | |
| 9 | − | § 5. De energiedeskundige stelt de energieplannen en de energiestudies ter beschikking van de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, ten behoeve van de ondernemingsraad en het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen of bij ontstentenis van die organen, de vakbondsafvaardiging. | |
| 9 | + | § 5. De energiedeskundige stelt de energieaudits, de energieplannen en de energiestudies ter beschikking van de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, ten behoeve van de ondernemingsraad en het comité voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen of bij ontstentenis van die organen, de vakbondsafvaardiging. | |
| 10 | − | § 6. De Vlaamse Regering bepaalt de concrete opmaak, de inhoud en, in voorkomend geval, de conformverklaring van de energieplannen en energiestudies. | |
| 10 | + | § 6. De Vlaamse Regering bepaalt de concrete opmaak, de inhoud en, in voorkomend geval, de conformverklaring van de energieaudits, de energieplannen en energiestudies. | |
| 11 | 11 | § 7. Ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die een energiebeleidsovereenkomst met de Vlaamse Regering sluiten, moeten minstens voldoen aan de verplichtingen, vermeld in § 1, die gelden op het moment van het sluiten van de energiebeleidsovereenkomst. | |
| 12 | 12 | Als de Vlaamse Regering op basis van § 1 verplichtingen oplegt, zijn die verplichtingen voor ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die een energiebeleidsovereenkomst hebben gesloten, niet strenger dan de overeenkomstige bepalingen, opgenomen in de energiebeleidsovereenkomst en van die aard dat ze niet voor extra lasten zorgen ten opzichte van de overeenkomstige bepalingen in de energiebeleidsovereenkomst, behalve om te voldoen aan internationale of Europese verplichtingen, steeds rekening houdend met het engagement van het Vlaamse Gewest in de energiebeleidsovereenkomsten. In die gevallen pleegt de Vlaamse Regering vooraf overleg met de andere partijen van de energiebeleidsovereenkomst. | |
| 7 | 7 | 5° technisch ingenieur; | |
| 8 | 8 | 6° bio-ingenieur; | |
| 9 | − | 7° gegradueerde in de Bouw; | |
| 9 | + | 7° ...; | |
| 10 | 10 | 8° architect-assistent; | |
| 11 | 11 | 9° bachelor in de Bouw(kunde); | |
| 4 | 4 | 3° als voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning of de melding de tussenkomst van een architect niet vereist is; | |
| 5 | 5 | 4° als het behalen van de EPB-eisen bij bestaande gebouwen en bij nieuwe gebouwen technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is; | |
| 6 | − | 5° voor industriegebouwen of werkplaatsen; | |
| 6 | + | 5° voor industriële gebouwen of werkplaatsen; | |
| 7 | 7 | 6° voor tijdelijke constructies; | |
| 8 | 8 | 7° voor alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2; | |
| 9 | 9 | 8° voor niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven met een lage energiebehoefte en niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven die in gebruik zijn bij een sector die onder een energiebeleidsovereenkomst inzake energieprestatie valt; | |
| 10 | − | 9° voor de niet voor bewoning bestemde gedeelten met een maximale bruikbare vloeroppervlakte van 50 m2 met een andere functie dan industrie of landbouw, gelegen in industriegebouwen, niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven met een lage energiebehoefte en niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven die in gebruik zijn bij een sector die onder een energiebeleidsovereenkomst inzake energieprestatie valt. | |
| 10 | + | 9° voor de niet voor bewoning bestemde gedeelten met een maximale bruikbare vloeroppervlakte van 50 m2 met een andere functie dan industrie of landbouw, gelegen in industriële gebouwen, niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven met een lage energiebehoefte en niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven die in gebruik zijn bij een sector die onder een energiebeleidsovereenkomst inzake energieprestatie valt. | |
| 11 | 11 | Als de Vlaamse Regering wat punt 3° betreft een vrijstelling toestaat, als vermeld in het eerste lid, 3°, dan gelden de EPB-eisen, vermeld in artikel 11.1.1, § 2. | |
| 1 | 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan de eigenaars, de houders van een zakelijk recht of gebruikers van een gebouw opleggen dat het gebouw over een energieprestatiecertificaat moet beschikken. De Vlaamse Regering kan een lijst van type gebouwen vaststellen die geacht worden steeds energie te verbruiken om een specifieke binnentemperatuur te bereiken. | |
| 2 | 2 | Het energieprestatiecertificaat bevat referentiewaarden op basis waarvan de energieprestaties van het gebouw kunnen worden beoordeeld en vergeleken met die van andere gebouwen. In het energieprestatiecertificaat worden ook aanbevelingen opgenomen voor de kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gebouw of tips voor goed gebruikersgedrag. | |
| 3 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningsmethode, de verdere inhoud en de vorm van het energieprestatiecertificaat. De Vlaamse Regering kan ook nadere regels vastleggen voor de labeling van gebouwen. | |
| 3 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningsmethode, de verdere inhoud en de vorm van het energieprestatiecertificaat. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering kan ook nadere regels vastleggen voor de labeling van gebouwen. De Vlaamse Regering kan daarbij ook bepalen dat gebouwen een minimaal energieprestatielabel moeten behalen. De Vlaamse Regering kan daarbij een onderscheid maken naar type van gebouw. | |
| 4 | 5 | De geldigheidsduur van een energieprestatiecertificaat kan niet langer zijn dan tien jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin een energieprestatiecertificaat kan worden ingetrokken of aangepast. | |
