Decreet tot wijziging van diverse decreten door de fusie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid tot het Departement Zorg
25 artikels gewijzigd
| 23 | 23 | a) de betrokken voorziening voor vrijheidsbenemende opvang van kinderen en jongeren; | |
| 24 | 24 | b) het Kinderrechtencommissariaat; | |
| 25 | − | c) de Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, als bedoeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein; | |
| 25 | + | c) de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | |
| 26 | 26 | d) de erkende cliëntenorganisaties, vermeld in artikel 45/1 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp; | |
| 27 | 27 | e) het cliëntenforum, vermeld in artikel 45/2 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp. | |
| 1 | 1 | § 1. De onderwijsinspectie is belast met het kwaliteitstoezicht op de diagnostische praktijk van de centra voor leerlingenbegeleiding in functie van de opmaak van de verslagen, vermeld in de artikelen 15 en 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in de artikelen 294 en 352 van de Codex Secundair Onderwijs. | |
| 2 | 2 | Dit kwaliteitstoezicht kan afzonderlijk van de doorlichting uitgevoerd worden. Als beide doorlichtingen ingepland zijn tijdens hetzelfde schooljaar, gebeuren ze geïntegreerd. | |
| 3 | − | De inspectie stemt voor de uitvoering van deze opdrachten af met Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein. | |
| 3 | + | De inspectie stemt voor de uitvoering van deze opdrachten af met de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 4 | 4 | De inspectie rapporteert jaarlijks over het kwaliteitstoezicht aan de Vlaamse Regering. | |
| 5 | 5 | § 2. De onderwijsinspectie is tevens belast met de toekenning van vrijstelling van leerplicht en het adviseren over aanvragen voor permanent onderwijs aan huis. |
| 15 | 15 | 2° een saldo van 1/3 van de totale subsidie bij het begin van het vierde kwartaal. | |
| 16 | 16 | §5. Voor 1 juli legt het Koninklijk Werk IBIS de begroting voor haar internaatswerking van het volgende jaar ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering. Die begroting moet in evenwicht zijn. Voor 31 maart wordt de rekening van het voorgaande jaar ter goedkeuring voorgelegd. | |
| 17 | − | § 6. De Zorginspectie , vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, en de onderwijsinspectie, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, zijn samen bevoegd voor de controle op de kwaliteit van de opdracht, vermeld in paragraaf 1. | |
| 17 | + | § 6. De afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de onderwijsinspectie, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, zijn samen bevoegd voor de controle op de kwaliteit van de opdracht, vermeld in paragraaf 1. | |
| 1 | − | De Zorginspectie , vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, en de onderwijsinspectie, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, zijn samen bevoegd voor de controle op de kwaliteit van de internaten buitengewoon onderwijs. | |
| 1 | + | De afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de onderwijsinspectie, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, zijn samen bevoegd voor de controle op de kwaliteit van de internaten buitengewoon onderwijs. |
| 1 | 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de regelen inzake de inrichting en de organisatie van een internaat van het gemeenschapsonderwijs, dat inzonderheid kan instaan voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling, en dat als zodanig is gelijkgesteld met een in het kader van de bijzondere jeugdzorg erkende voorziening. | |
| 2 | − | De Zorginspectie , vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, en de onderwijsinspectie, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, zijn samen bevoegd voor de controle op de kwaliteit. | |
| 2 | + | De afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de onderwijsinspectie, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, zijn samen bevoegd voor de controle op de kwaliteit. |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de organisatie van en de ambten, de bekwaamheidsbewijzen en de prestatie-, verlof- en bezoldigingsregeling voor verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen. Ze bepaalt eveneens per ambt het totaal aantal uren dat moet worden georganiseerd om in verblijf en begeleiding tijdens schoolvrije dagen te kunnen voorzien. In afwachting hiervan blijven de bestaande wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen van kracht. | |
