§ flandrepo

Decreet houdende wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat betreft de aangifte van automatische ontspanningstoestellen

Vlaamse Regering #468 Staatsblad 3 december 2020 NUMAC 2020031703
7 artikels gewijzigd
+3 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.13.4.0.1
12E12E
1315013150
14Een vierde van de belasting, vermeld in het eerste lid, is verschuldigd voor elk kwartaal waarin een automatisch ontspanningstoestel is opgesteld.
14De tarieven, vermeld in het eerste lid, worden met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, voor de maand november van het vorige jaar te delen door het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk voor de maand november van het jaar 2018. Daarbij worden de volgende afrondingen toegepast:15De tarieven, vermeld in het eerste lid, worden met ingang van 1 januari 2020 jaarlijks geïndexeerd met behulp van de coëfficiënt die wordt verkregen door het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk, voor de maand oktober van het vorige jaar te delen door het algemene indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk voor de maand oktober van het jaar 2018. Daarbij worden de volgende afrondingen toegepast:
151° de coëfficiënt wordt afgerond op het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de honderdduizendsten al of niet vijf bereikt;161° de coëfficiënt wordt afgerond op het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de honderdduizendsten al of niet vijf bereikt;
162° na de toepassing van de coëfficiënt wordt het verkregen bedrag afgerond op de hogere of lagere eurocent naargelang het cijfer van het tiende van de eurocent al dan niet vijf bereikt.172° na de toepassing van de coëfficiënt wordt het verkregen bedrag afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 40 cent.
+0 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.13.5.0.1 opgeheven
1In afwijking van artikel 2.13.4.0.1, eerste lid, is drie vierde, de helft of een vierde van het jaarbedrag verschuldigd als de opstelling van het automatische ontspanningstoestel respectievelijk gebeurt in de loop van het tweede, het derde of het vierde kwartaal.
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.3.1.0.16
8d) het aantal toestellen per categorie als vermeld in artikel 2.13.3.0.1, dat wordt opgesteld;8d) het aantal toestellen per categorie als vermeld in artikel 2.13.3.0.1, dat wordt opgesteld;
9e) de periode van de opstelling per categorie als vermeld in artikel 2.13.3.0.1.9e) de periode van de opstelling per categorie als vermeld in artikel 2.13.3.0.1.
10De belastingplichtige geeft elke wijziging van de elementen van de aangifte, vermeld in het tweede lid, 2°, aan uiterlijk de voorlaatste werkdag voor hij de wijzigingen in de opstelling doorvoert. In afwijking daarvan wordt een wijziging van punt 2°, d) en e), alleen doorgegeven als daardoor het bedrag van de belasting, vermeld in artikel 2.13.4.0.1, eerste lid, toeneemt.10De belastingplichtige geeft elke wijziging van de elementen van de aangifte, vermeld in het tweede lid, 2°, aan uiterlijk de voorlaatste werkdag voor hij de wijzigingen in de opstelling doorvoert. In afwijking daarvan wordt een wijziging van punt 2°, d) en e), alleen doorgegeven als daardoor het bedrag van de belasting, vermeld in artikel 2.13.4.0.1, eerste en tweede lid, toeneemt.
11Bij gebrek aan andersluidende kennisgeving is de aangifte die ingediend is voor een jaar, geldig voor de volgende jaren.11Bij gebrek aan andersluidende kennisgeving is de aangifte die ingediend is voor een kwartaal, geldig voor de volgende kwartalen.
12De aangifteplicht die is bepaald in dit artikel geldt niet voor de opstelling van automatische ontspanningstoestellen, vermeld in artikel 2.13.3.0.1, § 2, eerste lid, 3° en 4°.12De aangifteplicht die is bepaald in dit artikel geldt niet voor de opstelling van automatische ontspanningstoestellen, vermeld in artikel 2.13.3.0.1, § 2, eerste lid, 3° en 4°.