| 5 | 6 | § 2. In gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 1 000 m2 en waarin overheidsdiensten en instellingen gevestigd zijn die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken, en die derhalve vaak door het publiek bezocht worden, wordt een geldig energieprestatiecertificaat aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek. | |
| 8 | 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels om de bruikbare vloeroppervlakte te bepalen. | |
| 9 | 10 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke delen van het energieprestatiecertificaat aangebracht worden op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek. | |
| 10 | − | § 3. Elke verkoper of verhuurder, alsook zijn opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde, vermeldt het op het energieprestatiecertificaat vermelde kengetal of label alsmede de unieke code van het energieprestatiecertificaat of het adres van het gebouw in alle commerciële advertenties die hij maakt voor de verkoop of verhuur van een gebouw , dat conform § 1 over een energieprestatiecertificaat dient te beschikken. | |
| 11 | + | § 3. Elke verkoper, verhuurder, erfpachtgever, opstalgever, houder van een zakelijk recht, en ook de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde, vermeldt de volgende gegevens in alle commerciële advertenties die hij plaatst of laat plaatsen voor de verkoop of verhuur van een gebouw of de vestiging van een zakelijk recht erop, dat conform paragraaf 1 over een energieprestatiecertifi caat beschikt: | |
| 12 | + | 1° het kengetal of label dat op het energieprestatiecertificaat staat; | |
| 13 | + | 2° de unieke code van het energieprestatiecertificaat of het adres van het gebouw. | |
| 11 | 14 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de vorm van deze publiciteit. | |
| 1 | 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan de de personen, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij de verkoop van het gebouw een geldig energieprestatiecertificaat aan de koper over te dragen. | |
| 2 | 2 | § 2. De Vlaamse Regering kan de de personen, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst een geldig energieprestatiecertificaat aan de huurder ter beschikking te stellen. | |
| 3 | + | § 2/1. De Vlaamse Regering kan de personen, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij het aangaan van een nieuwe opstalovereenkomst, bij erfpacht of bij de vestiging van een ander zakelijk recht een geldig energieprestatiecertificaat aan de nieuwe houder van het zakelijk recht ter beschikking te stellen. | |
| 3 | − | § 3. De Vlaamse Regering kan aan de instrumenterende ambtenaar en aan derden verplichtingen opleggen in het kader van de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in § 1en § 2en in artikel 11.2.1. | |
| 4 | + | § 3. De Vlaamse Regering kan aan de instrumenterende ambtenaar en aan derden verplichtingen opleggen in het kader van de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1, 2 en 2/1 en in artikel 11.2.1. |
| 1 | − | § 1. De Vlaamse Regering kan bepalen dat niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden bij een notariële overdracht in volle eigendom, of bij het vestigen van een opstalrecht of erfpacht op een niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid, binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan een minimaal energieprestatieniveau voldoen. De Vlaamse Regering kan hier ook een reeks van aparte eisen, maatregelen en type-renovatiewerken bepalen die daarbij als een minimum binnen die termijn moeten worden uitgevoerd. | |
| 1 | + | § 1. De Vlaamse Regering kan bepalen dat residentiële gebouwen en niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden bij een notariële overdracht in volle eigendom, of bij het vestigen of overdragen van een opstalrecht of erfpacht op een residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid, binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan een minimaal energieprestatieniveau voldoen. De Vlaamse Regering kan hier ook een reeks van aparte eisen, maatregelen en type-renovatiewerken bepalen die daarbij als een minimum binnen die termijn moeten worden uitgevoerd. | |
| 2 | − | De uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar, de opstalhouder, of de erfpachter. In geval na de verkoop van het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid gedurende de looptijd van deze verplichting die op het gebouw of de gebouweenheid rust: | |
| 2 | + | De uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar, de opstalhouder, of de erfpachter. In geval na de verkoop van het residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid gedurende de looptijd van deze verplichting die op het gebouw of de gebouweenheid rust: | |
| 3 | − | 1° het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt geërfd, dan gaat de verplichting over op de erfgenaam of legataris. De erfgenaam of de legataris moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de erflater diende te halen; | |
| 3 | + | 1° het residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt geërfd, dan gaat de verplichting over op de erfgenaam of legataris. De erfgenaam of de legataris moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de erflater diende te halen; | |
| 4 | − | 2° het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt geschonken of verkocht, of een opstalrecht of erfpacht wordt erop gevestigd, dan gaat de verplichting over op de koper of de ontvanger van de schenking of de erfpachter of opstalhouder. De koper, de ontvanger van de schenking, de erfpachter of de opstalhouder moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de verkoper, schenker, erfpachtgever of opstalgever zelf diende te halen. Indien het te behalen minimaal energieprestatieniveau sindsdien werd verstrengd rust bijkomend op de nieuwe eigenaar, erfpachter of de opstalhouder de verplichting om binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan dat verstrengde minimaal energieprestatieniveau te voldoen. | |
| 4 | + | 2° het residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt geschonken of verkocht, of een opstalrecht of erfpacht wordt erop gevestigd, dan gaat de verplichting over op de koper of de ontvanger van de schenking of de erfpachter of opstalhouder. De koper, de ontvanger van de schenking, de erfpachter of de opstalhouder moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de verkoper, schenker, erfpachtgever of opstalgever zelf diende te halen. Indien het te behalen minimaal energieprestatieniveau sindsdien werd verstrengd rust bijkomend op de nieuwe eigenaar, erfpachter of de opstalhouder de verplichting om binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan dat verstrengde minimaal energieprestatieniveau te voldoen. | |
| 5 | + | In geval een rechtspersoon wordt gesplitst of indien een rechtspersoon fusioneert met, of wordt overgenomen door een andere rechtspersoon, dan ontstaat door die splitsing, fusie of overneming voor de gebouwen van die rechtspersonen echter geen verplichting, vermeld in het eerste lid. Indien er voorafgaand aan de splitsing, de fusie of de overneming op een gebouw van een van die rechtspersonen echter reeds een verplichting, vermeld in het eerste lid, van toepassing was, dan voldoet de rechtsopvolger binnen de resterende termijn aan het minimaal energieprestatieniveau dat de rechtspersoon die fusioneerde, splitste of werd overgenomen en tot wie het gebouw in kwestie behoorde zelf diende te halen. | |
| 5 | − | § 2. Iedereen die een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid in volle eigendom notarieel overdraagt of hierop een opstalrecht of erfpachtrecht vestigt , moet in de hieraan verbonden publiciteit vermelden dat er verplichtingen gelden als vermeld in paragraaf 1. | |
| 6 | + | § 2. Iedereen die een residentieel gebouw of een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid in volle eigendom notarieel overdraagt of hierop een opstalrecht of erfpachtrecht vestigt of overdraagt, moet in de hieraan verbonden publiciteit vermelden dat er verplichtingen gelden als vermeld in paragraaf 1. | |
| 6 | − | Iedereen die voor een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid een onderhandse overeenkomst voor één van de rechtshandelingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, opmaakt, moet vermelden dat voor het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid verplichtingen gelden als vermeld in paragraaf 1. | |
| 7 | + | Iedereen die voor een residentieel gebouw of een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid een onderhandse overeenkomst voor één van de rechtshandelingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, opmaakt, moet vermelden dat voor het residentieel gebouw of het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid verplichtingen gelden als vermeld in paragraaf 1. | |
| 7 | − | De instrumenterende ambtenaar die voor een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid een authentieke akte voor één van de rechtshandelingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, opmaakt, moet vermelden welke verplichtingen, als vermeld in paragraaf 1, gelden voor het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid. | |
| 8 | + | De instrumenterende ambtenaar die voor een residentieel gebouw of een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid een authentieke akte voor één van de rechtshandelingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, opmaakt, moet vermelden welke verplichtingen, als vermeld in paragraaf 1, gelden voor het residentieel gebouw of het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid. | |
| 8 | 9 | De Vlaamse Regering kan aan de instrumenterende ambtenaar, de personen, vermeld in het eerste lid, en aan derden verplichtingen opleggen in het kader van de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in het eerste tot en met derde lid. |
| 1 | − | § 1. Als het VEKA vaststelt dat in strijd met artikel 11.2/2.1 de door de Vlaamse Regering vastgestelde minimale eisen inzake renovatie bij niet-residentiële gebouwen niet werden gerespecteerd, dan kan het VEKA aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon op wie de verplichting rust een administratieve geldboete opleggen van 500 euro tot en met 200.000 euro. | |
| 1 | + | § 1. Als het VEKA vaststelt dat in strijd met artikel 11.2/2.1 de door de Vlaamse Regering vastgestelde minimale eisen voor een renovatie of het minimale energieprestatielabel bij residentiële gebouwen of niet-residentiële gebouwen niet werden gerespecteerd, dan kan het VEKA aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon op wie de verplichting rust een administratieve geldboete opleggen van 500 euro tot en met 200.000 euro. | |
| 2 | 2 | Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. | |
| 3 | 3 | Als de natuurlijke persoon of de rechtspersoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, nog steeds in gebreke blijft, kan het VEKA hem of haar een nieuwe administratieve geldboete opleggen, als bedoeld in het eerste lid. Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. Deze procedure wordt herhaald tot aan de op grond van artikel 11.2/2.1 vastgestelde verplichting is voldaan. | |
| 4 | 4 | § 1/1. Als het VEKA vaststelt dat een geschorste energiedeskundige in strijd met de schorsingsvoorwaarden toch actief optreedt als energiedeskundige, legt het VEKA hem een boete op van 500 euro per ingediend energieprestatiecertificaat. | |
| 5 | 5 | § 2. Als zou blijken dat de eigenaar of gebruiker van een gebouw die krachtens artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, over een energieprestatiecertificaat moet beschikken, niet over een geldig energieprestatiecertificaat beschikt, legt het VEKA hem, op voorwaarde dat de eigenaar of gebruiker werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete op die niet lager is dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro. | |
| 6 | − | § 3. Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt het VEKA hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro. | |
| 6 | + | § 3. Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder of de houder van een zakelijk recht ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt het VEKA hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro. | |
| 7 | 7 | Die administratieve geldboete kan niet worden gecumuleerd met de sanctie vermeld in § 2. | |
| 8 | − | § 3/1. Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouwwaarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, het kengetal of het label, het adres van het gebouw of de unieke code van het energieprestatiecertificaat niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde kengetal of het label, het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het VEKA de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro. | |
| 8 | + | § 3/1. Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw, of voor een gebouw waarop een zakelijk recht wordt gevestigd, waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, het kengetal of het label, het adres van het gebouw of de unieke code van het energieprestatiecertificaat niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde kengetal of het label, het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het VEKA de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro. | |
| 9 | 9 | In afwijking van het eerste lid legt het VEKA de sanctie, vermeld in het eerste lid, op aan de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde in het geval de eigenaar of gebruiker gebruikmaakte van deze opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde in het kader van het te koop of te huur stellen van het gebouw. | |
| 10 | 10 | Die administratieve geldboete kan voor de eigenaar of gebruiker niet worden gecumuleerd met de sanctie, vermeld in paragraaf 2 of 3. | |
| 1 | + | § 1. Als het VEKA vaststelt dat, in strijd met artikel 7.7.2, de door de Vlaamse Regering vastgestelde verplichtingen voor ondernemingen, niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen inzake het rationaliseren van hun energiegebruik en het gebruikmaken van hernieuwbare energietechnologieën niet werden gerespecteerd, dan kan het VEKA aan de onderneming, niet-commerciële instelling en publiekrechtelijke rechtspersoon op wie de verplichting rust een administratieve geldboete opleggen van 1000 euro tot en met 500.000 euro. | |
| 2 | + | Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. | |
| 3 | + | Als die onderneming, niet-commerciële instelling of publiekrechtelijke rechtspersoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, nog steeds in gebreke blijft, kan het VEKA hem of haar een nieuwe administratieve geldboete opleggen als bedoeld in het eerste lid. Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. Deze procedure wordt herhaald tot aan de op grond van artikel 7.7.2 vastgestelde verplichting is voldaan. | |
| 4 | + | § 2. De procedure, vermeld in artikel 13.4.8, is van overeenkomstige toepassing. |
| 147 | 147 | Q heat net spec, vastgesteld de bij controle vastgestelde netto-energiebehoefte voor verwarming per eenheid brutovloeroppervlakte, in kWh/ m2.jaar; | |
| 148 | 148 | Af,gross vastgesteld de bij controle vastgestelde brutovloeroppervlakte in m2. | |
| 149 | − | 2.7. Afwijkingen van niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de systeemeisen | |
| 149 | + | 2.7. Afwijkingen van niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van de eisen voor technische installaties | |
| 150 | 150 | 2.7.1. Ketels op gasvormige en vloeibare brandstof | |
| 151 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van het installatierendement kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het installatierendement, uitgedrukt in %.m², als volgt bepaald: | |
| 151 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald: | |
| 152 | − | (ηinst,aangifte – ηinst,vaststelling)Ainst,heat,net,vaststelling | |
| 152 | + | (ηsys,aangifte - ηsys,vaststelling) Asys,heat,net,vaststelling | |
| 153 | − | waarin: | |
| 153 | + | waarbij: | |
| 154 | − | ηinst,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van het installatierendement; | |
| 154 | + | 1° ηsys,aangifte: de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-); | |
| 155 | − | ηinst,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het installatierendement; | |
| 155 | + | 2° ηsys,vaststelling: de waarde van het systeemrendement die bij controle vastgesteld is, (-); | |
| 156 | − | Ainst,heat,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie . | |
| 156 | + | 3° Asys,heat,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlakte, uitgedrukt in m2, van alle ruimtes waarin minstens één warmteafgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie. | |
| 157 | − | 2.7.2. Elektrische warmtepompen | |
| 157 | + | 2.7.2. Elektrische warmtepompen (bodem/water, water/water, lucht/water, lucht/lucht) | |
| 158 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van de SPF kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, dan wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van SPF, uitgedrukt in m², als volgt bepaald: | |
| 158 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald: | |
| 159 | − | (SPFaangifte - SPFvaststelling) Ainst, heat, net, vaststelling | |
| 160 | − | waarin: | |
| 159 | + | (ηsys,aangifte - ηsys,vaststelling) Asys,heat,net,vaststelling | |
| 160 | + | waarbij: | |
| 161 | − | SPFaangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de SPF; | |
| 161 | + | 1° ηsys,aangifte: de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-); | |
| 162 | − | SPFvaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de SPF; | |
| 162 | + | 2° ηsys,vaststelling de waarde van het systeemrendement die bij controle vastgesteld is, (-); | |
| 163 | − | Ainst,heat,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één warmte afgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de betreffende verwarmingsinstallatie . | |
| 163 | + | 3° Asys,heat,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlakte, uitgedrukt in m2, van alle ruimtes waarin minstens één warmteafgifte-element of inblaasmond van warme lucht aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie. | |
| 164 | − | 2.7.3. Directe verwarming | |
| 164 | + | 2.7.3. Directe elektrische verwarming | |
| 165 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van het vermogen van de directe verwarming groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald: | |
| 165 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van het vermogen van de directe verwarming groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het vermogen, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald: | |
| 166 | − | W tot,vaststelling – W tot,aangifte | |
| 166 | + | W tot,vaststelling - W tot,aangifte | |
| 167 | − | waarin: | |
| 167 | + | waarbij: | |
| 168 | − | W tot,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen , uitgedrukt in W; | |
| 168 | + | 1° W tot,vaststelling: de waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in W; | |
| 169 | − | W tot,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen , uitgedrukt in W. | |
| 169 | + | 2° W tot,aangifte de waarde van het totale afgiftevermogen van de verwarmingstoestellen die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W. | |
| 170 | 170 | 2.7.4. Elektrische doorstroomtoestellen en boilers | |
| 171 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van het elektrische vermogen van de elektrische warmwaterproductietoestellen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het elektrische vermogen, uitgedrukt in W, als volgt bepaald: | |
| 171 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van het elektrische vermogen van de elektrische warmwaterproductietoestellen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het elektrische vermogen, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald: | |
| 172 | − | Pel,vaststelling – Pel,aangifte | |
| 172 | + | Pel,vaststelling - Pel,aangifte | |
| 173 | − | waarin: | |
| 173 | + | waarbij: | |
| 174 | − | P el,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het elektrisch vermogen die bepaald isdoor de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen, uitgedrukt in W; | |
| 174 | + | 1° Pel,vaststelling: de waarde van het elektrisch vermogen die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in W, en die bepaald wordt door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen; | |
| 175 | − | P el,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het elektrisch vermogen , die bepaald is door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen, uitgedrukt in W. | |
| 175 | + | 2° Pel,aangifte : de waarde van het elektrisch vermogen die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W, en die bepaald wordt door de som te nemen van de elektrische vermogens van alle elektrische warmwaterproductietoestellen. | |
| 176 | − | 2.7.5. Circulatieleidingen | |
| 176 | + | 2.7.5. Circulatieleidingen en combilussen | |
| 177 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van de isolatie van circulatieleidingen slechter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de isolatie, uitgedrukt in m².K/W, als volgt bepaald: | |
| 177 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van de isolatie van circulatieleidingen en combilussen slechter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de isolatie, uitgedrukt in m2.K/W, op de volgende wijze bepaald: | |
| 178 | − | (R, l,aangifte – R l,vaststelling )l circ,vaststelling | |
| 178 | + | (R l,aangifte - R l,vaststelling ). l circ,vaststelling | |
| 179 | − | waarin: | |
| 179 | + | waarbij: | |
| 180 | − | R, l,aangifte de in de EPB-aangifte vermelde waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment , uitgedrukt in m.K/W; | |
| 180 | + | 1° R l,aangifte : de waarde van de lineaire warmteweerstand van het leidingsegment in kwestie die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m.K/W; | |
| 181 | − | R l,vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de lineaire warmteweerstand van het betreffende leidingsegment , uitgedrukt in m.K/W; | |
| 181 | + | 2° R l,vaststelling : de waarde van de lineaire warmteweerstand van het leidingsegment in kwestie die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m.K/W; | |
| 182 | − | l circ,vaststelling de bij controle vastgestelde waarde van de lengte van het betreffende segment van de circulatieleiding , uitgedrukt in m. | |
| 182 | + | 3° circ,vaststelling : de waarde van de lengte van het segment van de circulatieleiding in kwestie die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m. | |
| 183 | − | 2.7.6. IJswatersystemen | |
| 183 | + | 2.7.6. IJswaterinstallaties | |
| 184 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement van ijswatersystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het systeemrendement, uitgedrukt in m², als volgt bepaald: | |
| 184 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van het systeemrendement van ijswaterinstallaties kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het systeemrendement, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald: | |
| 185 | − | (η sys,cool,aangifte - η sys,cool,vaststelling) A inst,cool,net,vaststelling | |
| 185 | + | (η sys,cool,aangifte - η sys,cool,vaststelling). Asys,cool,net,vaststelling | |
| 186 | − | waarin: | |
| 186 | + | waarbij: | |
| 187 | − | η sys,cool,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van het systeemrendement; | |
| 187 | + | 1° η sys,cool,aangifte: de waarde van het systeemrendement die in de EPB-aangifte vermeld is, (-); | |
| 188 | − | η sys,cool,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het systeemrendement ; | |
| 188 | + | 2° η sys,cool,vaststelling: de waarde van het systeemrendement die bij controle vastgesteld is, (-); | |
| 189 | − | A inst,cool,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één koude afgifte-element of inblaasmond van koude lucht aangesloten is op de betreffende koelinstallatie . | |
| 189 | + | 3° Asys,cool,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één koudeafgifte-element of inblaasmond van koude lucht aangesloten is op de koelinstallatie in kwestie. | |
| 190 | 190 | 2.7.7. Energieprestatie van ventilatiesystemen | |
| 191 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement voor centrale ventilatiesystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het warmteterugwinrendement, uitgedrukt in %.m², als volgt bepaald: | |
| 191 | + | 1° Als bij controle de vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement voor centrale ventilatiesystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het warmteterugwinrendement, uitgedrukt in %.m2, als volgt bepaald: | |
| 192 | − | (η hr,vent,aangifte - η hr,vent,vaststelling) A inst,vent,net,vaststelling | |
| 192 | + | (η hr,vent,aangifte - η hr,vent,vaststelling) . Ainst,vent,net,vaststelling) | |
| 193 | − | waarin: | |
| 193 | + | waarbij: | |
| 194 | − | η hr,vent,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van het warmteterugwinrendement; | |
| 194 | + | 1° η hr,vent,aangifte: de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het warmteterugwinrendement; | |
| 195 | − | η hr,vent,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement; | |
| 195 | + | 2° η hr,vent,vaststelling: de bij controle vastgestelde waarde van het warmteterugwinrendement; | |
| 196 | − | A inst,vent,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m². Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m² van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoer- of afvoeropening aangesloten is op de betreffende ventilatie-installatie. | |
| 196 | + | 3° Ainst,vent,net,vaststelling: de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoerof afvoeropening aangesloten is op de betreffende ventilatie-installatie; | |
| 197 | + | 2° Als bij controle de vastgestelde waarde van de systeemfactor voor centrale ventilatiesystemen kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de systeemfactor, uitgedrukt in m2, als volgt bepaald: | |
| 198 | + | (f sys,vent,aangifte - fsys,vent,vaststelling) . Asys,vent,net,vaststelling) | |
| 199 | + | waarbij: | |
| 200 | + | 1° f sys,vent,aangifte: de waarde van de systeemfactor van het centrale ventilatiesysteem die in de EPB-aangifte vermeld is, (-); | |
| 201 | + | 2° fsys,vent,vaststelling: de waarde van de systeemfactor van het centrale ventilatiesysteem die bij controle vastgesteld is, (-); | |
| 202 | + | 3° Asys,vent,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoerof afvoeropening aangesloten is op de ventilatie-installatie in kwestie. | |
| 197 | 203 | 2.7.8. Verlichting | |
| 198 | − | Als bij controle voor een ruimte de vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor verlichting groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor die ruimte, uitgedrukt in W, als volgt bepaald: | |
| 204 | + | Als bij controle voor een ruimte de vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor verlichting groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen voor die ruimte, uitgedrukt in W, op de volgende wijze bepaald: | |
| 199 | − | (w equiv, vaststelling – w equiv, aangifte) A light, net, vaststelling | |
| 200 | − | waarin: | |
| 205 | + | wequiv,rm r,vaststelling - wequiv,rm r,aangifte) . Alight,net,vaststelling | |
| 206 | + | waarbij: | |
| 201 | − | w equiv,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte ; | |
| 207 | + | 1° wequiv,rm r,vaststelling: de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte in kwestie die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in W; | |
| 202 | − | w equiv,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte ; | |
| 208 | + | 2° wequiv,rm r,aangifte: de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen in de ruimte in kwestie die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in W; | |
| 203 | − | A light,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m², van de ruimte waarin de in de EPB-aangifte vermelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen afwijkt ten opzichte van de bij controle vastgestelde waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen . | |
| 209 | + | 3° Alight,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2, van de ruimte waarin de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen die in de EPB-aangifte vermeld is, afwijkt ten opzichte van de waarde van het equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen die bij controle vastgesteld is. | |
| 204 | 210 | 2.7.9. Energieverbruiksmeters | |
| 205 | − | Als bij controle blijkt dat niet voldaan is aan de eis betreffende de verplichte energieverbruiksmeters (er is geen meter geplaatst of de meter voldoet niet aan de minimaal vereiste karakteristieken) in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan Ainst,heat,net,vaststelling, zoals bepaald in 2.6.1, in geval van warmteproductie en gelijk aan Ainst,cool,net,vaststelling, zoals bepaald in 2.6.6, in geval van koeling | |
| 211 | + | Als bij controle blijkt dat niet voldaan is aan de eis betreffende de verplichte energieverbruiksmeters (er is geen meter geplaatst of de meter voldoet niet aan de minimaal vereiste karakteristieken) in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan Ainst,heat,net,vaststelling, zoals bepaald in 2.7.1, in geval van warmteproductie en gelijk aan Ainst,cool,net,vaststelling, zoals bepaald in 2.7.6, in geval van koeling. | |
| 212 | + | 2.7.10. Systemen van externe warmtelevering en alle andere opwekkers | |
| 213 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van de systeemfactor voor een systeem van externe warmtelevering en andere opwekkers kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking op het vlak van de systeemfactor, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald: | |
| 214 | + | (fsys,aangifte - fsys,vaststelling . Asys,net,vaststelling) | |
| 215 | + | waarbij: | |
| 216 | + | 1° fsys,aangifte: de waarde van de systeemfactor die in de EPB-aangifte vermeld is, (-); | |
| 217 | + | 2° fsys,vaststelling: de waarde van de systeemfactor die bij controle vastgesteld is, (-); | |
| 218 | + | 3° Asys,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, uitgedrukt in m2. Dit is de som van de vloeroppervlaktes in m2 van alle ruimtes waarin minstens één mechanische toevoerof afvoeropening aangesloten is op de verwarmingsinstallatie in kwestie. | |
| 206 | − | 2.8. Afwijkingen bij het bepalen van de oppervlakten van de ruimtes waarin de systeemeisen gelden | |
| 219 | + | 2.8. Afwijkingen bij het bepalen van de oppervlakten van de ruimtes waarin de eisen voor technische installaties gelden | |
| 207 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakten van de ruimten waarin de systeemeisen met betrekking tot direct elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers gelden, meer dan 5% kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m², als volgt bepaald: | |
| 220 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakte van de ruimten waarin de eisen voor technische installaties voor directe elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers gelden, meer dan 5% kleiner blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald: | |
| 208 | − | A f,gross,aangifte – A f,gross,vaststelling | |
| 221 | + | Af,gross,aangifte - Af,gross,vaststelling | |
| 209 | − | waarin: | |
| 222 | + | waarbij: | |
| 210 | − | A f,gross,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde bruto vloeroppervlakte, uitgedrukt in m²; | |
| 223 | + | 1° Af,gross,aangifte: de bruto-vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m2; | |
| 211 | − | A f,gross,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m². | |
| 224 | + | 2° Af,gross,vaststelling: de waarde van de bruto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2. | |
| 212 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte van de ruimten waarin een systeemeis geldt, meer dan 5% groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m², als volgt bepaald: | |
| 225 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte van de ruimten waarin een eis voor technische installaties geldt, meer dan 5% groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m2, op de volgende wijze bepaald: | |
| 213 | − | - in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties: | |
| 226 | + | 1° in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen (bodem/water, water/water, lucht/water, lucht/lucht), systemen van externe warmtelevering en alle andere opwekkers voor ruimteverwarming en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties: | |
| 214 | − | A inst,heat,net,vaststelling – A inst,heat,net,aangifte | |
| 227 | + | Asys,heat,net,vaststelling - Asys,heat,net,aangifte | |
| 215 | − | waarin: | |
| 228 | + | waarbij: | |
| 216 | − | A inst,heat,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1. A inst, heat, net, aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1.; | |
| 229 | + | a) Asys,heat,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, vermeld in punt 2.7.1; | |
| 230 | + | b) Asys,heat,net,aangifte: de waarde van de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, vermeld in punt 2.7.1; | |
| 217 | − | - in geval van ijswatersystemen en energieverbruiksmeters van koelinstallaties: | |
| 231 | + | 2° in geval van ijswaterinstallaties en energieverbruiksmeters van koelinstallaties: | |
| 218 | − | A inst,cool,net,vaststelling – A inst,cool,net,aangifte | |
| 232 | + | Asys,cool,net,vaststelling - Asyss,cool,net,aangifte | |
| 219 | − | waarin: | |
| 233 | + | waarbij: | |
| 220 | − | A inst,cool,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6. | |
| 234 | + | a) Asys,cool,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, vermeld in punt 2.7.6; | |
| 221 | − | A inst,cool,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6.; | |
| 235 | + | b) Asyss,cool,net,aangifte: de waarde van de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, vermeld in punt 2.7.6; | |
| 222 | − | - in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen: | |
| 236 | + | 3° in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen: | |
| 223 | − | A inst, ven,net,vaststelling – A inst,vent,net,aangifte | |
| 237 | + | Asys,vent,net,vaststelling - Asys,vent,net,aangifte | |
| 224 | − | waarin: | |
| 238 | + | waarbij: | |
| 225 | − | A inst, ven,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7. | |
| 239 | + | a) Asys,vent,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, vermeld in punt 2.7.7; | |
| 226 | − | A inst,vent,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7.; | |
| 240 | + | b) Asys,vent,net,aangifte: de waarde van de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, vermeld in punt 2.7.7; | |
| 227 | − | - in geval van verlichting: | |
| 241 | + | 4° in geval van verlichting: | |
| 228 | − | A light,net,vaststelling – A light,net,aangifte | |
| 242 | + | Alight,net,vaststelling - Alight,net,aangifte | |
| 229 | − | waarin: | |
| 243 | + | waarbij: | |
| 230 | − | A light,net,vaststellingde bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m², van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt. | |
| 244 | + | a) Alight,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2, van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt; | |
| 231 | − | A light,net,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de netto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m², van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt. | |
| 245 | + | b) Alight,net,aangifte: de waarde van de netto vloeroppervlakte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in m2, van de ruimte waarin het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen overschreden wordt. | |
| 246 | + | : | |
| 232 | − | 2.9. Afwijkingen bij de bepaling van de lengte van circulatieleidingen | |
| 247 | + | 2.9. Afwijkingen bij de bepaling van de lengte van circulatieleidingen en combilussen | |
| 233 | − | Als bij controle de vastgestelde waarde van de lengte van een circulatieleiding meer dan 5% groter blijkt in de EPB-aangifte is vermeld, dan wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in meter, als volgt bepaald: | |
| 248 | + | Als bij controle de vastgestelde waarde van de lengte van een circulatieleiding of combilus meer dan 5% groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in meter, op de volgende wijze bepaald: | |
| 234 | − | (l circ, vaststelling – l circ, aangifte) | |
| 235 | − | waarin: | |
| 249 | + | waarbij: | |
| 250 | + | lcirc,vaststelling - lcirc,aangifte | |
| 236 | − | l circ,vaststellingde bij controle vastgestelde lengte, uitgedrukt in metervan de circulatieleiding ; | |
| 251 | + | 1° lcirc,vaststelling: de lengte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in meter, van de circulatieleiding of combilus; | |
| 237 | − | l circ,aangiftede in de EPB-aangifte vermelde waarde van de lengte, uitgedrukt in metervan de circulatieleiding . | |
| 252 | + | 2° lcirc,aangifte: de waarde van de lengte die in de EPB-aangifte vermeld is, uitgedrukt in meter, van de circulatieleiding of combilus. | |
| 253 | + | : | |
| 238 | − | 2.10. Afwijking bij de rapportering van de geldende systeemeisen | |
| 254 | + | 2.10. Afwijking bij de rapportering van de geldende eisen voor technische installaties | |
| 239 | − | Als bij controle blijkt dat een systeemeis van toepassing is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, dan is de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m², per geldende eis die niet gerapporteerd isgelijk aan: | |
| 255 | + | Als bij controle blijkt dat een eis voor technische installaties van toepassing is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking, uitgedrukt in m2, per geldende eis die niet gerapporteerd is, gelijk aan: | |
| 240 | − | - in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties: | |
| 241 | − | A inst, heat, net, vaststelling , de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, zoals bepaald in 2.7.1; | |
| 242 | − | - in geval van ijswatersystemen en energieverbruiksmeters van koelinstallaties: | |
| 256 | + | 1° in geval van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, elektrische warmtepompen (bodem/water, water/water, lucht/water, lucht/lucht), systemen van externe warmtelevering en alle andere opwekkers voor ruimteverwarming en energieverbruiksmeters van warmteproductie-installaties: Asys,heat,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de verwarmingsinstallatie, vermeld in punt 2.7.1; | |
| 243 | − | A inst,cool,net,vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de koelinstallatie, zoals bepaald in 2.7.6; | |
| 257 | + | 2° in geval van ijswaterinstallaties en energieverbruiksmeters van koelinstallaties: Asys,cool,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de koelinstallatie, vermeld in punt 2.7.6; | |
| 244 | − | - in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen: | |
| 245 | − | A inst,vent,net,vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte die bediend wordt door de ventilatie-installatie, zoals bepaald in 2.7.7; | |
| 258 | + | 3° in geval van energieprestatie van ventilatiesystemen: Asys,vent,net,vaststelling de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is en die bediend wordt door de ventilatie-installatie, vermeld in punt 2.7.7; | |
| 246 | − | - in geval van verlichting: | |
| 247 | − | A light,net,vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de netto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m², van de ruimtes waarvoor de systeemeis met betrekking tot verlichting van toepassing is; | |
| 259 | + | 4° in geval van verlichting: Alight,net,vaststelling: de waarde van de netto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2, van de ruimtes waarvoor de eis voor technische installaties voor verlichting van toepassing is; | |
| 248 | − | - in geval van direct elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers: | |
| 249 | − | A f,gross,vaststelling, de bij controle vastgestelde waarde van de bruto vloeroppervlakte , uitgedrukt in m². | |
| 260 | + | 5° in geval van directe elektrische verwarming en elektrische doorstroomtoestellen en boilers: Af,gross,vaststelling: de waarde van de bruto vloeroppervlakte die bij controle vastgesteld is, uitgedrukt in m2. | |
| 261 | + | : | |
| 250 | − | 2.11. Afwijking bij de rapportering van circulatieleidingen | |
| 262 | + | 2.11. Afwijking bij de rapportering van circulatieleidingen en combilussen | |
| 251 | − | Als bij controle blijkt dat een circulatieleiding geplaatst is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan de bij controle vastgestelde lengte in meter van de circulatieleiding . | |
| 263 | + | Als bij controle blijkt dat een circulatieleiding of combilus geplaatst is in tegenstelling tot wat in de EPB-aangifte is vermeld, is de overeenkomstige afwijking gelijk aan de lengte in meter van de circulatieleiding of combilus die bij controle vastgesteld is. | |
| 252 | 264 | 2.12. Afwijking bij niet-conformiteit met de EPB-eisen op het vlak van het S-peil | |
| 253 | 265 | Als bij controle de vastgestelde waarde van het S-peil voor een of meer bestemmingen groter blijkt dan in de EPB-aangifte is vermeld, wordt voor elke overschrijding de afwijking op het vlak van het S-peil, uitgedrukt in kWh, als volgt bepaald: | |