| 4 | 4 | De Vlaamse Regering garandeert een personeelskader dat minimaal nodig is om verblijf en begeleiding te voorzien. De Vlaamse Regering stelt jaarlijks minimaal 7515 uren voor opvoedend hulppersoneel, paramedisch en sociaal personeel, psychologisch en medisch personeel, administratief personeel en minimaal 350.000 euro werkingsbudget ter beschikking voor een capaciteit van 265 plaatsen verblijf en begeleiding als vermeld in het tweede lid en sluit daartoe beheersovereenkomsten af met de scholengroep van de in het eerste lid vermelde instituten en internaten. | |
| 5 | − | De Zorginspectie , vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, en de onderwijsinspectie zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs zijn gezamenlijk bevoegd voor de controle op de kwaliteit van het verblijf en de begeleiding, als vermeld in het tweede lid. | |
| 5 | + | De afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de onderwijsinspectie zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs zijn gezamenlijk bevoegd voor de controle op de kwaliteit van het verblijf en de begeleiding, als vermeld in het tweede lid. | |
| 8 | 8 | b) informatieverstrekking, adviesverlening, ondersteuning en begeleiding van de initiatief-nemers op conceptueel, financieel en bouw-technisch vlak; | |
| 9 | 9 | 3° het aanleggen en beheren van financiële reserves met het oog op de dekking van toekomstige en onvoorziene uitgaven. | |
| 10 | − | De Vlaamse Regering kan, na advies van het raadgevend comité dat is opgericht bij het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid, de regels bepalen voor het bedrag, de voorwaarden, de toekenning en de vereffening van de financiering van de investeringen in de infrastructuur en de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen, vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 1°, a), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. | |
| 10 | + | De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor het bedrag, de voorwaarden, de toekenning en de vereffening van de financiering van de investeringen in de infrastructuur en de medisch-technische diensten van de ziekenhuizen, vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 1°, a), van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. | |
| 78 | 78 | 8° toezichthouder: een gezinsinspecteur of zorginspecteur; | |
| 79 | 79 | 9° zorginspecteur: een personeelslid van Zorginspectie met toezichtsopdracht; | |
| 80 | − | 10° Zorginspectie: Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin als vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein. | |
| 80 | + | 10° Zorginspectie: de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 12 | 12 | 11° toezichthouder : de organisatie die één of meerdere toezichtperso(o)n(en) aanwijst om ter plaatse te laten vaststellen of de organisator de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan naleeft, om het agentschap daarover te adviseren; | |
| 13 | 13 | 12° private toezichtpersoon : het personeelslid van de private toezichthouder dat toezicht houdt; | |
| 14 | − | 13° Zorginspectie : Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein; | |
| 14 | + | 13° ...; | |
| 15 | 15 | 14° tegelijk aanwezige kinderen : alle baby's, peuters en kinderen die naar de basisschool gaan, en wat de kinderen die deel uitmaken van het gezin van de kinderbegeleider gezinsopvang betreft tot het einde van de kleuterschool, die gelijktijdig in de kinderopvanglocatie aanwezig zijn; | |
| 16 | 16 | 15° zorgregio : zorgregio niveau kleine stad, vermeld in artikel 2, 5°, van het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen. De gemeenten behorend tot het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad worden beschouwd als één aparte zorgregio; | |
| 6 | 6 | 5° de prijs die voor het toezicht gevraagd wordt, en wie die prijs betaalt; | |
| 7 | 7 | 6° de verhouding met Zorginspectie en met het agentschap. | |
| 8 | + | In het eerste lid wordt verstaan onder Zorginspectie: de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 8 | 9 | Bij de uitoefening van zijn toezichtopdracht draagt de private toezichtpersoon een legitimatiebewijs bij zich dat hij, op verzoek, meteen voorlegt. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere inhoud en het model van het legitimatiebewijs en bepaalt ook welk bestuursorgaan het legitimatiebewijs uitreikt. | |
| 9 | 10 | Het agentschap oefent toezicht uit op stukken. | |
| 3 | 3 | 1° een extern toezicht, naast het toezicht als bedoeld in paragraaf 1; | |
| 4 | 4 | 2° de klachtenbehandeling voor kinderen en jongeren, ouders, opvoedingsverantwoordelijken en vertrouwenspersonen van kinderen en jongeren. | |
| 5 | − | § 3. In afwijking van de paragrafen 1 en 2, werkt de zorginspectie voor het toezicht samen met de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 38, § 1, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, voor zover het een centrum voor leerlingenbegeleiding of een organisatie voor naadloze flexibele trajecten betreft. | |
| 5 | + | § 3. In afwijking van de paragrafen 1 en 2, werkt de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie voor het toezicht samen met de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 38, § 1, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, voor zover het een centrum voor leerlingenbegeleiding of een organisatie voor naadloze flexibele trajecten betreft. | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering regelt de werking en het beheer van het agentschap. In afwijking van artikel 6, § 3, van het kaderdecreet kan ze het hoofd van een intern verzelfstandigd agentschap van het beleidsdomein met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap belasten. In voorkomend geval zal het ondernemingsplan, vermeld in artikel 5/1 van het kaderdecreet, deel uitmaken van het ondernemingsplan van het intern verzelfstandigd agentschap dat het agentschap beheert. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering regelt de werking en het beheer van het agentschap. In afwijking van artikel 6, § 3, van het kaderdecreet kan ze het hoofd van het departement van het beleidsdomein met de algemene leiding, de werking en de vertegenwoordiging van het agentschap belasten. In voorkomend geval zal het ondernemingsplan, vermeld in artikel 5/1 van het kaderdecreet, deel uitmaken van het ondernemingsplan van het departement dat het agentschap beheert. |
| 30 | 30 | 2° een solide en passende regeling voor de bedrijfsorganisatie maken en die weergeven in de code voor goed bestuur, onderdeel van het administratief basisdossier weerbaarheid vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° ; | |
| 31 | 31 | 3° de nodige maatregelen treffen voor risicobeheer op het vlak van compliance, risicobeheer en interne controle. | |
| 32 | − | § 3. Er wordt een permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie opgericht dat zorgt voor een overleg over de in dit artikel beschreven verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie en de concrete toepassing ervan. Het Agentschap bevoegd voor de erkenningen en financiering van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen in dit decreet, de Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en de representatieve vertegenwoordigers van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen maken deel uit van dit permanent overlegorgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling en de werking van dit permanent overlegorgaan. | |
| 32 | + | § 3. Er wordt een permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie opgericht dat zorgt voor een overleg over de in dit artikel beschreven verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie en de concrete toepassing ervan. Het Agentschap bevoegd voor de erkenningen en financiering van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen in dit decreet, de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de representatieve vertegenwoordigers van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen maken deel uit van dit permanent overlegorgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling en de werking van dit permanent overlegorgaan. | |
| 21 | 21 | 3° de instanties waaraan de persoonsgegevens zullen worden verstrekt; | |
| 22 | 22 | 4° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld. | |
| 23 | − | § 5. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door: | |
| 23 | + | § 5. Met het oog op de uitvoering van de bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 24 | − | 1° het Agentschap Zorg en Gezondheid; | |
| 25 | − | 2° het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. | |
| 26 | 24 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming: | |
| 27 | 25 | 1° welke gegevens worden verzameld, inclusief de gezondheidsgegevens, vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening; | |
| 31 | 29 | 5° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld. | |
| 32 | 30 | § 6. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn: | |
| 33 | − | 1° het Agentschap Zorg en Gezondheid voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de passende financiering van de woonzorgvoorzieningen, de monitoring en handhaving met betrekking tot de geboden woonzorg en de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders ; | |
| 31 | + | 1° het Departement Zorg, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de passende financiering van de woonzorgvoorzieningen, de monitoring en handhaving met betrekking tot de geboden woonzorg en de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders en voor het uitoefenen van toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de kwaliteit van de geboden woonzorg; | |
| 34 | − | 2° het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin voor het uitoefenen van toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de kwaliteit van de geboden woonzorg; | |
| 32 | + | 2° ...; | |
| 35 | 33 | 3° de woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten en hun zorgrelatie met de gebruiker; | |
| 36 | 34 | 4° de partnerorganisaties, vermeld in artikel 60, en de projecten, vermeld in artikel 61, in het kader van hun opdrachten en hun zorgrelatie met de gebruiker. | |
| 1 | + | § 1. Iedere initiatiefnemer als vermeld in artikel 5: | |
| 2 | + | 1° bezorgt bij de aanvraag van een eerste erkenning voor de uitvoering van een functie een administratief basisdossier; | |
| 3 | + | 2° legt bij de aanvraag van een erkenning die de eerste keer wordt ingediend een financieel plan voor over minstens drie jaar; | |
| 4 | + | 3° houdt een boekhouding en maakt een jaarrekening op conform de toepasbare wettelijke bepalingen. De Vlaamse Regering kan het houden van een boekhouding en het opmaken van een jaarrekening conform het wetboek van economisch recht of de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen opleggen aan zorgvoorzieningen of verenigingen die daartoe niet verplicht zijn. De Vlaamse Regering kan bijkomende specifieke rapporteringsverplichtingen opleggen; | |
| 5 | + | 4° meldt belangrijke strategische beslissingen die een impact hebben op de structuur, de werking en het bestuur van de initiatiefnemer of de zorgvoorziening. Daarbij wordt uitgelegd op welke wijze erover gewaakt is dat de continuïteit van de individugerichte zorg verzekerd is. De Vlaamse Regering kan de procedure voor die aanmelding bepalen; | |
| 6 | + | 5° stelt een code voor goed bestuur op, keurt die goed en leeft die na; | |
| 7 | + | 6° leeft bestaande verplichtingen en regelgeving na. | |
| 8 | + | Het administratief basisdossier, vermeld in het eerste lid, 1°, bevat de volgende elementen: | |
| 9 | + | 1° de voorgenomen activiteiten; | |
| 10 | + | 2° de organisatiestructuur; | |
| 11 | + | 3° de feitelijke leiding; | |
| 12 | + | 4° de verwantschappen en nauwe banden met andere personen; | |
| 13 | + | 5° een code voor goed bestuur voor de initiatiefnemer. | |
| 14 | + | Het administratief basisdossier, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt actueel gehouden en is altijd raadpleegbaar door de Vlaamse Regering op aanvraag. Het administratief basisdossier is openbaar raadpleegbaar op de website van de zorgvoorziening, wat betreft de onderdelen 1°, 2° en 3°. Daarnaast wordt op de website van de initiatiefnemer of zorgvoorziening een gebruikersvriendelijke samenvatting weergegeven van de code voor goed bestuur. | |
| 15 | + | In het eerste lid, 4°, wordt onder strategische beslissingen limitatief verstaan: | |
| 16 | + | 1° beslissingen om kapitaal vertegenwoordigende effecten te verwerven van een andere onderneming, voor een bedrag van minstens 5 procent van het eigen vermogen van de initiatiefnemer; | |
| 17 | + | 2° fusies van zorgvoorzieningen of initiatiefnemers alsook splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen; | |
| 18 | + | 3° overdrachten van algemeenheid of bedrijfstak; | |
| 19 | + | 4° de overdracht van of het vestigen van zakelijke rechten op de gebouwen waarin de zorgvoorziening is gevestigd; | |
| 20 | + | 5° een verandering van een meerderheid van de stemrechten in de algemene vergadering en het bestuursorgaan van de initiatiefnemer of de zorgvoorziening; | |
| 21 | + | 6° de wisseling van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding van een zorgvoorziening. | |
| 22 | + | De code voor goed bestuur, vermeld in het eerste lid, 5°, is afgestemd op de aard, grootte en eigenheid van de initiatiefnemer of zorgvoorziening en bevat minstens de volgende elementen: | |
| 23 | + | 1° de missie en de visie; | |
| 24 | + | 2° de duidelijke bepalingen rond bevoegdheden, taakafbakening, rechten en plichten, voorwaarden, samenstelling van de algemene vergadering, raad van bestuur, adviserende comités, directie en andere organen; | |
| 25 | + | 3° de maatregelen rond transparantie van de structuur, de kwaliteit en het prijsbeleid; | |
| 26 | + | 4° het betrekken van stakeholders. | |
| 27 | + | § 2. Iedere initiatiefnemer die behoort tot de categorie I, vermeld in artikel 5, § 1, eerste lid, 1°, moet naast de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1: | |
| 28 | + | 1° een of meer commissarissen belasten met de controle van de financiële toestand, de controle van de jaarrekening en de regelmatigheid in het licht van de wet en van de statuten en de controle van de verrichtingen die in de jaarrekening moeten worden vastgesteld; | |
| 29 | + | 2° een solide en passende regeling voor de bedrijfsorganisatie maken en die weergeven in de code voor goed bestuur, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 5° ; | |
| 30 | + | 3° de nodige maatregelen treffen inzake risicobeleid op het vlak van compliance, risicobeheer en interne controle. | |
| 31 | + | § 3. Er wordt een permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie opgericht dat zorgt voor een overleg over de in dit artikel beschreven verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie en de concrete toepassing ervan. De functioneel bevoegde afdeling van het departement, de zorginspectie en de representatieve vertegenwoordigers van de zorgvoorzieningen en verenigingen maken deel uit van dat permanent overlegorgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling en de werking van het permanent overlegorgaan. |
| 1 | + | § 1. Bij het departement wordt een comité geestelijke gezondheidsnetwerken opgericht. Dit comité is een overlegorgaan dat geestelijke gezondheidsnetwerken en, in voorkomend geval, partnerorganisaties structureel betrekt bij het Vlaamse beleid over het geestelijke gezondheidsaanbod, en dat minstens de volgende taken heeft: | |
| 2 | + | 1° afspraken maken over het kader, de instrumenten en de procedure die de geestelijke gezondheidsnetwerken moeten gebruiken voor de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 18; | |
| 3 | + | 2° de werking van de geestelijke gezondheidsnetwerken opvolgen en evalueren. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering kan het comité bijkomende taken toevertrouwen. | |
| 5 | + | Per deelpopulatie kunnen aparte comités worden opgericht. | |
| 6 | + | § 2. Het comité bestaat minstens uit de volgende leden: | |
| 7 | + | 1° twee vertegenwoordigers van elk geestelijke gezondheidsnetwerk; | |
| 8 | + | 2° maximaal zes vertegenwoordigers van de partnerorganisaties, onder wie twee vertegenwoordigers van gebruikers en twee vertegenwoordigers van hun context; | |
| 9 | + | 3° twee vertegenwoordigers van het departement; | |
| 10 | + | 4° een vertegenwoordiger van de Vlaamse Minister van Volksgezondheid. | |
| 11 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere samenstelling van het comité. | |
| 12 | + | De federale minister van Volksgezondheid en de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu worden uitgenodigd voor de vergaderingen van het comité en kunnen elk de vergaderingen van het comité bijwonen via een vertegenwoordiger met raadgevende stem. | |
| 13 | + | Het comité kan ter ondersteuning van zijn werkzaamheden een beroep doen op externe deskundigen. | |
| 14 | + | § 3. De Vlaams Regering bepaalt de organisatie en de werkingsregelen van het comité. | |
| 15 | + | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de vergoeding van de leden van het comité, de vergoeding van eventuele externe deskundigen, en legt de onverenigbaarheden vast. |
| 1 | + | § 1. De ziekenhuizen waaronder de in uitvoering van artikel 24 aangewezen diensten ressorteren, de netwerkpartners die functies uitvoeren, partnerorganisaties en projecthouders verzamelen op een gestructureerde, systematische wijze gegevens over de gebruikers, hun context, professionals, de aard van de psychische zorgnoden en geestelijke gezondheidsbehoeften en de kwaliteit en het effect van het geestelijke gezondheidsaanbod, met als doel: | |
| 2 | + | 1° over de noodzakelijke informatie te beschikken die nodig is voor het garanderen van een kwaliteitsvol zorg- en ondersteuningsaanbod en het afstemmen van het geestelijke gezondheidsaanbod op de evoluerende psychische zorgnoden en geestelijke gezondheidsbehoeften van de gebruiker. De verwerking van deze persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), e), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) en, wat gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 9, eerste lid, van de voormelde verordening betreft, op artikel 9, tweede lid, 2), h); | |
| 3 | + | 2° aan de Vlaamse overheid gegevens te bezorgen om haar in staat te stellen wetenschappelijk onderzoek uit te voeren teneinde haar geestelijke gezondheidsbeleid af te stemmen op de evoluerende maatschappelijke behoeften. Deze gegevens zijn anoniem of, als deze eerste optie niet mogelijk is om het doel te verwezenlijken, gepseudonimiseerd. De verwerking van deze persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), e), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) en, wat gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 9, eerste lid, van de voormelde verordening betreft, op artikel 9, lid 2, j); | |
| 4 | + | 3° aan de Vlaamse overheid gegevens te bezorgen om haar in staat te stellen het geestelijke gezondheidsaanbod passend te financieren en de kwaliteit van geestelijke gezondheidsaanbod te monitoren. Deze gegevens zijn anoniem of, als deze eerste optie niet mogelijk is om het doel te verwezenlijken, gepseudonimiseerd. De verwerking van deze persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), e), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) en, wat gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 9, eerste lid, van de voormelde verordening betreft, op artikel 9, tweede lid, 2), h). | |
| 5 | + | § 2. In het kader van de uitvoering van hun bevoegdheden en taken, geregeld bij of krachtens dit decreet, worden de volgende persoonsgegevens van de gebruiker, context en professional, inclusief gegevens als vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening, verwerkt door de in paragraaf 1 vermelde actoren, de functioneel bevoegde afdeling van het departement en de zorginspectie: | |
| 6 | + | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, context en professional; | |
| 7 | + | 2° de gezondheidsgegevens van de gebruiker die relevant zijn voor interventies; | |
| 8 | + | 3° de gegevens met betrekking tot de te verlenen interventies; | |
| 9 | + | 4° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden; | |
| 10 | + | 5° de gegevens met betrekking tot de bekwaamheid van de personeelsleden. | |
| 11 | + | De Vlaamse Regering kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming, de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de gegevens over gezondheid, vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening, nader preciseren. | |
| 12 | + | De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de voormelde verordening, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. De Vlaamse Regering specificeert welke personen of instanties toegang hebben tot voormelde gezondheidsgegevens. | |
| 13 | + | De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers, context en professionals. | |
| 14 | + | § 3. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van voormelde verordening: | |
| 15 | + | 1° de maatregelen om een hoog niveau van transparantie te verzekeren; | |
| 16 | + | 2° de regels voor en de wijze van verwerking van de gegevens; | |
| 17 | + | 3° de termijn gedurende welke de verwerkte persoonsgegevens maximaal zullen worden bewaard; | |
| 18 | + | 4° de instanties waaraan de persoonsgegevens zullen worden verstrekt; | |
| 19 | + | 5° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld. | |
| 20 | + | § 4. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van voormelde verordening zijn: | |
| 21 | + | 1° het departement, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van wetenschappelijk onderzoek en de passende financiering, beheer en het waarborgen van hoge kwaliteitsnormen van het geestelijke gezondheidsaanbod en voor het monitoren van de kwaliteit van het geestelijke gezondheidsaanbod; | |
| 22 | + | 2° ...; | |
| 23 | + | 3° de ziekenhuizen, vermeld in paragraaf 1, de netwerkpartners die functies uitvoeren, partnerorganisaties en projecthouders voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten en hun zorgrelatie met de gebruiker. | |
| 24 | + | De Vlaamse Regering bepaalt welke technische en organisatorische maatregelen de verwerkingsverantwoordelijke moet treffen ter bescherming van de persoonsgegevens. |
| 1 | + | De subsidie, vermeld in artikel 17, 22 en 23, wordt in voorkomend geval teruggevorderd overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. | |
| 2 | + | Het bedrag van de inhouding of terugvordering wordt door het departement bepaald, rekening houdend met de ernst van de feiten. |
| 16 | 16 | 2° multidisciplinaire samenwerking: de wijze van samenwerking van zorgaanbieders rond en met de persoon met een zorg- en ondersteuningsvraag, die betrekking heeft op verschillende disciplines en waarbij vanuit de eigen discipline gehandeld wordt zonder combinatie of uitwisseling van expertise, ervaring of kennis; | |
| 17 | 17 | 3° vrijwilliger: de natuurlijke persoon die zijn activiteiten uitvoert op vrijwillige basis, onbezoldigd en in een georganiseerd verband; | |
| 18 | − | 4° sociale kaart: de gegevensbank, beheerd door het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, met identificatie-, contact- en werkingsgegevens van de zorgaanbieders in Vlaanderen en in Brussel. | |
| 18 | + | 4° sociale kaart: de gegevensbank, beheerd door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, met identificatie-, contact- en werkingsgegevens van de zorgaanbieders in Vlaanderen en in Brussel. | |
| 19 | 19 | Voor de ondersteuning van deze opdrachten doet de zorgraad zo veel mogelijk een beroep op de deskundigheid van de organisaties met terreinwerking en de partnerorganisaties. | |
| 20 | 20 | De Vlaamse Regering kan de opdrachten nader preciseren, de voorwaarden voor de uitvoering ervan bepalen en bijkomende opdrachten vastleggen naast die vermeld in het eerste lid. | |
| 1 | 1 | Een administratieve sanctie als vermeld in artikel 26 kan alleen uitgevoerd worden als: | |
| 2 | − | 1° de betrokkene van het agentschap een schriftelijke aanmaning heeft ontvangen om de verplichtingen in kwestie na te komen; | |
| 2 | + | 1° de betrokkene van het departement een schriftelijke aanmaning heeft ontvangen om de verplichtingen in kwestie na te komen; | |
| 3 | − | 2° de betrokkene de verplichtingen in kwestie niet is nagekomen binnen de termijn die het agentschap bepaalt; | |
| 3 | + | 2° de betrokkene de verplichtingen in kwestie niet is nagekomen binnen de termijn die het departement bepaalt; | |
| 4 | − | 3° de betrokkene is uitgenodigd om gehoord te worden door het agentschap. | |
| 4 | + | 3° de betrokkene is uitgenodigd om gehoord te worden door het departement. | |
| 5 | − | In het eerste lid wordt verstaan onder agentschap: het agentschap Zorg en Gezondheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid". | |
| 5 | + | In het eerste lid wordt verstaan onder Departement Zorg: het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 1 | − | Zorginspectie als vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 maart 2006 betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein, houdt, op verzoek van het agentschap Opgroeien regie, toezicht op de besteding van de beleidskredieten door de publieke uitbetalingsactor met uitzondering van de besteding van de lokale toelagen in het kader van het gezinsbeleid. | |
| 1 | + | De afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, houdt, op verzoek van het agentschap Opgroeien regie, toezicht op de besteding van de beleidskredieten door de publieke uitbetalingsactor met uitzondering van de besteding van de lokale toelagen in het kader van het gezinsbeleid. |
| 1 | 1 | Het agentschap kan een bestuurlijke geldboete van 1000 tot 5000 euro opleggen als de organisatie die voor de opdrachten van het afstammingscentrum vergund is of het centrum voor menselijke erfelijkheid de bepalingen van dit decreet en de besluiten van de Vlaamse Regering ter uitvoering van dit decreet niet naleeft. | |
| 2 | − | De bestuurlijke geldboete kan opgelegd worden binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag waarop het agentschap het verslag van vaststellingen van Zorginspectie heeft ontvangen of vanaf de dag waarop het agentschap zelf de inbreuk heeft vastgesteld. | |
| 2 | + | De bestuurlijke geldboete kan opgelegd worden binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag waarop het agentschap het verslag van vaststellingen van de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie heeft ontvangen of vanaf de dag waarop het agentschap zelf de inbreuk heeft vastgesteld. | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en betalen van de bestuurlijke geldboete. |
| 13 | 13 | De inspecteurs en de deskundigen, vermeld in artikel 7, § 1, 7°, bewaren het verslag, vermeld in artikel 13, alsook de bijlagen bij dat verslag tot 20 jaar nadat het verslag definitief is geworden of, indien het het voorwerp uitmaakt van een rechtsgeding, tot 20 jaar nadat een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest is uitgesproken. | |
| 14 | 14 | De inspecteurs en de deskundigen, vermeld in artikel 7, § 1, 7°, bewaren andere informatie die zij bij de uitoefening van hun opdracht verwerken tot 3 jaar nadat het verslag definitief is geworden. | |
| 15 | − | § 4. Het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht verwerken. | |
| 15 | + | § 4. Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht verwerken. | |
| 2 | 2 | De rechtenverkenner laat de burger toe een gepersonaliseerd overzicht van relevante rechten aan te maken. Daarvoor kan de burger maximaal gebruikmaken van zijn persoonsgegevens waarover de verschillende overheden beschikken. | |
| 3 | 3 | Het verwerken van persoonsgegevens moet gebeuren met inachtneming van de geldende bepalingen betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De burger moet zijn toestemming geven voor het ophalen en verwerken van de nodige persoonsgegevens. Deze gegevensinzameling is beperkt tot gegevens nodig om uit te maken of de burger voldoet aan de voorwaarden van de verschillende rechten. De rechtenverkenner mag deze persoonsgegevens niet langer bewaren dan nodig voor de opmaak van een gepersonaliseerd rechtenoverzicht. | |
| 4 | − | Het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, afdeling Welzijn en Samenleving, is verantwoordelijk voor de uitbouw van de rechtenverkenner. | |
| 4 | + | Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, is verantwoordelijk voor de uitbouw van de rechtenverkenner. | |
| 1 | − | In dit artikel wordt verstaan onder agentschap: het Agentschap Zorg en Gezondheid, dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid". | |
| 1 | + | In dit artikel wordt verstaan onder departement: het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | |
| 2 | − | Het agentschap is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het beheer van Vitalink. | |
| 2 | + | Het departement is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het beheer van Vitalink. | |
| 3 | − | Het agentschap en de ontvanger van de persoonsgegevens treden voor de gegevensuitwisselingen, vermeld in artikel 5 en 7 van dit decreet, op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken als vermeld in artikel 26 van de algemene verordening gegevensbescherming. Het agentschap en de ontvanger van persoonsgegevens leggen hun afspraken met betrekking tot de gegevensuitwisseling schriftelijk vast. | |
| 3 | + | Het departement en de ontvanger van de persoonsgegevens treden voor de gegevensuitwisselingen, vermeld in artikel 5 en 7 van dit decreet, op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken als vermeld in artikel 26 van de algemene verordening gegevensbescherming. Het departement en de ontvanger van persoonsgegevens leggen hun afspraken met betrekking tot de gegevensuitwisseling schriftelijk vast. | |
| 4 | 4 | De actoren, vermeld in artikel 7, eerste lid, zijn verantwoordelijk voor de inhoud die ze ter beschikking stellen en uitwisselen via Vitalink en voor het zorgvuldig gebruik van de gegevens die ze verkregen hebben via Vitalink. | |
| 5 | − | Dit artikel sluit niet uit dat het agentschap als verwerker optreedt met betrekking tot bepaalde gegevensverwerkingen in Vitalink waar het de gegevens uitsluitend verwerkt ten behoeve van een verwerkingsverantwoordelijke in het kader van een welbepaald project. Het agentschap dient voorafgaand advies in te winnen bij het bestuursorgaan van Vitalink, vermeld in artikel 17. | |
| 5 | + | Dit artikel sluit niet uit dat het departement als verwerker optreedt met betrekking tot bepaalde gegevensverwerkingen in Vitalink waar het de gegevens uitsluitend verwerkt ten behoeve van een verwerkingsverantwoordelijke in het kader van een welbepaald project. Het departement dient voorafgaand advies in te winnen bij het bestuursorgaan van Vitalink, vermeld in artikel 17. |