Betreffende het realisatiegerichte instrumentarium #194
Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in decreet-1996-04-16decreet-1997-10-21decreet-2003-07-18 · 24 januari 2020 33 checks vragen aandacht
68 artikels gewijzigd
| 3 | Het indienen van de aanvraag schorst de uitvoering van de werken niet. | 3 | Het indienen van de aanvraag schorst de uitvoering van de werken niet. |
| 4 | Wanneer de aankoop niet in der minne geregeld kan worden, is de procedure van artikel 7 van toepassing. | 4 | Wanneer de aankoop niet in der minne geregeld kan worden, is de procedure van artikel 7 van toepassing. |
| 5 | De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VII, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op deze koopplicht. | ||
| 5 | De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 zijn van toepassing op die koopplicht. | ||
| 1 | De gewestelijke waterbeheerders moeten een vergoeding betalen wanneer door de uitvoering van de in artikel 4 bedoelde werken het onroerend goed in waarde daalt. Deze waardevermindering wordt vastgesteld op grond van de bestemming en het geoorloofd gebruik van het onroerend goed in kwestie op het ogenblik dat tot de uitvoering van de werken beslist wordt. Tot twintig ten honderd van de waarde van het goed vóór de uitvoering van de werken moet de vermindering evenwel gedoogd worden. | ||
| 1 | De gewestelijke waterbeheerders betalen een vergoeding als het onroerend goed in waarde daalt door de uitvoering van de werken, vermeld in artikel 4. | ||
| 2 | De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1 tot en met 4, en hoofdstuk 6, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 zijn van toepassing op die vergoeding. |
| 1 | Op vraag van de eigenaar van een gebouwd privaat erf dat een waardevermindering ondergaat, zijn de gewestelijke waterbeheerders verplicht het erf geheel of gedeeltelijk aan te kopen of te onteigenen. | 1 | Op vraag van de eigenaar van een gebouwd privaat erf dat een waardevermindering ondergaat, zijn de gewestelijke waterbeheerders verplicht het erf geheel of gedeeltelijk aan te kopen of te onteigenen. |
| 2 | Wanneer de aankoop niet in der minne geregeld kan worden, is de procedure van artikel 7 van toepassing. | 2 | Wanneer de aankoop niet in der minne geregeld kan worden, is de procedure van artikel 7 van toepassing. |
| 3 | De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 zijn van toepassing op die koopplicht. |
| 94 | 71° actiegebied: een gebied dat op basis van relevante milieueffecten vastgesteld wordt voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de betrokken speciale beschermingszone; | 94 | 71° actiegebied: een gebied dat op basis van relevante milieueffecten vastgesteld wordt voor de realisatie van de taakstelling inzake de toestand van het natuurlijk milieu voor de betrokken speciale beschermingszone; |
| 95 | 72° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan; | 95 | 72° omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie: de omgevingsvergunning voor het wijzigen van de vegetatie of het geheel of gedeeltelijk wijzigen van kleine landschapselementen of de vegetatie ervan; |
| 96 | 73° decreet van 28 maart 2014: het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting; | ||
| 96 | 74° stikstofdepositie: de aanvoer van stikstof uit de atmosfeer naar oppervlakken zoals bodem, water en vegetaties. Dat gebeurt rechtstreeks vanuit de lucht (droge depositie) en via regen, sneeuw en hagel (natte depositie); | 97 | 74° stikstofdepositie: de aanvoer van stikstof uit de atmosfeer naar oppervlakken zoals bodem, water en vegetaties. Dat gebeurt rechtstreeks vanuit de lucht (droge depositie) en via regen, sneeuw en hagel (natte depositie); |
| 97 | 75° stikstofgevoelige habitats: habitattypes waarvan de kwaliteit wordt aangetast door de effecten van stikstofdepositie. | 98 | 75° stikstofgevoelige habitats: habitattypes waarvan de kwaliteit wordt aangetast door de effecten van stikstofdepositie. |
| 1 | De eigenaar van een onroerend goed kan van de Vlaamse Grondenbank de verwerving daarvan eisen indien hij aantoont dat, ten gevolge van de aanduiding van dit onroerend goed als een GEN of GENOof de opname ervan in een vastgesteld managementplan Natura 2000 of een vastgestelde planversie, zoals vermeld in artikel 50octies, § 1, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is ofwel dat de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt. | 1 | De eigenaar van een onroerend goed kan van de Vlaamse Grondenbank de verwerving daarvan eisen, als hij aantoont dat door de aanduiding ervan als een GEN of GENO, of door de opname ervan in een vastgesteld managementplan Natura 2000 als vermeld in artikel 50octies, § 1, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt. |
| 2 | De Vlaamse regering bepaalt de nadere voorwaarden en de procedure van deze koopplicht. De Vlaamse regering bepaalt de wijze van berekening van het bedrag van de aankoopprijs waarop de eigenaar recht heeft. Bij de berekening van de aankoopprijs wordt rekening gehouden met het verschil in de waarde van het onroerend goed voor de opname in het VEN of in de speciale beschermingszone en de waarde na de definitieve afbakening hiervan. | ||
| 3 | Het bedrag dat de eigenaar van de Vlaamse Grondenbank ontvangt met toepassing van dit artikel, wordt in voorkomend geval verminderd met het bedrag dat de eigenaar ontvangen heeft ten gevolge van planschade voor hetzelfde onroerend goed. Wanneer een eigenaar van een onroerend goed gebruik maakt van de voormelde mogelijkheid van gedwongen aankoop door de Vlaamse Grondenbank, kan hij geen aanspraak meer maken op planschade, patrimoniumverlies, schadevergoeding of een andere aankoopverplichting in hoofde van het Vlaamse Gewest of van de Vlaamse Grondenbank voor hetzelfde onroerend goed. | ||
| 4 | De bepalingen van titel IV, hoofdstukken I, II en VII, van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen zijn van toepassing op deze koopplicht. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden van de koopplicht, vermeld in het eerste lid. | ||
| 3 | De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 zijn van toepassing op die koopplicht. |
Art. 36. In artikel 47 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2002 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
“§2. Om een natuurinrichtingsproject te realiseren, kan de Vlaamse Regering de volgende maatregelen uitvoeren:
1° de vrijwillige herverkaveling en de herverkaveling uit kracht van wet, vermeld in artikel 2.1.15 tot en met 2.1.52 van het decreet van 28 maart 2014;
2° de inrichtingswerken, met inbegrip van de inrichtingswerken uit kracht van wet, vermeld in artikel 2.1.1 van het decreet van 28 maart 2014;
3° de bewarende maatregelen om te voorkomen dat, vanaf het moment van de aanduiding, het gebruik of de plaatsgesteldheid van het gebied zodanig gewijzigd wordt dat het natuurinrichtingsproject belemmerd wordt;
4° het tijdelijk opheffen van de bevoegdheden van de administratieve overheid en openbare besturen gedurende de uitvoering van het natuurinrichtingsproject;
5° het tijdelijk opleggen van beperkingen aan het genot van onroerende goederen tijdens de uitvoering van het natuurinrichtingsproject;
6° de vrijwillige bedrijfsverplaatsing, bedrijfsstopzetting en bedrijfsreconversie, vermeld in artikel 2.1.69 tot en met 2.1.74 van het decreet van 28 maart 2014;
7° het vestigen van erfdienstbaarheden tot openbaar nut als vermeld in artikel 2.1.3 van het decreet van 28 maart 2014.
Bij de inrichtingswerken, vermeld in het eerste lid, 2°, en de erfdienstbaarheden tot openbaar nut, vermeld in het eerste lid, 7°, is de vergoeding voor waardeverlies van gronden vermeld in artikel 2.1.4 van het decreet van 28 maart 2014 van overeenkomstige toepassing.
De Vlaamse Regering kan voor de maatregel, vermeld in het eerste lid, 3°, nadere regels vaststellen die betrekking hebben op de procedure en de duurtijd van de maatregel, en kan ook bepalen welke bewarende maatregelen er mogelijk zijn.
De Vlaamse Regering kan voor de maatregel, vermeld in het eerste lid, 4°, nadere regels vaststellen die betrekking hebben op de procedure en de duurtijd van de maatregel.
De Vlaamse Regering kan voor de maatregel, vermeld in het eerste lid, 5°, nadere regels vaststellen die betrekking hebben op het tijdelijk regelen van de toegang tot percelen, het tijdelijk plaatsen van materialen, werktuigen, voorwerpen of specie, en het tijdelijk wijzigen van het waterpeil. De Vlaamse Regering kan een vergoeding toekennen voor de schade ten gevolge van de opgelegde beperkingen, vermeld in het eerste lid, 5°, en kan daarvoor nadere regels bepalen.”;
2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
“§3. De Vlaamse Regering stelt voor elk natuurinrichtingsproject een of meer projectrapporten vast.
Een projectrapport bestaat ten minste uit een opsomming van de uit te voeren maatregelen en een instrumentafweging voor de inzet van de maatregelen.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het projectrapport en over de procedure voor de opmaak en de vaststelling van het projectrapport.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de voorbereiding, de uitvoering en de opvolging van natuurinrichtingsprojecten.”.
Hoofdstuk 3. Wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 37. In artikel 1.3.3.3.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
“§1. De eigenaar van een onroerend goed kan van de tot aankoop verplichte entiteit de verwerving daarvan eisen, als hij aantoont dat ten gevolge van de afbakening van een oeverzone of overstromingsgebied waarbinnen dat onroerend goed ligt, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt.
De tot aankoop verplichte entiteit is de initiatiefnemer.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden van de koopplicht, vermeld in het eerste lid.
De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van [...] zijn van toepassing op die koopplicht.”;
2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
“De vergoeding, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld in titel 2, hoofdstuk 1 tot en met 3 en hoofdstuk 5 en 6, van het Instrumentendecreet van […].”;
3° in paragraaf 2 worden het vierde en het vijfde lid opgeheven.
Hoofdstuk 4. Wijzigingen van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. De Vlaamse Landmaatschappij stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden ter beschikking van de Vlaamse Grondenbank voor de uitvoering van haar taken zoals bedoeld in artikel 5, § 1. | 1 | § 1. De Vlaamse Landmaatschappij stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden ter beschikking van de Vlaamse Grondenbank voor de uitvoering van haar taken zoals bedoeld in artikel 5, § 1. |
| 2 | § 2. De administratieve overheden van het Vlaamse Gewest bevoegd voor Leefmilieu, Landinrichting en Natuurbehoud, stellen de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden ter beschikking van de Vlaamse Grondenbank voor de uitvoering van haar taken zoals bedoeld in artikel 5, § 2 en 5, § 3. | 2 | § 2. De administratieve overheden van het Vlaamse Gewest bevoegd voor Leefmilieu, Landinrichting en Natuurbehoud, stellen de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden ter beschikking van de Vlaamse Grondenbank voor de uitvoering van haar taken zoals bedoeld in artikel 5, § 2 en 5, § 3. |
| 3 | § 3. De Vlaamse Grondenbank bewaart de gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, voor de uitoefening van de taken, vermeld in artikel 5, gedurende de termijnen die worden bepaald in de selectieregels die de Vlaamse Landmaatschappij heeft opgesteld overeenkomstig het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 19 | § 5. De Vlaamse Grondenbank kan, op verzoek van de administratieve overheden in het Vlaamse Gewest, aan de personen die onteigend worden, gelijkwaardige gronden aanbieden. Het bedrag van de met toepassing van artikel 16 van de Grondwet verschuldigde geldelijke schadeloosstelling wordt in voorkomend geval vereffend of verminderd door de voorgestelde grondenruil. Dergelijke grondenruil kan nooit worden opgelegd aan de onteigende, met behoud van de toepassing van de wetgeving op de ruilverkaveling van landeigendommen. De ruiloperaties verlopen conform artikel 15/2. | 19 | § 5. De Vlaamse Grondenbank kan, op verzoek van de administratieve overheden in het Vlaamse Gewest, aan de personen die onteigend worden, gelijkwaardige gronden aanbieden. Het bedrag van de met toepassing van artikel 16 van de Grondwet verschuldigde geldelijke schadeloosstelling wordt in voorkomend geval vereffend of verminderd door de voorgestelde grondenruil. Dergelijke grondenruil kan nooit worden opgelegd aan de onteigende, met behoud van de toepassing van de wetgeving op de ruilverkaveling van landeigendommen. De ruiloperaties verlopen conform artikel 15/2. |
| 20 | § 6. De Vlaamse Grondenbank kan aan personen die een compensatie voor kapitaalschade, vermeld in boek 6 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid aanvragen, het aanbod doen om de schadelijdende percelen te ruilen voor gelijkwaardige gronden. | 20 | § 6. De Vlaamse Grondenbank kan aan personen die een compensatie voor kapitaalschade, vermeld in boek 6 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid aanvragen, het aanbod doen om de schadelijdende percelen te ruilen voor gelijkwaardige gronden. |
| 21 | § 7. De Vlaamse Grondenbank is belast met het globale administratieve beheer van de regeling inzake koopplichten en de ontwikkeling van een koopplichtenloket, vermeld in artikel 23 van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023. | ||
| 22 | In voorkomend geval maakt de Vlaamse Grondenbank een beoordelingsverslag en een schattingsverslag op als vermeld in artikel 23, § 2, derde lid, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023. | ||
| 23 | De Vlaamse Grondenbank kan naar aanleiding van een aanvraag tot het vervullen van een koopplicht overgaan tot een ruil als vermeld in artikel 28, derde en vierde lid, van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023. | ||
| 21 | § 7. De Vlaamse Grondenbank kan, op verzoek van de betrokken gewestelijke administratie, de conform artikel 4.4.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening aangekochte goederen aanhouden, administratief beheren en zakelijke rechten daarop overdragen, en de ruiloperaties, vermeld in artikel 4.4.2, § 2, van de voormelde codex, doorvoeren. De ruiloperaties verlopen conform artikel 15/2 . | 24 | Op verzoek van de tot aankoop verplichte entiteiten, vermeld in artikel 22 van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023, kan de Vlaamse Grondenbank de onroerende goederen die conform titel 3 van het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 zijn aangekocht, aanhouden, administratief beheren en zakelijke rechten daarop overdragen, en kan ze de ruiloperaties, vermeld in artikel 28, derde en vierde lid, van het Instrumentendecreet, doorvoeren. Op die ruiloperaties kan artikel 15/2 worden toegepast. |
| 1 | § 1. Ten gevolge van een ruil als vermeld in artikel 5, § 2, 5°, en artikel 5, § 3, 1°, kunnen de rechten die de pachter op zijn vroegere perceel bezat, worden overgedragen op zijn nieuwe perceel. Als die rechten worden overgedragen, kunnen wijzigingen worden aangebracht aan de pacht, inzonderheid met betrekking tot: | 1 | § 1. Ten gevolge van een ruil als vermeld in artikel 5, § 2, 5°, artikel 5, § 7, en artikel 5, § 3, 1°, kunnen de rechten die de pachter op zijn vroegere perceel bezat, worden overgedragen op zijn nieuwe perceel. Als die rechten worden overgedragen, kunnen wijzigingen worden aangebracht aan de pacht, inzonderheid met betrekking tot: |
| 2 | 1° de pachtprijs; | 2 | 1° de pachtprijs; |
| 3 | 2° de duur van de pacht; | 3 | 2° de duur van de pacht; |
| 1 | De Vlaamse Grondenbank heeft een recht van voorkeur bij de verkoop door een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest van onroerende goederen die in een gebied liggen dat valt onder de categorie `recreatie', `landbouw', `bos', `overig groen', `reservaat en natuur', `gemeenschaps- en nutsvoorzieningen' of `ontginning en waterwinning', vermeld in artikel 2.2.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. | 1 | De Vlaamse Grondenbank heeft een recht van voorkeur bij de verkoop door een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest van onroerende goederen die in een gebied liggen dat valt onder de categorie `recreatie', `landbouw', `bos', `overig groen', `reservaat en natuur', `gemeenschaps- en nutsvoorzieningen' of `ontginning en waterwinning', aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen. |
| 2 | Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat een bestemmingsvoorschrift van een plan van aanleg in elk geval vergelijkbaar is met een subcategorie of categorie van gebiedsaanduiding, als die concordantie opgenomen is in de tabel, vermeld in artikel 7.4.13, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, of in de concordantielijst die bepaald is krachtens artikel 7.4.13, tweede lid, van de voormelde codex. | ||
| 3 | Het recht van voorkeur geldt op het volledige onroerend goed zodra het onroerend goed voor meer dan 80% gelegen is in de bestemmingscategorieen, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder ruimtelijk geheel: twee of meer kadastrale percelen of delen van kadastrale percelen die samen een gemeenschappelijke grens hebben. | ||
| 1 | § 1. De administratieve overheid van het Vlaamse Gewest doet, voorafgaand aan de verkoop, een aanbod tot aankoop. Het aanbod tot aankoop wordt gedaan aan de Vlaamse Grondenbank met een beveiligde zending. Het aanbod tot aankoop bevat de vraagprijs en de verkoopsvoorwaarden. De vraagprijs mag niet hoger zijn dan de venale waarde, zoals geschat door het aankoopcomité, een ontvanger van het registratiekantoor of een beëdigde schatter. | 2 | § 1/1. De administratieve overheid van het Vlaamse Gewest doet, voorafgaand aan de verkoop, een aanbod tot aankoop. Het aanbod tot aankoop wordt gedaan aan de Vlaamse Grondenbank met een beveiligde zending. Het aanbod tot aankoop bevat de vraagprijs en de verkoopsvoorwaarden. De vraagprijs mag niet hoger zijn dan de venale waarde, zoals geschat door een Vlaamse commissaris als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse vastgoedcodex, een ontvanger van het registratiekantoor of een beëdigde schatter. |
| 3 | Het recht van voorkeur is op het te verkopen onroerend goed van toepassing, ook als het maar op een deel van het onroerend goed slaat. Als het onroerend goed waarop het recht van voorkeur van de Vlaamse Grondenbank van toepassing is, maar een deel van het te verkopen onroerend goed is, doet de administratieve overheid van het Vlaamse Gewest voor dat deel een afzonderlijk aanbod. | ||
| 4 | Van het tweede lid kan worden afgeweken als het te verkopen onroerend goed waarvan maar op een deel het voorkeurrecht van de Vlaamse Grondenbank van toepassing is, een ruimtelijk geheel vormt dat de administratieve overheid van het Vlaamse Gewest niet wil splitsen. In dat geval wordt het geheel aangeboden voor één prijs en oefent de Vlaamse Grondenbank, als die het recht van voorkeur wil uitoefenen, het recht van voorkeur op het geheel uit. | ||
| 2 | § 2. De Vlaamse Grondenbank oefent het recht van voorkeur uit met een beveiligde zending binnen een termijn van twee maanden na datum van de beveiligde zending, vermeld in paragraaf 1. | 5 | § 2. De Vlaamse Grondenbank oefent het recht van voorkeur uit met een beveiligde zending binnen een termijn van zestig dagen na datum van de beveiligde zending, vermeld in paragraaf 1/1. |
| 6 | De termijn, vermeld in het eerste lid, loopt van middernacht tot middernacht en begint te lopen vanaf de dag na de datum van de beveiligde zending, ver- meld in paragraaf 1/1. De termijn omvat alle dagen. Ook de vervaldag is in de termijn begrepen en wordt niet verplaatst als hij op een zaterdag, een zondag, of een wettelijke of decretale feestdag valt. | ||
| 3 | Als de Vlaamse Grondenbank het aanbod niet aanvaardt binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, kan de administratieve overheid van het Vlaamse Gewest het goed vrij verkopen aan een derde gedurende een periode van één jaar vanaf de datum van de beveiligde zending, vermeld in paragraaf 1, met dien verstande dat het goed niet verkocht mag worden tegen een prijs en onder voorwaarden die gunstiger zijn dan vermeld in het aanbod tot aankoop, vermeld in paragraaf 1. Na verloop van de voormelde periode van één jaar wordt de procedure vermeld in paragraaf 1, toegepast. | 7 | Als de Vlaamse Grondenbank het aanbod niet aanvaardt binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, kan de administratieve overheid van het Vlaamse Gewest het goed vrij verkopen aan een derde gedurende een periode van één jaar vanaf de dag na de datum van de beveiligde zending, vermeld in paragraaf 1/1, met dien verstande dat het goed niet verkocht mag worden tegen een prijs en onder voorwaarden die gunstiger zijn dan vermeld in het aanbod tot aankoop, vermeld in paragraaf 1/1. Na verloop van de voormelde periode van één jaar wordt de procedure vermeld in paragraaf 1/1, toegepast. |
| 4 | § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor dit recht van voorkeur. | 8 | § 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor dit recht van voorkeur. |