Tot wijziging van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid en van het decreet van 29 mei 2020 tot organisatie van de meldingsplicht en het contactonderzoek in het kader van COVID-19 #488
Gemerged 




cd&v, N-VA, Open Vld voegde 13 artikels samen in decreet-2003-11-21decreet-2020-05-29-1033074 · 14 oktober 2020 2 checks vragen aandacht
13 artikels gewijzigd
| 1 | + | In het kader van COVID-19 kunnen de volgende persoonsgegevens van een persoon als vermeld in artikel 47/1, §1, eerste lid, §2, eerste lid, en §3, eerste lid, met de gemeente worden gedeeld, binnen de bevoegdheden van de gemeenten conform artikel 135, §2, van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, met het oog op de handhaving van de maatregelen, vermeld in artikel 47/1, door de burgemeester van de hoofdverblijfplaats of een andere gepaste plaats waar die persoon in tijdelijke afzondering gaat: | |
| 2 | + | 1° de voor- en achternaam; | |
| 3 | + | 2° het adres van de plaats waar die persoon in tijdelijke afzondering gaat; | |
| 4 | + | 3° de termijn van de tijdelijke afzondering. | |
| 5 | + | De Vlaamse Regering wijst een entiteit aan die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke voor de doorgifte van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid. De gemeente, vermeld in het eerste lid, is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die conform het eerste lid werden gedeeld. | |
| 6 | + | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden door de gemeente uiterlijk tot het einde van de maatregel, vermeld in artikel 47/1, bewaard. |
| 4 | 4 | 1° tot het bepalen van de door biotische factoren veroorzaakte infecties die gemeld moeten worden om maatregelen te kunnen nemen om uitbreiding van infecties tegen te gaan; | |
| 5 | 5 | 2° tot aanduiding van de ambtenaren-artsen die bevoegd zijn tot het nemen van maatregelen om uitbreiding van infecties tegen te gaan, onder voorbehoud van de verantwoordelijkheden van partnerorganisaties, organisaties met terreinwerking en individuele zorgaanbieders; | |
| 6 | − | 3° tot aanduiding van de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van artikel 44, § 2 en § 3, 2°, artikel 45, § 3, artikel 47en artikel 48, onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie. | |
| 6 | + | 3° tot aanduiding van de ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de naleving van artikel 44, § 2 en § 3, 2°, artikel 45, § 3, artikel 47, artikel 47/1 en artikel 48, onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie. | |
| 1 | + | § 1. In afwijking van artikel 47, § 1, 1°, gaat iedere persoon van wie bewezen is dat hij besmet is met COVID-19 of van wie de arts een ernstig vermoeden heeft dat hij besmet is met COVID-19, onmiddellijk in tijdelijke afzondering, hetzij op zijn hoofdverblijfplaats, hetzij op een andere gepaste plaats. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in het eerste lid, op basis van de wetenschappelijke inzichten over de besmettelijkheid van COVID-19. | |
| 3 | + | § 2. [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/026 van 16 februari 2023 ]. | |
| 4 | + | § 3. In afwijking van artikel 47, § 1, 1°, gaat iedere andere persoon dan de per- sonen, vermeld in paragraaf 1 en 2, die een verhoogd risico heeft op COVID-19, onmiddellijk in tijdelijke afzondering als hij op de hoogte is gebracht van het feit dat hij een verhoogd risico heeft op COVID-19, hetzij op zijn hoofdverblijfplaats, hetzij op een andere aangepaste plaats. | |
| 5 | + | De persoon, vermeld in het eerste lid, is verplicht om zich onmiddellijk nadat hij kennis heeft genomen van het feit dat hij een verhoogd risico heeft op COVID- 19, te melden bij een COVID-19-testcentrum, bij een triagecentrum of bij zijn behandelend arts, zodat hij een COVID-19-test kan ondergaan. | |
| 6 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de termijn van de tijdelijke afzondering, vermeld in het eerste lid, op basis van de wetenschappelijke inzichten over de incubatietijd van COVID-19. De termijn van tijdelijke afzondering loopt af als uit een onderzoek blijkt dat de persoon geen gevaar vormt voor de volksgezondheid. | |
| 7 | + | De Vlaamse Regering bepaalt nader op welke manier de persoon, vermeld in het eerste lid, op de hoogte wordt gebracht van het feit dat hij een verhoogd risico heeft op COVID-19. | |
| 8 | + | Het verhoogde risico op COVID-19, vermeld in het eerste lid, wordt door de Vlaamse Regering vastgesteld op basis van de richtlijnen van de bevoegde federale dienst. |
| 1 | − | § 1. Als de verplichtingen, vermeld in artikel 45, § 3, artikel 47, § 1, en artikel 48 niet worden nageleefd, zijn de aangeduide ambtenaren die met het toezicht belast zijn, bevoegd om een proces-verbaal op te stellen. Hun processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. Een afschrift van hun proces-verbaal wordt de betrokkene binnen vijf werkdagen aangetekend toegestuurd. | |
| 1 | + | § 1. Als de verplichtingen, vermeld in artikel 45, § 3, artikel 47, § 1, artikel 47/1, en artikel 48 niet worden nageleefd, zijn de aangeduide ambtenaren die met het toezicht belast zijn, onverminderd de bevoegdheden van de gemeenten conform artikel 135, § 2, van de Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, bevoegd om een proces-verbaal op te stellen. Hun processen-verbaal hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is. Een afschrift van hun proces-verbaal wordt de betrokkene binnen vijf werkdagen aangetekend toegestuurd. | |
| 2 | 2 | § 2. Ten aanzien van natuurlijke personen zie zich bevinden op het grondgebied van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, zijn de artikelen 46 tot en met 49, § 1, enkel van toepassing op deze personen die vrijwillig beroep hebben gedaan op een voorziening die wegens haar organisatie beschouwd moet worden als uitsluitend ressorterend onder de bevoegdheid van Vlaamse Gemeenschap. |
| 1 | 1 | Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, worden gestraft met een geldboete van 26 tot 500 euro en met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden of met een van deze straffen alleen: | |
| 2 | − | 1° degenen die geen gevolg geven aan de dwangmaatregelen, bedoeld in artikel 41, § 1, § 5 en § 6, en artikel 47, of die de uitvoering of naleving ervan verhinderen of belemmeren; | |
| 2 | + | 1° degenen die geen gevolg geven aan de dwangmaatregelen, vermeld in artikel 41, § 1, § 5 en § 6, artikel 47 en artikel 47/1, of die de uitvoering of naleving ervan verhinderen of belemmeren; | |
| 3 | 3 | 2° degenen die de toegang, bedoeld in artikel 41, § 3, en in artikel 46, 2°, verhinderen of belemmeren; | |
| 4 | 4 | 3° degenen die de uitoefening van de bevoegdheden van de ambtenaar verhinderen of belemmeren of die de ambtenaar verhinderen of belemmeren bij de uitvoering van artikel 41, § 4 en 46, 3°; | |
| 4 | 4 | 2°/1 lokaal bestuur: iedere gemeente in het Vlaamse Gewest; | |
| 5 | 5 | 2°/2 medische en psychosociale ondersteuning organiseren: informeren over, doorverwijzen naar en samen met de betrokken persoon contact opnemen om die medische en psychosociale ondersteuning mogelijk te maken; | |
| 6 | − | 3° koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020: het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020 tot oprichting van een databank bij Sciensano in het kader van de strijd tegen de verspreiding van COVID-19. | |
| 6 | + | 3° samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020: het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die (vermoedelijk) met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano; | |
| 7 | + | 4° zorgraad: een zorgraad als vermeld in artikel 9 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders. | |
| 1 | − | Om de bevoegdheid over het tegengaan van de verspreiding van infecties, vermeld in artikel 44, § 2, van het decreet van 21 november 2003, te kunnen uitvoeren in het kader van de pandemie van COVID-19, kan de Vlaamse Regering met behoud van de toepassing van artikel 44, § 3, van het voormelde decreet een samenwerkingsverband van externe partners aanstellen dat een contactcentrum opricht dat belast wordt met opdrachten van opsporing en begeleiding van personen met een bevestigde of vermoedelijke diagnose van COVID-19, of van personen die mogelijk een risicodragend contact hebben gehad met een persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, op voorwaarde dat de persoonsgegevens alleen verwerkt worden voor de volgende doeleinden: | |
| 1 | + | Om de bevoegdheid over het tegengaan van de verspreiding van infecties, vermeld in artikel 44, § 2, van het decreet van 21 november 2003, te kunnen uitvoeren in het kader van de pandemie van COVID-19, kan de Vlaamse Regering met behoud van de toepassing van artikel 44, § 3, van het voormelde decreet een samenwerkingsverband van externe partners aanstellen dat een centraal contactcentrum opricht dat belast wordt met opdrachten van opsporing en begeleiding van personen met een bevestigde of vermoedelijke diagnose van COVID-19, of van personen die mogelijk een risicodragend contact hebben gehad met een persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19 De persoonsgegevens worden verwerkt conform het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020. | |
| 2 | − | 1° contact opnemen met de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, om te achterhalen met welke personen die persoon contact heeft gehad gedurende de periode die teruggaat tot minimaal 48 uur voor de start van de symptomen en maximaal veertien dagen voor de consultatie of de afname van een test op COVID-19; | |
| 3 | − | 2° contact opnemen met de referentiearts of de administratief verantwoordelijke van collectiviteiten met een broze populatie met wie de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, contact heeft gehad in de loop van de termijn, vermeld in punt 1° ; | |
| 4 | − | 3° individueel contact opnemen met de personen met wie de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, contact heeft gehad in de loop van de termijn, vermeld in punt 1°, om hun op basis van informatie die ze aanleveren, aangepaste aanbevelingen te bezorgen en om toe te zien op de naleving van die aanbevelingen; | |
| 5 | − | 4° de gegevens van de personen met wie de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19, contact heeft gehad, bezorgen aan de databank van Sciensano, die is opgericht bij het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020. | |
| 6 | 2 | De Vlaamse Regering wijst een agentschap aan dat optreedt als verwerkingsverantwoordelijke en dat een verwerkingsovereenkomst sluit met het samenwerkingsverband van externe partners, vermeld in het eerste lid, conform artikel 28, lid 3, van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 7 | − | De personen die in opdracht van het contactcentrum, vermeld in het eerste lid, de opdrachten, vermeld in het eerste lid, uitvoeren, zijn gebonden door het beroepsgeheim, vermeld in artikel 458 van het Strafwetboek. | |
| 3 | + | De personen die in opdracht van het centrale contactcentrum, vermeld in het eerste lid, de opdrachten, vermeld in het eerste lid, uitvoeren, zijn gebonden door het beroepsgeheim, vermeld in artikel 458 van het Strafwetboek. | |
| 8 | 4 | Het contactcentrum, vermeld in het eerste lid, staat mee onder toezicht van en wordt aangestuurd door de ambtenaren-artsen en de ambtenaren van het agentschap, vermeld in artikel 44, § 3, 2° en 3°, van het decreet van 21 november 2003. | |
| 9 | 5 | Het samenwerkingsverband van externe partners, vermeld in het eerste lid, maakt een inhoudelijk en financieel verslag op over de opdrachten die eraan zijn toegekend. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de inhoud van het inhoudelijk en financieel verslag. | |
| 6 | + | De Vlaamse Regering bepaalt welke technische en organisatorische maatregelen het samenwerkingsverband van externe partners treft ter bescherming van de verwerking van de persoonsgegevens door het centrale contactcentrum, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | + | Het centrale contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, is samengesteld uit: | |
| 2 | + | 1° callcentermedewerkers; | |
| 3 | + | 2° callcentersupervisors; | |
| 4 | + | 3° veldonderzoekers; | |
| 5 | + | 4° supervisors van veldonderzoekers. | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van het contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, van dit decreet. | |
| 6 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van het centrale contactcentrum. |
| 1 | − | § 1. De persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van dit decreet, worden verwerkt conform de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, lid 1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming, en, wat de gegevens over gezondheid betreft, op artikel 9, lid 2, i), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 2 | − | § 2. De personen, vermeld in artikel 45, § 3, van het decreet van 21 november 2003 melden, in uitvoering van artikel 6, eerste lid, volgende persoonsgegevens van de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19 aan de databank van Sciensano, die is opgericht bij het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020: | |
| 3 | − | 1° het identificatienummer als vermeld in artikel 8, § 1, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid; | |
| 4 | − | 2° het geslacht; | |
| 5 | − | 3° het adres; | |
| 6 | − | 4° het type, de datum, het staalnummer en het resultaat van de test of de vermoedelijke diagnose bij afwezigheid van een test; | |
| 7 | − | 5° de contactinformatie, namelijk het telefoonnummer en mailadres van de betrokkene en van de persoon die in geval van nood moet gecontacteerd worden; | |
| 8 | − | 6° in voorkomend geval, de collectiviteit waar de persoon deel van uitmaakt; | |
| 9 | − | 7° het gegeven of de betrokkene al dan niet het beroep van zorgverlener uitoefent; | |
| 10 | − | 8° als de persoon niet gehospitaliseerd is: | |
| 11 | − | a) de naam en voornaam; | |
| 12 | − | b) de geboortedatum en, in voorkomend geval, de overlijdensdatum; | |
| 13 | − | c) het RIZIV-nummer van de voorschrijver van de test; | |
| 14 | − | 9° als de persoon gehospitaliseerd is: | |
| 15 | − | a) de ziekenhuisafdeling, het identificatienummer en de locatiegegevens van het ziekenhuis; | |
| 16 | − | b) het resultaat van de CT-scan. | |
| 17 | − | § 3. Het contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, verwerkt volgende persoonsgegevens van de persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19: | |
| 18 | − | 1° het identificatienummer, vermeld in artikel 8, § 1, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid; | |
| 19 | − | 2° de naam, voornaam en de geboortedatum; | |
| 20 | − | 3° het geslacht; | |
| 21 | − | 4° de contactinformatie, namelijk het telefoonnummer en mailadres van de betrokkene en van de persoon die in geval van nood moet gecontacteerd worden; | |
| 22 | − | 5° in voorkomend geval, de overlijdensdatum; | |
| 23 | − | 6° in voorkomend geval, de collectiviteit waar de persoon deel van uitmaakt. | |
| 1 | + | §1. Bij het centrale contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, wordt een databank voor veldonderzoekers opgericht. | |
| 2 | + | De persoonsgegevens in de databank, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt voor de volgende doeleinden: | |
| 3 | + | 1° het afleggen van fysieke bezoeken door de veldonderzoekers van het contactcentrum in het kader van de doeleinden, vermeld in artikel 3, §2, 1° en | |
| 4 | + | 2°, A, van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020; | |
| 5 | + | 2° de voortgangscontrole op de fysieke bezoeken, vermeld in punt 1°, door de supervisors van veldonderzoekers. | |
| 6 | + | §2. In de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, worden persoonsgegevens verwerkt van: | |
| 7 | + | 1° personen bij wie een COVID-19-test heeft uitgewezen dat ze besmet zijn; | |
| 8 | + | 2° personen bij wie de arts een ernstig vermoeden heeft dat ze besmet zijn met COVID-19, maar bij wie geen COVID-19-test is uitgevoerd of voorgeschreven, of bij wie de COVID-19-test heeft uitgewezen dat ze niet besmet waren; | |
| 9 | + | 3° personen met wie de personen, vermeld in punt 1° en 2°, in contact zijn geweest gedurende een periode van veertien dagen voor en na de eerste tekenen van de besmetting met COVID-19, waarbij een bepaalde appreciatiemarge op grond van wetenschappelijke inzichten in rekening kan worden genomen; | |
| 10 | + | 4° de veldonderzoekers die bij het centrale contactcentrum werken. | |
| 24 | − | De verwerking van de persoonsgegevens , vermeld in het eerste lid, gebeurt alleen voor de doelstellingen, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1° en 2°. | |
| 11 | + | De volgende persoonsgegevens worden in de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, verwerkt van de personen, vermeld in het eerste lid, punt 1° tot en met 3°: | |
| 25 | − | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden door het contactcentrum vernietigd nadat het contactcentrum over de gegevens van de personen waarmee de met COVID-19 besmette persoon of vermoedelijk met COVID-19 besmette persoon in contact geweest is beschikt en, in voorkomend geval nadat de referentiearts of de administratief verantwoordelijke van de collectiviteiten met een broze populatie als vermeld in artikel 3, eerste lid, 2°, werd gecontacteerd. | |
| 26 | − | § 4. Het contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, verwerkt volgende persoonsgegevens van de personen waarmee de met COVID-19 besmette persoon of de vermoedelijk met COVID-19 besmette persoon in contact is geweest: | |
| 27 | − | 1° het identificatienummer, vermeld in artikel 8, § 1, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid; | |
| 28 | − | 2° de naam en de voornaam; | |
| 29 | − | 3° het geslacht; | |
| 30 | − | 4° in voorkomend geval, de overlijdensdatum; | |
| 31 | − | 5° het adres; | |
| 32 | − | 6° het telefoonnummer of mailadres; | |
| 33 | − | 7° de vermelding of de betrokken persoon een hoog/laag risico heeft voor een besmetting met COVID-19; | |
| 34 | − | 8° de link met de met COVID-19 besmette of vermoedelijk met COVID-19 besmette persoon; | |
| 35 | − | 9° informatie die de betrokkene aanlevert, met het oog op het geven van aanbevelingen en het toezicht op de naleving van deze aanbevelingen. | |
| 12 | + | 1° de voor- en achternaam; | |
| 13 | + | 2° de provincie waar ze wonen; | |
| 14 | + | 3° de geboortedatum; | |
| 15 | + | 4° de taal; | |
| 16 | + | 5° de contactgegevens, met inbegrip van het adres en telefoonnummer; | |
| 17 | + | 6° de scriptcode waaruit kan worden afgeleid of de persoon een indexpersoon is, een persoon met wie de indexpersoon contact heeft gehad en die een hoog risico op besmetting heeft, of een persoon met wie de indexpersoon contact heeft gehad en die een laag risico op besmetting heeft; | |
| 18 | + | 7° de status van het fysieke bezoek. | |
| 19 | + | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, 1° tot en met 6°, zijn afkomstig van de gegevensbank III, vermeld in het artikel 1, §1, 8°, van het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020. | |
| 20 | + | Het persoonsgegeven, vermeld in het tweede lid, 7°, wordt in de databank ingegeven door de veldonderzoeker. | |
| 21 | + | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden in de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, bewaard voor een termijn van maximaal tien dagen. | |
| 36 | − | De verwerking van de persoonsgegevens , vermeld in het eerste lid, gebeurt alleen voor de doelstellingen, vermeld in artikel 3, eerste lid, 3° en 4°. | |
| 22 | + | De volgende persoonsgegevens worden in de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, verwerkt van de personen, vermeld in het eerste lid, 4°: | |
| 37 | − | In afwijking van het tweede lid, worden de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 9°, alleen gebruikt om de betrokkene aanbevelingen te geven en toe te zien op de naleving van die aanbevelingen. | |
| 38 | − | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, 5° tot en met 7° en 9°, worden door het contactcentrum bewaard voor de termijn die noodzakelijk is om de persoon de nodige aanbevelingen te geven en verder op te volgen en maximaal tot 21 dagen na het eerste contact met de betrokkene. | |
| 39 | − | Het persoonsgegeven, vermeld in het eerste lid, 4°, worden na het bezorgen van dit gegeven aan de databank bij Sciensano, die is opgericht bij het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020, bij het contactcentrum vernietigd. | |
| 40 | − | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 8°, wordt door het contactcentrum vernietigd 21 dagen na het bezorgen van dit gegeven aan de databank bij Sciensano, die is opgericht bij het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020. | |
| 41 | − | § 5. De Vlaamse Regering bepaalt welke technische en organisatorische maatregelen het samenwerkingsverband van externe partners moet treffen ter bescherming van de verwerking van de persoonsgegevens door het contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid. | |
| 23 | + | 1° het identificatienummer in het centrale contactcentrum; | |
| 24 | + | 2° de voor- en achternaam; | |
| 25 | + | 3° de contactgegevens, met inbegrip van de postcode, het telefoonnummer en het e-mailadres; | |
| 26 | + | 4° de regio waar de veldonderzoeker fysieke bezoeken aflegt; | |
| 27 | + | 5° de externe partner waarvoor de veldonderzoeker werkzaam is; | |
| 28 | + | 6° de naam van de supervisor van de veldonderzoeker. | |
| 29 | + | De persoonsgegevens, vermeld in het zesde lid, worden in de databank, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, bewaard tot maximaal veertien dagen na het aflopen van het contract met de veldonderzoeker. | |
| 30 | + | De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en zesde lid, nader preciseren. | |
| 31 | + | §3. De supervisor van de veldonderzoeker heeft voor het doeleinde, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, toegang tot de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, tweede en zesde lid, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de aansturing van de veldonderzoekers die onder zijn toezicht staan. | |
| 32 | + | De veldonderzoeker heeft voor het doeleinde, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, 1°, toegang tot de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, van de personen bij wie hij overeenkomstig zijn opdracht een fysiek bezoek moet afleggen. |
| 1 | − | Een melding als vermeld in artikel 44, § 3,van het decreet van 21 november 2003, van COVID-19 gebeurt in afwijking van artikel 45, § 1, van hetzelfde decreet aan de databank van Sciensano, die is opgericht bij het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020. | |
| 2 | − | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de melding, vermeld in het eerste lid. | |
| 3 | − | De persoonsgegevens, vermeld in dit decreet, worden opgeslagen in de databank van Sciensano in het kader van de doeleinden, vermeld in artikel 3, § 1, 1° en 3°, van het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020. | |
| 4 | − | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder de personen die in opdracht van het contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, de opdrachten uitvoeren, voor het geheel of een gedeelte van die activiteiten, wat de gegevensdeling betreft, participeren in de databank van Sciensano onder de voorwaarden, vermeld in artikel 3, § 2, 4 en 5, van het koninklijk besluit nr. 18 van 4 mei 2020. | |
| 1 | + | Met behoud van de toepassing van artikel 44 van het decreet van 21 november 2003 kunnen lokale besturen of zorgraden, als aanvulling bij of ter vervanging van de opdrachten die worden uitgevoerd door het centrale contactcentrum, vermeld in artikel 3, eerste lid, lokale contactcentra oprichten die belast worden met opdrachten van opsporing en begeleiding van personen met een bevestigde of vermoedelijke diagnose van COVID-19, of van personen die mogelijk een risicodragend contact hebben gehad met een persoon die besmet is met COVID-19 of die vermoedelijk besmet is met COVID-19. De persoonsgegevens worden door de lokale contactcentra verwerkt conform het samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering wijst een entiteit aan die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke en die een verwerkingsovereenkomst sluit met de lokale besturen of de zorgraden, vermeld in het eerste lid, conform artikel 28, lid 3, van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 3 | + | De persoon die in opdracht van een lokaal contactcentrum als vermeld in het eerste lid, de opdrachten, vermeld in het eerste lid, uitvoert, is overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek gebonden door het beroepsgeheim. | |
| 4 | + | De lokale contactcentra, vermeld in het eerste lid, staan mee onder toezicht van de ambtenaren-artsen en de ambtenaren van de administratie, vermeld in artikel 44, §3, 2° en 3°, van het decreet van 21 november 2003. Als lokale contactcentra niet voldoen aan de verplichtingen, vermeld in dit decreet, kunnen de voormelde ambtenaren en ambtenaren-artsen de lokale besturen of de zorgraden aanmanen om alle verplichtingen aan de hand van een remediëringsplan na te komen binnen een termijn die door die ambtenaren en ambtenaren-artsen wordt bepaald. | |
| 5 | + | De lokale besturen of de zorgraden, vermeld in het eerste lid, maken een inhoudelijk verslag op over de opdrachten die zijn toegekend aan de lokale contactcentra die ze hebben opgericht. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de inhoud van het inhoudelijk verslag. | |
| 6 | + | De Vlaamse Regering bepaalt welke technische en organisatorische maatregelen de lokale besturen of de zorgraden treffen ter bescherming van de verwerking van de persoonsgegevens door de lokale contactcentra, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | − | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/026 van 16 februari 2023 ] | |
| 1 | + | De lokale besturen of de zorgraden bepalen de samenstelling van lokale contactcentra als vermeld in artikel 6, eerste lid. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van lokale contactcentra. |
| 1 | − | [... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/026 van 16 februari 2023 ] | |
| 1 | + | §1. Bij de zorgraden kunnen COVID-19-teams worden opgericht. | |
| 2 | + | De COVID-19-teams, vermeld in het eerste lid, verrichten de volgende activiteiten: | |
| 3 | + | 1° ondersteuning bij het contact- en omgevingsonderzoek bieden aan de ambtenaren, vermeld in artikel 40 en 44, §3, 3°, van het decreet van 21 november 2003, en aan de ambtenaren-artsen, vermeld in artikel 44, §3, 2°, van hetzelfde decreet; | |
| 4 | + | 2° op verzoek van de lokale besturen advies verlenen over de te nemen maatregelen om een verdere verspreiding van COVID-19 te voorkomen; | |
| 5 | + | 3° medische en psychosociale ondersteuning organiseren voor de personen die met COVID-19 besmet zijn of vermoedelijk besmet zijn. Deze activiteit is gericht tot individuele personen; | |
| 6 | + | 4° een afstemming van hulpvragen van zorgaanbieders organiseren in geval van schaarste van materiaal, en in geval van behoefte aan kennisuitwisseling en ondersteuning; | |
| 7 | + | 5° zorgaanbieders sensibiliseren om het draagvlak voor het contactonderzoek te verhogen. | |
| 8 | + | In dit lid wordt verstaan onder: | |
| 9 | + | 1° contact- en omgevingsonderzoek: het onderwerpen van een persoon of zijn leefomgeving aan een medisch of milieukundig onderzoek dat nodig is om besmettingsbronnen op te sporen, als die persoon na contact met een geïnfecteerde persoon of na contact met een andere besmettingsbron mogelijk besmet is en door contacten met anderen, al dan niet bij de uitoefening van een beroepsactiviteit, die infectie kan overdragen; | |
| 10 | + | 2° medische en psychosociale ondersteuning organiseren: informeren over, doorverwijzen naar en samen met de betrokken persoon contact opnemen om die medische en psychosociale ondersteuning mogelijk te maken. | |
| 11 | + | De Vlaamse Regering kan de activiteiten van het COVID-19-team, vermeld in het tweede lid, nader preciseren. | |
| 12 | + | Elk COVID-19-team bestaat minstens uit een medisch expert. Die medische expert is een arts. | |
| 13 | + | De Vlaamse Regering kan de samenstelling van het COVID-19-team en de rol van de medisch expert nader preciseren en kan nadere regels bepalen voor de organisatie van het COVID-19-team. | |
| 14 | + | De leden van het COVID-19-team die de opdrachten, vermeld in het tweede lid, uitvoeren, zijn overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek gebonden door het beroepsgeheim. | |
| 15 | + | De leden van het COVID-19-team staan mee onder toezicht van de ambtenaren-artsen en ambtenaren van de administratie, vermeld in artikel 44, §3, 2° en | |
| 16 | + | 3°, van het decreet van 21 november 2003. In het kader van het toezicht kunnen intervisiemomenten worden georganiseerd tussen de medische experten, vermeld in het vierde lid, en de ambtenaren-artsen en ambtenaren van de administratie, vermeld in artikel 44, §3, 2° en 3°, van het decreet van 21 november 2003. Als COVID-19-teams niet voldoen aan de verplichtingen, vermeld in dit decreet, kunnen de voormelde ambtenaren en ambtenaren-artsen de zorgraden aanmanen om alle verplichtingen aan de hand van een remediëringsplan na te komen binnen een termijn die door die ambtenaren en ambtenaren-artsen wordt bepaald. | |
| 17 | + | De zorgraden die een COVID-19-team oprichten, maken een inhoudelijk verslag op over de opdrachten die aan dat COVID-19-team werden toegekend. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de inhoud van het inhoudelijke verslag. | |
| 18 | + | §2. Voor het verrichten van de activiteiten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de COVID-19-teams de volgende persoonsgegevens van de personen bij wie een COVID-19-test heeft uitgewezen dat ze besmet zijn en van de personen van wie de arts een ernstig vermoeden heeft dat ze besmet zijn met COVID-19, maar bij wie geen COVID-19-test is uitgevoerd of voorgeschreven, of bij wie de COVID-19-test heeft uitwezen dat ze niet besmet waren: | |
| 19 | + | 1° de identificatiegegevens; | |
| 20 | + | 2° de contactgegevens; | |
| 21 | + | 3° het geslacht; | |
| 22 | + | 4° de leeftijd; | |
| 23 | + | 5° de datum waarop de COVID-19-test is afgenomen; | |
| 24 | + | 6° de datum van de eerste ziektesymptomen; | |
| 25 | + | 7° de eventuele collectiviteiten waarmee de persoon in contact is geweest; | |
| 26 | + | 8° de personen met wie ze in contact zijn geweest gedurende een periode van veertien dagen voor en na de eerste tekenen van de besmetting met COVID-19, waarbij een bepaalde appreciatiemarge op grond van wetenschappelijke inzichten in rekening kan worden genomen; | |
| 27 | + | 9° de relevante criteria voor de inschatting van een hoog of laag besmettingsrisico en het geven van advies; | |
| 28 | + | 10° de gezondheidsgegevens die nodig zijn voor het contact- en omgevingsonderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, en voor de medische en psychosociale ondersteuning, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°; | |
| 29 | + | 11° andere gegevens dan die over de gezondheid die nodig zijn voor het contacten omgevingsonderzoek, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, en voor de medische en psychosociale ondersteuning, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, | |
| 30 | + | 3°. | |
| 31 | + | Voor het verrichten van de activiteiten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, verwerken de COVID-19-teams de volgende persoonsgegevens van de personen met wie de personen, vermeld in het eerste lid, in contact zijn geweest: | |
| 32 | + | 1° de voor- en achternaam; | |
| 33 | + | 2° de postcode; | |
| 34 | + | 3° het telefoonnummer; | |
| 35 | + | 4° het antwoord op de vraag of die personen symptomen van COVID-19 hebben; | |
| 36 | + | 5° de taalvaardigheid; | |
| 37 | + | 6° het feit dat die personen al dan niet een gezondheidszorgberoep uitoefenen. | |
| 38 | + | De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, nader preciseren. | |
| 39 | + | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, en het tweede lid, 1° tot en met 4°, worden, voor zover ze beschikbaar zijn, aan de zorgraden bezorgd door een entiteit die de Vlaamse Regering aanwijst. | |
| 40 | + | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 7° tot en met 11°, en het tweede lid, 5° en 6°, worden door het COVID-19-team ingewonnen bij de betrokkene. | |
| 41 | + | De COVID-19-teams hebben alleen toegang tot de persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, van de personen van wie de hoofdverblijfplaats of een andere gepaste plaats waar de betrokkene in tijdelijke afzondering verblijft, ligt in het werkgebied van de zorgraad waarbij het COVID-19-team is opgericht. | |
| 42 | + | Het COVID-19-team kan na toestemming van de betrokkene of zijn vertegenwoordiger de gegevens, vermeld in het eerste lid, delen met zorgaanbieders als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders, met het oog op het organiseren van medische en psychosociale ondersteuning als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°. | |
| 43 | + | De Vlaamse Regering wijst een entiteit aan die optreedt als verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens die de COVID-19-teams verwerken. Die entiteit sluit een verwerkingsovereenkomst conform artikel 28, lid 3, van de algemene verordening gegevensbescherming, met de zorgraad waarbij een COVID-19-team is opgericht. | |
| 44 | + | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, worden door het COVID-19-team bewaard gedurende een termijn van maximaal dertig dagen, met uitzondering van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, van personen als vermeld in het eerste lid, bij wie de medische en psychosociale ondersteuning, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, langer dan dertig dagen duurt. In het laatste geval worden de persoonsgegevens bewaard tot maximaal drie dagen na het einde van die medische en psychosociale ondersteuning. | |
| 45 | + | De Vlaamse Regering kan bepalen welke technische en organisatorische maatregelen de zorgraad treft ter bescherming van de verwerking van de persoonsgegevens door het COVID-19-team. |