Decreet over de onderwijsdoelen voor de eerste graad van het secundair onderwijs en het zevende leerjaar gericht op het hoger onderwijs en diverse andere verwante maatregelen
5 artikels gewijzigd
| 1 | Voor elke langlopende studierichting worden voor de eerste, tweede en derde graad basiscompetenties vastgelegd. | 1 | Voor elke langlopende studierichting worden voor de eerste, tweede en derde graad basiscompetenties vastgelegd. |
| 2 | Voor de domeinoverschrijdende initiatieopleiding worden basiscompetenties vastgelegd. | 2 | Voor de domeinoverschrijdende initiatieopleiding worden basiscompetenties vastgelegd. |
| 3 | Voor leerlingen van de vierde graad die uitstromen naar kunstbeoefening in de vrije tijd of de arbeidsmarkt gelden beroepskwalificaties. Voor leerlingen van de vierde graad die naar het hoger onderwijs willen doorstromen gelden de specifieke eindtermen van het wetenschapsdomein kunst en cultuur, vermeld in bijlage 7 van het decreet van 12 februari 2021 betreffende de onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs en diverse andere verwante maatregelen. | 3 | Voor leerlingen van de derde en vierde graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten en de vierde graad van de domeinen dans, muziek en woordkunst-drama die uitstromen naar kunstbeoefening in de vrije tijd of de arbeidsmarkt gelden beroepskwalificaties. Voor leerlingen van de derde en vierde graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten en de vierde graad van de domeinen dans, muziek en woordkunst-drama die naar het hoger onderwijs willen doorstromen gelden de specifieke eindtermen van de onderdelen artistieke expressie en kunstbe-schouwing van het wetenschapsdomein kunst en cultuur, vermeld in bijlage 3 bij het decreet van 14 juli 2023 over de onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs. |
| 4 | Voor elke kortlopende studierichting, met uitzondering van de kortlopende studierichting schrijver, selecteert het schoolbestuur een relevant en consistent geheel van specifieke eindtermen of basiscompetenties deeltijds kunstonderwijs die hoofdzakelijk uit het artistieke domein in kwestie worden geput. | 4 | Voor elke kortlopende studierichting, met uitzondering van de kortlopende studierichting schrijver, selecteert het schoolbestuur een relevant en consistent geheel van specifieke eindtermen of basiscompetenties deeltijds kunstonderwijs die hoofdzakelijk uit het artistieke domein in kwestie worden geput. |
| 5 | Voor de kortlopende studierichting schrijver geldt de beroepskwalificatie amateur literair schrijver. | 5 | Voor de kortlopende studierichting schrijver geldt de beroepskwalificatie amateur literair schrijver. |
| 5 | 3° richtingen met dubbele finaliteit (tso/kso). | 5 | 3° richtingen met dubbele finaliteit (tso/kso). |
| 6 | Ze worden ontwikkeld uit de kenmerkende onderdelen van een bepaald wetenschapsdomein. | 6 | Ze worden ontwikkeld uit de kenmerkende onderdelen van een bepaald wetenschapsdomein. |
| 7 | Met betrekking tot de specifieke eindtermen worden de cesuurdoelen voor de tweede graad in samenspraak met de overheid via een protocolakkoord door de onderwijsverstrekkers vastgelegd. | 7 | Met betrekking tot de specifieke eindtermen worden de cesuurdoelen voor de tweede graad van richtingen met doorstroom- en dubbele finaliteit in samenspraak met de overheid via een protocolakkoord door de onderwijsverstrekkers vastgelegd. |
| 8 | Er worden ook specifieke eindtermen vastgelegd voor het zevende leerjaar gericht op het hoger onderwijs, vermeld in artikel 139, §3, eerste lid, 5°. | ||
| 1 | § 1. Een curriculumdossier beschrijft op samenhangende wijze en vanuit onderwijskundig perspectief het geheel van de vorming van een structuuronderdeel en brengt alle doelen als vermeld in onderafdeling 2, die van toepassing zijn op dat structuuronderdeel samen. In voorkomend geval worden de eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands en specifieke eindtermen letterlijk opgenomen. | 1 | § 1. Een curriculumdossier beschrijft op samenhangende wijze en vanuit onderwijskundig perspectief het geheel van de vorming van een structuuronderdeel en brengt alle doelen als vermeld in onderafdeling 2, die van toepassing zijn op dat structuuronderdeel samen. In voorkomend geval worden de eindtermen, uitbreidingsdoelen Nederlands en specifieke eindtermen letterlijk opgenomen. |
| 2 | In afwijking op het in het eerste lid gestelde wordt het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie niet opgenomen in het curriculumdossier. | 2 | In afwijking op het in het eerste lid gestelde wordt het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie niet opgenomen in het curriculumdossier. |
| 3 | Als de aanbieder van een duale opleiding een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen is, zijn de volgende eindtermen, vermeld in het decreet van 14 juli 2023 over de onderwijsdoelen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs, niet van toepassing: | ||
| 4 | 1° de eindtermen 1.03, 1.04, 1.05, 1.06 en 1.07 van de basisvorming van de tweede graad arbeidsmarktfinaliteit en van de tweede graad dubbele finaliteit binnen de sleutelcompetentie “competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op het vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid”; | ||
| 5 | 2° de eindtermen 1.03, 1.04, 1.05, 1.06 en 1.07 van de basisvorming van de derde graad arbeidsmarktfinaliteit en van de derde graad dubbele finaliteit binnen de sleutelcompetentie “competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op het vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid". | ||
| 3 | § 2. Een curriculumdossier wordt afzonderlijk gemaakt voor: | 6 | § 2. Een curriculumdossier wordt afzonderlijk gemaakt voor: |
| 4 | 1° het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar A van de eerste graad samen; | 7 | 1° het eerste leerjaar A en het tweede leerjaar A van de eerste graad samen; |
| 3 | Leerplannen worden door de onderwijsverstrekkers ingediend bij de onderwijsinspectie. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering volgens de vooraf door haar bepaalde criteria en op advies van de onderwijsinspectie, de leerplannen goed. | 3 | Leerplannen worden door de onderwijsverstrekkers ingediend bij de onderwijsinspectie. Met het oog op het waarborgen van het studiepeil keurt de Vlaamse Regering volgens de vooraf door haar bepaalde criteria en op advies van de onderwijsinspectie, de leerplannen goed. |
| 4 | § 2. In afwijking op paragraaf 1, vormen curriculumdossiers niet de basis voor het opstellen van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie en dienen deze leerplannen niet door de Vlaamse Regering te worden goedgekeurd. Deze leerplannen worden publiek bekendgemaakt. | 4 | § 2. In afwijking op paragraaf 1, vormen curriculumdossiers niet de basis voor het opstellen van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie en dienen deze leerplannen niet door de Vlaamse Regering te worden goedgekeurd. Deze leerplannen worden publiek bekendgemaakt. |
| 5 | In afwijking van paragraaf 1, derde lid, behoeven in het schooljaar 2023-2024de leerplannen voor de leerjaren van de gemoderniseerde tweede en derde graad secundair onderwijs niet door de Vlaamse Regering te zijn goedgekeurd. | 5 | In afwijking van paragraaf 1, derde lid, mag in het schooljaar 2024-2025 een schoolbestuur in de eerste graad secundair onderwijs leerplannen toepassen die aansluiten bij de onderwijsdoelen van het decreet van 17 mei 2024 zonder dat die leerplannen door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd. |
| 6 | § 3. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties. | 6 | § 3. Alle leerplannen, met inbegrip van de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie zijn in overeenstemming met de internationale en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder en respecteren de goedgekeurde eindtermen en ontwikkelingsdoelen. De leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie respecteren tevens de interlevensbeschouwelijke competenties. |
| 7 | De directeur kan de levensbeschouwelijke leerlingengroepen tijdens de levensbeschouwelijke les bezoeken om administratieve redenen, om algemeen pedagogische redenen, om na te gaan of de grondwettelijke rechten en vrijheden gevrijwaard worden of voor een bespreking met de leerlingen. De directeur - of een ander personeelslid dat aangesteld is als evaluator - kan de les ook bijwonen, gelet op zijn bevoegdheid als evaluator voor niet-vakinhoudelijke en niet-vaktechnische aspecten. | 7 | De directeur kan de levensbeschouwelijke leerlingengroepen tijdens de levensbeschouwelijke les bezoeken om administratieve redenen, om algemeen pedagogische redenen, om na te gaan of de grondwettelijke rechten en vrijheden gevrijwaard worden of voor een bespreking met de leerlingen. De directeur - of een ander personeelslid dat aangesteld is als evaluator - kan de les ook bijwonen, gelet op zijn bevoegdheid als evaluator voor niet-vakinhoudelijke en niet-vaktechnische aspecten. |
| 8 | 5° in voorkomend geval de algemeen vormende competenties, gebaseerd op de toepasbare eindtermen voor het overeenstemmend niet-duaal leren. Indien de aanbieder van de duale opleiding een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen is, zijn evenwel niet van toepassing: | 8 | 5° in voorkomend geval de algemeen vormende competenties, gebaseerd op de toepasbare eindtermen voor het overeenstemmend niet-duaal leren. Indien de aanbieder van de duale opleiding een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen is, zijn evenwel niet van toepassing: |
| 9 | 1° vóór de modernisering: de eindtermen lichamelijke opvoeding van het beroepssecundair onderwijs als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000, bekrachtigd bij het decreet van 18 januari 2002, en het besluit van de Vlaamse Regering van 20 september 2002, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2002; | 9 | 1° vóór de modernisering: de eindtermen lichamelijke opvoeding van het beroepssecundair onderwijs als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2000, bekrachtigd bij het decreet van 18 januari 2002, en het besluit van de Vlaamse Regering van 20 september 2002, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2002; |
| 10 | 2° vanaf de modernisering: de volgende eindtermen als vermeld in het decreet van 12 februari 2021: | ||
| 11 | a) de eindtermen 1.9, 1.10, 1.11 en 1.12 van de basisvorming van de tweede graad arbeidsmarktfinaliteit en van de tweede graad dubbele finaliteit binnen de sleutelcompetentie "competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/ gezondheid"; en | ||
| 12 | b) de eindtermen 1.8, 1.9, 1.10 en 1.11 van de basisvorming van de derde graad arbeidsmarktfinaliteit en van de derde graad dubbele finaliteit binnen de sleutelcompetentie "competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/ gezondheid"; | ||
| 10 | 2° ...; | ||
| 13 | 6° de omvang van de werkplekcomponent; | 11 | 6° de omvang van de werkplekcomponent; |
| 14 | 7° welke cluster van competenties of welke combinatie van clusters van competenties die een leerling met vrucht beëindigt, recht geeft op een studiebekrachtiging; | 12 | 7° welke cluster van competenties of welke combinatie van clusters van competenties die een leerling met vrucht beëindigt, recht geeft op een studiebekrachtiging; |