Tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat betreft de harmonisatie in functie van het nieuwe Strafwetboek en overige wijzigingen #896
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het te vervangen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het te vervangen deel niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | §1. De sancties, vermeld in artikel 36 en 37, die zijn opgelegd aan de minderjarige delictpleger met toepassing van dit decreet, worden in voorkomend geval gecombineerd met een terbeschikkingstelling van de jeugdrechtbank van maximaal tien of vijftien jaar, na het einde van de voormelde sanctie. De jeugdrechtbank legt de terbeschikkingstelling op en bepaalt de duur ervan uiterlijk op het moment van de uitspraak van de voormelde sanctie. | ||
| 2 | De terbeschikkingstelling, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden uitgesproken als aan de volgende voorwaarden cumulatief voldaan is: | ||
| 3 | 1° het jeugddelict dat de minderjarige delictpleger gepleegd heeft, betreft een van de volgende feiten: | ||
| 4 | a) een feit als vermeld in titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 1, van boek II van het Strafwetboek; | ||
| 5 | b) een feit als vermeld in titel 4, hoofdstuk 1, van boek II van het Strafwetboek; | ||
| 6 | c) een feit dat de dood tot gevolg heeft als vermeld in artikel 107, 107/1, 118, 126, 197, 198, 4°, artikel 199, eerste lid, 4°, artikel 200, eerste lid, 4°, artikel 201, eerste lid, 4°, artikel 202, 4°, artikel 209, 210, eerste lid, derde zin, artikel 215, 222, 225, 228, 260, §2, 1°, artikel 274, §2, 1°, artikel 280, §2, 1°, artikel 284, §2, 1°, artikel 301, 308, 321, 330, 335, 413, §2, artikel 414, eerste lid, 1°, artikel 415, eerste lid, 1°, artikel 416, eerste lid, 1°, artikel 469, §3, 2°, artikel 473, §3, 2°, artikel 521, 553, 555, 557 of 600 van het Strafwetboek; | ||
| 7 | d) een feit als vermeld in artikel 82, 83, 85 tot en met 90, 112 tot en met 117, 120 tot en met 125, 138 tot en met 149, 152 tot en met 164, 172, 198, 3°, artikel 260 of 509 van het Strafwetboek; | ||
| 8 | 2° een verdere opvolging is noodzakelijk na het aflopen van de sanctie met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de minderjarige delictpleger of van derden en gelet op de ernst van de strafbare feiten met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen een hoog risico op recidive. | ||
| 9 | Aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, 1° en 2°, is cumulatief voldaan op het ogenblik van de beslissing van de jeugdrechtbank tot terbeschikkingstelling en op het ogenblik dat de duur van de opgelegde sanctie is verstreken. | ||
| 10 | De terbeschikkingstelling, vermeld in het eerste lid, kan worden opgelegd voor een duur van ten hoogste tien jaar voor de feiten, vermeld in het tweede lid, 1°, die, als ze door een meerderjarige gepleegd zouden zijn, strafbaar zijn met een straf van niveau 3 tot en met 5, met uitzondering van de feiten, vermeld in artikel 140, 141, 144 tot en met 149, 153, 155, 157, 159, 161, 163, 260 of 509 van het Strafwetboek. | ||
| 11 | De terbeschikkingstelling, vermeld in het eerste lid, kan worden opgelegd voor een duur van ten hoogste vijftien jaar voor de feiten, vermeld in het tweede lid, 1°, die, als ze door een meerderjarige gepleegd zouden zijn, strafbaar zijn met een straf van niveau 6 of hoger, of de feiten, vermeld in artikel 140, 141, 144 tot en met 149, 153, 155, 157, 159, 161, 163, 260 of 509 van het Strafwetboek. | ||
| 12 | De jeugdrechtbank kan de terbeschikkingstelling alleen opleggen nadat ze een maatschappelijk en medisch-psychologisch onderzoek heeft laten verrichten door een multidisciplinair samengesteld team. Het voormelde medisch-psychologisch onderzoek is erop gericht de situatie te evalueren in functie van de persoonlijkheid, de omgeving en de maturiteitsgraad van de minderjarige delictpleger, en omvat ook een advies over de voorwaarde, vermeld in het tweede lid, 2°. | ||
| 13 | Op zijn vroegst drie maanden en uiterlijk één maand voor de duur van de opgelegde sanctie is verstreken, spreekt de jeugdrechtbank zich uit over de handhaving, de vermindering van de duur of de opheffing van de terbeschikkingstelling en legt zij in voorkomend geval de sanctie op in uitvoering van de terbeschikkingstelling, overeenkomstig paragraaf 3. De jeugdrechtbank kan de voormelde beslissing alleen nemen op basis van een geactualiseerd maatschappelijk en medisch-psychologisch verslag dat niet ouder dan één maand is. | ||
| 14 | §2. De terbeschikkingstelling die ten aanzien van de minderjarige delictpleger is uitgesproken, vermeld in paragraaf 1, neemt een aanvang als de termijn van de opgelegde sanctie is verstreken. | ||
| 15 | §3. De jeugdrechtbank kan in de uitvoering van de terbeschikkingstelling, vermeld in paragraaf 1, de minderjarige delictpleger de volgende sancties opleggen: | ||
| 16 | 1° voorwaarden; | ||
| 17 | 2° een elektronische monitoring met begeleiding, overeenkomstig artikel 34/0, in voorkomend geval ter ondersteuning van voorwaarden als vermeld in punt 1°. | ||
| 18 | De duur van de sanctie, vermeld in het eerste lid, 1°, kan niet meer bedragen dan de maximale duur van de terbeschikkingstelling, vermeld in paragraaf 1, vierde en vijfde lid. De jeugdrechtbank bepaalt de duur van de sanctie in haar vonnis. | ||
| 19 | De jeugdrechtbank voorziet tegelijk in een vervangende sanctie voor het geval dat de minderjarige delictpleger de opgelegde sanctie, vermeld in het eerste lid, niet naleeft. Als vervangende sanctie kunnen de in het eerste lid, 1° en 2°, vermelde sancties worden opgelegd. | ||
| 20 | §4. De minderjarige delictpleger verschijnt uiterlijk binnen het jaar nadat de terbeschikkingstelling, vermeld in paragraaf 1, een aanvang heeft genomen, en vervolgens jaarlijks, voor de jeugdrechtbank op basis van een geactualiseerd medischpsychologisch verslag dat niet ouder mag zijn dan één maand, met het oog op de handhaving, de wijziging of de opheffing ervan. | ||
| 21 | De voormelde terbeschikkingstelling aan de jeugdrechtbank eindigt in elk geval als de minderjarige delictpleger de volle leeftijd van vijfentwintig jaar heeft bereikt. Uiterlijk drie maanden voor de leeftijd van vijfentwintig jaar is bereikt, of, in voorkomend geval, onmiddellijk na de uitspraak van de jeugdrechtbank, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, bezorgt de jeugdrechtbank het gerechtelijke dossier aan de territoriaal bevoegde strafuitvoeringsrechtbank met het oog op de verdere uitvoering van de terbeschikkingstelling die op grond van dit decreet is uitgesproken, conform titel XIbis, hoofdstuk I, afdeling 5 en 6, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten. De jeugdrechtbank kan alleen op basis van een geactualiseerd maatschappelijk en medisch-psychologisch verslag dat niet ouder dan een maand is, beslissen om het dossier aan de strafuitvoeringsrechtbank te bezorgen. | ||
| 22 | §5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de opmaak en inhoud van het medisch-psychologisch onderzoek, vermeld in paragraaf 1, zesde en zevende lid, en paragraaf 4. |