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.3.2.0.1
213° de verkeersbelasting voor de voertuigen, vermeld in artikel 2.2.2.0.1, § 2, tweede lid, voor de eerste keer gelijk aan het aantal maanden dat begrepen is tussen de eerste dag van de maand waarin het voertuig in de loop van een burgerlijk jaar in gebruik is genomen op de openbare weg, en 31 december van hetzelfde jaar. Vervolgens is het gelijk aan elke periode van twaalf maanden die aanvangt op 1 januari van elk volgend kalenderjaar;213° de verkeersbelasting voor de voertuigen, vermeld in artikel 2.2.2.0.1, § 2, tweede lid, voor de eerste keer gelijk aan het aantal maanden dat begrepen is tussen de eerste dag van de maand waarin het voertuig in de loop van een burgerlijk jaar in gebruik is genomen op de openbare weg, en 31 december van hetzelfde jaar. Vervolgens is het gelijk aan elke periode van twaalf maanden die aanvangt op 1 januari van elk volgend kalenderjaar;
224° ...;224° ...;
235° de heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen gelijk aan de opeenvolgende periodes van twaalf maanden die volgen op de inventarisatiedatum, vermeld in artikel 24, 6°, van het decreet van 22 december 1995;235° de heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen gelijk aan de opeenvolgende periodes van twaalf maanden die volgen op de datum van de inventarisatie, vermeld in artikel 3.20 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
246° de kilometerheffing gelijk aan de kalenderdag waarop de kilometers worden afgelegd op de niet-geconcedeerde weg;246° de kilometerheffing gelijk aan de kalenderdag waarop de kilometers worden afgelegd op de niet-geconcedeerde weg;
257° de belasting op de spelen en weddenschappen gelijk aan het aanslagjaar;257° de belasting op de spelen en weddenschappen gelijk aan het aanslagjaar;
268° de belasting op de automatische ontspanningstoestellen gelijk aan het aanslagjaar.268° de belasting op de automatische ontspanningstoestellen gelijk aan het kwartaal waarin een automatisch ontspanningstoestel is opgesteld.
+0 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.4.7.0.7 opgeheven
1Als een automatisch ontspanningstoestel in de loop van een aanslagjaar niet meer wordt opgesteld, wordt de betaalde belasting op de automatische ontspanningstoestellen op aanvraag van de belastingplichtige teruggegeven in verhouding tot de nog niet aangevangen kwartalen.
2De aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt ingediend bij het bevoegde personeelslid uiterlijk de laatste dag van het kwartaal waarin het toestel wordt opgesteld.
+1 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.12.4.0.1
1De invoerder, de fabrikant of al wie rechtstreeks of onrechtstreeks als dusdanig optreedt, geeft voor de rangschikking, vermeld in artikel 2.13.3.0.1, elk model van automatisch ontspanningstoestel aan vooraleer hij in het Vlaamse Gewest opstelt, verkoopt of verhuurt. Als een toestel niet wordt aangegeven, wordt het toestel ambtshalve gerangschikt in categorie A.1De invoerder, de fabrikant of al wie rechtstreeks of onrechtstreeks als dusdanig optreedt, geeft voor de rangschikking, vermeld in artikel 2.13.3.0.1, § 2, elk model van automatisch ontspanningstoestel aan bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie voor hij in het Vlaamse Gewest opstelt, verkoopt of verhuurt. Als een toestel niet wordt aangegeven, wordt het toestel ambtshalve gerangschikt in categorie A, vermeld in artikel 2.13.3.0.1, § 2, eerste lid, 1°
2Als de invoerder, de fabrikant of al wie rechtstreeks of onrechtstreeks als dusdanig optreedt, geen aangifte tot rangschikking indient bij de federale belastingdiensten, dient hij een aangifte tot rangschikking in bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie. Indien een aangifte tot rangschikking wordt ingediend bij de federale belastingdiensten, aanvaardt de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie de genomen beslissing tot rangschikking voor de toepassing van artikel 2.13.4.0.1.
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 3.18.0.0.15/2
1In geval van een ambtshalve aanslag als vermeld in artikel 2.13.7.0.1, is een belastingverhoging per automatisch ontspanningstoestel verschuldigd van 20% van de belasting op de automatische ontspanningstoestellen voor een kalenderjaar, vermeld in artikel 2.13.4.0.1.1In geval van een ambtshalve aanslag als vermeld in artikel 2.13.7.0.1, is een belastingverhoging per automatisch ontspanningstoestel verschuldigd van 20% van de verschuldigde belasting, met een minimum van 50 euro per aanslag.
2In afwijking van het eerste lid bedraagt de belastingverhoging 100%als de overtredingen zijn gepleegd met de bedoeling de belasting te ontduiken of de vestiging ervan onmogelijk te maken, of indien het gaat om een verboden automatisch ontspanningstoestel als bedoeld in artikel 2.13.7.0.2.2In afwijking van het eerste lid bedraagt de belastingverhoging 100%, met een minimum van 100 euro per aanslag, als de overtredingen zijn gepleegd met de bedoeling de belasting te ontduiken of de vestiging ervan onmogelijk te maken, of indien het gaat om een verboden automatisch ontspanningstoestel als bedoeld in artikel 2.13.7.0.2.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd