§ flandrepo

Betreffende het realisatiegerichte instrumentarium #194

Gemerged Vlaamse Regering voegde 43 artikels samen in decreet-1996-04-16decreet-1997-10-21decreet-2003-07-18 · 24 januari 2020 33 checks vragen aandacht
Aangenomen tekst
25 mei 2023 · 40 blz.
194/18 Officiële PDF
68 artikels gewijzigd

De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 25 mei 2023. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.

decreet-1996-04-16/art. 6 wijzigt
Art. 31. In artikel 6 van het decreet van 16 april 1996 betreffende de waterkeringen, gewijzigd bij de decreten van 21 april 2006 en 16 juni 2006, wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt: “De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van […] zijn van toepassing op die koopplicht.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+2 −0 decreet-1996-04-16/art. 8 berekend
1De gewestelijke waterbeheerders betalen een vergoeding als het onroerend goed in waarde daalt door de uitvoering van de werken, vermeld in artikel 4.
2De bepalingen van titel 2, hoofdstuk 1 tot en met 4, en hoofdstuk 6, van het Instrumentendecreet van [...] zijn van toepassing op die vergoeding.
decreet-1996-04-16/art. 9 wijzigt
Art. 33. Aan artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 april 2006, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: “De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van [...] zijn van toepassing op die koopplicht.”. Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-1997-10-21/art. 2 wijzigt
Art. 34. Aan artikel 2 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt een punt 73° toegevoegd, dat luidt als volgt: “73° decreet van 28 maart 2014: het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+3 −0 decreet-1997-10-21/art. 42 berekend
1De eigenaar van een onroerend goed kan van de Vlaamse Grondenbank de verwerving daarvan eisen, als hij aantoont dat door de aanduiding ervan als een GEN of GENO, of door de opname ervan in een vastgesteld managementplan Natura 2000 als vermeld in artikel 50octies, §1, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt.
2De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden van de koopplicht, vermeld in het eerste lid.
3De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van [...] zijn van toepassing op die koopplicht.
decreet-1997-10-21/art. 47 wijzigt
Art. 36. In artikel 47 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2002 en gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt: “§2. Om een natuurinrichtingsproject te realiseren, kan de Vlaamse Regering de volgende maatregelen uitvoeren: 1° de vrijwillige herverkaveling en de herverkaveling uit kracht van wet, vermeld in artikel 2.1.15 tot en met 2.1.52 van het decreet van 28 maart 2014; 2° de inrichtingswerken, met inbegrip van de inrichtingswerken uit kracht van wet, vermeld in artikel 2.1.1 van het decreet van 28 maart 2014; 3° de bewarende maatregelen om te voorkomen dat, vanaf het moment van de aanduiding, het gebruik of de plaatsgesteldheid van het gebied zodanig gewijzigd wordt dat het natuurinrichtingsproject belemmerd wordt; 4° het tijdelijk opheffen van de bevoegdheden van de administratieve overheid en openbare besturen gedurende de uitvoering van het natuurinrichtingsproject; 5° het tijdelijk opleggen van beperkingen aan het genot van onroerende goederen tijdens de uitvoering van het natuurinrichtingsproject; 6° de vrijwillige bedrijfsverplaatsing, bedrijfsstopzetting en bedrijfsreconversie, vermeld in artikel 2.1.69 tot en met 2.1.74 van het decreet van 28 maart 2014; 7° het vestigen van erfdienstbaarheden tot openbaar nut als vermeld in artikel 2.1.3 van het decreet van 28 maart 2014. Bij de inrichtingswerken, vermeld in het eerste lid, 2°, en de erfdienstbaarheden tot openbaar nut, vermeld in het eerste lid, 7°, is de vergoeding voor waardeverlies van gronden vermeld in artikel 2.1.4 van het decreet van 28 maart 2014 van overeenkomstige toepassing. De Vlaamse Regering kan voor de maatregel, vermeld in het eerste lid, 3°, nadere regels vaststellen die betrekking hebben op de procedure en de duurtijd van de maatregel, en kan ook bepalen welke bewarende maatregelen er mogelijk zijn. De Vlaamse Regering kan voor de maatregel, vermeld in het eerste lid, 4°, nadere regels vaststellen die betrekking hebben op de procedure en de duurtijd van de maatregel. De Vlaamse Regering kan voor de maatregel, vermeld in het eerste lid, 5°, nadere regels vaststellen die betrekking hebben op het tijdelijk regelen van de toegang tot percelen, het tijdelijk plaatsen van materialen, werktuigen, voorwerpen of specie, en het tijdelijk wijzigen van het waterpeil. De Vlaamse Regering kan een vergoeding toekennen voor de schade ten gevolge van de opgelegde beperkingen, vermeld in het eerste lid, 5°, en kan daarvoor nadere regels bepalen.”; 2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: “§3. De Vlaamse Regering stelt voor elk natuurinrichtingsproject een of meer projectrapporten vast. Een projectrapport bestaat ten minste uit een opsomming van de uit te voeren maatregelen en een instrumentafweging voor de inzet van de maatregelen. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het projectrapport en over de procedure voor de opmaak en de vaststelling van het projectrapport. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de voorbereiding, de uitvoering en de opvolging van natuurinrichtingsprojecten.”. Hoofdstuk 3. Wijziging van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 1.3.3.3.1 wijzigt
Art. 37. In artikel 1.3.3.3.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt: “§1. De eigenaar van een onroerend goed kan van de tot aankoop verplichte entiteit de verwerving daarvan eisen, als hij aantoont dat ten gevolge van de afbakening van een oeverzone of overstromingsgebied waarbinnen dat onroerend goed ligt, de waardevermindering van zijn onroerend goed ernstig is of de leefbaarheid van de bestaande bedrijfsvoering ernstig in het gedrang komt. De tot aankoop verplichte entiteit is de initiatiefnemer. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden van de koopplicht, vermeld in het eerste lid. De bepalingen van titel 3, hoofdstuk 1 tot en met 6, van het Instrumentendecreet van [...] zijn van toepassing op die koopplicht.”; 2° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: “De vergoeding, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld in titel 2, hoofdstuk 1 tot en met 3 en hoofdstuk 5 en 6, van het Instrumentendecreet van […].”; 3° in paragraaf 2 worden het vierde en het vijfde lid opgeheven. Hoofdstuk 4. Wijzigingen van het decreet van 16 juni 2006 betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+1 −0 decreet-2006-06-16/art. 4 berekend
1§ 1. De Vlaamse Landmaatschappij stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden ter beschikking van de Vlaamse Grondenbank voor de uitvoering van haar taken zoals bedoeld in artikel 5, § 1.1§ 1. De Vlaamse Landmaatschappij stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden ter beschikking van de Vlaamse Grondenbank voor de uitvoering van haar taken zoals bedoeld in artikel 5, § 1.
2§ 2. De administratieve overheden van het Vlaamse Gewest bevoegd voor Leefmilieu, Landinrichting en Natuurbehoud, stellen de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden ter beschikking van de Vlaamse Grondenbank voor de uitvoering van haar taken zoals bedoeld in artikel 5, § 2 en 5, § 3.2§ 2. De administratieve overheden van het Vlaamse Gewest bevoegd voor Leefmilieu, Landinrichting en Natuurbehoud, stellen de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden ter beschikking van de Vlaamse Grondenbank voor de uitvoering van haar taken zoals bedoeld in artikel 5, § 2 en 5, § 3.
3§3. De Vlaamse Grondenbank bewaart de gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, voor de uitoefening van de taken, vermeld in artikel 5, gedurende de termijnen die worden bepaald in de selectieregels die de Vlaamse Landmaatschappij heeft opgesteld overeenkomstig het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
+4 −1 decreet-2006-06-16/art. 5 berekend
19§ 5. De Vlaamse Grondenbank kan, op verzoek van de administratieve overheden in het Vlaamse Gewest, aan de personen die onteigend worden, gelijkwaardige gronden aanbieden. Het bedrag van de met toepassing van artikel 16 van de Grondwet verschuldigde geldelijke schadeloosstelling wordt in voorkomend geval vereffend of verminderd door de voorgestelde grondenruil. Dergelijke grondenruil kan nooit worden opgelegd aan de onteigende, met behoud van de toepassing van de wetgeving op de ruilverkaveling van landeigendommen. De ruiloperaties verlopen conform artikel 15/2.19§ 5. De Vlaamse Grondenbank kan, op verzoek van de administratieve overheden in het Vlaamse Gewest, aan de personen die onteigend worden, gelijkwaardige gronden aanbieden. Het bedrag van de met toepassing van artikel 16 van de Grondwet verschuldigde geldelijke schadeloosstelling wordt in voorkomend geval vereffend of verminderd door de voorgestelde grondenruil. Dergelijke grondenruil kan nooit worden opgelegd aan de onteigende, met behoud van de toepassing van de wetgeving op de ruilverkaveling van landeigendommen. De ruiloperaties verlopen conform artikel 15/2.
20§ 6. De Vlaamse Grondenbank kan aan personen die een compensatie voor kapitaalschade, vermeld in boek 6 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid aanvragen, het aanbod doen om de schadelijdende percelen te ruilen voor gelijkwaardige gronden.20§ 6. De Vlaamse Grondenbank kan aan personen die een compensatie voor kapitaalschade, vermeld in boek 6 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende het grond- en pandenbeleid aanvragen, het aanbod doen om de schadelijdende percelen te ruilen voor gelijkwaardige gronden.
21§7. De Vlaamse Grondenbank is belast met het globale administratieve beheer van de regeling inzake koopplichten en de ontwikkeling van een koopplichtenloket, vermeld in artikel 23 van het Instrumentendecreet van […].
22In voorkomend geval maakt de Vlaamse Grondenbank een beoordelingsverslag en een schattingsverslag op als vermeld in artikel 23, §2, derde lid, van het Instrumentendecreet van […].
23De Vlaamse Grondenbank kan naar aanleiding van een aanvraag tot het vervullen van een koopplicht overgaan tot een ruil als vermeld in artikel 28, derde en vierde lid, van het Instrumentendecreet van […].
21§ 7. De Vlaamse Grondenbank kan, op verzoek van de betrokken gewestelijke administratie, de conform artikel 4.4.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening aangekochte goederen aanhouden, administratief beheren en zakelijke rechten daarop overdragen, en de ruiloperaties, vermeld in artikel 4.4.2, § 2, van de voormelde codex, doorvoeren. De ruiloperaties verlopen conform artikel 15/2 .24Op verzoek van de tot aankoop verplichte entiteiten, vermeld in artikel 22 van het Instrumentendecreet van […], kan de Vlaamse Grondenbank de onroerende goederen die conform titel 3 van het Instrumentendecreet van […] zijn aangekocht, aanhouden, administratief beheren en zakelijke rechten daarop overdragen, en kan ze de ruiloperaties, vermeld in artikel 28, derde en vierde lid, van het Instrumentendecreet, doorvoeren. Op die ruiloperaties kan artikel 15/2 worden toegepast.
+1 −1 decreet-2006-06-16/art. 12/1 berekend
1§ 1. Ten gevolge van een ruil als vermeld in artikel 5, § 2, 5°, en artikel 5, § 3, 1°, kunnen de rechten die de pachter op zijn vroegere perceel bezat, worden overgedragen op zijn nieuwe perceel. Als die rechten worden overgedragen, kunnen wijzigingen worden aangebracht aan de pacht, inzonderheid met betrekking tot:1§ 1. Ten gevolge van een ruil als vermeld in artikel 5, § 2, 5°, artikel 5, §7, en artikel 5, § 3, 1°, kunnen de rechten die de pachter op zijn vroegere perceel bezat, worden overgedragen op zijn nieuwe perceel. Als die rechten worden overgedragen, kunnen wijzigingen worden aangebracht aan de pacht, inzonderheid met betrekking tot:
21° de pachtprijs;21° de pachtprijs;
32° de duur van de pacht;32° de duur van de pacht;
+3 −1 decreet-2006-06-16/art. 19/2 berekend
1De Vlaamse Grondenbank heeft een recht van voorkeur bij de verkoop door een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest van onroerende goederen die in een gebied liggen dat valt onder de categorie `recreatie', `landbouw', `bos', `overig groen', `reservaat en natuur', `gemeenschaps- en nutsvoorzieningen' of `ontginning en waterwinning', vermeld in artikel 2.2.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009.1De Vlaamse Grondenbank heeft een recht van voorkeur bij de verkoop door een administratieve overheid van het Vlaamse Gewest van onroerende goederen die in een gebied liggen dat valt onder de categorie `recreatie', `landbouw', `bos', `overig groen', `reservaat en natuur', `gemeenschaps- en nutsvoorzieningen' of `ontginning en waterwinning', aangewezen op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen.
2Voor de toepassing van het eerste lid geldt dat een bestemmingsvoorschrift van een plan van aanleg in elk geval vergelijkbaar is met een subcategorie of categorie van gebiedsaanduiding, als die concordantie opgenomen is in de tabel, vermeld in artikel 7.4.13, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, of in de concordantielijst die bepaald is krachtens artikel 7.4.13, tweede lid, van de voormelde codex.
3Het recht van voorkeur geldt op het volledige onroerend goed zodra het onroerend goed voor meer dan 80% gelegen is in de bestemmingscategorieen, vermeld in het eerste lid.
decreet-2006-06-16/art. 19/3 wijzigt
Art. 42. In artikel 19/3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° vóór paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, wordt een nieuwe paragraaf 1 ingevoegd, die luidt als volgt: “§1. In dit artikel wordt verstaan onder ruimtelijk geheel: twee of meer kadastrale percelen of delen van kadastrale percelen die samen een gemeenschappelijke grens hebben.”; 2° in paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, worden de woorden “het aankoopcomité” vervangen door de zinsnede “een Vlaamse commissaris als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse vastgoedcodex”; 3° aan paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt: “Het recht van voorkeur is op het te verkopen onroerend goed van toepassing, ook als het maar op een deel van het onroerend goed slaat. Als het onroerend goed waarop het recht van voorkeur van de Vlaamse Grondenbank van toepassing is, maar een deel van het te verkopen onroerend goed is, doet de administratieve overheid van het Vlaamse Gewest voor dat deel een afzonderlijk aanbod. Van het tweede lid kan worden afgeweken als het te verkopen onroerend goed waarvan maar op een deel het voorkeurrecht van de Vlaamse Grondenbank van toepassing is, een ruimtelijk geheel vormt dat de administratieve overheid van het Vlaamse Gewest niet wil splitsen. In dat geval wordt het geheel aangeboden voor één prijs en oefent de Vlaamse Grondenbank, als die het recht van voorkeur wil uitoefenen, het recht van voorkeur op het geheel uit.”; 4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede “twee maanden na datum van de beveiligde zending, vermeld in paragraaf 1” vervangen door de zinsnede “zestig dagen na datum van de beveiligde zending, vermeld in paragraaf 1/1”; 5° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: “De termijn, vermeld in het eerste lid, loopt van middernacht tot middernacht en begint te lopen vanaf de dag na de datum van de beveiligde zending, vermeld in paragraaf 1/1. De termijn omvat alle dagen. Ook de vervaldag is in de termijn begrepen en wordt niet verplaatst als hij op een zaterdag, een zondag, of een wettelijke of decretale feestdag valt.”; 6° in paragraaf 2 worden in het tweede lid, dat het derde lid wordt, de woorden “vanaf de datum van” vervangen door de woorden “vanaf de dag na de datum van”; 7° in paragraaf 2 wordt in het tweede lid, dat het derde lid wordt, de zinsnede “paragraaf 1” telkens vervangen door de zinsnede “paragraaf 1/1”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (het deel om aan te vullen niet gevonden). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

+7 −0 decreet-2006-06-16/art. 19/4 nieuw
+0 −15 decreet-2006-06-16/art. 20 opgeheven
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 10 berekend
+0 −2 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 73 opgeheven
+0 −14 decreet-2009-03-27/art. 6.1.1 opgeheven
+1 −0 decreet-2009-03-27/art. 6.2.4 berekend
+0 −1 decreet-2009-03-27/art. 6.2.5 opgeheven
+1 −1 decreet-2009-03-27/art. 6.3.1 berekend
+0 −1 decreet-2009-03-27/art. 6.3.2 berekend
+1 −1 decreet-2009-03-27/art. 6.3.3 berekend
+1 −1 decreet-2009-03-27-1017873/art. 3 berekend
+2 −1 decreet-2009-03-27-1017873/art. 4 berekend
+1 −1 decreet-2009-03-27-1017873/art. 5 berekend
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 1.1.2 wijzigt
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 1.1.4 wijzigt · §1
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.3 wijzigt
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.4 wijzigt
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.9 wijzigt · §2
+2 −0 wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.61 berekend
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.63 wijzigt
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.64 wijzigt · §1
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.65 wijzigt
+2 −0 wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.66/1 nieuw
+1 −0 wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.66/2 nieuw
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.75 wijzigt
+1 −0 wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.76 berekend
+1 −0 wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.1.77 berekend
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.2.1 wijzigt
+15 −0 wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.2.2 berekend
+3 −0 wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 2.2.4 berekend
wildedierenziektedecreet-van-28-maart-2014/art. 4.1.1 wijzigt
art. 2.2.5 wijzigt · §1, eerste lid
art. 2.3.1 wijzigt
art. 2.3.2 wijzigt · §2
art. 2.4.10 vervangt
art. 2.6.1 vervangt
art. 2.6.2 wijzigt
art. 2.6.3 wijzigt
art. 2.6.4 wijzigt
art. 2.6.5 wijzigt
art. 2.6.10 wijzigt
art. 2.6.11 vervangt
art. 2.6.12 heft op
art. 2.6.13 wijzigt · §1
art. 2.6.14 vervangt
art. 2.6.16 wijzigt · §6, eerste lid
art. 2.6.17 wijzigt
art. 2.6.19 wijzigt
art. 4.4.1 wijzigt · §2
art. 4.4.2 wijzigt
art. 5.1.6 wijzigt · derde lid
art. 5.6.8 wijzigt
art. 75het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning vervangt
art. 76het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning heft op
art. 77het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning vervangt
art. 99het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wijzigt · §1, eerste lid
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd